i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Breda
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Breda

vertelde op 31 maart 2009 om 11:11 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Breda te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Breda

Maandag, den 2den December 1895 bezocht ik de gemeente Breda, Acht dagen te voren had ik mijn bezoek geannonceerd; de Burgemeester kwam onmiddellijk naar Den Bosch, om met mij een en ander te bespreken en te regelen. Hij bood mij een dejeuner en een diner aan; het dejeuner nam ik aan, voor het diner bedankte ik. Vervolgens kreeg ik een telegram namens den gemeenteraad, om mij een diner aan te bieden (op kosten van de raadsleden) ik nam die uitnoodiging aan.

Ik had een rijtuig laten bestellen, om daarover te Breda te kunnen dispooneren; zoodra de burgemeester zulks vernam, moest dat worden afbesteld; hij zorgde voor een rijtuig, in de gemeente het eigen rijtuig van den wethouder Oukoop, buiten de gemeente (tocht naar de prise d’eau van de waterleiding) een huurrijtuig.

Om 8 uur 52 uit Den Bosch vertrokken, kwam ik te 9 uur 35 te Breda; aan het station werd ik opgewacht door den burgemeester en den secretaris, en door den eerste welkom geheeten. Burgemeester en secretaris (en later alle leden van den gemeenteraad) waren in rok. In twee open landauers (in de eerste de burgemeester en ik, in de tweede de secretaris en Claessen) reden we naar het gemeentehuis; daar vond ik een eerewacht van de schutterij, opgesteld aan den voet van het Raadhuis; des ochtends was die eerewacht onder commando van luitenant …, later onder commando van luitenant ….

In de vergaderkamer van B. en W. vond ik de wethouders Van Aken, Oukoop en ….; we bespraken verschillende gemeente-aangelegenheden en gingen daarna het gemeentehuis in oogenschouw nemen. Het gemeentehuis is veel te klein; reeds voor jaren werd een groot huis naast het stadhuis aangekocht, om voldoende terrein te verkrijgen tot het oprichten van een aan de eischen van de tegenwoordige behoeften beantwoordend stadhuis; vooralsnog ontbreekt het geld, om dat te bouwen en wordt het aangekochte pand verhuurd.

Paradeoefening voor de gebouwen van de Koninklijke Militaire Academie, 1903 (bron: Stadsarchief Breda)Paradeoefening voor de gebouwen van de Koninklijke Militaire Academie, 1903 (bron: Stadsarchief Breda)

De gemeente Breda heeft een zeer groot archief; het nieuw archief schijnt behoorlijk in orde. Het oud archief moet geheel geordend worden; sinds twee jaren werd op zijn verzoek de Heer dr. Corstens, leeraar aan het gymnasium, daarmede belast. Genoemde heer besteedt al zijn vrijen tijd aan dien arbeid; hij geniet daarvoor f. 200, waarmede hij tevreden is; de burgemeester vond, dat hij daarmede volstrekt niet behoorlijk betaald werd. Als een curiositeit werd mij ‘het houten boekske’ vertoond, dateerende van omstreeks 1650; oude handvesten en privilegiën zijn hierin afgeschreven.

Om half twaalf gingen we bij den burgemeester, - die ongetrouwd is en op kamers woont - ontbijten; het dagelijksch bestuur, Claessen en ik. Om twaalf uur begon de audiëntie; het eerst verscheen de bisschop met de pastoors; vervolgens de plaatselijke commandant met zijn adjudant; daarna de kolonel van het te Breda in garnizoen liggend regiment infanterie met zijn adjudant; daarna de gouverneur van de Militaire Academie. Vóór de militairen had ik nog de schutterij-officieren ontvangen. De audiëntie werd verder nog bezocht door een tal van autoriteiten en particulieren.

De Grote Kerk, voor 1900 (bron: Stadsarchief Breda)De Grote Kerk, voor 1900 (bron: Stadsarchief Breda)

Na afloop der audiëntie bracht ik een bezoek aan de groote kerk, alwaar zoovele historische personen begraven liggen. Tijdens de reformatie, en vooral later in den Franschen tijd is veel vernield en gestolen. Willem III deed een monument herstellen naar teekening van De Steurs. Het beroemde monument op de graven van ... is in goeden staat; de vier beelden, welke een zerk dragen, worden toegeschreven aan Michel Angelo, of althans aan diens leerlingen. In de kerk werd ik rondgeleid door eene commissie uit het kerkbestuur; er was een looper gelegd; ik moest mijn naam teekenen; op eene zichtbare plaats was een bus voor de armen geplaatst.

Van de kerk ging ik naar de ambachtsschool; daar werd ik door het bestuur ontvangen; ook hier moest ik mijn naam teekenen. Daarna werd de school in oogenschouw genomen. De fondsen voor de school en de kosten voor den bouw werden gevonden uit een legaat van wijlen dr. Van Cooth, een broeder van den gewezen griffier der Staten. De ambachtsschool is uitstekend ingericht; ongeveer 140 leerlingen worden hier onderwezen. De cursus duurt drie jaar; het is echt ambachtsonderwijs; men maakt van de jongens goede ambachtslieden, en geen toekomstige opzichters (gelijk zoo dikwijls op andere ambachtsscholen geschiedt). Als een cursus eindigt, en er dus jongens (leeftijd ongeveer vijftien jaar) afgeleverd worden, dan vechten de bazen er om, wie hen zal hebben; wel een bewijs, dat het onderwijs zeer geapprecieerd wordt, en in de goede richting gegeven wordt.

Na de ambachtsschool bezocht ik eene openbare armen-school (niet betalende kinderen); het onderwijs schijnt zeer goed. Wat mij vooral trof, was, dat er volstrekt geen schoolverzuim was. Toen ik daarover mijne verwondering te kennen gaf, werd mij medegedeeld, dat zulks ook weer te danken was aan een legaat van wijlen dr. Van Cooth: aan de drie kinderen in iedere klasse, welke het meeste hun best deden en het getrouwst op school kwamen, wordt aan het einde van het jaar eene som gelds uitgekeerd; in de hoogste klasse f. 17 aan ieder kind, in de lagere klassen telkens f.1,50 minder, dus respectievelijk f. 15,50, f. 14,- f. 12,50 enz.

De watertoren en het Wilhelminapark, 1918 (bron: Stadsarchief Breda)De watertoren en het Wilhelminapark, 1918 (bron: Stadsarchief Breda)

Na die school bezocht te hebben, reden wij naar de prise d’eau van de waterleiding ongeveer vijf kwartier buiten Breda; wat mij daar het meest frappeerde, was de filter om de ijzerdeelen uit het water te verwijderen. Vandaar reden we terug naar Breda, bezichtigden den watertoren, reden langs het nieuw aangelegde ‘Wilhelmina Park’ en gingen vervolgens naar het gemeentehuis terug. Het gemeentehuis was van boven tot onder geillumineerd met gas; de woorden ‘welkom’ en ‘C.d.K.’ kwamen zeer goed uit. Op de markt was een muziektent opgeslagen, waarin het schutterij-orkest een concert gaf.

Het diner werd in de raadzaal gegeven; ik zat tusschen den burgemeester (links) en den wethouder Van Aken (rechts). Tegenover mij zat de wethouder … . De burgemeester bracht de eerste toast uit op de Koninginnen, en zond daarvan eene telegrafische mededeeling naar Den Haag; er kwam in de loop van de avond een bedankje van den adjudant van dienst Van Tuyll. Vervolgens toastte de burgemeester op mij; ik bedankte hem; Van Aken dronk op den burgemeester; dr. Heijlaerts dronk op mij; ik bedankte nogmaals, en vertrok. Op de markt waren duizenden en duizenden menschen bijeen, die mij zeer toejuichten; de schutterij presenteerde nogmaals het geweer; ik inspecteerde nogmaals die eerewacht en reed vervolgens naar het station. Het was den heelen dag zeldzaam mooi weer; we konden steeds ‘open’ rijden, en dat op 2 December!

Burgemeester Ed Guljé, 1893-1906 (auteur: H.A. Hagen, bron: Stadsarchief Breda)Burgemeester Ed Guljé, 1893-1906 (auteur: H.A. Hagen, bron: Stadsarchief Breda)

Den 1 Juni 1900 bracht ik weer een bezoek aan Breda; om 7 uur 44 des voormiddags werd ik aan het station ontvangen door de burgemeester met diens secretaris. Met het rijtuig, waarvoor B. en W. hadden gezorgd, gingen de burgemeester en ik de grenzen zien, welke Breda gaarne zou hebben, en waartoe het administratief proces met Teteringen, Ginneken en Princenhage aanhangig is gemaakt. Mijn algemeene indruk bij dien tocht was, dat het hoognoodig is dat Breda zijn grenzen uitlegt, en dat Breda niet genoeg vraagt; althans aan de zijde van Ginneken en Teteringen. Ik vernam toen, dat de bewoners van den Teteringschen dijk geen water of licht krijgen, als Teteringen’s grootsche plannen verwezenlijkt worden, maar dat alleen de bewoners van den Zandberg geholpen worden.

Na de ontmanteling van Breda kreeg het Rijk vestinggronden als bouwterrein beschikbaar; B. en W. klaagden, dat het Rijk in die gronden speculeerde, en dat middelerwijl de menschen buiten Breda bouwden, omdat in Breda geen terrein te krijgen was, terwijl het Rijk zijn ongeveer twaalf hectare bouwterrein maar vasthield; volgens B. en W. zijn die twaalf hectare ongeveer een half millioen waard, nl. ongeveer f. 4 de meter. De burgemeester deelde mij mede, dat, als er meer grond aan den Teteringschen dijk geannexeerd zou worden, de woning van den wethouder dier gemeente op Breda’s territoir zou komen staan; dan was er al weer meer oppositie geweest.

Het in 1902 gebouwde gebouw van de HBS aan de Nassausingel, 1907 (bron: Stadsarchief Breda)Het in 1902 gebouwde gebouw van de HBS aan de Nassausingel, 1907 (bron: Stadsarchief Breda)

Op mijne audiëntie verscheen de directeur der burgerschool Mondt; met hem besprak ik de nieuwe burgerschool plannen; die school neemt, tengevolge van de buitenleerlingen, zeer toe; er zijn parallelklassen noodig voor de drie hoogste klassen. Die nieuwe school zal vermoedelijk spoedig haar beslag krijgen. De Heer Mondt hoopte die den 1 September 1901 te kunnen betrekken.

Kapitein Roelants kwam steun vragen voor zijne pogingen om de voorbereidende militaire oefeningen in de gemeente te doen slagen. De Commissaris van politie Vossenaer maakte zijn opwachting; de voorwaarden voor het verkrijgen van pensioen door politieambtenaren vanwege de gemeente zijn zoo bezwarend, dat hij zich daaraan niet heeft willen onderwerpen; hij zal dus eventueel geen pensioen hebben. Hij klaagt, dat hij niet genoeg politieagenten heeft, 27, plus 5 hoofdagenten plus 1 inspecteur plus 1 schrijver. De overste Cavaljé vroeg de benoeming van zijn zoon tot burgemeester van Almkerk.

Na de audiëntie kwamen de wethouders binnen, en zat ik met de Heeren Scheltus, Van Hal en Rombouts te praten, totdat ik moest vertrekken. De burgemeester bracht mij weer naar den trein; we stapten onderweg nog uit aan het 5 hectare mooie Valkenberg; mooie boomen, goed onderhouden gazons. Voor eene uitnoodiging van den burgemeester om te blijven ontbijten had ik moeten bedanken, omdat ambtsbezigheden mij te ’s-Hertogenbosch riepen.

Het raadhuis met aan de rechterkant het politiebureau, 1905 (bron: Stadsarchief Breda)Het raadhuis met aan de rechterkant het politiebureau, 1905 (bron: Stadsarchief Breda)

In 1543 brandde te Breda het Raadhuis af; toen is het tegenwoordige gebouwd; omstreeks 1890 was daar ook nog het kantongerecht gevestigd; dit is nu overgebracht naar het fraaie gebouw van de Rechtbank. Door het zich uitbreiden van den dienst is het gemeentehuis ook nu nog veel te klein is. Ik bewonderde eene mooie, sinds mijn vorig bezoek nieuw gebouwde kazerne, ten behoeve van twee bataillons infanterie; het exercitieterrein bij die kazerne is plusminus 30 hectare groot; daar worden ook de courses gehouden.

Den 29 April 1904 kwam ik weer in Breda. Ik had van te voren een bezoek aan Ginneken gebracht, en arriveerde om 12 uur 15 te Breda, alwaar ik door B. en W. met den secretaris ontvangen werd. De secretaris bleef voortdurend met B. en W. in mijn gezelschap; voor het onderzoek der gemeentelijke administratie scheen zijne tegenwoordigheid op de secretarie niet noodig. Onze gesprekken liepen in de eerste plaats over het aanhangige annexatie-ontwerp. In den Raad met groote meerderheid zestien tegen vier aangenomen, viel het in den dubbelen raad met veertien tegen zeven.

