i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Oosterhout
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Kloosters

vertelde op 23 februari 2015 om 12:56 uur

Toen in 1901 in Frankrijk antiklerikale wetgeving werd aangenomen besloten de benedictijnen van de priorij van Wisques uit te wijken naar het buitenland. Op aandringen van de abdis van de benedictinessen van Wisques, die zich in Oosterhout hadden gevestigd, zocht men in Oosterhout grond voor een nieuwe abdij voor benedictijner monniken. Die werd gevonden in de Leijsenakkers, vlak bij het vrouwenklooster.

Foto: A.J. van der Wal, 2001. Bron: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 337.145
Foto: A.J. van der Wal, 2001. Bron: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 337.145
 
 

In 1906 werd begonnen met de bouw van de oostvleugel, een deel van de toekomstige refter aan de zuidzijde en vier kloostergangen, ontworpen door de jonge architect père Paul Bellot. Een jaar later arriveerden de eerste monniken. In 1910 telde het klooster vijfentwintig bewoners, waaronder tien postulanten.

Na de Eerste Wereldoorlog verbeterde de situatie voor religieuzen in Frankrijk en de jaren daarna vertrok een aantal Franse paters uit Oosterhout. Op 6 augustus 1928 werd de Sint-Paulusabdij zelfstandig. Het aantal monniken groeide: in 1940 en 1955 werd zelfs het honderdtal gehaald. Daarna zette een daling in: 90 in 1960, 50 in 1980, 27 in 2000 en 15 in 2004.

De monniken leefden van de opbrengst van hun kloosterboerderij en de orchideeënkwekerij, een kippenfokkerij, een drukkerij, een kalligrafeerinrichting en de pottenbakkerij.  De benedictijnen kenden koormonniken (paters) en broeders, een standsverschil dat tot eind jaren zestig in de dagelijkse praktijk tot een heel verschillend leven leidde. De paters hadden priesterlijke taken, de broeders waren er voor het praktische werk. Alleen bij de maaltijden en een deel van de getijdengebeden kwamen beide groepen  bij elkaar.

Foto: BHIC / Frans van de Pol
Foto: BHIC / Frans van de Pol

Uitbreidingen van het complex volgens plannen van Dom. Bellot vonden plaats omstreeks 1910, 1920 en 1925. Bellot gebruikte een voor die tijd oorspronkelijke bouwstijl, waarin baksteen in afwisselende kleuren, vormen en patronen zijn toegepast. Hiermee heeft hij een vernieuwende impuls willen geven aan de traditionele neogotische gestichtsarchitectuur. Maar ook de invloed van de Art Déco is duidelijk zichtbaar. Het atelier uit 1927 is van architect Jacques van der Meij.

In 1930 werd de kapittelzaal uitgebreid naar ontwerp van Dom. Hans van der Laan. Een nieuw gastenkwartier, gebouwd in 1938-1939 door Hans en Nico van der Laan, is een vroeg voorbeeld van de opvattingen van Dom. Van der Laan, die later bekend zouden worden als de Bossche School. Architect Sluymer uit Enschede bouwde tenslotte in 1956 de kerk en verbindingsgang.

De laatste monniken vertrokken in 2006 naar Kloosterverzorgingshuis Zuiderhout in Teteringen. De gebouwen werden in gebruik genomen door de lekengemeenschap Chemin Neuf, een katholieke geloofsbeweging met sterk oecumenische inslag, die voor jongeren activiteiten organiseert op het gebied van bezinning.

Bronnen

J. Smits, Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant. Alphen a/d Maas, 2010
De St. Paulusabdij te Oosterhout. Leven en werken volgens Sint Bendedictus, Oosterhout 2004 (brochure Open Monumentendag)

Dit verhaal is aangepast op 6 september 2018. Redactie.

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 6 maart 2014 om 12:06 uur

De Zusters van Moerdijk in Oosterhout