skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Weedom van een kloostertje

In deel 1 van dit verhaal is beschreven hoe het klooster Mariënhage werd gesticht. De boekerij genoot faam, maar het voortbestaan was niet altijd even zeker.

Florarium temporum

De boekenschat in de congregatie van Mariënhage maakt furore. De geestelijken leggen zich toe op het vervaardigen van fraaie afschriften. Een broedertje komt hun gelederen versterken.

Adam en Eva in het Florarium temporum (exemplaar in Bayrische StaatsBibliothek, image 11; CC BY-SA 4.0)
Adam en Eva in het Florarium temporum (exemplaar in
Bayrische StaatsBibliothek, image 11; CC BY-SA 4.0)

Het gaat om Nikolaas Clopper. Hij is een zorgenkind en brekebeen. Zoon van een magistraat te Mechelen. Die moest ervaren dat zijn spruit niet goed kon meekomen in de competities van alledag. Hij bestemt hem tot een opleiding tot klerk binnen de kerkelijke administratie. Dat houdt in deze tijd (1450-1470) nog in dat je voor zo’n sukkeltje de tonsuur aanvraagt bij een in aanzien staande religieuze orde. De Augustijnen hebben in de Lage Landen zeker die faam.

De jonge Clopper kan mooi schrijven en beheerst ook het middeleeuws potjeslatijn met zijn talloze standaardwendingen, godsaanroepingen en afkortingen vaardig. Zijn vader meldt de knaap aan bij de veelbelovende gemeenschap op die motte bij Eindhoven, omklotst door Dommelwater. De noviet schrijft hier een wereldencyclopedie over de ontwikkeling van Gods heilsplan vanaf de schepping volgens Genesis tot aan de belegering en verwoesting van de stad Luik in 1468 door de Bourgondiërs.

De ijverige prille geestelijke – nooit zal hij de hogere wijdingen ontvangen – heeft een rijke boekenvoorraad tot zijn beschikking. Hij neemt de Bijbel letterlijk. Als een chronologische historiografie. Maar hij tekent er graag en fraai bij. En brengt de kerkelijke organisatie, de wereldlijke staatkundige wereld en de geopolitieke ontwikkelingen van zijn dagen aansprekend onder de aandacht van de lezer, die hij ook bij zijn bevindingen betrekt. Het lijkt erop dat hij Eindhoven steeds als uitgangspunt neemt van zijn gedachtenspinsels, bijvoorbeeld als hij illustratief de inrichting van de stad Gods, het Hemels Jerusalem, in kaart brengt. Van zijn vaderlijke gemeenschapsgenoten moet hij daarvan veel gehoord hebben, omdat de Kerkvader er zoveel over gerept heeft in zijn theologische beschouwingen.

Het werk heeft zich lang in het kloosterscriptorium bevonden. Het is vermoedelijk tijdens de burgeroorlog naar elders vervoerd uit veiligheidsoverwegingen. Het bevindt zich nu in het staatarchief van Nordrhein-Westfalen.

De prins-bisschoppelijke zetel te Luik

De prins-bisschop van de citadelstad Luik had bij het verdrag van Meerssen een militair-strategische taakstelling gekregen in 870. Die opdracht werd in uitvoeringsarrangementen nader omschreven. De kerkvorst moest de neutraliteit van het Maasdal vanaf Verdun tot aan het latere Den Bosch effectief zekeren aan doortocht zoekende legerafdelingen die opmarcheerden noordwaarts over de linker-Maasbedding die begrint was. Dat had ten doel het Franken-rijk of Westrijk te verzekeren tegen de invallen van de Teutoonse horden vanuit het oostelijk rijk dat zich tot het Heilig Roomse Rijk der Duitse natie zou ontwikkelen. De gemijterde militaire gouverneur kreeg daarom een immens rechtsgebied onder zijn beheer, waarover hij belastingen kon heffen via tienden en de uitgifte van privileges. Want hij moest daartoe forten, schansen en garnizoenen oprichten onder leiding van Graven, waaronder die bij de derde bocht of Horne van de regenrivier vanaf Maastricht stroomafwaarts. Hij kreeg ook vergunning bij zijn citadel wapenfabrieken te houden.

Portaal van het Paleis van de Prins-bisschoppen in Luik, in 1449 gebouwd door Jan van Heinsberg (gravure van Joan Blaeu, ca. 1650; bron: Wikimedia Commons, publiek domein))
Portaal van het Paleis van de Prins-bisschoppen in Luik, in 1449 gebouwd door Jan van Heinsberg (gravure van Joan Blaeu, ca. 1650; bron: Wikimedia Commons, publiek domein))

De hertogen van Bourgondië, in deze tijd van Clopper steeds machtiger, wilden Luik blijvend inscharen binnen hun dynastieke hiërarchie. Dus wilden zij het benoemingsrecht naasten voor de Luikse kathedra. Dat beviel noch de Luikenaren noch de vorsten uit het Duitse rijk. De eersten hadden allerlei rechten en privileges verworven waaronder markt- en stadsrechten. Maar ook tolvrijdommen over de talloze watergangen die mondden op de Maas, waaronder de Jeker. De Bourgondiërs streefden naar centralisatie van hun administratie en zouden deze rechten niet blijvend respecteren.

De Duitse soevereinen konden niet lijden dat de citadel zou worden beheerd door een kerkelijk potentaat die naar de luimen van de Bourgondische dynastie zou dansen. Zij bewerkten dat steeds bisschoppen benoemd werden die voortkwamen uit de tak-Wittelsbach van Beieren. De Bourgondiërs trokken het zwaard. Zij sloegen in 1468 de burgeropstanden gewapenderhand neer rondom Luik, na langdurige belegering en zetten hun gemijterde ledenpop op de bisschopstroon. Ze verwoestten en plunderden stad en citadel.

Gevolgen voor Brabant

Clopper beschrijft die bloedbaden, verruïnering en die desoriëntatie indringend. Het einde van de wereld is nabij! En voor Zuidoost Brabant leek het daar ook op. De bisschop had altijd garant gestaan voor een zekere handhaving van de openbare orde, rust en veiligheid rondom de doorgaande handelswegen, watergangen, grintpaden en kanalen. Daardoor kon zich vanaf de dertiende eeuw een geregeld beurtvaartverkeer met marktgang regionaal ontwikkelen. De graaf van Horne, een van de Luikse vazallen, had een grote sterkte gebouwd bij de Maasbocht die hij moest beheren. Hij legde daar garnizoen en elders legeringen zodat hij expeditionaire politietroepen kon uitzenden als bedelaarsbenden het weer eens op de marktdagen te bont maakten. De marktcentra begonnen te floreren en ook Eindhoven kreeg zijn deel.

Maar bij de ingrijpende personeelswisselingen in het staatkundig bestel rondom Luik ontstond er een machtsvacuüm in deze streek. Dat had gevolgen voor de handelsweg Luik-Hasselt-Valkenswaard-Eindhoven en verder noordwaarts. De vrachtrijders konden hun dienstregelingen niet meer nakomen. De boeren durfden hun kuddes en tomen niet meer ter markte te heuen. Vooral niet nu veel afgedankte soldaten uit de Bourgondische bendes de heiden onveilig maakten en de moerassen. Denk aan het immense Peelgebied.

Eindhoven op de kaart, 16e eeuw (bron: J. van Deventer, R. Fruin, Nederlandsche Steden in de 16e eeuw : Plattegronden van Jacob van Deventer : 111 Teekeningen en 97 cartons in facsimile uitgegeven, 1916-1923)
Eindhoven op de kaart, 16e eeuw (bron: J. van Deventer, R. Fruin, Nederlandsche Steden in de 16e eeuw : Plattegronden van Jacob van Deventer : 111 Teekeningen en 97 cartons in facsimile uitgegeven, 1916-1923)

De regio raakte ontregeld. En Duitse verkenningsbenden trokken noordwaarts op om nog eens verder binnen de Bourgondische invloedssfeer te destabiliseren. De Lage Landen zouden daar economisch een flinke optater van krijgen. Zelfs Den Haag zou geplunderd gaan worden. Het kloostertje kwam ook in moeilijkheden omdat het zijn visserij- fuik- en windvang- en slagrechten niet meer te gelde kon maken. Wat zo veelbelovend begon raakte gaandeweg desolaat. Het kloostertje raakte aan lager wal. Maar zijn geestelijken óók. Die gingen in den blinde naar de moraal-theologische mazzel zoeken. Bij de nieuwe leer. Van de protestanten. Waaronder Luther. Ook, als Erasmus, een Augustijn.

Lees alle delen

Reacties (1)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 30 oktober 2022 om 08:41
Heel wetenswaardig hoe je de historie van klooster Mariënhage op deze manier hebt weergegeven, Gerard. Veel dank voor je bijdrage.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.

Lees ook deze verhalen