Archieven

 Notaris-, schepen- en andere akten
 
 
 
 
 
3.043 notaris-, schepen- en andere akten
sorteren op:
 
 
Pagina: 1
 
 
thumbnail
Schepenakte713 Vandaag verscheen voor H. van Hall en Peter Henrick Janssen als schepenen alhier, de heer Gijsbert de Roije, priester en rentmeester van het kapittel te Boxtel, ziek in bed liggend en geinfecteerd zijnde met de besmettelijke ziekte van de pest, wel in het bezit van zijn geheugen en verstand en heeft ons een gesloten brief overhandigd door hemzelf ondertekend die ons verklaarde dat daar zijn testament in was geschreven en wil dat het na zijn dood zo zal worden uitgevoerd. Het testament moet door de secretaris en schepenen van Boxtel worden geopend en geregistreerd en tegen een salaris worden uitgevoerd. Datum 21 juni 1636, ondertekend: Henrick Michiels van Hall, dit merk is van Peeter Henrick Janssen.
Datering:
21-06-1636
Pagina:
283r
Soort akte:
Testament
Plaats:
Boxtel
Toegangsnummer:
392
Inventarisnummer:
94
Bron:
Schepenbanken
Geografische namen:
 
 
 
 
 
thumbnail
Schepenakte297 Vandaag 25 september 1631 verscheen voor schepenen van Boxtel de heer en meester Capar van de Heerstraten persoon van de kerk van Esch en heeft verklaard dat in dit papier zijn besloten testamet is opgeborgen en hij wil dat dit na zijn dood wordt geopend, getuigen Jan Niclaes Goossens en Willem Michiel Verbeeck als schepenen, Door hen ook ondertekend. Stemt overeen met het origineel. Quod attestor C. van de Nouwlant secretaris. 1633.
Datering:
25-09-1631
Pagina:
121v
Soort akte:
Testament
Plaats:
Boxtel
Toegangsnummer:
392
Inventarisnummer:
94
Bron:
Schepenbanken
Geografische namen:
 
 
 
 
 
thumbnail
Schepenakte296a [VERVOLG AKTE] Nog vermaak ik aan Maijken een jaarlijkse rente van 17 stuivers zolang ze leeft, te betalen in Den Bosch en is gegarandeerd door Philips van Ham, welke rente ik op de zelfde datum als voor heb verkregen voor schepenenn van Den Bosch. Verder vermaak ik Maijken zolang ze leeft een huis met tuin etc. gelegen te Boxtel onder Cleijnder Liemde maart als ze komt te huwen na dood van mij testateur, zal in dat geval alle genoemde bezit direkt toekomen aan mijn erfgenamen. van vaders en moederskant, waarbij de dode partij met de levende zal delen. Alle bezit waarover ik nog niet heb beschikt en ook het bezit voor Maijken na haar dood na te laten komt toe aan mijn erfgenamen en ik benoem daarin als zodanig Catharijn dochter van Jan Joesten Ariens die zal delen met de kinderen van de broers en zusters van haar vader, als die er dan zijn van mijn vaderskant zijnde van Jan Ariens, en te denle met de kinderen van de zuster van mijn moeder zijnde Catherina Janssen als ze leeft waarbij de dode partij met de levende zal delen en ik benoemd hen als mijn universele erfgenamen. De hierna genoemde uitvoerders moeten van hun beheer rekenschap aan genoemde Maijke Goossens van Berckel afleggen en daarna zal van al wat er overschiet het worden belegd in rentes ten behoeve van Maijke Goossens die daarvan het vruchtgebruik krijgt. en waarvan de erfgenamen het erfrecht krijgen. Als de uitvoerders na aftrek van de kosten en mijn schulden daarvoor niet genoeg overhouden, mogen ze zoveel schuld op mijn bezit opnemen totdat zulks wel mogelijk is. Als iemand van mijn vrienden of familie bezwaar tegen dit testament heeft sluit ik die verder uit met 3 gulden. en gaat dat erfdeel naar de arme Clarissen te Boxtel. voor het derde deel, de H. Geest van Esch een derde deel en genoemde Maijken Goossens ook een derde deel en de erfgenamen kunnen dat legaat aflossen tegen 100 gulden voor elk lopenzaad land van mijn bezit.
Vervolg:
Als uitvoerders van mijn testament benoem ik de heer Gijsbrecht de Roij en heer en meester Antonis de Roij, kanunnik te Boxtel, beiden priesters zijnde en mijn neven en ik geef hen volmacht om mijn bezit verkopon naar hun goeddunken alles alsof ik daarbij zelf aanwezig zou zijn. Daarvoor krijgen ze 12 gulden eens uit mijn erfenis voor hun bemoeienis. Ik behoudt het recht mijn testament te mogen wijzigen. Ik heb dit testament persoonlijk geschreven en ondertekend en voorzien van mijn cachet. Aldus : Caspar van der herstraten, persoon en pastoor te Esch. (Geopend en voorgelezen aan de erfgenamen op 13 januari 1633, getuigen meester Peter van Limborch stadhouder van de baronie van Boxtel, Cornelis van de Nouwlandt seceretaris te Boxtel en Cornelis Lemnius.
Datering:
17-09-1631
Pagina:
118r
Soort akte:
Testament
Plaats:
Boxtel
Toegangsnummer:
392
Inventarisnummer:
94
Bron:
Schepenbanken
Geografische namen:
 
 
 
 
 
thumbnail
Schepenakte296 In de naan van d eheer Amen. Ik, heer Caspaer Janssen van der Herstraten persoon en pastioor van de kerk in Esch onder het bisdom van Den Bosch, verklaar op 17 september 1631 mijn testament op te willen maken, in de inductie van onze paus heer Urbanus de VIIIste in diens negende jaar van diens pausschap. Ik overdenk het woord van de profeet Isaias zeggend bereid u voor op de dood want gij moet sterven etc. Ik ben gezond van lijf en leden en in het bezit van mijn verstand en heb na rijpe oerwegingen als volgt mijn testament gemaakt met goedkeuring daarin van onze bisschop van Den Bosch, wijlen de heer Nicolas 's Hoest. d.d 1 december 1622. en ik wens dat dit als zodanig zal worden uitgevoerd zoals eenieder zijn laatste wil mag maken, ook al zou dit testamennt op sommige punten strijdig zijn met andere recht of gewoonte etc- Ik herroep alle eerdere testamenten en ik beveel mijn ziel zodra ik ben overleden aan bij onze schepper en diens moeder Maria. Ik wil dat mijn lichaan in de kerk van Esch wordt begraven in het koor daar, welke plek ik daarvoor heb gekozen en aangekocht, zoals blijkt uit de afrekening van de kerkmeesters daar. Ik wil dat ik een behoorlijke uitvaart zal krijgen na mijn status en dat op mijn graf een zerksteen wordt gelegd met daarop mijn naam en die van wijlen mijn moeder Marie Janssen die op 31 september 1620 is overleden. Men zal voor mijn zieleheil 500 missen opdragen. Ik vermaak voor mijn jaargetijde aan het kapittel te Boxtel of aan het klooster van de arme Clarissen daar of waar mijn uitvoeders zulks wensen te doen, 42 gulden eens voor mijn jaarlijkse zielemis. Ik vermaak aan de rector van de kapel op het kasteel van Heeswijck 6 gulden eens om te dienen voor die kapel, aan de kerk van Boxtel en de kerk van Esch vermaak ik elk 20 gulden eens. Nog vermaak ik aan het klooster van de arme Clarissen in Boxtel en de H. Geest te Esch elk 10 gulden eens. Ik vermaak aan Maijken.Goossens van Berckel zijnde mijn petekein den dienstmaagd
Vervolg:
voor haar trouwe diensten in plaats van haar huur, als ze mij tenminste tot mijn sterfdag zal dienen, mijn beste bed met toebehoren, de beste koets naar haar keuze, alle linnengoed, nieuw en oud pellenstof, gesneden of ongesneden zijnde, gefatsioneerd of niet gefatsioeneerd, waarme ze haar eigen vrije wil mag doen wat ze wil. Noig vernmaak ik aan de zelfde Maijken voor zolang ze leeft, de beste tafel met het buffet, de beste kist, de beste twee hoogstoelen met twee lage stoelen, alle houtwerk en alles wat Maijke wil gebruiken. Ik vermaak haar zolang ze leeft een grote koperen vleespot of ketel, een vuurpan, de koperen sierpot, een houtketel zonder ijzeren haal, met nog een ketel, een ijzeren klein keteltje en een koperen doorslag, twee koperen kandelaars, een ijzeren haal, lenkhaal, een voutheugel, een tang, twee brandijzers, een hangijzer, een asemmer, een rooster, de grootste braadpan, twee gescheelde drinkpotten, twee gescheelde stoopkens naar haar keuze. Nog vermaak ik haar het vruchtgebruik van de beste tinnen schotels, een tinnen zoutvat, drie tinnen kommetjes, een half dozijn tinnen antwerpse tellioren, met zoveel lepels, twee zilveren lepels, een zilveren beker, een zilveren schaaltje, een zilveren zoutvat, een gouden ring met een doodshoofd. Verder vermaak ik haar het conterfeitsel van mij als testateur en van mijn moeder, (portretten) om in haar raam te zetten, met nog het avondmaal en de driekoningen die na haar dood op mijn moeders graf in de kerk van Esch geplaatstst zullen worden. Genoemde Maijken mag al deze spullen zolang ze leeft gebruiken en alhetgeen ze na haar dood nog over heeft en niet is versleten moet door haar erfgenamen worden teruggegeven aan mijn familie en erfgenanen van mijn beider ouders, waarbij de dode partij altijd met de levende zal delen. Ik wil dat als Maijken komt te huwen dat in dat geval alle meubels, legaten en goederen die ik haar ter beschikking heb gegeven, direkt zullen versterven op mijn erfgenamen etc.
Vervolg 2:
ook de dode partij met de levende te delen. Nog vermaak ik aan Maijken 100 gulden eens en een malder rogge waarmee ze naar keuze mag handelen, verder alle kosten en etenswaren die na mijn uitvaart zullen overblijven. Verder vermaak ik aan Walburg dochter van Dirck Aert Toelincks zijnde mijn petekind als echtgenote van Geraert Ariaens van Sutphen als gedachtenis een gouden sierteken? Ik vermaak aan Jan Janssen van de Bichelaer smid te Eschals zijnde mijn neef en vontpeter, een huis, tuin en akkerland staande en gelegen te Esch aan de kerk, waar deze Jan nu al woont, mnaar hij moet daaruit wel alle lasten en chijnsen betalen en ook de achterstand ervan ten tijde van mijn overlijden, maart ik resverveer in mijn sterfhuis alle eiken bomen die door mijn uitvoerders zullen mogen worden verkocht tegen de beste prijs. Ik vermaak aan de zelfde Maijken Goossens van Berckel zijnde mijn petekein den dienstmaagd zolang ze leeft 3 verschillende rentes, elk van 12 gulden per jaar aflosbaar met 600 guldens, te betalen door Jan Goessens van Berckel zijnde de broer van genoemde Maijken wonend te Dursen (Deurne) bij Helmond. Als Maijken begeert na mij dood tot geestelijke status te komen of zich wil aansluiten bij een geestelijke vergadering, wil ik dat ze in ieder geval de helft van de genoemde rentes in eigendom qua erfrecht te hebben om daarmee naar eigen keuze te mogen handelen en de andere helft van de 3 rentes na dood van Maijken zal versterven op mijn erfgenamen. Verder vermaak ik aan Maijken zolang ze leeft een rente van 3 gulden per jaar, te betalen uit onderpanden onder Woensel op Weijelsfort (is Meijeslfort), welke rente ik voor schepenen van Den Bosch heb verkregen op 20 september 1625. Nog vermaak ik aan Maijken zolang ze leeft een jaarlijkse rente van een mud rogge maat van Oirschot, welke pacht ik voor schepenen van Den Bosch heb verkregen op 20 september 1625.
Datering:
17-09-1631
Pagina:
118r
Soort akte:
Testament
Plaats:
Boxtel
Toegangsnummer:
392
Inventarisnummer:
94
Bron:
Schepenbanken
Geografische namen:
 
 
 
Pagina: 1
U heeft verfijnd op:
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS