skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg

Pastoor Werners Follies (1)

De ZeerEerwaarde pastoor van Strijp, de heer Franciscus Werners was een eigenaardig en hoogst eigengereid man. Dat was met veel pastoors wel het geval. De celibataire status schijnt niet iedereen goed te bekomen, ongeacht het geslacht.

De dorpspastoor als alleenheerser

Werners werd in 1924 door bisschop Arnoldus Fransiscus Diepen benoemd op deze standplaats bij de Sint-Trudokerk, midden in het dorpscentrum van Strijp, dat kort tevoren door Eindhoven volledig was geannexeerd. Traditioneel was de Strijpse pastoor de baas over het Strijper volkje. Goed, er was wel een gemeentebestuur ingevolge de Gemeentewet van Thorbecke uit 1853.

De Sint-Trudokerk in Eindhoven Strijp, gezien vanaf het kerkhof (foto: Wies van Leeuwen / Provincie Noord-Brabant, 1989. Bron: BHIC, fotonummer PNB001018809)
De Sint-Trudokerk in Eindhoven Strijp, gezien vanaf het kerkhof (foto: Wies van Leeuwen / Provincie Noord-Brabant, 1989. Bron: BHIC, fotonummer PNB001018809)

Maar dat bestuur had niet veel te vertellen. Het keek ook wel uit. De pastoor voerde eigenlijk de Armenwet-1854 uit, regelde de aanbestedingen voor wegen en bestratingen, voorzag in waterstaatsvoorzieningen en de uitvoering van de Wet op de Lijkbezorging. Hij deelde de burgemeester mee wat hij had gedaan. En die zorgde dat het bestuur akkoord ging. Er zat weinig anders op. Dat werd totaal anders na de annexatie van de Eindhovense randgemeenten Strijp, Woensel, Tongelre, Gestel en Stratum. Pastoors uit die gemeenten kregen nu te maken met een burgemeester en wethouders die beschikten over een echt ambtenarenapparaat dat doorgaans niet onder de indruk placht te zijn van toogdragers met tonsuur.

Pastoor Werners zegent in 1933 de auto met kenteken N-34162 (bron: Ach Lieve Tijd. 3. De boeiende historie van Eindhoven, de Eindhovenaren en hun geloof, blz. 55)
Pastoor Werners zegent in 1933 de auto van P. Rombouts (bron: Ach Lieve Tijd. 3. De boeiende historie van Eindhoven, de Eindhovenaren en hun geloof, blz. 55)

Dat was dus wennen. Vooral voor Werners. Die kon niet tegen tegenspraak. En hij was zo bescheiden als Napoleon in de eerste dagen van diens consulaat in revolutionair Frankrijk. Toch placht Werners te blijven beschikken over de kerkkas en de kerkelijke onroerende goederen zonder zich van welk burgerlijk gezag iets aan te trekken. Daar kwam het parochiebestuur pas goed achter in 1971, toen de Strijpse parochies werden samengevoegd tot een grootstadse megaparochie. Twintigduizend belijdende parochianen. Op papier. Alleen op papier. Daar kwam dat bestuur ineens achter. Geen van de pastoors had ooit de administratie echt goed onderhouden. Werners zéker niet. Die had nogal wat documenten weggemaakt.

Het stadse parochiebestuur

Ik was in 1981 lid van het bestuur der parochie Strijp, een onoverzichtelijke, slecht geadministreerde mega-vereniging die ongeveer twintigduizend geregistreerde leden omvatte die jarenlang hun contributies niet hadden betaald. Ze is nu weer opgegaan in de stadsdeelparochie Sint-Joris, met als parochiekerk de neogothische basiliek gewijd aan Sint-Joris te Stratum. Ik ben al dertig jaar niet meer te Strijp woonachtig, al woonde ik nog een tijdje te Tongelre. Ik heb veel over Werners geschreven. Er is een boekje van mijn hand over de Sint-Trudokerk en de kerkgeschiedenis ervan, want, zoals Werners schrijft, de kerkgeschiedenis van Strijp is aanmerkelijk: zeker zevenhonderd jaar.

Ik heb destijds de archieven doorgenomen van de parochie. Die zijn nu, terecht, verhuisd, naar het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) in de Raffeisenstraat, want ze werden slecht beheerd en waren grotendeels verspocht door lekwater uit de pastoriezolder. Er was daar een archivaris, ene Joosten, die zeer behulpzaam was. Ze hebben daar verschillende boekjes van mij over Eindhoven en de voormalige randgemeenten waaronder Strijp. Ik heb veel vertoefd op het klooster Mariënhage en kende de oude bewoners goed, ook pater Leopold Verhagen. De befaamde televisie-dagsluiter voor de Katholieke Radio-Omroep. De Augustijnen bedienden destijds de Strijpse parochie mede. Ze assisteerden bij hoogmissen. En preekten soms. Daar waren pastoors meestal niet zo goed in.

De verhuurperikelen nopens de Trudo-pastorie

Als lid van het Strijpse parochiebestuur was ik bij de besluitvorming betrokken over de verhuur van de toenmalige pastorie die bij de Trudokerk behoort. De bestuursvoorzitter was toen Dr Ir Martien Schuurmans en secretaris was zekere Heijnen, woonachtig in de Kerkakkerstraat. De kerkmeester Dolhain deed gebouwenbeheer en Mr Van Woezik was penningmeester; de notulen liggen in de archiefdozen die overgedragen zijn aan het RHCe. Ze slaan op de periode 1971-1983. Ik deed publiciteit en ziekenpastoraat.

De (voormalige) pastorie van de Sint-Trudoparochie, 1989 (foto: Wies van Leeuwen / Provincie Noord-Brabant, 1989. Bron: BHIC, fotonummer PNB001018806)
De (voormalige) pastorie van de Sint-Trudoparochie, 1989 (foto: Wies van Leeuwen / Provincie Noord-Brabant, 1989. Bron: BHIC, fotonummer PNB001018806)

De nog in het pastoriepand woonachtige pastoor was niet bereid dat reusachtige huis zomaar te verlaten. Hij vond dat die bewoning onderdeel was geweest van zijn aanstellingsvoorwaarden. Het bestuur kon nu wel vinden dat een priester in een sober arbeidershuis moest gaan wonen, omdat dat hoorde bij de imitatio Christi die een van God geroepene diende te vervolmaken, maar daar had hij niets mee te maken. Dat kwam destijds vaker voor. Wie destijds priester werd had een pastoorsbenoeming in het vooruitzicht. Met de luxe van zo’n enorm herenhuis, want in Noord-Brabant dééd een pastoor het met niet minder. Dat bestuur wijzigde eenzijdig de aanstellingscondities. En daarin ging de pastoor niet mee. Hij stelde prijs op pand en bijbehorende paradijselijke tuin. Dat werd nog een heel touwtrekken.

Ik herinner mij dat makelaardij Slaats uit de Strijpsestraat de pastorie wilde huren, mits de tuin werd ontdaan van bepaalde hinderlijke struiken, onkruiden en mits een scheidsmuur tussen kerkhof en voormalige pastoorstuin opgeruimd werd. In die scheidsmuur was een schilderachtige folly opgenomen. In het Registrum Memoriale Parocchiae Sancti Trudonis releveert Werners in het verslagjaar 1936 dat hij deze folly opmetselt. Het was eigenlijk iets heel mystieks, die folly. Een restant, zo zeiden veel Strijpenaren, van de oude middeleeuwse dorpskerk. Het spookte er. Gewijde grond. Maar ook veel heksen die daar waren begraven. Werners had veel gevoel voor dat soort sagen en was niet te beroerd de geschiedenis een handje te helpen. Vandaar dat gemetsel, dat ook stiekem gebeurde. De pastoor stoer met een geknoopte rode Brabantse zakdoek op het grote zwetende hoofd, dat ook rood placht aan te lopen bij dat soort activiteiten. Een soort Don Camillo.[1]

Folly bij de Strijper kerk (foto: Gerard Strijards)
Folly bij de Strijper kerk (foto: Gerard Strijards)

Uitgevonden geschiedenis en traditie

De Britse historicus Hobsbawm heeft een mooie aanduiding voor de Britse gewoonte om negentiende-eeuwse gebruiken een middeleeuws cachet te geven door te verwijzen naar gewoonten en rituelen die schijnbaar al sedert het Doomsday-book in zwang waren en zijn. Het openen van het parlementaire jaar in The Houses of Parliament, schilderachtig gelegen aan het Thames-Embankement is er een pracht voorbeeld van. Het is een fraai staal van Anglican Neogothic, dat gebouw. Er lopen lieden in een optocht met loodzware vergulde scepters, fraaie staven en bijzonder indrukwekkende hoofddeksels. Trompetten klateren chamades. En je denkt vol ontzag: hier komen de middeleeuwen tot leven.

De toren van de Sint-Trudokerk in de steigers (foto: Gerard Strijards)
De toren van de Sint-Trudokerk in de steigers (foto: Gerard Strijards)

Maar dan heeft men het mis. Het meeste is stomweg bedacht in de negentiende eeuw, om het parlementair systeem gebaseerd op een districtenstelsel historische legitimatie te geven. Zodat iedereen zou denken, dat Engeland de oudste democratie ter wereld is. Dat heeft tot voor kort ook gewerkt.

Werners wilde de geschiedenis van Brabant herschrijven. En wel zó, dat duidelijk zou worden dat Strijp de oudste parochie was van het dekenaat-Kempenland sedert de zesde eeuw. Vandaar dat zwetend gemetsel zonder bouvergunning. Samen met de koster Jan van Os en enkele mannetjesputters. Hij gebruikt materiaal dat vrijkomt uit de oude schipresten van de Sint Trudo uit 1887, die even tevoren afgebrand was en waaraan hij door architect Louis Kooken een kapellenkrans laat metselen vanaf de viering naar het westen, dus de faŅ«ade, toe. Daarin komt, van een andere baksteensoort met andere kleurstelling, eindelijk een toren met drie geledingen. De ramen worden zonder montants en rozetten uitgevoerd, dus Kooken gebruikt de oude arduinen dorpels niet meer.

Uitgevonden historie via “Roomsch Leven”

Werners bezigt die voor zijn folly maar wekt in "Roomsch Leven", een Eindhovens periodiek voor het katholieke volksdeel, van 1936 in verschillende publicaties de suggestie dat het hier om opgaand metselwerk gaat van de middeleeuwse Sint Trudokerk. Die zou dateren uit 1306, stelt hij. Ik denk, dat de oudste datering moet zijn: 1402, maar Werners wilde bewijzen dat zijn kerk ouder was dan de meeste kerken in de Kempen. Waarom deed Werners dat?

Omdat hij subsidie wilde hebben voor de restauratie, overbrenging en afhanging van de Sint Trudoklok in de nieuwe toren. Vanwege de commissie voor de Rijksmonumenten. Werners had de middeleeuwse klokken laten omsmelten en gebruikt als spijs voor de nieuwe drieslag-combinatie in de nieuwe toren. Dat was ongeoorloofd, maar hij vond de klanken van de oude dubbele klokken dissonant. Hij kreeg de subsidie en verder documenten over de echtheid van die drie klokken. De rijksmonumentencommissie vertrouwde immers zijn opgaven.

Noot

[1] Dorpspastoor Don Camillo is de hoofdpersoon in een aantal romans van de Italiaanse schrijver Giovannino Guareschi. Meerdere daarvan zijn verfilmd.

Lees ook deel 2

Reacties (1)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 1 februari 2024 om 09:12
Wat bijzonder, Gerard, dat we zo over je schouder meekijken als je je weg baant door deze archieven. Wellicht beroepsdeformatie maar het geeft dit verhaal over pastoor Werners weer net een extra laag; ik heb het met veel plezier gelezen.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.

Lees ook deze verhalen