i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Haaren
Tags:

Haaren en de Eninghe

vertelde op 19 mei 2009 om 16:32 uur

Terwijl we mogen aannemen dat Haaren niet lang na 1300 al een zelfstandige parochie was, zat het met het wereldlijk bestuur wat ingewikkelder. Haaren maakte voor 1810 deel uit van de zogenaamde "Eninghe van Oisterwijk". Dat was een schepenbank, waartoe behalve de Vrijheid van Oisterwijk ook Haaren, Udenhout, Berkel, Enschot en Heukelom behoorden.

Aanvankelijk maakten ook Tilburg en Moergestel deel van die Eninghe uit. "Eninghe" staat hier voor een gezamenlijke (bestuurs)instelling (afgeleid van het woord één).

De Oisterwijkse schepenen hadden de civiele jurisdictie over het hele gebied der Enighe, dat wil zeggen dat zij vrijwillige zaken behandelden, zoals civiele processen (burenruzies), het passeren van testamenten en verkoopakten bij de verkoop van bijvoorbeeld onroerend goed.

In hun intern bestuur waren de dorpen van de Enighe zelfstandig. Zij maakten hun eigen dorpsrekening, zetten belastingen uit, leenden geld op naam van het dorp en zonden hun afgevaardigden naar de kwartiersvergaderingen. Het dorp Haaren werd bestuurd door een college van regenten - Corpus genaamd -, dat bestond uit 2 burgemeesters, 2 armmeesters en 2 kerkmeesters.

Eén burgemeester werd gekozen uit Haaren en één uit Belveren. Burgemeesters hadden in die tijd een andere taak dan tegenwoordig: zij waren belast met het financieel beheer, met het invorderen der belastingen, het doen van uitgaven en het opmaken van de jaarrekening, die dan ook burgemeestersrekening werd genoemd. De burgemeesters hielden de gelden onder zich en betaalden uit op betalingsopdrachten, die door het Corpus - waartoe zij dus zelf ook behoorden - werden uitgegeven.

Het dorpsreglement van 23 februari 1703 regelde de samenstelling en de werkzaamheden van het dorpsbestuur. Elk jaar werden de twee burgemeesters gekozen op de eerste zondag na Driekoningen, terwijl de aftredende burgemeesters vijf jaar vrij waren. Deze laatste bepaling toont aan, dat het burgemeestersambt verre van populair was. Het bracht veel werk met zich mee en het financieel risico was niet gering. Men stond namelijk met het eigen vermogen borg voor eventuele tekorten. Zo kon het wel eens gebeuren dat degene, die als opvolger werd aangewezen, met behulp van de deurwaarder gedwongen moest worden de functie te aanvaarden.

Uit de archieven blijkt, dat zondag na Driekoningen ook al vóór 1703, vermoedelijk reeds eeuwen lang, de keurdag van Haaren was. Behalve de burgemeesters werden op die dag een armmeester en een kerkmeester vervangen. De Kwartierschout benoemde deze functionarissen. Hij kon daarbij kiezen uit telkens twee kandidaten, de zogenaamde dubbeltallen, voorgedragen door de oude regenten uit de meest gegoede inwoners. In de meeste dorpen kende men bovendien twee of meer gezworenen, die toezicht hielden op de gemene gronden, wegen en wateren.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: