i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Boxmeer
Tags:

Boxmeerse kleermaker en een beursje met 59 gulden

vertelde op 4 november 2016 om 14:00 uur

Willem Hendriks uit Sint Agatha was behalve slechtziend ook nog eens niet de slimste. Die conclusie mogen we 160 jaar later wel trekken. Want was dat nou verstandig, om met een beurs – zo heette een portemonnee in die tijd – met daarin 59 gulden naar de herberg te gaan?

Jan Luyken, Dronkenschap en Gulzigheid leiden naar de hel, 1699 (detail)

Die 59 gulden, als we die omrekenen naar de euro’s van tegenwoordig en als we ons vervolgens door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis laten vertellen welke waarde dat bedrag anno 1856 vertegenwoordigde, dan komen we uit op 1.189,20 gulden oftewel 539,63 euro. Wie gaat daar vandaag de dag mee naar de kroeg?

Hendriks was nog dommer dan we al denken. Want hij schepte ook nog eens flink op over die gevulde beurs van hem. Nog wel tegen Antoon Oudshoorn (31), een kleermaker uit Boxmeer. Dezelfde Oudshoorn die zich een jaar eerder voor de rechters in Den Bosch moest verantwoorden voor vermeende oplichting. Toen ontsprong Oudshoorn de dans, hij werd vrijgesproken. Maar het is dezelfde kleermaker die, op de dag dat Willem Hendriks in een herberg in Oeffelt staat te pronken met zijn beurs, amper veertien dagen op vrije voeten is. De Boxmeerse kleermaker heeft er een maand celstraf opzitten omdat hij in een café in Mill iemand in elkaar heeft geslagen. Toen twee marechaussees hem daarvoor wilden arresteren, gaf hij die ook nog een paar flinke tikken. Geen heilig boontje, die Oudshoorn.

Op de avond van 24 juli 1856, als Hendriks met zijn dikke portemonnee naar de herberg in Oeffelt gaat, drinkt hij met Oudshoorn de nodige glazen. Op een gegeven moment stommelen de twee naar buiten. Hendriks nodigt zijn drinkmaatje uit om in Sint Agatha een kop koffie te komen drinken. Onderweg gaat het fout, als we het relaas dat Hendriks in december 1856 tegen de rechters in Den Bosch vertelt, mogen geloven. Op een gegeven moment leidt de kleermaker de slechtziende Hendriks een korenveld in en slaat hem daarna tegen de grond. Hij gaat er dan vandoor met de gevulde beurs.

Hendriks doet aangifte tegen Oudshoorn en op 4 december komt de zaak voor in Den Bosch. Het openbaar ministerie trommelt niet minder dan elf getuigen op. Ze hebben die avond óf Hendriks gezien, óf Oudshoorn, en sommigen ook de twee dronken mannen gezamenlijk. Maar niemand heeft gezien dat de kleermaker de slechtziende Hendriks het korenveld in heeft gelokt, laat staan dat iemand gezien heeft dat Hendriks werd geslagen of bestolen. En dus wordt Antoon Oudshoorn, die alles ontkent, vrijgesproken. En heeft Hendriks een duur lesje geleerd.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 14 december 2015 om 09:58 uur

De Rijdende Rechter van 1834

vertelde op 2 mei 2016 om 21:08 uur

Celstraf voor uitgever Boxmeers Weekblad