De toren van de Grote Kerk verlicht, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de KMA, 1903 (bron: Stadsarchief Breda)De toren van de Grote Kerk verlicht, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de KMA, 1903 (bron: Stadsarchief Breda)

Behalve Rombouts, die eene principieele oppositie voerde, was er niemand, die principieel tegen uitbreiding van Breda’s grenzen sprak; toch viel het plan!! de een vond, dat het plan te weinig gaf, volgens den ander gaf het te veel. Effen is kwaad treffen. In den Raad zijn twee socialistische raadsleden, nl. Visschers en Jacobi. Volgens B. en W. is de laatste, een gegageerd Indisch militair (f. 240 gagement) de beste; hij is bedaard, fatsoenlijk in zijn spreken, en apprecieert het goede, wat, naar zijn oordeel, door het gemeentebestuur verricht wordt. Geheel anders is Visschers, een vriend van Helsdingen, deze is brutaal, ongemanierd, lastig. In den regel is bij periodieke vacaturen geen stemming; wel daarentegen bij tusschentijdsche vacaturen; door de verdeeling van Breda in drie districten, is volgens B. en W. het gehalte van de raadsleden zeer verminderd.

De gasfabriek gaat zeer goed; jaarlijks is de winst plusminus f. 50.000 terwijl de gemeente bovendien het genot heeft van kostelooze verlichting van straten en pleinen, van kostelooze verlichting en verwarming van openbare gebouwen. De waterleiding heeft in aanleg f. 520.000 gekost; gerekend tegen 3 ½% van het aanlegkapitaal, dekt zij de renten; meer niet; uit de opbrengst van het bedrijf kunnen dus de kosten van aflossing niet worden gevonden. De gemeente geniet kosteloos het vrije gebruik van water voor sproeien der straten, voor de brandweer, voor publieke gebouwen enz. enz. Te Dorst, waar de prise d’eau van de waterleiding is, zijn twaalf controlepijpen aangebracht, om te controleeren, of de stand van het water in den bodem ook daalt; tot nu toe is zulks niet het geval. De controle geschiedt maandelijks door een opzichter van den Provincialen Waterstaat.

Tegeltableau CSM Suikerfabriek Wittouck, 1922 (Archief Suikerfabriek, bron: Stadsarchief Breda)Tegeltableau CSM Suikerfabriek Wittouck, 1922 (Archief Suikerfabriek, bron: Stadsarchief Breda)

De suikerfabriek te Breda is in zelfde handen als de groote fabriek te Bergen op Zoom, nl. in die van Wittouck. Men hoopt, dat die industrie zal blijven bestaan; behalve het directe voordeel door arbeidersloon schat men vooral de indirecte voordeelen hoog, nl. dat de schippers, die peeën en kolen brengen, veel inkoopen doen in Bredasche winkels. De metaalindustrie gaat voortdurend goed; en breidt zich nog steeds uit: Backer en Rueb, Klep, Marijnen, Cosijn.

De groote kerk zal, mede met hulp van Breda, gerestaureerd worden; de toren werd vroeger hersteld; zuiver in stijl, behalve het bovenste stuk; wanneer men dat in den goeden vorm zal brengen, is er nog eene extra uitgave te doen van plusminus f. 30.000.

Audiëntie verleend aan den Militiecommissaris Van den Bent; hij kwam zijn opwachting maken; daarna aan Schuller tot Peursum, ingenieur van ’s Rijks Waterstaat; deze kwam als vertegenwoordiger van den ingenieur Ramaer, die wegens ambtswerk afwezig was. Ten slotte nog aan mr. Van Dam, die klaagde, dat de opzichter Van Engelen te Oudenbosch beneden de markt voor particulieren werkte; op mijne desbetreffende vraag antwoordde Van Dam, dat hij tegen de annexatie gestemd had, omdat hij daarin een nadeel zag voor de Katholieken; kwamen groote gedeelten van Ginneken, Princenhage en Teteringen bij Breda, dan werden, volgens mr. Van Dam, de liberalen baas, en zouden de Katholieken hunne meerderheid verliezen.

Burgemeester E.P. van Lanschot, 1907-1915 (auteur: I. Benade, bron: Stadsarchief Breda)Burgemeester E.P. van Lanschot, 1907-1915 (auteur: I. Benade, bron: Stadsarchief Breda)

Den 9 Juni 1908 kwam ik weer in Breda. Vanuit Den Bosch kwam ik er om 12 uur 48 aan; om 5 uur 51 vertrok ik naar Roosendaal. Vijf uur praten, als men niets bijzonders te behandelen heeft is wel wat lang! Door burgemeester Van Lanschot werd ik aan het station ontvangen; later bracht hij mij ook weer weg. We hadden beiden een rijtuig besteld; bij de weduwe Van Opstal; er was er maar één gekomen. Op het raadhuis vond ik den scheidenden gemeentesecretaris Vermeulen; tegen 1 November gaat hij den gemeentelijken dienst verlaten. Hij bleef met de wethouders en den burgemeester in mijn gezelschap; en vroeg mij aanstonds, of ik hem zulks toestond. Verdijk was reeds in den voormiddag te Breda gekomen; hij had eerst de verschillende bureaux ten stadhuize gecontroleerd; en was toen in den namiddag naar den gemeenteontvanger gegaan; omstreeks half vijf was hij klaar. In den brief, waarin ik mijn bezoek annonceerde, had ik den wensch te kennen gegeven, dat de bureaux bezet zouden zijn, totdat het administratief onderzoek zou zijn afgeloopen.

Ik verleende audiëntie aan Oostvogels, die zich kwam beklagen, dat de Koninginnestraat – op de scheiding van Teteringen en Breda – niet verhard werd; hij had op Bredasch grondgebied vijf bouwplaatsen liggen, maar kon niet bouwen, omdat hij vreesde, dat die huizen onverhuurbaar zouden zijn zoolang de bestrating niet in orde was. De Haan, inspecteur der directe belastingen, kwam zijne opwachting maken, evenals de Gedeputeerde mr. Van Dam. De Gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie kwam mij een kaartje brengen, dat ik hem, alvorens Breda te verlaten, terug reed.

Het politiebureau naast het raadhuis, voor 1910 (bron: Stadsarchief Breda)Het politiebureau naast het raadhuis, voor 1910 (bron: Stadsarchief Breda)

Het raadhuis is nog steeds veel te klein; het huis, in der tijd aangekocht om het raadhuis te vergrooten, dient onder tot politiebureau, en boven tot berging van oud archief. Dr. Corstens is nog steeds archivaris op een salaris van f. 300; hij moet nog een paar kisten met oude stukken uitzoeken, voordat het heele archief beschreven is. In Brussel moeten op archiefzolders nog kisten vol Bredasch oud archief staan; hoe krijgen we die weer terug?

Het raadhuis kan niet verbouwd worden, zonder de beschikking te hebben over een stuk tuin van de Lutherse gemeente; deze vraagt daar echter f. 20.000 voor. Burgemeester is in onderhandeling met Minister Kalleman tot overname van 14 hectare vestinggronden; hij had goede hoop daarin te zullen slagen. De registratie-ambtenaren bedierven, door van die gronden stukjes bouwterrein te verkoopen, feitelijk den geheelen uitleg van Breda aan die zijde. Men hoopt cavalerie te krijgen en tracht in voorkoop te bekomen plusminus 16 hectare liggende buiten de gemeente, tegen de bovengenoemde vestinggronden aan, teneinde oefenterrein voor de cavalerie beschikbaar te hebben. Men vreest, dat Tilburg ook het mogelijke doet, om cavalerie te krijgen; en dat dan ten slotte iedere gemeente met een paar escadrons zal worden afgescheept.

Van Lanschot had mij te dejeuneeren gevraagd; ik had daarvoor bedankt, maar ging, als contra beleefdheid, voor mijn vertrek uit Breda even aan Mevrouw Van Lanschot eene visite maken.

Den 27 Maart 1912 kwam ik weer in Breda; ik was des morgens in Ginneken geweest, en had daar gehoord, hoezeer men daar bezorgd is, dat Breda moeielijkheden zal maken (door de Boulevardquaestie werd Breda meester van den toestand) wanneer in 1913 de concessie voor de tram vernieuwd moet worden. Als Ginneken geen directe tramverbinding behoudt met het spoorwegstation te Breda, dan loopt de heele gemeente leeg. Op verzoek van den burgemeester van Ginneken wees ik er B. en W. van Breda op, dat het zoo gewenscht zou zijn, dat alle quaesties tusschen Breda en de omliggende gemeenten à l’amiable werden opgelost; in Haarlem houdt de burgemeester van Haarlem met de titularissen van de omliggende gemeenten iedere twee maanden eene vergadering ter bespreking en oplossing van hangende quaesties; eene dergelijke regeling zou ook zeer kunnen strekken in het belang van Breda en Ginneken! Over de veranderde stemming van Ginneken betoonden B. en W. van Breda zich zeer tevreden; zoo kan men ten slotte toch komen tot de gewenschte grensregeling!

De ambachtsschool rechts (bron: Stadsarchief Breda)De ambachtsschool rechts (bron: Stadsarchief Breda)

Breda is nog steeds in onderhandeling met minister van finantien over den afstand van 14 hectare vestinggronden voor bouwterrein. Gemeentehuis is verbouwd; het huis, waarin vroeger het politiebureau gevestigd was, is er thans bijgetrokken; het is nu veel verbeterd, al is het nog lang geen ideale toestand; met burgemeester en secretaris alles in oogenschouw genomen. Na met B. en W. in de Raadszaal geconfereerd te hebben, gaf ik audiëntie in de kamer van B. en W. Toen zat ik met B. en W. nog wat te praten in de Raadszaal; daarna kwam er een rijtuig voor, waarmede de burgemeester en ik naar het nieuwe politiebureau reden en dat in oogenschouw namen; daarna gingen we naar de ambachtsschool, en volgden in die inrichting het onderwijs in de verschillende vakken: timmeren, meubelmaken, schilderen, smeden en electrotechniek; dit laatste vak is er sinds enkele maanden bijgekomen en werd nog slechts door 2 leerlingen gevolgd. Men betreurt het zeer, dat er zoo veel minder buitenleerlingen zijn dan vroeger; voor enkele jaren nog 102, thans slechts 42. De school is pas verbouwd, ook met het oog op de electrotechniek; de verbouwing en uitbreiding kostte plusminus f. 35.000.

Burgemeester E.O.J.M. van Hövell tot Westerflier, 1915-1919 (bron: Stadsarchief Breda)Burgemeester E.O.J.M. van Hövell tot Westerflier, 1915-1919 (bron: Stadsarchief Breda)

De kazerneering voor de cavalerie is nog niet gereed; er moet nog voor anderhalf ton besteed worden. Zonder groote kosten plus het beweegbaar maken van een paar bruggen kan de Mark niet bevaarbaar gemaakt worden tot Ginneken.

Den 28 Juli 1917 kwam ik weer in Breda. Mijn bezoek werd beschouwd als eene vergadering van B. en W.: secretaris Jonkergauw was mede aanwezig en maakte aanteekeningen voor notulen.

Wethouder Cramerus is belast met de leiding van de distributie der levensmiddelen; hij geeft zich daarvoor blijkbaar veel moeite. Hij maakte mij een bijzonder goeden indruk. Breda is met het Rijk in onderhandeling tot aankoop van den Speelhuispolder (60 hectare waarvan 8 hectare langs de Mark opgehoogd); men wil daar fabrieksterrein van maken; arbeiderswoningen bouwen enz. enz. Toen ik na mijn bezoek met den burgemeester den Speelhuispolder bezocht, om mij ter plaatse de plannen van Breda te laten uitleggen, vernam ik van hem, dat noch wethouder Broos, noch wethouder Lijdsman iets uitvoerde; en dat Lijdsman bovendien onbetrouwbaar was.

Burgemeester W.G.A. van Sonsbeeck, 1919-1936 (auteur: A. Henning, bron: Stadsarchief Breda)Burgemeester W.G.A. van Sonsbeeck, 1919-1936 (auteur: A. Henning, bron: Stadsarchief Breda)

Den 22 Juli 1921 bezocht ik Breda en Terheijden. In de raadszaal werd ik weer door B. en W. met den secretaris ontvangen. Ik onderhield me met de Heeren gedurende ongeveer anderhalf uur. Daarna ging ik met burgemeester Van Sonsbeeck te zijnen huize ontbijten, om vervolgens met hem per auto rond te rijden om te zien, welke gedeelten van de omliggende gemeenten bij Breda behooren te worden gevoegd, zal Breda zich behoorlijk kunnen ontwikkelen. Burgemeester Van Sonsbeeck maakte een bijzonder goeden indruk; van de wethouders is de Heer Lijdsman wel de minste. Ook de wethouder Moll – een vrijgestelde arbeider – maakte geen bijzonder goeden indruk.

De woningnood in Breda is verschrikkelijk; er is geen terrein om woningen te bouwen; het bouwen door Breda in de omliggende gemeenten wordt door deze besturen belet. Hierin ligt wel een groote reden, waarom het noodig is, dat Breda hare grenzen verlegt. Een tweede reden daarvoor is de toestand van de Baronielaan, welke onder drie gemeenten ressorteert: Ginneken, Princenhage en Teteringen. Een derde reden is de Zandberg, heele rijen heerenhuizen behoorende tot Teteringen, liggende aan een niet-bestrate weg van Breda; we hadden groote moeite, om er met onze auto door te komen. In Ginneken vond men, dat deze toestand onhoudbaar was, en dat de Zandberg noodzakelijk bij Breda moest gevoegd worden.

Een vierde reden is de ergerlijke manier, waarop Princenhage heeft toegelaten, dat op haar gebied zich industrieën gevestigd hebben langs de Mark; daar liggen o.a. de groote suikerfabriek, de betonfabriek van Stulemeijer, de Beja; de Hollandsche kunstzijdefabriek; de distantie tusschen de Mark en die fabrieken – een openbare verkeersweg -, is niet meer dan een meter of vier à vijf breed; daar heeft zich een toestand ontwikkeld, die niet meer in orde te brengen is; het is bepaald meer dan erg; Princenhage heeft letterlijk niets gedaan, om dat te verhinderen. Het is meer dan erg!

Den 16 Juli 1925 kwam ik, na Terheijden te hebben bezocht, weer in Breda. In de vestibule van het Raadhuis werd ik ontvangen door het complete college van B. en W. In verband met de verbouwing van het Raadhuis was de kamer van B. en W. voor mijn bezoek gereserveerd. Secretaris Jonkergauw bleef voortdurend bij ons; ik was daar dankbaar voor, omdat hij dikwijls waardevolle inlichtingen verstrekte. Zoo bijvoorbeeld bij de bespreking van de electriciteitsquaestie corrigeerde hij herhaaldelijk Van Sonsbeeck, en was voor mij een onverwachte, zeer waardevolle bondgenoot. Nog groote klachten, omdat de annexatie zoo lang op zich laat wachten; alle dagen blijkt het duidelijker, hoe noodzakelijk die is.

Belastbaar inkomen 1923/24 is f. 16.442.000. Dividend- en tantièmebelasting brengt f. 32.000 op. Er is nog een tekort van plusminus duizend woningen. Geen armoede; geen werkeloosheid; de werkverschaffing opgeheven. Geen drankmisbruik; veel snoepen; veel cigaretten. Socialisme neemt toe; bij de voorlaatste verkiezing 2400 socialistische stemmen; thans op 1 juli 2800.

Het nieuwe raadhuis, gebouwd in 1924 (bron: Stadsarchief Breda)Het nieuwe raadhuis, gebouwd in 1924 (bron: Stadsarchief Breda)

Met B. en W. het in aanbouw zijnde nieuwe Raadhuis gaan zien. Oud-Wethouder Oukoop vermaakte aan gemeente f. 50.000 onder voorwaarde, dat die som binnen 10 jaar zou worden besteed. Die som was door bijschrijving van rente opgeloopen tot f. 70.000. De tien jaren waren in Februari 1925 verstreken. B. en W. stelden aan den Raad voor het geld te gebruiken voor den verbouw van het Raadhuis. De Raad stelde daarvoor nog f. 130.000 beschikbaar, zoodat voor den verbouw twee ton aanwezig was. Aan architect Hanraath te Amsterdam – den man die ook het kasteel van Helmond tot Raadhuis verbouwde – werd de leiding van den bouw opgedragen.

Achter het oude Raadhuis had gemeente in vroeger jaren kleine huisjes enz. aangekocht, en was daardoor een behoorlijk terrein aanwezig; dat is nu benut voor een grooten achterbouw achter tegen het oude Raadhuis aan, met rechts en links twee groote vleugels, waarvan aan de eene zijde de ontvanger, het archief enz. en aan de andere zijde een groote en een kleine trouwzaal, met daarboven eene schitterende Raadszaal. Tusschen de beide vleugels komt een tuinaanleg. Alles belooft buitengewoon goed en doelmatig en mooi te worden. Voor meubileering zal er echter nog heel wat nieuw geld moeten komen.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: