skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic

De Commissaris van de Koningin over Herpen

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 31 maart 2009 om 16:45 uur
Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Herpen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Herpen

Den 22sten. Augustus 1896 bezocht ik de gemeente Herpen. Op de grens van Huisseling en Herpen werd ik opgewacht door een eerewacht van ± 60 ruiters. Deze begeleidden mij naar Herpen. Alvorens aan het Raadhuis te komen, werd ik opgewacht door eene feestcommissie, die mij bij monde van het hoofd der school het welkom toeriep; de schoolkinderen stonden daar ook geschaard met vlaggetjes enz., en zongen een liedje. De fanfare uit Herpen voegde zich hier ook in den stoet, die, vooral ook door de schoolkinderen, die mede gingen, bijzonder groote afmetingen aannam.

Eene groote eereboog was opgericht ter plaatse, waar de feestcommissie mij wachtte. Voor het raadhuis stonden weer een paar kinderen met een bouquetje (een van die kinderen was het dochtertje van den burgemeester), en een stuk of zes bruidjes om te strooien. Langs een steilen trap moest ik naar boven klauteren om op de secretarie te komen; een klein kamertje, dienende voor raadzaal, voor vergaderingen van B. en W., voor burgemeesterskamer enz. enz. Daar vond ik B. en W. met wie ik mij wat onderhield.

De wethouder Verstegen is de zwager van den burgemeester; de vrouw, waardoor die relatie ontstond, is overleden. Het scheen mij in Herpen wel een beetje familieregeering, en dat Overlangel overstemd wordt door Herpen. Op mijne audientie verscheen de pastoor van Herpen met zijn kapelaan, benevens twee raadsleden uit Overlangel. Deze laatsten klaagden steen en been over den slechten toestand der wegen in Overlangel; bovendien hadden zij nogal wat in te brengen tegen het beleid van den burgemeester; het kwam mij voor, dat zij met Van Zuijlen niet bijzonder ingenomen waren.

Kerk te Herpen, 1907Kerk te Herpen, 1907

Na de audientie ging ik bij den burgemeester – die van beroep winkelier en bakker is - ontbijten. Na het ontbijt kwam mijn rijtuig voor en reed ik over Overlangel, begeleid door de eerewacht, naar Neerloon en Ravenstein. Het hoofd der school te Overlangel was met de twee hoogste klassen naar Herpen gekomen, om die kinderen wat te laten zingen en in den stoet te laten meeloopen. De familie De Bruijn (o.a. het gewezen 1ste. Kamerlid) zijn afkomstig uit Herpen; zij hadden aldaar een wijnzaak en woonden aan den dijk te Overlangel. Thans is hunne woning afgebroken.

Den Maasdijk langs rijdende, viel het mij op, dat die er zeer zwak uitzag, vooral te Overlangel; het beloop van de kanten is bijna gelijk nul; op sommige plaatsen zag met bijna loodrecht naar beneden. De kruin is bovendien niet breed. Dichter bij Ravenstein scheen de dijk sterker, althans zwaarder en met meer beloop.

Zoowel de administratie van den secretaris als die van den ontvanger gaf aanleiding tot het maken van nogal enkele opmerkingen; deze werden mondeling gemaakt, en grootendeels door de betrokken titularissen beaamd.

Den 23 Mei 1900 kwam ik weder in Herpen; ik was eerst in Berghem geweest, had toen in Ravenstein ontbeten, en was toen over Neerloon en Overlangel naar Herpen gereden; van Herpen ging ik naar Huisseling, en vandaar weer naar Ravenstein, waar ik dineerde. Op het raadhuis vond ik den burgemeester met den wethouder Klompmakers; de wethouder Reijs was afwezig.

Op mijn vraag hoe het kwam, dat de wethouders Verstegen en Nass er niet meer waren, vernam ik, dat er in 1899 wel verkiezing maar geen stemming geweest was; dat de aftredende raadsleden herkozen waren; dat echter het raadslid Van Hoofd, een kastelein, eertijds behoorende tot de partij van den burgemeester, was overgegaan tot de tegenpartij, en dat dientengevolge de vroegere wethouders vervangen waren door de tegenwoordige. De verhouding van den burgemeester tot den wethouder Klompmakers scheen mij nog al gespannen; ik trachtte wat olie op de golven uit te storten.

Op mijne audientie verscheen genoemd raadslid Van Hoofd; hij beklaagde zich over den burgemeester, die hem zou zoeken. Nooit en bij niemand werd gelet op het politieuur in de herbergen; nooit was daarvoor een proces-verbaal opgemaakt; nu was Van Hoofd dit jaar deswege tweemaal bekeurd; de eerste keer in Januari; toen was hij door den kantonrechter vrijgesproken. De tweede maal op Paaschmaandag; dat moest nu nog voorkomen.

Hij vroeg niet, dat zijne collega’s kastelein ook bekeurd zouden worden, maar vroeg wel eene zelfde behandeling als iedereen; hij wilde niet gezocht worden. Toen Van Hoofd mij gezegd had, dat het politie-uur 10 uur was, en dat hij om 10.30 bekeurd was, zeide ik hem, dat hij het dan toch aan zich zelven te wijten had, dat hij nu in moeielijkheid was.

Het hoofd der school Schreurs klaagde ook over den burgemeester; hij beweerde, dat de burgemeester hem zocht, omdat hij geen klant was in den winkel van den burgemeester. Ik bond later den burgemeester op het hart, dat hij toch vooral den schijn van partijdigheid moest vermijden; de burgemeester beweerde, dat het hoofd der school misbruik maakte van sterken drank; voor de klas was hij weliswaar nog niet stomdronken geweest, maar van de kinderen was toch wel gehoord, dat hij meermalen niets deed dan kletspraat verkoopen; voor enkele dagen zou het schoolhoofd door twee menschen dronken tehuis gebracht zijn.

Veel menschen uit Herpen werken in Duitschland; op het oogenblik kunnen de boeren geen arbeiders krijgen. Op mijn vraag, wat een boerenarbeider voor loon kreeg, vertelde mij de wethouder Klompmakers, dat hij een beste arbeider had gehad, vast in het werk zoowel ’s zomers als ’s winters, wel tien jaar lang; die arbeider verdiende bij hem ’s zomers f. 0,40 en ’s winters f. 0,25 en de kost; die man was nu ook al naar Duitschland gegaan! Geen wonder!!

Door al dat naar Duitschland gaan liet de zedelijkheid der bewoners veel te wenschen over; als er menschen uit Huisseling of uit Berghem in Herpen kwamen, moesten zij dikwijls door den burgemeester of den wethouder uitgeleide worden gedaan, omdat zij anders afgeranseld of met steenen geworpen werden. Er kwam toen in Herpen een nieuwe gemeenteveldwachter, Van Bergen genaamd. Deze maakte niet veel processen-verbaal, maar ranselde er ’s avonds bij straatrumoer met zijn stok op los. Daardoor kwam er weer wat ontzag, en verbeterde de toestand veel. Van Bergen is sinds 1 Februari 1899 rijksveldwachter in Woensel. De nieuwe veldwachter Moors moet een goede veldwachter zijn, en er flink de schrik onder hebben.

Den 25 Mei 1904 kwam ik weer in Herpen. Vanuit Ravenstein bezocht ik dienzelfden dag Huisseling en Megen. Herpen heeft ± 1.600 zielen; van hen wonen er ± 250 te Overlangel; voor dat kerkdorp zit één lid van den Raad. Toen de familie De Bruijn nog te Overlangel woonde, was er een De Bruin wethouder, en had Overlangel nóg een raadslid. Toen de familie De Bruin Overlangel verliet, behield O. slechts één raadslid. De laatste De Bruins te O. waren twee broeders: de eene woonde op het kasteel; de andere in een heerenhuis. Voor 40 jr. is alles verkocht, werden kasteel en heerenhuis gesloopt, en hebben de De Bruins geen relatie meer met Herpen.

Het onderhoud van de landwegen te Overlangel is ten laste van den Pastoor; deze heeft de opbrengst van het grasgewas langs de wegen, van de voorpoting enz. De landwegen worden niet altijd voldoende onderhouden. Onder den minderen stand komen bijna geen onwettige geboorten voor; 25% gedwongen huwelijken.

Audientie verleend aan den burgemeester; van hem vernomen, dat de wethouder Reijs vroeger een groot vermogen had, en dat langzamerhand had opgemaakt; door notaris Bijvoet te Berghem werd in 1903 voor een bedrag van f. 39.000 aan vastgoed van Reijs voor schuld verkocht. Reijs moet zooveel hebben overgehouden, dat hij nu nog amper kalmpjes kan leven.

Wethouder Klompmakers woont met zijn broer; ze zijn ongehuwd; met niets begonnen hebben zij, door hard werken zich een aardig fortuin verzameld. Vervolgens kwam Schreurs, het hoofd der school; Klompmakers had hem verteld, dat de burgemeester in 1900 aan mij zou hebben gezegd, dat Schreurs misbruik maakte van drank; Schreurs kwam mij nu vertellen, dat de burgemeester hem toen belasterd had.

School te Overlangel (HKK Land van Ravenstein)School te Overlangel (HKK Land van Ravenstein)

Ik heb aan B. en W. geraden om advies te vragen aan de Heide Maatschappij, om te weten, op welke wijze zij de 354 H.A. gemeentegronden het best productief konden maken. Het raadhuis moet noodzakelijk verbouwd; de benoodigde gelden staan op de begrooting van 1904. Nu is er echter ruzie over de keuze van den architect: de burgemeester wil Caners uit Ravenstein; het raadslid Van Hoofd wil een inwoner van Herpen, denzelfde, die zoo’n slecht schoolhuis te Overlangel bouwde. Het einde zal wel zijn, dat er van den heelen bouw van het raadhuis niets komt.

B. en W. geraden, het onderhoud der waterleidingen ten laste der gemeente te nemen. De veldwachter Moors is voor een pr. jaar gaan loopen, terwijl hij alles bont liet liggen. Over zijn opvolger – v.d. Broek – is men zeer tevreden. Van Mr. v. Cooth erfde de gemeente eenig weiland; uit de opbrengst ± f.180, wordt het herhalingsonderwijs betaald. Er is veel armoede in Herpen; op de zandbergen in de heide bouwden de menschen maar raak. Velen moeten buiten de gemeente, vooral in Duitschland, het brood gaan verdienen.

Door den aanleg van de spoorweg gingen de zeer bloeiende zes jaarmarkten teniet. Men zou zeer gaarne eene losplaats hebben aan de halte te Berghem; bij werking van de Beersche Maas kan men des winters niet in Ravenstein komen.

Den 1 April 1908 kwam ik weer in Herpen. Er had zich kort tevoren een onaangenaam incident voorgedaan: de provincie had in 1907 aan den provincialen weg onder die gemeente eene verbetering doen aanbrengen, door den weg ± 35 c.M. te laten ophoogen. Om te voorkomen dat de langsliggende woningen waterbezwaar zouden ondervinden, moest er tusschen den weg en de woningen door de gemeente eene goot gestraat worden, waarvoor de provincie aan de gemeente de benoodigde klinkerstukken afstond.

Woning van de burgemeesterWoning van de burgemeester

In het begin van 1908 schreef het gemeentebestuur van Herpen aan G.S. dat de toestand allerellendigst was, dat de menschen noodeloos bemoeielijkt waren, dat het geld van de provincie verkwist was enz. en vroeg een onderzoek door Gedep. Stat. De Hoofdingenieur, op dat adres gehoord, rapporteerde, dat de schuld aan het gemeentebestuur lag; in plaats van met de ontvangen klinkers de goot te maken, had het die gebruikt, om een mooi trottoir te leggen van het Raadhuis naar de woning van den burgemeester.

In verband daarmede kwam nog een man klagen, Van Berkel, omdat hij met vergunning van B. en W. een dam had gemaakt van den weg naar zijn huis; toen zijn buren vreesden, dat zij door die dam waterbezwaar zouden ondervinden, had de burgemeester opruiming van die dam gelast; hij had niet willen toestaan, dat de man er een pr. potbuizen inlegde. Van Berkel had de dam niet dadelijk opgeruimd, was toen geverbaliseerd en was veroordeeld te Oss tot 5 dagen zitten of f. 15 boete. Over een en ander heb ik den burgemeester verschrikkelijk de les gelezen.

Aan ontginning van de uitgebreide gemeentebezittingen wordt nog niets gedaan; nogmaals bij B. en W. sterk aangedrongen om zich in contact te stellen met de Heide Maatschappij of met Staatsboschbeheer. Nogmaals bij B. en W. er op aangedrongen om te zorgen, dat, wanneer er eene wethoudersvacature ontstaat, Overlangel een wethouder krijgt evenals zulks vroeger steeds het geval was, toen de familie De Bruijn nog daar woonde.

Den 1 Mei 1912 kwam ik weer in Herpen; ik was tevoren in Megen en in Huisseling geweest. Ik maakte den tocht vanuit Den Bosch. Drukke audientie. Vooral klachten van arme menschen; de armmeester, Johannes Jansen, was naar Demen verhuisd; de raad had nog geen opvolger benoemd; en nu was er sinds drie weken niet bedeeld. Bovendien eene klacht wegens tegenwerking van den burgemeester bij het uitvoeren van een raadsbesluit, waarbij eene waterleiding op den legger geplaatst werd. Er moest nl. een duiker gelegd worden van 50 c.M. middellijn; daartoe werkte de burgemeester niet mede; niettegenstaande de waterleiding in orde gebracht was, werd hetzelfde waterbezwaar ondervonden, omdat het water voor den duiker stropte.

Het spant erg bij Raadsverkiezingen. Burgemeester heeft getracht wethouder Van Rossum te doen vallen; deze werd echter herkozen; daarover in mijne presentie nog een geweldig standje tusschen de beide betrokkenen. Uitgestrekte gemeentebezittingen, die niets opbrengen; geraden, zich tot Staatsboschbeheer te wenden; en bovendien een register voor de exploitatie aan te leggen.

Uit de rente van het legaat Van Cooth – f. 180 – wordt het herhalingsonderwijs bekostigd. Menschen waren meestal op hun eigen; als ze gaan trouwen, bouwen ze gewoonlijk; notaris Gervers schiet daarvoor het geld ; hij is agent van een hypotheekbank. Als de rente en aflossing niet betaald wordt, dan verkoopt Gervers het zaakje weer; dit komt gelukkig maar hoogst zelden voor. Groote armoede wordt niet geleden; maar de menschen moeten veelal in Duitschland hun brood gaan verdienen; dat bederft hen erg.

Burgerlijk armbestuur heeft slechts als inkomsten eene subsidie van de gemeente; Roomsch armbestuur zal ± f. 700 vaste inkomsten hebben. Gemeenteveldwachter kan het volk baas; heeft echter te weinig tractement; kan niet uitkomen; zou gaarne de publicaties aflezen. De gunstige gevolgen van het in orde brengen van de Hertogswetering waren in 1911/12 zeer merkbaar; niet zoveel last van kwelwater. Burgemeester Van Zuijlen was nogal brutaal, ik moest hem een pr. maal het zwijgen opleggen.

Raadhuis te Herpen, gebouwd in 1906-1907, gesloopt in de jaren '70 (HKK Land van Ravenstein)Raadhuis te Herpen, gebouwd in 1906-1907, gesloopt in de jaren '70 (HKK Land van Ravenstein)

Den 30 Juli 1917 bezocht ik vanuit Den Bosch de gemeenten Megen, Huisseling en Herpen. Sinds Van Zuijlen als burgemeester vervangen werd door Van der Sijp, is de rust in de gemeente weergekeerd. De laatste raadsverkiezing liep af bij enkele candidaatstelling. Drankmisbruik, vechtpartijen komen niet meer voor, door het verstandig beleid van v.d. Sijp, die zorgt, dat er geen groote feesten in de herbergen worden gevierd. Overlangel is weer vertegenwoordigd door eenen wethouder.

Belgische vluchtelingen zijn ook in Herpen geweest; 20 in getal; 1 is er nog een deserteur. Verleden jaar kwamen onverwachts ’s avonds om zeven uur 4.000 man, die moesten ingekwartierd worden; ze bleven 2 dagen. Distributie levensmiddelen loopt goed; gemeente is grossier; levert in die qualiteit aan de winkeliers, en houdt de grossiersverdienste over; verdient daaraan de administratiekosten, en houdt dan nog een klein bedrag over.

Den 19den. Augustus 1920 kwam ik weer in Herpen. Ook in deze gemeente komen woningen te kort; een zestal nieuwe woningen was er wel noodig; men doet er voorloopig niets aan, omdat de menschen geen huishuur willen betalen, en het dus een reuzenstrop voor de gemeente zou worden. De finantien van Herpen zijn niet best: f. 10.000 hoofd. omslag = 4½%. Men zou wel eene vereeniging van Herpen met Schaik willen, maar Schaik schijnt daarvan niets te willen weten.

In 1915 is men begonnen met behulp van het Staatsboschbeheer de heide te bebosschen; thans zijn 97 H.A. aangelegd; alles groeit goed; men wil ermede doorgaan tot de geheele heide ± 340 H.A. ontgonnen zal zijn. Pas zijn 7 H.A. ontgonnen; kosten ± f. 5.500; de haver bracht slechts f. 1.500 op; eene snede hooi kan in 1921 ± f. 1.000 opbrengen; dan blijft het land – dat dan nog f. 3.000 kost, tot weiland liggen.

Door dijkbreuk te Cuijk f. 6.400 schade geleden; in normale omstandigheden geen waterschade dat naam heeft. Het gaat den keuterboeren niet goed; de menschen hebben een moeielijk bestaan; ze zijn te eerzuchtig om steun te vragen. Waren het gewone arbeiders, dan was dat voor de menschen eigenlijk veel beter. Wanneer de nieuwe lager onderwijs wet ingevoerd wordt, dan zal in Herpen de openbare school wel worden opgeheven; in Langel daarentegen zal die wel blijven bestaan.

Den 31 Juli 1923 bezocht ik Herpen en Vlijmen. Men gaat geweldig gebukt onder de finantieele lasten; en er is geen werk. De menschen, die vroeger op de fabrieken in Oss werkten, kregen wegens de heerschende malaise, daar gedaan. Thans werken er nog dertig aan de afsluitdijk van de Beersche Maas, en verdienen daar 20 cnt. per uur, werkdag van 10 uren. Men zou gaarne zien, dat Herpen vereenigd werd met Schaik; maar in Schaik, dat er finantieel beter voor staat, wil men daarvan niets weten.

Voor Overlangel zit wethouder Schraven in den Raad; hij werd als Raadslid herkozen, maar zal als wethouder in September wel vallen, evenals zijn mede-wethouder v.d. Acker. Er werden n.l. drie nieuwe Raadsleden gekozen, en naar het schijnt willen alle zeven Raadsleden gaarne wethouder zijn!

Het ontginnen van de heideHet ontginnen van de heide

Drankmisbruik en vechtpartijen komen zoo goed als niet meer voor; er is geen geld meer, om drank te koopen. Er is geen woningnood; de menschen trouwen haast niet meer; dit jaar nog maar 3 huwelijken. Er trekken wel gezinnen weg uit de gemeente. Zoowel de vleeschkeuring als de warenkeuring (melk) werken nuttig en waren zeer noodzakelijk.

Van den winter waren er 60 werkeloozen; deze werden te werk gesteld in de ontginningen van het Staatsboschbedrijf. Toen het daarvoor toegestane geld verwerkt was, liet de gemeente nog f. 1.250 verwerken op hare kosten, met 25% werkeloozen steun van het Rijk. Er zijn thans 115 H.A. dennenbosch aangelegd, en 12 H.A. weiland. Men heeft schade door het water, omdat de Hamerspoelsche sluis dikwijls te lang gesloten wordt gehouden; dan staan de landerijen soms diep onder water, terwijl aan de andere zijde van de sluis alles lang mooi droog ligt.

De lager-onderwijswet 1920 vordert van de gemeente jaarlijks f. 1.400 ten behoeve van het bijzonder onderwijs. Het legaat Van Cooth geeft eene jaarlijksche bate van f. 700,-. Die gelden vloeien in de gemeentekas; men doet er niets bijzonders voor. Men heeft dat geld hard noodig voor de gewone uitgaven. De plaatselijke inkomstenbelasting bedraagt 5 tot 7%. Er is volstrekt geen draagkracht; onbelastbaar is slechts f. 400.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!