i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Sint-Michielsgestel
Periode: 1982 - 2015
Tags:

Geloven en wonen in Nieuw Beekvliet

vertelde op 14 september 2016 om 16:29 uur

Onze koloniale geschiedenis heeft tot op de dag van vandaag zijn gevolgen. Een voorbeeld daarvan is de aanwezigheid in Nederland van een grote groep Javaanse Surinamers, die sinds 1890 van het ene continent naar het andere zijn verhuisd. Het project ‘Javanen in de polder’ beoogt hun cultuurhistorisch erfgoed vast te leggen, onder andere in verhalen.

Bapak (vader) Kaskandar en Bapak Dasiman na het ontvangen van pitra (aalmoes), 1982Dit is het verhaal van Rasban Kastoemie, geboren in 1928, die vertelt over haar leven en geloofsbeleving, nadat zij in 1986 naar Nederland was gekomen:

Van jongs af aan ben ik al bezig met shalat (het gebed). In 1982 was ik op vakantie in Nederland en heb toen Beekvliet bezocht. Er was nog geen moskee. Ik ben in het najaar van 1986 gekomen, volgens mij in september of oktober. Mijn man kwam pas later. Door het gedoe met Brunswijk is iedereen toen uit Moengo vertrokken. Ons eigendom, grond en huis, hebben wij verlaten. Ik denk er niet meer aan. Het is Gods wil en in Nederland heb ik daarvoor in de plaats andere dingen gekregen. Ik ben gekomen en heb hulp gekregen.

Ibu (moeder) Warti, Ibu Kastoemie en Ibu Ponikem, 1982In 1991 kwamen mijn man en ik in Nieuw Beekvliet wonen, omdat de kinderen allemaal uit huis waren en ons huis te groot was geworden. Ook wilden we dichtbij de moskee zijn. Ik wilde niet afhankelijk zijn van de kinderen om er te komen. Er zijn hier verschillende voorzitters geweest, maar toen ik hier kwam wonen, was Pasiman de voorzitter. Daarvoor was het Dasiman en Ramin Amat was vice-voorzitter.

Mijn man overleed en hij werd hier begraven door de mensen van de moskee. Vroeger ging het zo, het lijk werd gewassen en in de moskee gelegd en dan werd het vandaar naar de begraafplaats gedragen. In de moskee werd gebeden en uit de Koran gelezen. Zoöok met mijn man. Nu mag dat niet meer, terwijl het in Suriname de normale gang van zaken is.

De toenmalige gebedsruimte in het klooster Beekvliet, 1982Ik ging vroeger trouw naar de moskee, eigenlijk elke dag. Je kon wanneer je dat wilde de moskee binnen gaan. Nu is het anders. Van de mensen die hier wonen, zijn er nog maar heel weinig die er gebruik van maken. Ik ben zowat de enige. Het zijn vooral mensen van buiten die gebruik maken van de masjid. Mensen zijn oud of ziek en kunnen zich niet goed verplaatsen. Tegenwoordig ga ik alleen op vrijdag. Ik ben de enige die dat nog doet. Er zijn geen Javanen meer. Er is nog een mevrouw die in de aanleunwoning woont. Zij is de enige naar wie ik ga. Anderen zijn al zo hulpbehoevend en niet meer mobiel.

Vroeger werden er ook huwelijken gesloten. Pak Kaskandar en Dasiman gingen voor. Als getuigen traden op Pasiman, Moenawar, Amat Ramin. Pak Amat Ramin hielp als sociaal werker heel veel. Hij vertaalde wat werd gezegd in het Javaans naar het Nederlands zodat iedereen het begreep. Nu zijn er niet-Javanen: Afghanen, Hindostanen, Ethiopiërs en Marokkanen, die gebruik maken van de moskee, dus kan er niet alleen in het Javaans gesproken worden.

Aan de iftar, de gezamenlijk maaltijd tijdens de ramadan, 1982Het verschil met vroeger in Nieuw Beekvliet is groot. Toen woonden alleen Javanen hier. Als we wakker werden, gingen de deuren open. Al zaten wij niet buiten, toch konden wij elkaar zien en bij elkaar binnen kijken. Tegenwoordig blijven de deuren dicht en zie je niemand op de gang. Koken mochten wij vroeger ook zelf. Nu ben ik de enige die nog zelf kan koken. Al de anderen worden verzorgd of verpleegd. Wij zaten vroeger ook veel op de gang. Nu niet en in de avond is het grim en donker. Als je alleen op de gang bent, is het alsof je aan het spoken bent.

Wat ik mijn kinderen wil meegeven, is om rukun (in harmonie) met elkaar te zijn, ook al zijn er meningsverschillen. Dat is wat ik graag zou zien. Ik doe mee met shalat om een voorbeeld te zijn voor mijn kinderen. Ze komen immers uit dezelfde moeder, dus ik zeg: ‘blijf bij elkaar, wees rukun, niet jaloers zijn op elkaar. Leef in liefde en vrede met elkaar.’ Wat ik ook graag zie, is dat mijn kinderen een geloof hebben. Ik ben moslim, en ik hoop dat mijn kinderen mijn voorbeeld zullen volgen, maar als ze een andere godsdienst willen volgen is het mij ook goed. Maar een geloof moet je hebben. Ik verplicht mijn kinderen niet tot het overnemen van Javaanse tradities.

Foto’s: uit het persoonlijke album van Rasban Kastoemie, 1982
Bron: Interview met Rasban Kastoemie (*1928) door Kemie Tosendjojo

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Helene zei op 7 oktober 2016 om 20:15 uur

Mooi om deelgenoot te zijn ...ook voor de kinderen die het weer na kan vertellen aan hun kinderen.

JEN zei op 7 oktober 2016 om 23:09 uur

Wat een pracht van een verhaal...een goed voorbeeld niks moet alles mag..maar
Als het kan zou tg leuk zijn om het zelfde geloof te hebben ...typisch moeders

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 14 november 2014 om 11:21 uur

Javanen in de polder

vertelde op 14 september 2016 om 09:24 uur

Javaanse begrafenisrituelen in Sint-Michielsgestel

vertelde op 14 september 2016 om 10:59 uur

Warung Bamboe in Tilburg