skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg

"Je wilt de wereld verbeteren”: Naar het juvenaat om missiepater te worden

In 1965 werd René Bastiaanse door paters van het H. Hart van Jezus geronseld om naar hun juvenaat te komen in Bergen op Zoom. Hij woonde in een dorp vlakbij, maar ging toch als interne naar het internaat. Hier zou hij worden opgeleid tot missiepater totdat de instelling drie jaar later sloot.

“Ik wilde missiepater worden”, vertelt René, “Dan ben je twaalf jaar en idealistisch. Je wilt de wereld verbeteren en dit leek mij de manier eigenlijk”. Bovendien sprak een leven als missionaris ook aan tot zijn avontuurlijke instelling. Ook was hij al misdienaar in het dorp waar hij vandaan kwam. “Ik vond het wel leuk. Het was een beetje romantisch met wierook en dat soort dingen”. Aangezien hij misdienaar was en goede cijfers had op school, wilden de paters hem graag op internaat krijgen.

Leven op het internaat

“Ik was min of meer een beetje een vrije jongen. In mijn vrijetijd ging ik hutten en vlotten bouwen”, vertelt René over zijn leven voordat hij naar het internaat ging. Dit veranderde wel op het juvenaat. “Het leven was per kwartier ingedeeld wat je moest doen en daar had ik in het begin wel moeite mee”. Na een half jaar begon het nieuwe leven te wennen. “Je komt daar als eenling tussen allemaal andere eenlingen, maar je leert mensen kennen, sluit vriendschappen, leert de paters een beetje kennen. Je gaat je meer thuis voelen op een gegeven moment”.

Op het internaat stond René niet stil. Buiten school, kerk en de verplichte drie uur per dag in de studiezaal zitten, deed hij er van alles. “Ik ging bij de gymnastiekvereniging, ik ging bij de voetbalclub, ik ging bij de knutselclub, ik ging bij de fotografieclub, ik ging bij de literatuurclub, ik ging bij het toneel. Als er iets te doen was, deed ik mee”, vertelt hij, “Ik heb er echt heel veel geleerd eigenlijk. Als ik maar iets nieuws kan leren, ben ik happy”.

Sociaal leven op internaat

Er was volgens René goed sociaal contact onder de leerlingen van het juvenaat. De jongens sliepen in een grote slaapzaal verdeeld in chambrettes. Daar had je een eenpersoonsbed en een kast. Dat was het wel. Heel sober eigenlijk. Dan hoor je ook dat degene naarst je verkouden is en noem maar op. Drie bedden verder liet iemand een scheet en zo”, vertelt hij, “Dan kom je toch dichter bij elkaar dan wanneer je in aparte hokjes geduwd wordt”.

Het was ook niet meer belangrijk wat voor achtergrond je had. “Als arbeidersjongen ging ik met de zoon van een directeur op stap of van de notaris, en andersom ook, omdat je elkaar alleen maar kende daar in die omgeving”, Laat René weten, “Wij aten gewoon bruine bonen met spek bij wijzen van spreken. Mijn beste kameraad daar was een zoon van een burgermeester van een Limburgs dorp. Die kregen wijnsoep, oesters en dat soort grappen. Maar we kenden elkaar dus alleen maar daar ter plekke op de kostschool en daar waren we allemaal gelijk. We kregen allemaal aardappels met groenten en dat was het”.

 Veranderingen jaren zestig

Gedurende de periode dat René op internaat zat, kwamen er steeds minder nieuwe aanmeldingen. Ook traden paters steeds vaker uit. “Je zag dat de paters waarvan je dacht: ‘Dat zijn de goede’, uittraden”, zegt René. Ze besloten toch liever in een huwelijk te stappen dan hun hele leven god te dienen. “Dan ga je niet voor zo’n carrière kiezen. Ten minste, ik niet. De meeste medeleerlingen ook niet denk ik”.

Na drie jaar op het internaat te hebben gezeten, sloot dit. Hierop ging René weer thuis wonen. De school bleef wel open. Aangezien hij niet ver hier vandaan woonde, maakte hij daar wel zijn gymnasium af, maar dan in een gemengde klas. “Toen er meiden in het spel kwamen, ging mijn aandacht toch meer daarnaartoe eigenlijk”, zegt hij. Bovendien ging hij zich steeds meer vragen stellen over het geloof. “Ik begon steeds meer twijfels te krijgen. Dat konden ze niet aan mij uitgelegd krijgen, ook niet de mensen die filosoof en theoloog waren. Het waren dogma’s die je aan moest nemen”, vertelt René. Hier had hij moeite mee. Na het bestuderen van andere religies en geschiedenis dacht hij: “Het is leuk en aardig met die Jezus allemaal, maar er zijn mensen die daar een andere visie op hebben”.

Zodoende besloot René om geen missiepater te worden. Toch denkt hij dat als het internaat zo was gebleven zoals het de eerste jaren was, hij toch missiepater was geworden. Na zijn internaattijd is hij het toerisme ingegaan. “Dat was toch nog een beetje dat missionarisidee”, zegt hij, “Ik ging dus werken door heel Europa met de bus en deed rondleidingen in Spanje in het Prado en dat soort zaken”. Het was nog steeds een avontuurlijke beroepskeuze. Later is René kastelein geworden van een horecaonderneming “Ik vind toch dat ik aan die roeping een beetje gestalte heb gegeven”, zegt hij, omdat hij ook met dit beroep veel met mensen praat en hen helpt met problemen.

Heeft jij ook op internaat gezeten? Deel ook jouw herinneringen met ons!

Foto's met dank aan René Bastiaanse.

 

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!