Illustre Lieve Vrouwe Broederschap

In 2009 is een deel van het archief van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap gescand. Deze scans zijn via de website van het BHIC te bekijken. Het gaat om de Jaarrekeningen 1329-1620 (inv.nrs. 116-141), de Wapenboeken 1318-2009 (inv.nrs. 146, 211 en 570) en de Koorboeken vervaardigd tussen 1529-1587 (inv.nrs. 152-158 en 160-161). Je kunt dus op internet als het ware bladeren door de originelen. In de rekeningen en wapenboeken kun je bovendien zoeken op namen die daarin voorkomen.

Hieronder wordt uitgebreid ingegaan op de gescande registers, het zoeken in de index op de rekeningen en de geschiedenis van de broederschap.

Wat zit er precies in de database?

Een deel van het archief van de Broederschap is gescand en via de website van het BHIC te bekijken. Het gaat om de Jaarrekeningen 1329-1620 (inv.nrs. 116-141), de Wapenboeken 1318-2009 (inv.nrs. 146, 211 en 570) en de Koorboeken vervaardigd tussen 1529-1587 (inv.nrs. 152-158 en 160-161). Op de rekeningen en wapenboeken is een index gemaakt. Daardoor is het mogelijk te zoeken naar specifieke personen die in de rekeningen en wapenboeken genoemd worden. Alleen op de koorboeken is geen index gemaakt.

De gescande registers

Voorbeeld van een koorboekKoorboeken zijn groot formaat muziekboeken, vaak handgeschreven, maar ook wel gedrukt. Het koorboek werd zo op een lessenaar opgsteld, dat het hele zangkoor er zicht op had bij het zingen bij de liturgie. Zo kon men met één exemplaar van de muziek volstaan. De gescande koorboeken van de Broederschap dateren uit de zestiende eeuw. Ze bevatten polyfone (meerstemmige) kerkmuziek en zijn soms mooi versierd met kleuren en tekeningen in de marges. Er zijn twee gedrukte exemplaren bij.

Bekijk de koorboeken

 

Voorbeeld van een wapenboekDe wapenboeken van de Broederschap bevatten de familiewapens der gezworen broeders, vanaf 1318 tot op heden.

Zoek in de wapenboeken

 

 

 

 

 

 

 

Voorbeeld van een rekeningDe rekeningen vanaf 1329 tot 1620 bevatten de financiële verantwoording door de proost. Interessant aan deze rekeningen is dat daardoor ook iedereen die ingeschreven werd bij de Broederschap in de rekeningen voorkomt. De proost noteerde namelijk de namen van de leden vanwege de financiële verplichtingen (intredegeld, doodschuld). De jaarrekening liep van zaterdag voor het feest van Sint-Jan de Doper (24 juni) tot de zaterdag voor Sint-Jan het volgende jaar.

Zoek in de rekeningen

 

De index op de rekeningen

Omdat de rekeningen door de naamsvermeldingen een interessante genealogische bron vormen (was mijn voorouder lid van de Broederschap?), is er een index op naam gemaakt, waardoor men door alle rekeningen uit deze periode kan zoeken. De inschrijving van leden, de naam dus, staat in de kolom “rekeningpost” van de index. Aangezien de proost soms ook titel, beroep of functie vermeldde, zijn die opgenomen in de volgende kolom. Soms noteerde de proost een plaats van herkomst van het nieuwe (of gestorven) lid. Voor zover aanwezig staan ook die plaatsnamen in hun eigen kolom. Indien hier niets staat vermeld en het is na 1450, dan betreft het bijna altijd de plaats ’s‑Hertogenbosch.

De laatste kolom is die van de soort betaling. Dat is meestal intredegeld of doodschuld. Er waren echter ook achterstallige betalingen, proosten die inkomsten vergaten aan te tekenen, doodschulden die geheel of gedeeltelijk al voor het daadwerkelijk overlijden betaald werden en andere uitzonderingen.

Goed om te weten

Bij het zoeken in de index moet de gebruiker met een paar dingen rekening houden. Men kan zoeken op:

  • naam
  • beroep, functie of titel
  • plaatsnaam
  • jaar of periode

of met een combinatie van deze zoekmogelijkheden. Voor een goed begrip van hoe deze index in elkaar zit, de volgende opmerkingen over hoe er bij het maken van de index te werk is gegaan:

  • Namen
    De namen van alle leden zijn precies zo getranscribeerd als ze in de rekeningen staan geschreven, met een paar aanpassingen. De interpunctie, de woordscheiding en het hoofdlettergebruik zijn gemoderniseerd, de letters u, v en w zijn genormaliseerd en het onderscheid tussen c en t is bij sommige schrijvers onduidelijk.
  • Beroepen, functies, titels
    Deze zijn zoveel mogelijk genormaliseerd en vertaald naar moderne begrippen. Ze zijn als filter op de zoekpagina beschikbaar. Er zijn uitzonderingen, namelijk waar het niet mogelijk was een bepaald beroep te herkennen. In die gevallen is de originele vorm gebruikt. In een aantal gevallen is het niet altijd duidelijk of we te maken hebben met een werkelijke beroeps- of functieaanduiding of eigenlijk met een vast onderdeel van iemands (achter)naam. Daar is ruimhartig mee omgegaan. Hierin kunnen dus onjuistheden zijn geslopen, die alleen door nader onderzoek aan het licht zullen komen. De titel ‘heer’ duidt op adellijke of geestelijke stand.
  • Plaatsen
    De plaatsnamen zijn genormaliseerd (de Graaff is Grave geworden, Swol Zwolle). Bij onduidelijkheden (is Groeningen nu Groeningen bij Boxmeer of Groningen; is Trajectum nu Utrecht of Maastricht?) zijn beide mogelijkheden gegeven. Namen van instellingen (het klooster van Hooidonk, de abdij van Berne) zijn niet bij de plaatsaanduidingen opgenomen. Ze zijn letterlijk overgenomen bij de persoonsnaam in de kolom Rekeningpost.

    Bij plaatsaanduidingen in de rekeningen is het niet altijd duidelijk of die de herkomst van de persoon aangeven. Kwam Jan Willemszoon van Amsterdam uit Amsterdam of héétte hij gewoon zo? We hebben er bij het maken van de index voor gekozen om een plaatsaanduiding voorafgegaan door ‘van’ te beschouwen als (onderdeel van de) achternaam. In alle andere gevallen hebben we gekozen voor plaats van herkomst en staat dat dus in de kolom Plaats.

    Let op: de index zal op dit punt dus onjuistheden bevatten! Bij de vermelding Jan Willemszoon van Amsterdam zal van Amsterdam in de index als achternaam zijn opgenomen, maar nader onderzoek zou uit kunnen wijzen dat het hier in werkelijkheid om de plaats van herkomst gaat. Bij het maken van de index kon dit onderzoek natuurlijk niet voor iedere persoon gedaan worden, vandaar de gemaakte keuze, zoals toegelicht. Dergelijke gebleken onjuistheden kunnen worden doorgegeven via de link 'reageren op akte' die bij iedere inschrijving beschikbaar is.

  • Datering
    De jaren geven de rekeningjaren aan. Maar zoals gezegd: het rekeningjaar liep voor de Broederschap van juni tot juni. Het jaar “1500” in de kolom Jaar betekent dus dat het gaat om de rekening die loopt van de zaterdag vóór 24 juni 1500 tot aan de zaterdag vóór 24 juni 1501.
  • Soort betaling
    De aanduidingen voor het soort betaling dat in de rekening is opgenomen, zijn in de index genormaliseerd. Het meest voorkomend zijn “intredegeld” en “doodschuld”. Maar er waren ook achterstallige betalingen, proosten die inkomsten vergaten aan te tekenen, doodschulden die geheel of gedeeltelijk al voor het daadwerkelijk overlijden betaald werden en andere uitzonderingen. Er is geen zoekmogelijkheid op de gegevens in deze kolom.

Geschiedenis van de broederschap

Rond 1300 vormde zich in 's-Hertogenbosch een groep geestelijken (clerici) en geestelijken in opleiding (scolares) rond de verering van Maria in de Sint-Janskerk. In 1318 kreeg deze groep een officiële status als broederschap, met goedkeuring van de bisschop van Luik, die tevens regelingen voor de vieringen vastlegde. Deze broederschap van Onze Lieve Vrouw had een eigen kapel in de Sint-Jan. Naast het vieren van diensten daar organiseerden de broeders de jaarlijkse Mariaprocessie, waarin ze hun eigen - helaas verloren gegane - Mariabeeld meevoerden. De Broederschap stond onder leiding van twee proosten, die jaarlijks op zaterdag voor het feest van Sint-Jan de Doper (24 juni) gekozen werden. Voor het lidmaatschap betaalden de leden bij aanvang intredegeld en na hun dood de zogeheten doodschuld. Ook betaalden ze nog eens bij een belangrijke maatschappelijke bevordering. Om het saamhorigheidsgevoel te bevorderen at men gezamenlijk. Eerst gebeurde dat bij de individuele leden thuis en vanaf 1483 in het huis dat de Broederschap had geërfd van medebroeder Gijsbert van der Poorten. Dat huis stond in de Hinthamerstraat vlakbij de Sint-Jan.

Vanaf 1371 konden ook leken, zowel mannen als vrouwen van binnen én buiten de stad, lid worden. De leden van de kerngroep heetten vanaf die tijd “gezworen broeders” (iurati). De niet­gezworen leden of “buitenleden” werden geworven door zogenaamde provisoren, een soort van plaatselijke of regionale agenten. Deze provisoren inden de intredegelden en de doodschulden. De leken profiteerden door hun opname in de Broederschap wel van alle daaraan verbonden voordelen (aflaten), maar hadden niet de verplichtingen van de gezworen broeders inzake de vieringen in de Sint-Jan of deelname aan de maaltijden. Eens per jaar ontvingen ze, net als de gezworen broeders, een kaars om op Maria Lichtmis (2 februari) te branden. De gezworen leden van de Broederschap waren vaak belangrijke lieden. Een groot deel van de elite van de stad was gezworen broeder: schepenen, notarissen, stadssecretarissen, juristen etc. Op den duur werd de eis dat een gezworen broeder de status van clericus moest hebben overigens steeds minder dwingend.

Een nieuw instituut binnen de Broederschap was dat van Zwanenbroeder. Vanaf 1384 kwamen er zwanen op tafel bij de gezamenlijke maaltijden van de gezworen broeders, meestal geschonken door de hoge adel. Deze schenkers kregen sinds 1488 de naam Zwanenbroeder. Op deze wijze konden edellieden van binnen en buiten de stad lid worden van de steeds prestigieuzere Broederschap, die eind 15e-begin 16e eeuw mateloos populair werd ten gevolge van de ruime aflaten die verdiend konden worden door haar leden en bezoekers van haar kapel. Korte tijd later werd het schenken van een zwaan losgekoppeld van de titel Zwanenbroeder. Officieel konden sinds 1520 slechts vier personen tegelijkertijd Zwanenbroeder zijn en moesten ze uit de stad afkomstig zijn. Deze regeling verwaterde echter spoedig.

De tweede helft van de zestiende en de eerste helft van de zeventiende eeuw betekende voor de Broederschap een tijd van overgang. Het aantal buitenleden liep drastisch terug en de opkomende nieuwe religie verstoorde de Broederschap danig. De val van 's-Hertogenbosch in 1629 luidde voor de Broederschap een nieuwe tijd in. Omzichtig kon de Broederschap voortbestaan door te beweren geen kerkelijke instelling te zijn. Hun kernactiviteit, de Mariaverering, werd stopgezet. Het instituut van buitenleden, dat zijn hoogtepunt kende rond 1500 en in de loop van de zestiende eeuw al sterk in betekenis afgenomen was, verdween geheel.

Hulp nodig?

Heb je vragen? Je kunt altijd contact met ons opnemen, telefoon 073-6818500, e-mail vragen@bhic.nl en chat. Je kunt je vragen ook stellen op ons forum voor historisch onderzoek en genealogie: www.bhic.nl/forum

Meer weten?

  • A.H. Schuttelaars, Heren van de Raad. Bestuurlijke elite van ’s-Hertogenbosch in de stedelijke samenleving 1500-1580 (Nijmegen 1998)
  • G.C.M. van Dijck, De Bossche optimaten. Geschiedenis van de Illustere Lieve Vrouwebroederschap te ’s-Hertogenbosch, 1318-1973 (Tilburg 1973)

Snel zoeken

Zoeken op naam, plaats, jaar etc.

Zoek naar leden

Wat zit er in?

Rekeningen met ingeschreven leden vanaf 1329 tot 1620, wapenboeken met familiewapens van gezworen broeders vanaf 1318 tot heden en koorboeken van de 16e eeuw van de broederschap