i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Ginneken en Bavel
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Automobilisten voor 1906

De eerste automobilisten van Ginneken

vertelde op 31 januari 2016 om 11:51 uur

Ginneken anno 1900: een vredig dorp onder de rook van Breda, geliefkoosd oord voor de beter gesitueerden die de rust van de landelijke omgeving verkiezen boven de drukke stad. De fraaie herenhuizen en villa’s aan de Ginnekenweg en de Raadhuislaan getuigen daar nog van.

Autobezitters zijn er nog niet, voor het vervoer naar Breda is men aangewezen op de eigen koets of op de wat minder chique ponytram, die je voor een dubbeltje naar de stad brengt. Kortom, Ginneken was een beschaafd dorp waar niet zo heel veel gebeurde.

'In 1902 meldt zich de eerste auto-eigenaar in Ginneken, Jo(h)annes Maria van der Drift (Schiedam 1874-1934). Hij noemt zich autofabrikant en heeft van de kort daarvoor overleden Jan Pieter Adolf, graaf van Limburg Stirum te Arnhem een 3,5 pk Belgische 'FN Victoria’ uit 1900 gekocht met de niet bijster grote afmetingen (2,83 x 1,49). Van der Drift krijgt ook het kenteken van wijlen de graaf, nummer 308.

 

Waarschijnlijk heeft het autobedrijf niet veel voorgesteld; als Van der Drift in 1915 trouwt is zijn beroepsaanduiding al heel wat bescheidener: monteur. Hij woont dan overigens al lang niet meer in Brabant: in de registers van de provinciale nummerborden vanaf 1906 komen we hem dan ook niet meer tegen.

De FN van Van der Drift (Collectie Breda's Museum, herkomst Familie Klep, Breda)

De FN van Van der Drift (Collectie Breda's Museum, herkomst Familie Klep, Breda)

De rust in het dorp wordt danig verstoord als in 1904 ene Foto: Collectie Stadsarchief BredaFrançois Joseph Marie Colson een stuk grond koopt in het Ulvenhoutsebos en daar zijn intrek neemt in een kleine houten keet. De 26-jarige Frans beschikt over bijzondere gaven: hij kan zonder mensen aan te raken door hun lichaam kijken en zien aan welke kwalen ze lijden. Een wonderdokter dus.

Het duurt niet lang of de patiënten komen van heinde en verre naar Ginneken, de tramdienst beleeft gouden tijden. Soms behandelt hij wel zeventig patiënten per dag. Het zijn vooral Belgische goedgelovigen die van zijn diensten gebruik willen maken: hoewel Frans in Den Haag geboren werd, zal hij vermoedelijk ook Franstalig zijn geweest.

De zaken gaan zo goed dat de houten keet al snel te klein blijkt en wordt omgebouwd tot een groot zomerhuis.

 

 

Zelf gaat hij dan wonen in een herenhuis aan de Ulvenhoutselaan. In datzelfde jaar vraagt hij ook een rijksvergunning aan voor een automobiel. Op 6 september 1905 ontvangt hij kenteken 208. Merk en type van de auto zijn helaas onbekend. In 1906 krijgt hij het provinciale kenteken N-435.

In 1911 sterft Frans op 33-jarige leeftijd. Zijn begrafenis trekt veel belangstelling. Bewonderaars plaatsen een obelisk op zijn graf op het kerkhof van de Hervormde Kerk in Ginneken. Die gedenksteen staat er nu nog, als onvergankelijk bewijs dat oplichterij loont.

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: