i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Zeeland
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Zeeland

vertelde op 2 april 2009 om 14:27 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Zeeland te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Zeeland

Den 14den. Augustus 1897 bezocht ik de gemeente Zeeland. Ik reed van Nijmegen over Grave en Reek naar Zeeland, vandaar naar Uden en nam in deze gemeente den trein naar Den Bosch. Er is in Zeeland geen burgemeester; de vorige titularis (Van Kilsdonk) had met ingang van 1 Augustus eervol ontslag gekregen uit zijne betrekking; zijn opvolger, Doedens, was nog niet in functie.

Op de grens van de gemeente Reek en Zeeland werd ik ontvangen door eene eerewacht van ruiters en velocipedisten; het hoofd der school, Coenen, hield daar eene toespraak om mij welkom te heeten. Coenen zou gaarne burgemeester van Zeeland geworden zijn; toen hij deswege bij mij op audiëntie kwam, zeide hij, dat hij solliciteerde, omdat men hem daartoe had aangezet; dat hij het zelf niet erg begeerde, omdat hij vreesde, dat het hem zou gaan als den Heer Van Kilsdonk, nl. dat hij afhankelijk zou zijn van den secretaris-ontvanger Vertogen. Dat deze een lastig man was, en dat het den burgemeester lastig maakte, omdat deze van hem afhankelijk was. (Om die reden droeg ik Doedens voor, die is volkomen vertrouwd met de gemeente-administratie en daardoor onafhankelijk van den secretaris).

Even voor de kom van het dorp kwam mij de harmonie tegemoet; voor het raadhuis werd mij door een bruidje een bouquet aangeboden met een toespraak, waarvan zij geen woord kende. De waarnemend burgemeester Van Dijk, de andere wethouder, Van Schaijk, benevens de heele raad, waaronder de oud-burgemeester Van Kilsdonk, stonden mij op te wachten. Ook de secretaris-ontvanger Vertogen stond daar. Voor en na de audientie zat ik met die boeren wat te praten over alles en nog wat, voornamelijk over de boerderij.

Hoofdonderwijzer Frans Coenen, 1887 (B. de Jong, BHIC Beeldcollectie Willem Keeris)Hoofdonderwijzer Frans Coenen, 1887 (B. de Jong, BHIC Beeldcollectie Willem Keeris)

Op mijne audientie verscheen het eerst het hoofd der school Coenen; ik zeide hem eerlijk, waarom ik hem niet had voorgedragen, nl. omdat ik niet wilde, dat de verkeerde overmacht en invloed van den secretaris-ontvanger Vertogen langer zou duren; daarom had ik een vreemdeling voorgedragen, die van den secretaris onafhankelijk zou zijn, omdat hij zelf het werk kende. Die vreemdeling zou echter wel niet eeuwig in Zeeland blijven; Coenen moest zich inmiddels maar in de gemeente-administratie bekwamen; dan konden we later, als Doedens wegging, nog eens zien wat we deden.

Coenen heeft juist om gezondheidsredenen ontslag gevraagd als hoofd der school; hij heeft veel fortuin. Indertijd haalde hij de landbouwacte; hij maakte veel studie van het bemesten van landerijen, en eindigde met een fabriek van kunstmeststoffen op te richten (Coenen en Schoenmakers te Uden), waarmede hij veel fortuin maakte.

De brievengaarder v.d. Berg kwam met een brief voor Doedens, vermoedelijk de acte van aanstelling; ik raadde hem, die aangeteekend naar Princenhage te zenden. Het hoofd der school te Oventje, Van Helvoirt, kwam daarna zijne opwachting maken. Van de Ven, bijgenaamd de jonge brouwer, is een zusterskind van den oud-burgemeester Van Kilsdonk; hij is bij dezen in huis. Hij was de organisator van mijne feestelijke ontvangst te Zeeland, en kwam vragen, dat de beëdiging van Doedens wat zou worden uitgesteld, opdat men tijd zou hebben, om de praeparativen te maken. Ik zeide het hem toe.

De pastoor van Zeeland kwam niet. Zeeland heeft de naam van lastig te zijn; de Zeelanders willen uitsluitend door inwoners geregeerd worden. Vandaar dat de burgemeester, het hoofd der school enz. tot nu toe uit Zeelanders gekozen werden. Doedens is de eerste uitzondering. Ik hoop, dat het goed met hem zal gaan; ik geloof, dat mijn bezoek aan Zeeland de stemming tezijnen gunste sterk heeft vermeerderd.

De secretaris-ontvanger te Zeeland is de algemeene kassier van de boeren te Zeeland. Zonder eenig bewijs brengen zij hem hun geld; hij geeft daarvan 3%; als dat maar niet op eene algemeene débacle uitloopt! De kas van den ontvanger sloot niet; er was f. 36,41 te veel in. Hulpjournalen werden niet gehouden; het bedrag van een lijst van renten, betaald wegens nog niet voldane afkoopsommen van gemeente-tiendrecht, was ineens in het journaal geboekt. Eveneens weegloonen, die aan den ontvanger waren betaald.

Bij het bevolkingsregister ontbrak een alphabetische naamlijst. Sinds 22 Augustus 1896 waren er geen notulen meer gehouden van de vergaderingen van Burg. en Weth. Een register van publicatiën van B. en W. was niet aanwezig, maar de publicatiën werden gedeeltelijk bewaard. Er was geen register van localiteiten , waarin vergunning tot verkoop van sterken drank in het klein was. Het register van aanvragen en beschikkingen volgens de hinderwet bevatte alleen de twee laatste aanvragen. De politieverordening dateert van 1878.

Niettegenstaande alle deze tekortkomingen maakte de administratie dezer finantieel zeer begunstigde gemeente bij het oppervlakkig onderzoek geen ongunstigen indruk, zoodat het tot stand brengen der gewenschte orde en nauwkeurigheid niet zoo heel bezwaarlijk schijnt.

Den 30 Mei 1902 kwam ik weer in de gemeente; ik reed van Veghel (met een rijtuig van A. v.d. Rijdt uit Grave) naar Uden, waar ik ontbeet in “de Korenbeurs” bij de weduwe Terneuzen, vandaar naar Zeeland; vervolgens over Mill naar Wanroy; om ten slotte te Mill den trein weer te nemen naar ’s Hertogenbosch.

Ik verleende er audientie aan eene arme vrouw, de wed. Van Duren, die over hare armoede klaagde; en aan L. van der Zanden, die voor ± f. 190 van Escharen een stuk grond gekocht had, en geen bewijs daarvoor kon krijgen van Escharen, om de grond op zijn naam overgeschreven te krijgen ten hypotheekkantoor. Ik heb hem verwezen naar den gemeenteraad van Escharen.

Ex-burgemeester Van Kilsdonk overleden in 1901; woonde samen met zijn broeder Martinus van Kilsdonk, en met zijn neef Van de Ven, den jongen brouwer; v.d. Ven is sinds gehuwd. Secretaris Vertogen is in 1899 overleden; diens neef Pittens werd ontvanger, en tevens erfgenaam van Verhagen; de gelden, welke Vertogen onder zich had, nam Pittens over. Pittens neemt echter geene nieuwe deposito’s aan; het is te voorzien, dat hij eerlang geen bankier meer zal zijn voor de boeren. De gemeente Zeeland heeft geheel met hem afgerekend, en kwam niets aan den boedel van Vertogen tekort.

Pastoor Aarts is sinds 18 jaren pastoor in Zeeland. Hij is geboortig van Eersel, en thans 64 jaar oud. Van de 18 huwelijken van 1901 was één “moeten”. Er komen nog wel eens onwettige geboorten voor.

Burgemeester Doedens (2e van rechts) en schoolhoofd Van Helvoirt (2e van links), ca. 1907 (F. Stender, BHIC Beeldcollectie Willem Keeris)Burgemeester Doedens (2e van rechts) en schoolhoofd Van Helvoirt (2e van links), ca. 1907 (F. Stender, BHIC Beeldcollectie Willem Keeris)

Toen in 1899 na den dood van v. Kilsdonk, er eene vacature in den Raad was, ontstond er groote strijd in de gemeente; het heette , dat de burgemeester te knap was en gecontroleerd moest worden; daarom moesten de twee rijkste inwoners van Zeeland in den Raad komen, nl. het gepensioneerde schoolhoofd Coenen, en de jonge brouwer Van de Ven. Bongers, die 24 jaar lid van den raad was geweest, werd er uitgegooid; Coenen en Van de Ven werden gekozen.

Bij die gelegenheid was de wethouder Van Schaijk er ook haast afgestemd. Na de verkiezing is er een groot feest gegeven aan heel Zeeland door den heer Van de Ven; behalve de pastoor, de burgemeester, en de wethouder Van Schaijk was daar iedereen geïnviteerd. De burgemeester meende, dat Van Schaijk geen zuiveringeed had kunnen afleggen.

Weinig schoolverzuim; twee processen-verbaal; ééne veroordeling tot f. 15. Van Helvoirt kwam in de plaats van Coenen als hoofd der school van de kom; te Oventje werd hij opgevolgd door P.H. Slieger, onderwijzer te Megen. Zeker sinds het jaar 1825 bestaat er eene school te Oventje; daar gaan thans 20 kinderen ter school, van welke 4 meisjes onderwijs krijgen in vak h.

Oventje gaat sterk achteruit, zoowel in zielental, als in gegoedheid der inwoners; in 1878 heeft men tevergeefs getracht, de school Oventje op te heffen. Aan de Langestraat wonen meer menschen dan te Oventje, terwijl bovendien de Langestraat verder van Zeeland ligt dan Oventje; toch moeten de kinderen uit Langestraat naar de school te Zeeland.

Bij de verkiezing van Coenen en v.d. Ven werd de goede verhouding dat de raadsleden over de heele gemeente verdeeld wonen, verbroken. Graspeel en Langestraat had destijds 2 raadsleden, n.l. den heer Bongers, die uit den Raad werd gegooid, en den wethouder Van Schaijk, die van Graspeel naar de kom van Zeeland verhuisde. Graspeel en Langestraat zijn thans niet in den Raad vertegenwoordigd. Van de raadsleden wonen er thans 4 in de kom, 1 in Zevenhuizen, 1 in Brand en 1 op Oventje.

Een werkelijke arbeidersstand wordt in Zeeland bijna niet gevonden. Boerenknechts en meiden komen uit den boerenstand voort, gaan dienen, en trouwen later veelal bij hunne ouders in. Armen vindt men daar bijna niet; in den oogsstijd gaan er hoogstens een tiental in Duitschland werken; een enkele blijft er het heele jaar. Dr. van Dijk uit Uden is gemeentegeneesheer.

In 1842 kocht de gemeente een domaniale tiend aan; omstreeks 1862 kocht Zeeland weer een tiend, nu van den Heer Walter uit Grave. De gemeente liet toen het tiendrecht afkoopen; zij die geen geld hadden om te betalen, gaven eene schuldbekentenis af aan de gemeente, rentende 4 ten honderd. Daaruit spruiten nu voor de gemeente vele moeielijkheden voort, omdat de renten slecht inkomen, terwijl het tiendrecht n.m.m. feitelijk vernietigd is. Ik heb den raad gegeven, te trachten te geraaken tot de oprichting van een Boerenleenbank, die de zaak dan van de gemeente moest overnemen, en op die wijze zou werkzaam zijn zoowel in het belang van de ingezetenen als van de gemeente.

Inzake de eigendommen van de gemeente, vooral in zake eene behoorlijke exploitatie van de broekgronden gaf ik den raad voorlichting te vragen aan de Heide Maatschappij. Ik heb den burgemeester nog eens op het hart gedrukt dat hij voor eene eerlijke uitvoering van de onderwijswet moest zorgen. Tevens heb ik hem nogmaals ziijne verkeerde houding verweten voor de rechtbank te ’s Bosch door bewijzen van goed gedrag enz. af te geven aan erkende stroopers. De O.v.J. had hem daarover reeds op de openbare zitting van de rechtbank hard gevallen, toen aldaar die stroopers vervolgd werden wegens meineed. Umbgrove had zich toen over Doedens beklaagd bij Van Lanschot; en deze bracht de zaak weer over tot mij.

Den 20 Maart 1905 kwam ik weer in Zeeland; ik ging van Den Bosch per trein naar Oss; vandaar per tram naar Uden, en vandaar per rijtuig naar Zeeland. Vervolgens bezocht ik nog Reek en Velp, waarop ik naar Ravenstein reed. Voor mijne audientie had zich niemand aangemeld; ik moest dus met B. en W. den tijd dood praten. Van de raadsleden waren er twee in de kom, een te Oventje, een te Voederheil, een te Brand en een te Zevenhuizen, terwijl er eene vacature bestaat. Ik heb er sterk op aangedrongen dat die vacature zou worden aangevuld met een lid uit Graspeel, dat sterk bevolkte gehucht, dat sinds eenigen tijd niet in den Raad vertegenwoordigd is.

B. en W. klagen zeer, dat de gemeentefinantien ongunstig staan, niettegenstaande de gemeente f. 92.500 op het Grootboek heeft, en f. 10.000 provinciale schuldbrieven bezit! De gemeente is een procedure begonnen tegen enkele menschen, die nalatig bleven in het betalen van de rente van de koopsom van de tiend; sinds dien tijd wordt door de andere schuldplichtigen de rente trouw betaald. Men klaagde nu echter, dat er zooveel achterstand kwam van verschuldigde kooppenningen van hout, turf, heide, strooisel enz. Den Heeren aangeraden de verkooping voortaan te doen houden door een notaris, die voor de kooppenningen instond.

B. en W. sterk geraden om een uitgewerkten staat van de gemeentebezittingen aan te leggen, waarin uitvoerig alle bijzonderheden omtrent cultuur, exploitatie enz. nauwkeurig worden aangetekend. Eveneens den raad gegeven, om het onderhoud der waterleidingen in ééne hand te brengen en ten laste van de gemeente te nemen.

Er is thans een eigen doctor, dr. Sengers. Deze krijgt f. 800 + vrij wonen. De vroedvrouw is overleden; daardoor viel er f. 400 vrij. Dr. Van Dijk uit Uden kreeg ontslag als gemeentegeneesheer; daardoor viel f. 335 vrij. Gemeente huurde voor f. 300 een huis van den brouwer Van de Ven; de huur is zoo hoog, omdat v.d. Ven het huis moest verbouwen om het voor den doctor geschikt te maken. B. en W. dringend verzocht het tractement van den veldwachter f. 300 te verhoogen met diens vaste gratificatie ad f. 40. De Heeren zullen er voor zorgen.

Drie processen-verbaal voor schoolverzuim. Er is geen parochiaal armbestuur; het algemeen armbestuur beschikt over voldoende fondsen, en heeft geen subsidie van de gemeente noodig. Er is geen roomboter fabriek. De boeren verkoopen hunne boter op de botermijn te Zeeland; er is juist eene electrische installatie gemaakt, om uit te wijzen wie het eerste gemijnd heeft; die inrichting kost n.b. f. 300. Ook de boeren uit Escharen en Reek komen met hunne boter op den mijn te Zeeland.

Den 17 April 1909 kwam ik weer in Zeeland. Ik was tevoren in Mill geweest. Te Uden nam ik weer den trein naar Den Bosch. Ik verleende audientie aan Brands, een caféhouder, die gecalangeerd was, omdat hij sterken drank ten verkoop in huis in voorraad had gehad. Hij vroeg raad, of hij tegen het vonnis van den kantonrechter in beroep zou komen, en hoe lang de beroepstermijn was. Ik heb hem aangeraden het vonnis maar aan te nemen, en niet nog goedgeld aan advocaten te brengen!

Weth. Jos van de Ven, bierbrouwer en later burgemeester van 1932-1938 (BHIC Beeldcollectie Willem Keeris)Weth. Jos van de Ven, bierbrouwer en later burgemeester van 1932-1938 (BHIC Beeldcollectie Willem Keeris)

Als wethouders vond ik Geerts en Van de Ven, den jongen brouwer; deze laatste zou maar tijdelijk wethouder zijn! Het gewezen schoolhoofd Coenen is in 1905 overleden; zijne drie ongehuwde dochters zijn in Zeeland blijven wonen. De oude Martinus van Kilsdonk leeft nog; hij is thans 83 jr. oud en woont samen met Van de Ven, den jongen brouwer.

Van den Berg, de brievengaarder werd veroordeeld tot drie jaren wegens oneerlijkheid; zijne zaakwaarneming ging toen over op Pittens, den gemeenteontvanger; deze werkt samen met notaris Van den Bogert uit Ravenstein.

Geen overtredingen leerplichtwet. Weinig liefhebberij voor herhalingsonderwijs. De schoolbevolking te Oventje neemt weer toe. Gemeente verloor hare procedure inzake tiendrecht; voor gemeente occupeerde Loeff, voor Brands (den bovengenoemde op audientie gekomen caféhouder) Mr. Holleman; van dat heele tiendrecht komt nu voor de gemeente niets terecht; een schadepost van f. 8.000.

De gemeente verkoopt thans notarieel hout, heide, strooisel enz., dientengevolge heeft ontvanger niet meer zulke groote achterstanden als vroeger. Er is thans een uitgewerkte staat van exploitatie der gemeentebezittingen aangelegd; niet echter zooals ik bedoelde; burgemeester zal er nu voor zorgen. In onderhoud van de Raam betaalt gemeente 15 957/1000 %; de Heeren vreezen, dat men in Zeeland niet veel aan de verbetering van de Raam zal doen.

Er is eene groote coöperatieve roomboterfabriek in aanbouw; daarbij zijn thans reeds 800 koeien aangesloten, men denkt, dat men tot 1.500 á 1.600 koeien zal komen. Dan gaat de botermijn natuurlijk teniet. Men is zeer tevreden over Dr. Sengers; buiten Zeeland schijnt hij geen praktijk te hebben. Er is pas een nieuwe veldwachter, een oud politieagent uit Eindhoven; tot nu toe voldoet hij goed. Men is in de kom bezig een nieuwe woning te bouwen voor het hoofd der school; de woning zal met alles en alles ± f. 6.000 kosten.

Den 29 April 1910 liet Pater Weyers zich aandienen. Hij zeide te komen in het belang van kleine menschen te Langenboom, eigenaren van kleine plaatsen van 4 Hectaren. De gezinnen breidden zich uit; het was in het belang van die menschen, dat ze te Langenboom konden blijven wonen, zoowel in het belang van hun tijdelijk als van hun eeuwig geluk. Dat kan echter niet, tenzij die menschen meer gronden te hunner beschikking hadden. Hij zou daarom willen, dat G.S. toestemming zouden verleenen, dat Zeeland hun 200 H.A. grond verkocht; Zeeland had toch grond genoeg: wel 600 H.A.

Vroeger was een besluit van Zeeland tot grondverkoop door G.S. niet goedgekeurd. Pater Weyers wilde, dat G.S. als er weer zoo’n besluit kwam, het zouden goedkeuren. Ik heb den Pater gezegd, dat ik mij die zaak niet herinnerde; dat, als G.S. goedkeuring onthouden hadden, daarvoor zeker goede redenen bestonden. Ik kon hem natuurlijk namens G.S. niets toezeggen. Toen wilde de Pater, dat ik hem beloven zou, die zaak bij G.S. te steunen. Ik heb hem gezegd, dat ik geen enkele belofte kon afleggen, dat ik van de zaak niets wist en mij mijne algehele vrijheid om naar omstandigheden te handelen, moest voorbehouden.

Toen dreigde de Pater, dat hij dan aan den Minister de verlangde toestemming zou vragen. Ik heb hem toen uitgelachen, en gezegd, dat ik evengoed aan den Minister kon vragen om een aandeel in de bezittingen der Dominicaner orde; noch over het een, noch over het ander had de Minister te beschikken. Toen kwam de Pater er op terug, dat ik beloven moest in zijn geest bij Gedep. Stat. werkzaam te zijn. Ik heb hem toen herhaald dat ik niets van de zaak wist, dat ik vrij moest blijven, en dat hij niet nader moest aandringen; dat ik over die zaak niet verder wenschte te spreken.

Toen de Pater desniettegenstaande toch bleef aandringen, en ik hem nogmaals had herhaald, dat ik dat niet meer wilde hooren, en hem verzocht daarmede op te houden, heb ik hem ten slotte, omdat hij aan mijn verzoek niet wilde voldoen, hem gezegd, dat ik ons onderhoud voor geëindigd beschouwde; ik heb hem verzocht heen te gaan, en den bode gebeld om hem uit te laten.

Den 9 April 1913 bezocht ik Schaijk, Reek en Zeeland. Er wordt in Zeeland veel getrouwd; 18 paren in 1911; daardoor wordt er veel gebouwd; de bouwverordening wordt er goed gehandhaafd door deskundige van de Gezondheidscommissie (den burgemeester van Haps). Geen partijschappen in gemeente; raadsleden worden bij candidaatstelling gekozen.

Er kwam een nieuwe pastoor, Kluytmans; deze verbouwde direct voor ruim 10 mille aan de pastorie, en stierf binnen twee jr. na zijne benoeming. Hij stookte den doctor op om eene mooie villa van de gemeente te vragen; toen gemeenteraad daar niet direct op inging, nam hij ontslag als gemeentedoctor. Hij werd vervangen door dr. Van der Wijst uit Noordwijkerhout; men is met den nieuwen doctor goed tevreden.

Burgemeester gaf zich veel moeite voor de beschrijving der exploitatie van de gemeentelijke bezittingen; hij meent, dat het nageslacht daarin alles zal vinden, wat het noodig heeft te weten. Voor het verharden van de wegen gebruikt men tegenwoordig Maasgrint; deze moet zeer goed voldoen. Bij het in orde brengen van buurtwegen vraagt men half-vrijwillige hulp van de belanghebbende aanliggende eigenaren; eene verordening op de hand- en spandiensten heeft men niet.

Zuivelfabriek Sint Jacobus te Zeeland, met rechts de directeurswoning, ca. 1920 (BHIC Beeldcollectie Willem Keeris)Zuivelfabriek Sint Jacobus te Zeeland, met rechts de directeurswoning, ca. 1920 (BHIC Beeldcollectie Willem Keeris)

Door het oprichten van de coöperatieve roomboterfabrieki wordt thans dagelijks de melk vervoerd; ’s winters worden de wegen daardoor erg rot, men heeft thans een pr. vaste arbeiders moeten aanstellen om de wegen in orde te houden. De roomboterfabriek met directeurswoning + inventaris zal wel f. 50.000 gekost hebben.

Het kalverenmesten is gedaan; er worden veel varkens gefokt; de afdeeling N.V.P. (eierbond) gaat vrij goed. Boerenleenbank bestaat sinds een pr. jaar; er wordt veel geld gehaald; de bank werkt zeer nuttig.

Den 5den Augustus 1918 bezocht ik per auto vanuit Grave de gemeenten Zeeland, Schaijk en Reek. Wethouder Dekkers is juist overleden; ik ben voor den geheelen duur van mijn bezoek aangewezen op de Heeren Doedens en v.d. Ven. Gelukkig dat die Heeren zich goed schijnen te verdragen; wethouder v.d. Ven had nog al eens het hooge woord.

Burgemeester Doedens geeft zich nog steeds veel moeite; jammer dat de man zoo omslachtig is; hij schrijft drie bladzijden vol, met wat hij in drie regels kan zeggen. Hij heeft tot voor korten tijd het geheele distributiebedrijf van de gemeente geheel alleen gevoerd; hij moet het toen wel vreeselijk druk gehad hebben. Hij beweert geen vrouw te kunnen gaan zoeken, omdat hij het zoo druk heeft, dat hij de gemeente niet uit kan.

We gingen samen de nieuw gebouwde school kijken, en kwamen daar voor een gesloten deur, terwijl de burgemeester geen sleutel had; we keerden dus onverrichterzake terug! Het vluchtelingenkamp te Uden ligt op twee minuten afstand van de grens van Zeeland. B. en W. klagen sterk over de groote overlast, welke de inwoners van Zeeland van dat kamp ondervinden.

B. en W. willen 45 H.A. pas ontgonnen weiland in kleine kavels leggen en dan publiek verkoopen. De kleine landbouwers hebben er behoefte aan, en zullen hooge prijzen bieden. Het land gaat in waarde achteruit, omdat er geen voldoende kunstmest te krijgen is; als er in een jr. of drie vier geen verbetering komt, dan wordt het heele terrein weer heide. Gemeente heeft een ander complex van 65 H.A. dat zij tot grasland wil ontginnen, zoodra er weer kunstmest te krijgen is.

Voor aansluiting van Zeeland aan locaalspoorwegnet vraagt Voorhoeven f. 100.000,- het schijnt dat Zeeland tenslotte niet aangesloten zal kunnen worden.

Den 7den Juni 1922 bezocht ik vanuit Den Bosch de gemeenten Schaijk en Zeeland. In den laatsten tijd werden 9 woningen, waaronder 3 boerderijen met Rijkspremie gebouwd. Er zijn nog geen partijschappen; burgemeester vreest dat die op den duur zullen komen. Een raadslid, H.M. van Bakel, behoorende tot de parochie de Langeboom (Escharen) voelt zich geen Zeelander en schijnt erg lastig. Ook belooft hij in de herbergen nogal eens dingen namens de gemeente; als de Raad daartoe dan niet wil besluiten, kweekt dat ontevredenheid.

Voor een week of drie werd Wientjes, secretaris-ontvanger van Empel, benoemd tot secretaris-ontvanger van Zeeland. Hij gaat binnenkort trouwen, en is bezig zich eene woning te bouwen naast het huis van den burgemeester.

Sinds September is electriciteitsbedrijf in werking. Zeeland moest eene stroomafname garanderen van f. 5.500; men vreest dat men in 1922 een tekort van f. 3.000 zal moeten aanzuiveren; over 1921 was er een tekort van f. 900. Een bedrag van f. 35.000 voortkomende uit de verkoop van gronden, werd tegen 5% aan electriciteitsbedrijf geleend.

Men weet niet goed bij welke gemeente men voor den keuringsdienst moet aansluiten: bij Uden of bij Veghel. Uden ligt beter gelegen, maar de burgemeester van Uden is zoo onhandelbaar. Aanvankelijk zouden Zeeland, Nistelrode en Boekel met Uden samen gaan, maar tenslotte ging Boekel naar Veghel en Nistelrode naar Oss. Met Uden alleen durft men het niet aan; dan heeft men niets te vertellen! Het zal bovendien ook nog al erg duur zijn. Het beste zou zijn, als Zeeland en Uden ook naar Veghel gingen.

Gemeente bezit 578 H.A.; daarvan is 30 H.A. wegen; dennenbosch 15 H.A.; weiland 11 H.A.; hakhout enz. 2 H.A. heide en veen 520 H.A. Met Staatsboschbeheer heeft men pas gecontracteerd voor de bebossching van 118 H.A. Naarmate de vraag voor eerlang te verkoopen gronden grooter of kleiner is, kan het complex van Staatsboschbeheer nog wat kleiner of grooter worden. Voor het onderhoud der gemeentelijke kunstwegen (weg van Zeeland-Lage Heide-Escharen) 200 M3 kostende f. 4 op de wal; bovendien f. 3 per M3 voor oprijden langs den weg.

Over Dr. A.W. Jansen is men niet tevreden; hij heeft eene vrouw uit den minderen stand die zich misdraagt en niet geregeld naar de kerk gaat; zij geeft veel ergernis doordat zij er een vriend op nahoudt, Kelder genaamd, wonende Eusebiusplein Arnhem; die vriend bezoekt haar geregeld. Ten gevolge van een en ander heeft de dokter maar heel weinig praktijk; de menschen willen niet met hem te doen hebben!

De Boerenleenbank voorziet op het moment in eene groote behoefte; er wordt veel geld terug gehaald, veel meer dan gebracht. Bovendien werden er meer dan 300 voorschotten verstrekt. Stoomzuivelfabriek gaat bijzonder goed; 1.500 koeien; op f. 8.000 na is de heele fabriek vrij. Levensmiddelenbedrijf geheel afgerekend; heeft aan gemeente f. 6.000 gekost. De lager-onderwijswet 1920 brengt de finanties van gemeente voorgoed in de war; zal ± f. 100.00 kosten en bovendien nog een jaarlijksch bedrag van f. 1.100 – f. 1.200.

Den 18 Juni 1928 kwam ik weer in Zeeland en in Schaijk. Ter audientie verschenen Pastoor Kitslaar met zijn beide kapelaans en het Statenlid v.d. Ven. Pastoor Kitslaar is een baas; burgemeester Doedens is gelukkig op zijn qui vive, en zal wel zorgen dat Kitslaar hem niet de baas wordt. Het Statenlid v.d. Ven was indertijd wethouder van Zeeland; hij werd indertijd afgestemd als lid van den Raad en verloor daarmee zijn wethouderschap. Op het moment is hij weer Raadslid.

Voormalig huis van Coenen, raadhuis vanaf 1928 Voormalig huis van Coenen, raadhuis vanaf 1928

Met B. en W. het huis gaan bezichtigen, door Zeeland gekocht om er een Raadhuis van te maken; de besteding zal over een dag of acht plaats hebben; het pand schijnt mij zeer geschikt voor Raadhuis.

Tengevolge van zijn inspanning tijdens de stormramp in 1925 heeft de veldwachter van Zeeland astma gekregen, waarvoor hij tevergeefs bij tal van doctoren genezing gezocht heeft. Voor de verbreeding van de weg Zeeland-Dompt heeft Zeeland in voorverkoop alle daarvoor benodigde grondstroken; een en ander zal aan Zeeland  f. 7.500 kosten. Zoolang die weg niet verhard is, is de spoorweghalte Zeeland niet of althans zeer moeilijk bereikbaar en wordt daarvan maar heel weinig gebruik gemaakt tot aanvoer van goederen of tot afvoer van producten.

Zeeland heeft als kunstweg te onderhouden den weg naar Escharen, naar Voederheil, naar Graspeel en dien naar Brand. Dr. Jansen is nóg Gemeente-doktor, hij heeft Kelder, den vriend van zijn vrouw, de deur uit gegooid. Het huishouden wordt thans niet meer besproken; maar veel praktijk heeft Jansen niet.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (4)

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 12 februari 2017 om 14:14 uur

Onder 2de foto : "Van de Ven, bijgenaamd de jonge brouwer, is een zusterskind [= zoon van zus] van den oud-burgemeester Van Kilsdonk; hij is bij dezen in huis. Hij was de organisator van mijne feestelijke ontvangst te Zeeland".
Vraag is deze van de Ven de latere Burgemeester van Zeeland ? Zeg maar de vader van Monique van de Ven? Zoniet is het dan wel uit dezelfde familie ?

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 12 februari 2017 om 14:16 uur

Ha, bij verder lezen wordt dit inderdaad bevestigd. Zelfs door middel van een foto.
Mijn vraag was dus iets te voorbarig.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 13 februari 2017 om 09:48 uur

Beter de vraag te vroeg stellen dan helemaal niet, Gerard ;)

We hebben ook nog een verhaal over Monique van de Ven op onze site, mogelijk vind je dat ook interessant om te lezen:

https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/monique-van-de-ven-van-olga-tot-unicef

Piet Huvenaars zei op 10 maart 2017 om 22:30 uur

De foto is van Jos van de Ven, burgemeester en niet de vader, maar de opa van Monique. Haar vader heette ook Jos van de Ven. In de volksmond was dat de jonge Jos d'n Brouwer.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: