i

Dagboek van Jan de Quay 3 (25 sept. - 1 okt. 1944)

vertelde op 28 augustus 2019 om 11:44 uur

Vanaf 8 september 1944 hield politicus Jan de Quay een dagboek bij. De eerste twee delen daarvan bestrijken de laatste maanden van oorlog en bezetting in Nederland. Ze lopen tot respectievelijk eind januari en halverwege mei 1945, kort na de bevrijding.

Inleiding

Aanplakbiljetten die de bevrijding van Nederland aankondigen. De proclamaties zijn ondertekend door Dwight Eisenhower, opperbevelhebber van het Geallieerde Expeditieleger (links), de burgemeester van Oss (bekendmaking rechtsboven) en koningin Wilhelmina (rechtsonder). De foto werd gemaakt bij het pand van de familie Kocken. Oss, Molenstraat, 25 september 1944. (Foto: Leo van den Bergh, bron: BHIC, coll. gemeente Oss/Stadsarchief, id.nr. BCO010384)Op dinsdag 26 september noteerde De Quay: ‘Toestand in Arnhem schijnt critiek.’ Maar het was erger dan dat. De slag om Arnhem was op dat moment al voorbij. De airbornes bij de Rijnbrug hadden al op donderdag 21 september gedecimeerd en uitgeput de strijd moeten staken. De hoofdmacht van de Britse 1ste Luchtlandingsdivisie vocht nog enkele dagen wanhopig door in Oosterbeek. In een bruggenhoofd van zowat twee kilometer diep en één tot twee kilometer breed werden ze daar door de Duitsers in een ijzeren greep gehouden met onophoudelijk vuur van tanks, mortieren en houwitsers, van raketwerpers en luchtafweergeschut. De situatie werd steeds hopelozer. Op maandag 25 september, negen dagen na het begin van de operatie, viel het besluit om het bruggenhoofd te ontruimen en de mannen zo mogelijk terug te nemen over de rivier. Die nacht, terwijl het hevig woei en de regen met bakken uit de hemel kwam, werden de airbornes met boten overgezet. Minder dan een kwart van de mannen die in de week ervoor bij Arnhem geland waren, wist uiteindelijk te ontkomen.

De strijd om de bruggenhoofden bij Arnhem was daarmee gestreden, operatie Market Garden was mislukt. De reusachtige inzet van de geallieerden had geen ander resultaat opgeleverd dan een smalle strook bevrijd gebied van de Belgische grens tot in de Betuwe, een uitstulping in het front zonder noemenswaardig strategisch belang. De Britse maarschalk Montgomery had gegokt en verloren. Om zelfs maar het Zuiden van Nederland te bevrijden, zouden zijn troepen nog enkele maanden lang felle strijd moeten leveren. 

Generaal Kruls in zijn werkkamer, 1946 (foto: Willem v.d. Poll. Bron: Nationaal Archief, fotonr. 254-2256; publiek domein)

In het dagboek is deze week voor het eerst – zij het slechts terloops – sprake van een instantie die een hoofdrol zou gaan spelen in bevrijd gebied en die daarbij ook een beroep zou doen op de diensten van De Quay. Om de risico’s van een machtsvacuüm zoveel mogelijk te beperken had de regering in Londen besloten een bestuurlijke voorpost in te stellen in de vorm van het Militair Gezag, iets waar overigens niet alle ministers even gelukkig mee waren. Anders dan de naam en de structuur van de organisatie suggereerde, ging het voor een belangrijk deel om geüniformeerde Nederlandse burgers, die een spoedopleiding in Londen hadden gevolgd. Voor het merendeel waren ze gerekruteerd uit leidinggevende kringen van Nederlandse bedrijven in Londen, daaronder ook familieleden van Jan de Quay. De staf onder leiding van generaal Hendrik J. Kruls, een beroepsmilitair, streek neer in Brussel, in de nabijheid van het geallieerde hoofdkwartier waaraan hij ondergeschikt was en waarvan hij zich ook afhankelijk wist. Van daaruit werden de militaire commissarissen aangestuurd die na gehele of gedeeltelijke bevrijding in elke provincie werden aangesteld. Deze voerden op hun beurt weer het bevel over districts militaire commissarissen. Zo ging het Militair Gezag in het bevrijde Zuiden de lakens uitdelen. De mannen van de OD werden in eerste instantie aan de kant geschoven en gereduceerd tot een soort van hulppolitie. Door de bundeling van het Nederlandse verzet in de Binnenlands Strijdkrachten onder prins Bernhard gingen ze bovendien ook op in een veel ruimer verband.

Met een andere terloopse opmerking, namelijk dat de jezuïet Kees Minderop, die hij bezocht in het klooster Mariëndaal bij Velp, ‘aan de kant van de jongeren stond’ verwijst De Quay naar een aangelegenheid die hem in de komende maanden nog intensief zou bezighouden. Dat was de politieke en maatschappelijke vernieuwing van Nederland, waarvoor hij zich al lange tijd had ingespannen. Hij hoopte vurig dat die nu, na de bevrijding, definitief zou doorzetten.

Dagboek

25 September. Maandag

’s Morgens met de jongens hout gehakt voor den winter, want de stook blijft een zorg. – ’s Middags met Ruud, Rutger en Cas naar Grave alwaar over de brug de zweefvliegtuigen bezichtigd. Het was heel interessant. Ruime, lichte toestellen. De neus kan men openklappen. Er gaan 20 man in, of lichte auto. – Bergruimte is ±1.70 M. breed, 4 M. lang en 2 M. hoog. – De jongens genoten, spraken met Engelsche soldaten enz. – Teruggaande zagen we luchtgevechten. Het bleef rommelen in alle richtingen. De aanvoerweg bij Veghel was weer verbroken door de Duitschers. Het blijft een harde strijd. – ’s Avonds kwam van Boekel terug van particuliere verkenning. Oploo, Gemert en Boekel zijn bevrijd; hij zag er sterke Engelsche colonnes. Dat zal richting Boxmeer gaan, en geeft meerdere aanvoerwegen. – Uit Beek nog geen bericht. –

26 September Dinsdag

Mijn plan naar Nijmegen te gaan voor Moeders verjaardag stelde ik uit én omdat Maria ongesteld was, én omdat het uit het Zuiden opdringende Engelsche leger gevechten (op kleinere schaal) in de Maasbocht, dus ook in Beers, mogelijk maakt. – Radio berichtte de bevrijding van Beek. – ’s Middags alleen naar Grave. Indrukwekkend gezicht: over de wegen honderden groote vrachtwagens vooral richting Nijmegen, met materiaal, dus aan- en afvoer. – In de lucht zwermen transport toestellen die vlak achter Grave daalden (waarschijnlijk luchttroepen uitlieten) en weer opstegen (Waar ze zoo spoedig een landings- en startplaats maakten?). Daarboven honderden jagers van alle typen, die enkele malen in luchtgevechten verdedigend moesten optreden. – ’t Was fantastisch. – En als men deze macht ziet, dan zegt men “’t front maar ergens een deuk krijgen, maar de zaak is safe”. – Toestand in Arnhem schijnt critiek. Elst door de Duitschers hernomen. –

’s Avonds bezoek van Ad Raymakers, van de Brigade Irene. De jeugd vond het prachtig. Als student bouwde hij mee aan onze Mariakapel. Ruim een jaar geleden kwam hij via Spanje in England aan. Nu zit hij in de Brigade (verkenningsafd.). Hij vertelde veel over Amerika (machtsstreven en invloed van de geld- en industriewereld); van het leger (nog te veel de oude geest) van Franco en het politieke katholicisme, en honderd andere dingen. Hij had zich zeer goed ontwikkeld. – En toch als men dit alles hoort en overweegt, dan gaat men wel wanhopen aan de toekomst, zelfs aan de kracht van het Christendom, omdat het door ons menschen zoo slecht, zoo oneerlijk, zoo weinig trouw wordt beleefd. – Dan krijg je de neiging om je uit alles terug te trekken …. toch zal ik het niet doen. – Doe je best en laat het verder over aan de voorzienigheid. – Ook krijg je weer vrees voor een vooraanstaand baantje …. want al die menschen worden verwaand. – Ik merk zelf, hoe moeilijk het is in de maalstroom van de geweldige gebeurtenissen om ons heen, het niveau van eenig geestelijk leven te bewaren.

27 September Woensdag

Het landings bruggenhoofd over de Rijn ging voor de geallieerden verloren en daarmee moesten zij het grootsche plan opgeven om Nederland in één run te nemen. Een groote tegenvaller; lange en misschien verwoestende strijd nu in ons land; belangrijke verliezen n.l. van een divisie (±7000) zijn 2000 over de Rijn teruggekomen. – De middag had ik noodig om mijn haar te laten knippen. In Mill zag de knip kans er na een uur wachten hopeloos uit; zooveel soldaten wilden hun kuif laten bijwerken en zooveel zorg besteden de barbiers er aan om een Downing-street-suit te bewerken. In St Hubert hetzelfde geprobeerd en na 1¼ uur wachten geslaagd. – Dus overal Engelschen. – Strijd in de omgeving van Boxmeer. De oranjezender gaf bij monde van Fabricius een somber verhaal over Arnhem. – Propagandistisch gezien zeer slecht, omdat nà de erkenning van de plaatselijke nederlaag, geen woord van opwekking volgde. – Deze Fabricius is waarschijnlijk meer kunstenaar dan leider. –

28 September. Donderdag

Hedenmorgen (na een nacht vol kanonvuur in vele richtingen, vooral Cuijk) bezoek van Pastoor Bemelmans uit St Hubert en Dr. Berger. – Bezoek gebracht bij van den Broek. – Het blijkt, dat niemand in St Hubert wist wie ik was. Men twijfelde tusschen een “Jood” en een “ondergronder”. De eerste won het. – Wij vernamen, dat Gerrit, als Majoor, in Uden lag en Moeder een bezoek had gebracht in Nijmegen. – Ik zal dientengevolge nog maar geen oordeel vellen over de nieuwe Nederlandsche weermacht. – De dag was verder rustig. De Engelschen kwamen Beers bezetten, hetgeen een plaatselijke beleving, bij ons het meest gedeeld door Jantje, die enthousiast van zijn spelen bij Tiels terugkwam. – Hij was vol verhalen , waar hij haast niet uit kon komen. Voor hem de geweldigste beleving van den oorlog. – Heerlijke onschuld. – Hij heeft er al allerlei plannen op gemaakt voor morgen. Hij zal de “Engelsche” appels gaan geven enz.. Mooi hem te zien als hij naar het dorp fietst, staande op de pedalen (hij kan niet bij het zadel), harde banden; de zgn fiets met het hangstuur. – Ruud werkte hard aan het brand-hakhout. Hij wordt wel flink en zelfstandig. – ’s Avonds om negen uur verschenen bij maanheldere lucht enkele Duitsche jagers, die ± een uur om de brug bij Grave bleven draaien in wijde bochten. – Lichtkogels en een regen van lichtspoor-munitie en ander afweer gaven een fantastisch vuurwerk te zien. Juist toen we de jeugd uit bed naar beneden wilden halen was het voorbij. –

29. September Vrijdag

Voor het eerst een rustige nacht en geen kanongebulder in de ochtend. Of het de stilte voor de volgende storm is ….? Toch mogen wij aannemen, dat deze hoek van de Maas nu bevrijd is, nu men volgens de B.B.C. de Maasoever van Cuijk tot 8 K.M. ten Zuiden van Boxmeer bereikt heeft. – Nelissen, die gisteren in Nijmegen was, vertelde, dat het daar nog erg onrustig was. Honderden trokken uit Nijmegen. De Oranjesingel was ontruimd; waar zitten ze nu? – Ik besloot mijn plan om heden naar Nijmegen te gaan even uit te stellen, omdat volgens hem niemand moest gaan voor wien het niet dringend noodzakelijk was. – ’s Morgens op bezoek bij van den Broek en Lamers (de vrouw is Bertha van Rooy; vroeger op de Retraite). Bij de laatsten veel oude verhalen opgehaald over vroegere generaties. Het is altijd aardig zulke menschen te hooren spreken over de goede oude tijd. – Bij thuiskomst als tolk – en tenslotte als leverancier opgetreden voor een drietal Engelschen inzake eieren, tomaten en appels. – ’s Middags kwam de jeugd enthousiast binnen: “er was inkwartiering bij Hendrix.” Ik weer mee als tolk. – Observatiegroep van artillerie met 2 tanks. – De jeugd genoot, bekeek en probeerde alles van boven tot onder. Wij konden gelukkig door de taalkennis wat hulp verlenen. – Het was goed te merken, dat, ofschoon de geest goed was, de jongens erg naar het einde verlangden; en de vrees kwam naar voren: “en als dit uit is, dan moeten wij natuurlijk naar Birma”. Maria gelukkig weer helemaal hersteld. – Hanna wat ziek, ondefinieerbaar; zij trekt zich de oorlog erg aan, lijdt er onder; voor de anderen is het interessant; Jantje b.v. vindt het prachtig; deze Engelsche vlak bij huis is voor hem de grootste heerlijkheid.

30 September, Zaterdag

Hedenmorgen na een rustige nacht met Maria naar Grave. Een poging om distributiepapieren voor mij te krijgen mislukte, omdat een persoon van de ondergrondsche begraven werd. Het had iets tragisch – comisch om te zien. De stoet met verkenners en oude notabelen met hooge hoeden, menschen van de O.D. in jacquet met helm en geweer, trekkend door de oude versleten stad, omgeven door menschen in oranje en langs de kant de burgers + soldaten van de Brigade Irene en Britsche Airbornes met hun wijnroode mutsen. – Maria gaf wol af aan het blindengesticht om wat te laten breien. – Toen bezoek gebracht aan Marieëndaal alwaar we pater C. Minderop troffen. Tot mijn groote vreugde bleek, dat hij aan de kant der jongeren stond. Hij had o.a. al bezoek gehad van Maj. van Everdingen, van Gerrit (van der Lande) ook Majoor voor milit. gezag bij den Commiss. van Overijsel. – Daarna naar de Fraters, waar Gerrit waarschijnlijk ingekwartierd was. – Hij was er twee dagen geweest, maar gevlogen, waarschijnlijk naar Nijmegen. – Waarom kwam je niet eens ons bezoeken op 10 K.M. afstand, Gerrit? = Toen we heden langs de kerk kwamen zagen we naast het graf van vader en oom Cas een tent met Engelsche soldaten. – Wat zullen deze oud-soldaten in hun graf – in den hemel gedacht hebben … gevraagd ook voor de bevrijding van ons vaderland!

’s Avonds bezoek van de ingekwartierden. Zes Engelschen, die wij te drinken gaven en wel wisky, hetgeen hen goed beviel, en die ons te rooken gaven. – ’t Was wel aardig de kerels onderling te hooren. Wat mij het meest beviel was én dat twee van de zes minstens belangstelling hadden voor het communisme, én dat zij objectiever en met minder haat over de Duitschers spraken dan wij én dat zij allen vreeselijk verlangden naar het einde van den oorlog.

1 October Zondag

Een regenachtige dag. Hij bracht toch weer zijn bijzonderheden. – Heel den dag in dubio of ik Maandag niet naar Eindhoven zou gaan. ’k Was eigenlijk juist besloten te gaan, toen we terugkomende uit het lof en van een bezoek bij de fam. Thyssen hoorden, dat er artillerie in onze omgeving werd opgesteld. – Toen stond het voor me vast, dat ik nog even thuis moest blijven, want schieten beteekent terugschieten. ’s Avonds tegen 9 uur meldde zich een art. kapitein aan met zijn adjudant. – Alles werd weer omgegooid. We zijn nu met 19 man in huis nl. wij met 8 kinderen, Marion Jurgens, Juf, Fien en Toon, 3 evacués uit Cuijk en 2 officieren. Deze laatsten kwamen nu in de beneden-voorkamer. Twee aardige, opgewekte menschen. We praten tot 12 uur, rookten hun cigaretten, en voor ik hen een glas cognac of zoo iets kon aanbieden, boden zij ons een flesch “69” aan, een liqeurachtige whisky. Heel smakelijk. Zij vertelden o.a. over de landing in Normandië; de gevechten bij Vire en Condé; over de distributie in England; over de artillerie en de methoden van geconcentreerd vuur; over de mogelijkheid een nieuw Nederl. leger op te bouwen uit ondergrondsche verzetsgroepen (?) enz… Een interessante en prettige avond. –

Foto's

Oss, 25 september 1944. Aanplakbiljetten die de bevrijding van Nederland aankondigen. De proclamaties zijn ondertekend door Dwight Eisenhower, opperbevelhebber van het Geallieerde Expeditieleger (bekendmaking links), de burgemeester van Oss (rechtsboven) en koningin Wilhelmina (rechtsonder). De foto werd gemaakt bij het pand van de familie Kocken in de Molenstraat. (Foto: Leo van den Bergh, bron: BHIC, coll. gemeente Oss/Stadsarchief, nr. BCO010384)

Generaal Kruls in zijn werkkamer, 1946 (foto: Willem v.d. Poll, bron: coll. Nationaal Archief, nr. 254-2256; CCO 1.0 Universal / Publiek Domein)

Maak een keuze

Verder naar week 4

Terug naar week 2

Homepage

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: