i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Klundert
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Klundert

vertelde op 1 april 2009 om 14:38 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Klundert te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Klundert

Den 18den Mei 1896 bezocht ik de gemeente Klundert; van Standaarbuiten komende was ik te omstreeks 2.45 aan het Raadhuis te Klundert. Daar stonden de schoolkinderen benevens twee harmoniën om mij te ontvangen. Voor mijn bezoek was door het hoofd der school een vers gemaakt en op muziek gezet, hetgeen door de schoolkinderen werd gezongen. Het Raadhuis te Klundert is een zeldzaam mooi gebouw, aan de gemeente gegeven door Prins Maurits.

De Oranjes hadden hier vroeger ongeveer al het land in eigendom; in 1808 gaf Lodewijk Napoleon een gedeelte dier goederen aan de gemeente; de opbrengst daarvan (± f. 4.500) maakt, dat Klundert eene der rijkste gemeenten uit de provincie is. Burgemeester en Wethouders (Punt en Van den Dries) ontvingen mij in de Raadszaal; van hen vernam ik, hoe het met den landbouw en met de arbeidende klasse in de gemeente Klundert gesteld is. Hoewel ook hier geklaagd wordt, geeft de toestand toch nog geen reden tot bezorgdheid. De bietencultuur doet den boer en den veldarbeider leven.

De R.K. kerk, gebouwd in 1889 en door oorlogsgeweld in november 1944 beschadigd. Toen is onder andere de fraaie toren opgeblazen. Deze kerk is gebouwd door pastoor Teijchiné, 1910De katholieke kerk, gebouwd in 1889 door pastoor Teijchiné, 1910 (foto: collectie Klundert/ West-Brabants Archief)

Op mijne audiëntie verschenen de pastoor en een paar dominees. Klundert is, voor zooverre de bevolking niet Katholiek is, zeer verdeeld ten gevolge van de bestaande verdeeldheid tusschen de Protestanten. Verder kwamen nog het hoofd der school (de vervaardiger van het bovenbedoelde feestlied) en de Heer Borret, de rentmeester van het Kroondomein, een man, die zijne betrekking reeds meer dan vijftig jaren met eere vervult. Ten slotte kwamen nog een paar arme menschen mij hun nood klagen.

Na de audiëntie maakte ik met den burgemeester en den wethouder Van den Dries eene wandeling door de gemeente; o.a. gingen we de nieuwe inrichting (van Amerikaansche vinding) zien om de grachten van versch water te voorzien. Op het Raadhuis teruggekeerd at ik een paar Sandwiches, eene attentie van Mevrouw Van der Elst (ik was daar te dineeren gevraagd, maar had bedankt), waarna ik terugreed naar Roosendaal. De ontvangst vanwege de bevolking was zeer hartelijk geweest. Hoewel er enkele kleine bemerkingen gemaakt moesten worden, was over het algemeen de administratie van den secretaris-ontvanger goed in orde.

Den 15 October 1901 kwam ik weer in de gemeente; ik had eerst Oudenbosch bezocht; daarna ontbeten te Zevenbergen bij Den Ouden; en mij toen naar Klundert begeven. Op het raadhuis vond ik den burgemeester met den wethouder Van Drimmelen; wethouder v.d. Dries ligt op sterven. Ik vernam van hen, dat de vermindering van de bevolking van Klundert in 1900 was toe te schrijven aan de houtzagerij, welke door Aerden in dat jaar was begonnen. Aerden had eenige van de bekwaamste werklieden van v.d. Made in zijn dienst genomen; deze waren dus met hunne gezinnen verhuisd.

In 1900 kocht de gemeente twee nieuwe brandspuiten bij Van Bergen te Heiligerlee; een van de twee staat aan de Moerdijk, en een te Klundert; de laatste gingen we zien; hij zag er uiterlijk prachtig uit; in datzelfde brandspuitenhuisje stonden nog twee spuiten op een wagen, gereed om zoo maar in dienst gesteld te worden.

Op mijne audientie verscheen Ds. Lingbeek, een jong predikant, sinds 2 jr te Klundert; pastoor Teychiné, die reeds 13 jaren aldaar in functie is; deze vroeg verharding van een stukje kleiweg in den Bloemendaalspolder; ik verwees hem naar het gemeentebestuur; en een vrouwtje, dat klaagde over haar belastingaanslag grondbelasting, terwijl zij slechts een perceel in huur had; ik verwees haar naar de kadastrale stukken ter secretarie.

Na de audientie liepen we de gemeente rond, langs de Roomsche kerk, naar de houtzagerij van v.d. Made, alwaar ik had laten vragen of er gelegenheid was om die te zien, en door den eigenaar werd ontvangen en rondgeleid. De zaak, welke aan ± 150 menschen een goed stuk brood geeft, is zeer belangrijk; er zou voor f. 300.000 gezaagd hout staan. Het zaagmeel wordt gebruikt om de ovens te stoken, waarmede de stoom geleverd wordt; het aanwenden van het zaagmeel op die wijze geeft eene jaarlijksche besparing van f. 3.000,- aan steenkolen.

De Watermolen op de Kade, later Kaaibrug, voor de waterverversing binnen de stad, gebouwd in 1892, afgebroken in 1907, 1905De Watermolen op de Kade voor de waterverversing binnen de stad, gebouwd in 1892, afgebroken in 1907, 1905 (foto: J.L. West-Brabants Archief)

Na het bezichtigen van de houtzagerij liet de burgemeester mij het kerkhof zien, door hem aangelegd en in orde gebracht. Ik was er van gefrappeerd, zoo buitengewoon mooi dat kerkhof is aangelegd; het maakte op mij bepaald indruk. Omtrent den molen tot waterverversching van de gemeente vernam ik, dat hij vrij goed voldeed, maar dat de aanleg duur was geweest (98.000) en dat het onderhoud en de bediening ook niet mede viel.

Borret, de vroegere rentmeester van het Kroondomein, werd een autocraat en een lastig heer genoemd; zijn opvolger, Ziedses des Plantes, die daar nu naast het gemeentehuis woonde, was een veel geschikter man. Van den grond, dien de gemeente van Lodewijk Napoleon kreeg, is in den laatsten tijd nogal wat verkocht; men heeft nog 28 H.A. over.

De familien Maris en Van der Made hooren van ouder tot ouder in Klundert tehuis; de laatsten waren reeds sinds 4 geslachten houthandelaars; de eersten dito dito notaris. Maris van Sandelingenambacht uit Arnhem is ook een zoon van den vroegeren notaris, en een halven broeder van den tegenwoordigen notaris.

Den 26 April 1905 kwam ik weer in Klundert. Vanuit Roosendaal ging ik per trein naar Zevenbergen; vandaar reed ik naar Klundert; denzelfden dag bezocht ik nog Standdaarbuiten en Oudenbosch, vanwaar ik per trein naar Roosendaal terugkeerde.

Ik verleende audientie aan v.d. Made (thans den eenigen firmant in den bekenden houthandel); hij vertelde mij, dat hij bezig was zijn zaak geheel nieuw in te richten, door alle houten gebouwen, loodsen enz. te vervangen door gebouwen van steen, ijzer of beton. De Rentmeester van het Kroondomein, Ziedses des Plantes, kwam eenvoudig zijne opwachting maken. Evenzoo pastoor Teychiné; deze vroeg, dat, wanneer Notaris Maris als zoodanig bedankt, zijn candidaat, Pelikaan, zijn opvolger mocht worden. Pelikaan is protestant; hij is gehuwd met eene Katholieke vrouw, terwijl ook zijne kinderen Katholiek zijn.

Van de elf raadsleden zijn er 3 Katholiek (François, Geers en Wijtvliet), twee liberaal (v.d. Made, Holster), 5 doleerend (Punt, de Haan, Sagius, v. Drimmelen en Ziedses des Plantes), en 1, Crezie – van wien men niet precies weer, wat hij is. De burgemeester – v. Stolk – is liberaal. Bij raadsverkiezingen gaan de liberalen en de Katholieken samen; bij verkiezingen voor de Tweede Kamer de Katholieken en de doleerenden. Volgens den Pastoor zijn deze laatsten maatschappelijk onmogelijke menschen; zij willen vóór en ná de raadsvergaderingen bidden, zij willen alle herbergen den geheelen Zondag sluiten, enz. enz.

De weg Klundert-Noordhoek wordt thans zonder provinciaal subsidie verhard; de gemeente besteedde het grondwerk aan voor f. 1.800, en 2.000 M3 grint voor f. 3.375. Het oprijden van de grint, van Noordschans tot op den weg geschiedt gratis door de boeren; gelukkig, want dat zou anders f. 1,65 de M3 kosten, en zouden de kosten daarvan dus nogmaals f. 1,65 x 2.000 = f. 3.300 beloopen.

De weg wordt aangelegd door het storten van drie lagen grint, die ieder afzonderlijk worden vastgewalst; de eerste laag, Duitsche grove grint, dik 9 c.M.; de tweede en derde laag, respectievelijk van 8 en 6 c.M. van gewone onderhoudsgrint. Daarna wordt alles met grond afgedekt. Als de weg klaar is, dan neemt het domein den weg in beheer en onderhoud over; het onderhoud evenwel niet ten genoege van het gemeentebestuur. Op mijn vraag, waarom niet, antwoordde de burgemeester, dat het hooger gezag, de Staat, niet kon staan onder toezicht van het lager gezag, het gemeentebestuur!!

De burgemeester vertrouwde dat de getroffen regeling niet tot moeielijkheden zou leiden. Ik was het niet met hem eens, en uitte de vrees, dat er groote kans bestond, dat de gemeente Standdaarbuiten nu groot gevaar liep de toegezegde provinciale bijdrage te verliezen in de kosten van verharding van het aansluitend weggedeelte, Noordhoek-Standdaarbuiten.

In verband met de aanvrage om concessie voor een paardentram deelde men mij mede, dat men daarvoor niets voelde, omdat men daaraan zoo weinig had; men moest een stoomtram hebben, daaraan had men behoefte, vooral in verband met het bietenvervoer naar de fabrieken.

Den 10 Juni 1908 kwam ik weer in Klundert. Wethouder Van Drimmelen was niet verschenen; met den burgemeester en den wethouder Punt moest ik mijn tijd vol praten. Het gemeenteverslag over 1907 was nog niet op het Gouvernement, zoodat ik mij van dat over 1906 moest bedienen. Toen ik den burgemeester daarover eene opmerking maakte, trok Punt diens partij: de burgemeester was nog niet lang van zijne huwelijksreis terug en had sinds nog geene raadsvergadering gehouden.

Ik verleende audientie aan den Heer Van der Made, die eenvoudig zijne opwachting kwam maken; aan v.d. Zande, hoofd der openbare school te Klundert, die voor 29 jr als zoodanig op f. 1.500 benoemd werd, terwijl zijn voorganger al sinds jaren datzelfde tractement had. Sinds waren alle onderwijzerstractementen naar boven gegaan, nu laatstelijk weer ná de wet Rink; maar zijn tractement bleef onveranderd; hem naar G.S. verwezen.

De Steenen Poppen, een dam in de Buitengracht, tevens een deel van de vestingversterkingen. De Poppen of Monniken dienden om eventuele vijanden de toegang tot de stad te bemoeilijken, 1910De Steenen Poppen, een dam in de Buitengracht, tevens een deel van de vestingversterkingen, 1910 (foto: / collectie Klundert/ West-Brabants Archief)

B. en W. deelen mij mede, dat Klundert in der tijd eene bijzonder versterkte plaats was; de vestingwallen, grachten en vestinggronden, m.a.w. alle gronden die in der tijd tot het Departement van Oorlog behoorden, kreeg Klundert in der tijd van Lodewijk Napoleon cadeau; andere gronden, bijv. domeingronden behoorden daar niet toe. Omdat die gronden zoo kort om Klundert liggen, hebben ze vooral waarde en brengen ze nogal wat op.

De Amerikaansche windmolen, die ten behoeve van de waterverversching in de kom van de gemeente geplaatst werd door v.d. Elst, is in 1907 afgebroken. Het ding had veel geld gekost en niet aan de verwachting beantwoord; in aankoopen, onderhouden en afbreken zal de gemeente er een 12.000 gulden mede kwijt zijn. Thans heeft men een motor geplaatst, die zeer goed voldoet wanneer hij in werking is, maar waarvoor men geen afzonderlijk personeel heeft, om dien te bedienen; een gemeente-arbeider moet er voor zorgen, als hij tijd heeft.

Men verlangt niet erg naar eene tramverbinding; een enkele boer, zooals bijv. wethouder Punt, zou wel een tram wenschen, omdat hij dan bieten kon bouwen; thans is het transport te ver. Maar overigens kan het den boeren niet veel schelen. De burgerij, met name de winkeliers, zijn er geweldig tegen; terwijl het den kleinen man vrijwel onverschillig is, omdat deze voor f. 0,50 van Noordschans naar Rotterdam kan, en hij zich daar van alles kan voorzien, wat hij in zijn huishouden noodig heeft.

Den 17 April 1912 kwam ik weer in Klundert; denzelfden dag bezocht ik ook Willemstad. Aan het station Zevenbergen vond ik mijn rijtuig; ’s avonds keerde ik per rijtuig naar Roosendaal terug. Ik verleende audientie aan notaris Meppelink; hij is tevreden in Klundert; hij verdient er zijn brood.

Door het Staatsdomein, rentmeester Ziedses des Plantes, moet onderhouden worden de weg Klundert-Noordhoek, en de weg Klundert-Moerdijk. Het is treurig, zoo ellendig als die wegen er aan toe zijn. De twee wethouders (Punt en Van Beek) zijn pachters van het Kroondomein; daarom is het voor B. en W. dubbel moeielijk, om in deze op te treden. Het domein in Klundert is staatsdomein; kwam na den dood van Prins Frederik weer aan den Staat; de Heer Ziedses des Plantes is een ambtenaar van den Staat.

Gemeente ligt zeer geïsoleerd; men hoopt nog altijd op een stoomtram Fijnaart-Klundert-Zevenbergen-Leur. Het versche water komt uit de Roodevaart door de Keene tot Klundert; wordt daar met een motor opgemalen en in de slooten enz. gebracht.

Onder leiding van een ambtenaar van Binnenlandsche Zaken werden voor twee jaren enkele herstellingswerken aan het Raadhuis uitgevoerd, de ramen vervangen door in lood gevatte ruitjes enz. Dr. Holster, het oudste raadslid, gaf daarvoor f. 1.100,-; de gemeente gaf even zoo veel; terwijl ook het Rijk f. 150 bijdroeg. Voor archiefberging zal een kamertje onder in het Raadhuis ingericht worden.

Houtzagerij vh Joh. van der Made en Zn. opgericht in 1852, 1910De houtzagerij van Joh. van der Made en Zn., opgericht in 1852, 1910 (foto: collectie Klundert/ West-Brabants Archief)

Gemeente heeft geene andere gronden in eigendom dan die van Lodewijk Napoleon; om de volkshuisvesting te bevorderen verkoopt gemeente in den laatsten tijd aan ééne zijde van Klundert bouwterrein ad f. 1,- de M2; vroeger kostte dat f. 2,50. Fabriek van v.d. Made werd nieuw ingericht; werkt druk; werkvolk zal ± f. 10 per week verdienen. Er is een pensioenfonds, uitsluitend in stand gehouden door werkvolk; het stamkapitaal werd verstrekt door een thans overleden heer v.d. Made.

De door mij weggejaagde veldwachter is ll. maandag vertrokken; hij werd portier bij Philips te Eindhoven; omtrent hem werden bij B. en W. geene informatie gevraagd.

Den 9den Augustus 1917 kwam ik weer in Klundert; later bezocht ik nog Standdaarbuiten en Oudenbosch. Men hoopt van heeler harte, dat er van de locaalspoorwegplannen Bergen op Zoom-Geertruidenberg iets terecht komt; gemeente zou daarvoor gaarne een offer van bijv. anderhalve ton willen brengen. Het autobusbedrijf Klundert-Zevenbergen wordt thans niet meer door de gemeente geëxploiteerd; maar gemeente gaf de autobus gratis aan de tegenwoordige exploitanten in gebruik, en geeft eene jaarlijksche toelage van f. 1.100.

Voor de drinkwaterplannen van Dr. Jenny Weyerman gevoelt men veel. Het zal echter veel voeten in de aarde hebben, alvorens alle belanghebbende gemeenten zich met de plannen vereenigen. De levensmiddelendistributie wordt berekend aan de gemeente jaarlijks ± f. 10.000 te zullen kosten. De weg Noordhoek-Klundert-Moerdijk wordt tegenwoordig door het Domein vrij goed onderhouden; de weg moet werkelijk vrij goed zijn.

Door de treurige tijdsomstandigheden gaat de houtzagerij van v.der Made bijzonder slecht; er komt geen hout aan. Hij werkt niet meer dan een uur of vijf per dag. Dientengevolge heeft er veel verloop van volk plaats van de ± 160 menschen, vroeger in zijn dienst, zal hij er nog een zestigtal over hebben.

Te Moerdijk staat een oude slechte brandspuit; men is voornemens , die door eene motorspuit te vervangen. De brandspuit in de kom, afkomstig van v. Bergen te Heyligerlee, is wel goed, maar werkt ontzettend zwaar. Er zijn tegenwoordig drie doctoren in de gemeente; dr. Holster (raadslid) doet echter niet veel meer aan de praktijk. Dr. Holster, een man uit de oude school, gevoelt niets voor eene drinkwaterleiding; de bestaande toestand – regenwater, in bakken opgevangen, en dan gefiltreerd - vindt hij ruim voldoende. Hij vergeet, dat de kleine man geen regenbakken met filters heeft; en dat die filters zeer dikwijls zorgvuldig moeten gereinigd worden, zullen zij eenig effect sorteeren.

Het stadhuis, 1915Het stadhuis, 1915 (foto: collectie Klundert/ West-Brabants Archief)

Den 13 Juni 1921 kwam ik weer in Klundert. Dienzelfden dag bezocht ik nog Fijnaart en Zevenbergen. De evenredige vertegenwoordiging bracht hier zes nieuwe Raadsleden; één Katholiek minder dan vroeger. Ook hier woningnood; eene vereeniging bouwde 13 woningen. Zes aanvragen voor premiebouw werden toegestaan; twee zijn nog in behandeling.

Klundert laat v.d. Maade f. 600,- pacht betalen voor 1 H.A. water om hout te kunnen bergen. De zaak van v.d. Maade gaat slecht; eene staking in 1920 duurde 5 maanden; hij verloor daardoor zijne beste werkkrachten; die gaan thans elders werken. Het toezicht in zijne houtzaak schijnt niet goed; daardoor werkt hij erg duur en onvoordeelig. Bovendien doet de concurrentie van Aarden hem veel kwaad, en moet hij zelf afzet gaan zoeken in Holland.

Aan de Waterleiding Mij. West Brabant doet Klundert niet mede; men vindt de risico te groot. Ook zal men geen elektriciteit nemen; men heeft een gasfabriek van een ton, die nauwelijks kan bestaan. De laatste schuld van het levensmiddelenbedrijf f. 8.000,- wordt in 1921 afbetaald. Arbeidsgelegenheid vrij voldoende; loonen ’s winters f. 16, ’s zomers f. 19, aardappelland + f. 1 huishuur.

Het domein heeft 42 hoeven in Klundert; rentmeester Roebroek, een jonge man, die de school te Wageningen afliep, leeraar werd aan het lyceum (de landbouwwinterschool?) te Roosendaal, en directeur was van de Roomboterfabriek “Het Anker” te dier plaatse; hij is een jonge man van even 30 jr; met der woon is hij nog niet in Klundert gevestigd.

De weg Noordhoek-Klundert wordt door het domein goed onderhouden; die van Klundert naar Moerdijk moet veel te wenschen overlaten. Dr. Holster is overleden; toch zijn er nog 2 doktoren in de gemeente. Te Moerdijk staat een motorbrandspuit; die moet zeer goed voldoen.

Den 4den Juni 1925 kwam ik weer in Klundert; tevoren had ik Fijnaart bezocht. Burgemeester Hörveler is thans ± acht maanden in Klundert; hij tracht zich blijkbaar in de zaken in te werken, al is veel hem nog vrijwel vreemd. Zijne verhouding tot de beide wethouders scheen mij goed. Het moet echter voor hem – Amsterdammer – wel moeielijk zijn, in Klundert te wennen; vooral de avonden moeten hem – die ongetrouwd is en als burgemeester geen voldoende dagtaak heeft – dikwijls wel lang vallen.

Hoewel er geen woningen leeg staan, kan men toch niet van woningnood spreken. In den gemeenteraad zitten 6 boeren, 3 burgers en 2 arbeiders; van hen zijn 5 antirevolutionair, 4 Katholiek en 2 Christ. Historisch. Burgemeester voelt blijkbaar veel voor de burgerwacht en den vrijwilligen landstorm; er is in Klundert eene goede schietbaan, hetgeen de menschen bij elkander houdt; voor de leiding van de schietoefeningen van de landstorm komt een officier uit Bergen op Zoom over.

Moerdijk. De haven, 1930De haven, 1930 (foto: collectie West-Brabants Archief)

Klundert verkocht de twee autobussen, die zoo veel jaren de communicatie tusschen die gemeente en Zevenbergen onderhielden, voor f. 600! De haven aan de Noordschans wordt door Kroondomein goed in orde gebracht. Het Kroondomein trachtte het onderhoud van den weg Klundert-Noordschans gedeeltelijk ten laste van Klundert te brengen; de Raad schijnt voornemens, daarop in te gaan.

Ik heb tegen dat voornemen enkele bedenkingen geopperd: het domein is steeds geneigd, zijne verplichtingen zooveel mogelijk op anderen af te schuiven; dat is mij herhaaldelijk gebleken. Men moet wel overwegen, wat in deze te doen staat: men moet de kerk in het midden laten. Samenwerken is goed, maar men moet zich niet in een hoek laten dringen, doordat meerdere pachters van het domein Raadslid zijn, en vreezen, het ongenoegen van den Heer Roebroek op te wekken.

Van de 61 overlijdens in 1924 waren 15 zeer jonge kinderen; gevraagd naar de oorzaak een onderzoek te doen instellen. De vleeschkeuring is nuttig en noodzakelijk. De warenkeuring werkt vooral preventief; men acht haar nuttig en goed, maar duur (± f. 400). Het instituut der Gezondheids Commissies waardeert men zeer.

De houtzaak van v.d. Made gaat slecht; er werd een N.V. van gemaakt, met v.d. Made als directeur. Deze is veel afwezig, en heet onbekwaam; hij liet zich van zijn vrouw scheiden om eene andere te huwen. Hij schijnt een onbekwaam koopman te zijn. Werkt nog met 100 arbeiders; daar gingen er pas nog 15 de laan uit! Het zou een ramp voor Klundert zijn, wanneer die zaak teniet ging; want dan bleef gemeente met al die arbeiders zitten.

Twee werven voor scheepsbouw langs de Roode Vaart; werken druk; gevoelen in hooge mate het gemis van elektriciteit. Als de PNEM Moerdijk gaat voorzien, kunnen die werven – die daar slechts 2 K.M. vandaan liggen – waarschijnlijk ook geholpen worden. In gasfabriek zit een ton; het gas is goed; men wil om die reden geen elektriciteit nemen. Ik kreeg den indruk, dat men er spijt van heeft dat men niet meedeed aan de Waterleiding Mij. Westbrabant. Het zou me niet verwonderen, wanneer men binnen twee jaar daarbij aangesloten zou zijn. Maar de condities zullen dan voor Klundert veel zwaarder zijn.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: