skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Warung Bamboe in Tilburg

Onze koloniale geschiedenis heeft tot op de dag van vandaag zijn gevolgen. Een voorbeeld daarvan is de aanwezigheid in Nederland van een grote groep Javaanse Surinamers, die sinds 1890 van het ene continent naar het andere zijn verhuisd. Het project ‘Javanen in de polder’ beoogt hun cultuurhistorisch erfgoed vast te leggen, onder andere in verhalen.

Aireen Tjadikrama voor haar eethuisDit is het verhaal van de ondernemende Aireen Tjadikrama, geboren in 1971, die sinds 2012 een Javaans-Surinaamse warung (eethuis) in Tilburg uitbaat. Daar ging nog wel het een en ander aan vooraf. Zij vertelt:

Ik ben de jongste van acht kinderen, twee jongens en zes meisjes. Mijn lagere school heette O.S. Tamanredjo 1. De mulo heb ik op Ellen gevolgd. Daarna ging ik naar het Christelijk Pedagogisch Instituut. Ik wilde echt graag onderwijzeres worden. Mijn moeder was trots, want het was haar wens dat haar kinderen leerkracht zouden worden. Mijn leven bestond op dat moment uit studeren en thuis helpen.

Ik was achttien toen ik het Kweek-A-diploma behaalde. Van mijn ouders mocht ik niet naar het binnenland. Dat was te gevaarlijk, vonden zij. Ze waren zuinig op mij als hun jongste kind. Mijn zussen die ook leerkracht waren, werden geplaatst op Moengo, Phedra en Bigiston. Van mijn ouders hoefde ik niet te werken, ze hadden liever dat ik verder ging studeren. Ik werkte toen overdag op O.S. Tamanredjo 1 en in de avond ging ik verder naar school om mijn Kweek-B-diploma te halen oftewel de Onderwijzersakte.

Ik heb nog een jaar op de Sewraisinghschool gewerkt, een mulo. Daar was ik naast leerkracht verantwoordelijk voor de bibliotheek en praktijkbegeleiding. In 1999 vertrok ik naar St. Maarten en werd daar projectleidster voor de Afternoon School Activity (ASA). Ik was daar nog geen jaar, toen ik in een advertentie zag dat ze op Saba iemand zochten die zowel het Engels en het Nederlands goed beheerste − voor de anglicaanse school. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Ik werd leerkracht en schoolhoofd op de Ursula Dunken Kindergarten in The Bottom.

Later zijn we begonnen met een nieuwe schoolmethode, Foundation Based Education. De rooms-katholieke school en de anglicaanse school zijn toen één school geworden: de Sacred Heart school. Daar was ik gewoon weer leerkracht, ik had een klas met dertien kinderen. Ik vond het daar heel leuk. Ik had een rustig leven. Het is een klein eiland en ik kon mijn kinderen opvoeden zoals ik het zelf wilde. Ik was daar alleen, zonder familie om mij heen. Werken was geen werken meer. Ik deed in de middag veel op school omdat school en huis zo dicht bij elkaar waren en ik over een sleutel beschikte.    

Op Saba heb ik acht jaar een eigen warung gehad. Er was er daar nog geen en ik wilde mensen het Javaanse eten laten proeven. Ik deed het aan huis, omdat het mij achthonderd tot duizend dollar zou kosten als ik een pand zou huren. De commissioner vroeg mij waarom ik geen zaak opende. Dat wilde ik niet. Ik wilde ook doorgaan met mijn schoolwerk. Daarnaast had ik nog mijn andere activiteiten, ik zat in verschillende commissies. Ik verkocht in het weekend maaltijden: bami, nasi, met groenten en vlees, gebakken banaan. De mensen missen mij nu, omdat ze het eten lekker vonden.

Mijn oom, de jongere broer van mijn moeder, wilde al langer stoppen met Warung Bamboe. Hij had jaren geleden al gevraagd of ik het wilde overnemen. Ik was er toen nog niet klaar voor, omdat ik Saba om allerlei redenen nog niet wilde verlaten. Pas in 2011 besloot ik met de kinderen te vertrekken naar Nederland en de zaak van mijn oom over te nemen. Mijn partner William is nog op Saba, maar hij komt ook naar Nederland.

Mijn oom begon de zaak in 1987. Mijn oom heet Toekimin, maar was hier bekend als Suriwel. Het was mijn moeder die mijn oom zei de zaak aan mij over te dragen, toen hij haar vertelde dat hij de zaak zou verkopen. Mijn moeder was weleens naar Nederland gekomen en heeft hem hier in de zaak geholpen. Zij vond dat ik op Saba al goed bezig was met mijn business aan huis. Het zou jammer zijn om de zaak aan anderen buiten de familie over te dragen, vond zij.

In de keuken van Warung BamboeSaba is een provincie van Nederland en ik heb de Nederlandse nationaliteit, dus was het niet moeilijk voor mij om hier te komen. Ik kwam direct naar Tilburg. De zaak kon ik niet zonder meer overnemen. De vergunningen kreeg ik niet zonder de vereiste papieren. Ik was immers een leerkracht. Daarom werd ik opgenomen in een begeleidingstraject van Tilburg at Work. Tijdens het traject moest ik een marktonderzoek doen, een ondernemingsplan opstellen en cursussen volgen, zoals in sociale hygiëne. Ik kreeg een adviseur om mij te begeleiden. Het duurde bij elkaar een jaar voordat ik kon beginnen. Ik kreeg complimenten van de gemeente toen ze mij de vergunning brachten. Zij kwamen hier om het persoonlijk af te geven. Ik heb nu een horecavergunning zonder alcohol.

Ik hoefde geen lening te sluiten voor de overname. De gemeente heeft mij geholpen met het Krediet Fonds voor vrouwelijke ondernemerschap, waar koningin Máxima achter staat. Na een jaar heb ik gemeld dat ik al klaar was om op eigen benen te staan en dat ze mijn uitkering konden stoppen. Ik betaal nu het krediet uit het Fonds terug. Ik heb voor de goodwill, de naam en het pand betaald. Ik heb ook het personeel van mijn oom overgenomen.

Ik ben een Javaan en ik weet dat Javanen over het algemeen gauw tevreden zijn, maar wat ik doe wil ik goed doen. Ik heb heel veel gedaan in die vier jaar. Om hier ook te kunnen wonen, heb ik het pand verbouwd. Ik heb de marketing aangepakt en de website verbeterd. Het menu heb ik overzichtelijker gemaakt en enigszins uitgebreid. Er zijn een aantal gerechten bijgekomen. Ik heb berkat ingevoerd: een maaltijd, samengesteld uit verschillende gerechten, die mensen meekrijgen als ze een slametan bijwonen.

Dat heb ik gedaan omdat het typisch Javaans is. Ik vind het ook passen in het menu, omdat ik traditioneel eten wil introduceren. Ik mis de berkat van Suriname, dus ik kan me voorstellen dat andere mensen het ook missen. Ik wil ook dat mijn kinderen weten wat berkat is, als ik er niet meer ben. Berkat eet men alleen op feesten, maar voor mij moet het hier elke dag feest zijn. Nederlanders houden van de berkat. Ze vertellen mij dat ze een portie berkat met het hele gezin opeten.

Mijn klantenkring is divers: Surinamers, Hindoestanen, Antillianen, Polen en Nederlanders. Er is een universiteit hier waar ook buitenlandse studenten studeren. Zij komen hier eten. Ik zit hier tussen twee coffeeshops. Daar komt ook van alles binnen. Ze komen hierlangs om iets te eten. Soms komen ze vlak voor sluitingstijd nog. Ik wimpel ze niet af, maar ik vraag ze om het eten mee te nemen.

Ik heb de ambitie om Warung Bamboe te houden en als het goed gaat wil ik een tweede zaak openen. De tweede moet een modern restaurant worden.

Foto’s: Matte Soemopawiro
Bron: Interview met Aireen Tjadikrama door Hariette Mingoen

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!