i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Reek
Tags:

Een zeergeleerde zeereerwaarde: Cornelius Franciscus Xaverius Smits, 1876-1937

vertelde op 29 november 2009 om 13:27 uur

Pastoor Xavier Smits was van 1923 tot 1937 zielenherder in Reek. Een bijzonder intelligent en hoog opgeleid man, summa cum laude gepromoveerd in Leuven, was door de bisschop in het kleine Reek neergezet. Vrijwel onmiddellijk begon Smits met het maken van plannen voor een nieuwe kerk en een nieuwe pastorie, plannen die ook uitgevoerd werden.

Dat leidde overigens wel meteen tot ruzie met de meest vooraanstaanden in het dorp, zoals burgemeester Wientjens, moeder-overste van het Sint-Jozephgesticht en de orgelbouwersfamilie Smits. In 1937 overleed de boomlange pastoor plotseling. Hij werd onder grote belangstelling op het kerkhof van Reek begraven. Op zijn graf prijkt het beeld van de Goede Herder...

Cornelius Franciscus Xaverius Smits werd in 1876 in Den Dungen geboren. Al tijdens zijn  priesteropleiding toonde hij grote belangstelling voor de (kunst)geschiedenis. In 1902 ontving hij zijn priesterwijding en drie jaar later, in 1905, voltooide hij in Leuven zijn universitaire opleiding in de Oudheidkundige Wetenschappen. Twee jaar later promoveerde hij aan dezelfde universiteit met de hoogste lof op een proefschrift over de Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch. Hij werkte toen al als archivaris (commies-chartermeester heette dat toen) bij het Rijksarchief in Noord-Brabant in ’s-Hertogenbosch. Hij bleef daar tot februari 1913.

In 1923 benoemde de Bossche bisschop Xavier Smits tot pastoor in Reek. De jaren daarvoor had hij onder andere in Tilburg als kapelaan doorgebracht. Ook daar bleek zijn historische belangstelling: in 1915 publiceerde hij bijvoorbeeld een artikeltje in het tijdschrift Buiten over “Hilvarenbeek en zijn kerk”.

Op cultuurhistorisch gebied vervulde hij een flink aantal (neven)functies: hij was archivaris en bibliothecaris van het Bisschoppelijk Museum in Den Bosch, bestuurslid van de Provinciale Noordbrabantse Monumentencommissie en van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, en hij verrichtte inventarisatiewerkzaamheden voor de Catholic University of America in Washington. Kortom, een geleerd man met een brede cultuurhistorische belangstelling.

Bij zijn benoeming in Reek vroeg menige dorpeling zich af, wat zo’n geleerde persoon in hemelsnaam toch in een parochie als die van Reek te zoeken had. Geruchten gingen dat hij eigenlijk een benoeming als hoogleraar archeologie en geschiedenis in Nijmegen op het oog had, en zo tenminste al in de buurt zat.

Of dat nu waar is of niet, die benoeming is er in ieder geval nooit gekomen. Smits heeft zelf een aantal reacties van zijn nieuwe parochianen op zijn komst genoteerd: “Gij bent veel te veel mans voor zo’n plaatske als hier”, “wij kunnen het hier met veel minder soort heel goed af”, “gij bent geene mens voor hier, gij moest ten minste een plaats als Uje of Veghel hebben”, en tenslotte: “Moet zó iemand in zo’n gat pastoor gemaakt worden?”

de kerk die Smits aantrofHet kan zijn dat de nieuwe pastoor dit opschreef, omdat het in ieder geval een erkenning was van zijn kwaliteiten. Op zijn nieuwe standplaats keek hij ook zelf na een jaar of drie niet al te optimistisch terug: “Bij mijn komst, juli 1923, vond ik hier ’n republiek, ’n vervallen pastoraat, ’n vunzige pastorie, ’n totaal-vervuild kerkje (dat mij vooral deed bloozen), (…), een 83-jarig kinds-stumperig kosterke, 2 gehate meiden, ’n liberale heerschersfamilie Smits, ’n vervallen zangkoor dat vol banken stond van de familie Smits, die ’t geld ervan in eigen zak stak, geheel uitgestorven Congregatie, Familie, fundaties (?), kerkekas (=0?), broederschappen, niet bijgehouden doop-, trouw- en begraafregisters,(…), ’n Caesaristische burgemeester (van bode en secretaris tot Burgemeester gepromoveerd door invloed van Mgr. Suijs), (…), een klooster waarin Moeder Nabuurs een kast van de kerk, met alle relikwieën en medailles van de kerk (buiten mijn weten) in beslag hield en vele geestelijk-totaal-verkeerd geleide kwezels-zielen die nu nog niet genezen zijn…”

het burgemeestershuis van WientjensKortom: in Smits’ ogen had zijn voorganger Suijs er een behoorlijk potje van gemaakt en was het tijd voor een nieuwe bezem. De onderliggende vraag was duidelijk: wie zou het nu eigenlijk in het dorp voor het zeggen moeten hebben? (Denk aan Smits’ eerste kenschets van zijn parochie: een republiek).

Smits zette de verhouding met andere vooraanstaanden in het dorp, zoals de burgemeester en de familie Smits, dan ook meteen op scherp. Met als gevolg dat er zich al snel partijen ontstonden: burgemeester Wientjens, de familie Smits en zuster Emilia, de moeder-overste van het Sint-Jozephgesticht vormden een “troepje”, zoals pastoor Smits dat in een van zijn brieven aan de bisschop noemde.

En er werd heel wat heen en weer geschreven tussen Reek en Den Bosch, vooral toen pastoor Smits niet alleen een nieuwe kerk wilde gaan bouwen, maar ook nog eens het totaal-vervuild kerkje dat hem bij zijn aantreden zo had doen blozen, domweg wilde afbreken.

 

Pastoor Smits had vanaf het begin dus al niet zo’n hoge dunk van burgemeester Wientjens, maar de verhoudingen raakten echt gespannen toen de sloop van de oude kerk in zicht kwam. Tekenend voor de onderlinge relatie is het verhaal dat op een brief van de burgemeester aan de pastoor, de bode als antwoord van meneer pastoor niet alleen een briefje meekreeg, maar ook een kromgetrokken sigaar. “Geef die maar aan dat menneke daarboven en zeg hem dat deze sigaar past bij z’n kromme redeneringen.”

Een beetje een opvliegende man, die pastoor Smits, zo komt hij uit de bronnen tevoorschijn. Maar ook iemand die tegenstrijdige berichten over zich heeft afgeroepen. Moeder-overste en de pastoor, dat was bijvoorbeeld geen goede combinatie. Dus klaagde zuster Emilia bij het bisdom over de pastoor: het onderwijzend personeel, en dan vooral de religieuzen, werden door hem tegengewerkt en getreiterd. De pastoor zou het onderwijs afbreken en het gezag ondermijnen. De voorbeelden die ze geeft, duiden er ook wel op dat de pastoor geen boodschap had aan het lesrooster: hij kwam godsdienstonderricht geven op de momenten en zolang als het hem uitkwam. De rest moest zich daar maar aan aanpassen.

Ook de familie Smits beklaagde zich bij de bisschop over de manier waarop de pastoor zijn persoonlijke vetes uitvocht via de preekstoel op zondag, met als conclusie “Dr. Smits maakt ons de kerk vaak tot een hel.” Maar er zijn ook andere geluiden van de eenvoudige parochianen. Hoe het zij, een en ander leidde er eind 1927 toe dat pastoor Smits vanuit het bisdom de boodschap kreeg, dat zijn politiek van confrontatie moest ophouden. En Xavier Smits legde zich daar bij neer: “Ik zal nooit meer kijven op mijn vijanden: ze zijn toch ‘prurientes’ [=in de war], maar vooral omdat U het wil…” het kerkhof op de plaats van de oude kerk

Het leek te werken, want in de tien jaar daarna gaf de situatie binnen de parochie blijkbaar weinig aanleiding meer tot klachten. Plotseling, begin november, werd Xavier Smits onwel. Hij overleed binnen enkele dagen, 61 jaar oud. De Graafsche Courant schreef “een markante figuur is uit zijn parochie weggerukt” en deed verslag van de grootse uitvaartplechtigheid. Als herinnering aan de werkzaamheid van Xavier Smits in Reek zijn het kerkgebouw, de pastorie en zijn graf op het kerkhof, dat op de plaats van de oude kerk ligt, overgebleven.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (13)

Ton Cruijsen zei op 30 november 2007 om 22:21 uur

Een mooi stukje over de kerk en pastoor Xavier Smits; met voor mij heel herkenbare zinnen. Zetten jullie ook de bron van de zinnen erbij bijv. Van Boerendorp naar Burgerdorp deel II.
Groet
Ton Cruijsen
Reek

Marij Verstegen. zei op 1 december 2007 om 20:40 uur

Deze pastoor heeft zeer waardevolle aantekeningen achtergelaten in Schutjes.
Vooral bij het plaatsje Reek. Hij heeft veel onderzoek gedaan.

Rien Wols zei op 3 december 2007 om 09:44 uur

Dag Ton,
Jouw/jullie mooie boek over Reek heb ik met veel genoegen onder andere als bron gebruikt voor dit stukje. Vooral voor jouw citaten uit de correspondentie van Smits was ik zeer dankbaar. Zoals je misschien gezien zult hebben bij de overige verhalen, doen we nergens aan literatuurverwijzingen en/of bronvermeldingen. Dat is bewust: we willen de verhalen namelijk een beetje luchtig houden en daarin past geen "wetenschappelijke" houding.
Vriendelijke groet, namens het BHIC

Ton Cruijsen zei op 3 december 2007 om 20:15 uur

Beste Rien,
Je antwoord verbaast me en het is ook teleurstellend.
Als je eens wist hoeveel tijd het gekost heeft om al die gegevens boven water te krijgen en te verwerken (met bronvermelding), dan is het wel heel simpel om te stellen dat je de artikeltjes bewust luchtig houdt om niet aan bronvermelding te hoeven te doen. Het kan toch niet zo zijn dat het BHIC bedoeld is om te pronken met andermans veren? Daar lijkt het volgens jouw antwoord wel op.
Niettemin, een vriendelijke groet terug.

Rien Wols, namens het BHIC zei op 5 december 2007 om 13:27 uur

Beste Ton,
“Pronken met andermans veren” klinkt alsof we nogal ijdel zijn en behoefte zouden hebben om te laten zien hoe goed we wel zijn, zelfs over de rug (inspanningen) van anderen. Ik kan je oprecht verzekeren dat het BHIC daar absoluut niet op uit is. Ik snap (en weet uit eigen ervaring) hoeveel werk het is om van die mooie boeken te maken als de twee over Reek van jou en Tiny School. Dat wil ik ook zeker niet bagatelliseren. De bedoeling van het BHIC met de verhalen op de lokale subsites is anders gericht: we willen historische kennis verspreiden onder én beschikbaar stellen aan iedereen die daarin (hoe licht ook) is geïnteresseerd. Dat zijn niet altijd mensen die dikke boeken kopen.
Het lijkt me duidelijk dat we voor de inhoud gebruik maken van alle beschikbare bronnen, gepubliceerd of ongepubliceerd (voor dat laatste zie bijvoorbeeld de Reekse helden van 1814). De bewerking van al die bronnen (en ik heb er voor het verhaal over pastoor Smits dus bijvoorbeeld vijf gebruikt, met inderdaad jullie boek als zwaarste) moet op deze website leiden tot een “licht”, prettig leesbaar verhaal, niet onnodig zwaarder gemaakt door literatuur- en bronvermeldingen (ik bedoelde dat dus andersom dan jij blijkbaar gelezen hebt).
Wat we voor ogen hebben met deze lokale geschiedenissen is uiteindelijk een wiki-achtige omgeving, waaraan iedereen zijn bijdrage zou kunnen leveren. Ook in de wikipedia zul je betrekkelijk weinig literatuurlijstjes zien. Bijdragen van bezoekers komen natuurlijk altijd <a href="http://www.bhic.nl/index.php?id=4410" target="_blank">onder hun eigen naam</a> te staan.
Iets anders is dat we al langer aan het nadenken zijn, over hoe we diegenen die echt meer willen weten, de weg zouden kunnen wijzen. De inhoud is duidelijk: dat moet een niet al te lang literatuurlijstje zijn met boeken of artikelen die iemand in eerste instantie goed op weg kunnen helpen. Over de vorm waren we nog niet veel verder. Jouw reactie was aanleiding om daar toch eens concreet iets aan te doen. Ik vind het <a href="http://www.bhic.nl/index.php?id=10303" target="_blank">nog geen ideale oplossing</a>, maar ben wel benieuwd naar je reactie.
Ik kan me voorstellen dat dit nog steeds niet het antwoord is, dat je eigenlijk zou willen horen. Ik ben ook altijd bereid om hierover verder met je van gedachten te wisselen, maar misschien is een andere vorm daarvoor dan geschikter.
Met vriendelijke groet,

Ton Cruijsen zei op 5 december 2007 om 19:52 uur

Beste Rien,
Er vanuit gaande dat jullie ook zoekende zijn naar vorm en inhoud van de site, is een discussie altijd de beste weg. Tiny en ik houden ons aanbevolen.
Groet

Jack Gardeniers zei op 17 maart 2011 om 00:43 uur

Als ik ook een duit in het zakje mag doen, vind ik de vermelde stelling curieus. Is luchtig gelijk aan niet meer aangeven waar je het vandaan hebt ? Onzin m.i. Bij onze buren is er een minster om naar huis gestuurd !
Is het ineens minder luchtig als er eerlijkheidshalve gewoon een paar titels onder staan ? Geloof er niks van. A. is dat wel zo netjes; B. als geinteresserde lezer kan ook ook dan pas verder. Je blokkeert dat ook door dat na te laten. Foute keuze naar mijn oordeel.
Jack Gardeniers, organist en (sociaal) wetenschapper.

Henk Ruijs zei op 1 januari 2012 om 18:11 uur

Een mooi verhaal. Toevallig heb ik nog een bidprentje dat is uitgegeven bij het overlijden van pastoor Smits. Ik heb het ingescand en naar het BHIC gestuurd. Misschien dat dit prentje bij het verhaal gezet kan worden zodat de lezer ook letterlijk een beeld heeft van deze markante man.

Marilou Nillesen bhic zei op 16 januari 2012 om 12:05 uur

Bedankt voor je mooie aanvullingen, Henk. Door Xavier Smits recht in de ogen te kunnen kijken, krijgt het verhaal weer een nieuwe dimensie.

Jeroen Arts zei op 18 januari 2012 om 21:02 uur

Even over het vermelden van de bronnen:
Het lijkt me inderdaad prettig om dat wat meer te doen (zeker nu wij ook een boek hebben uitgebracht, ik snap dus wat Ton bedoeld), maar ook zodat anderen kunnen controleren of dieper kunnen graven. De citaten of bronnen moeten dan wel juist gebruikt worden. Ik wordt ziek van mensen die in het verleden 'mijn' teksten als bron gebruikten (dus met mijn naam erbij), maar die vervolgens een geheel eigen, onjuiste draai aan het geheel gingen geven, zonder zelf gedegen onderzoek te plegen... Uiteindelijk klopte er niet veel meer van maar stond WEL mijn naam als bron erbij!!

Rien Wols bhic zei op 19 januari 2012 om 11:53 uur

Dag Jeroen,
Ik neem aan dat jouw ervaringen niet betrekking hebben op wat er op deze site gebeurt! Want dat is dan snel te corrigeren :-)

Jeroen Arts zei op 19 januari 2012 om 22:47 uur

Dag Rien,

Nee hoor, maar je geen zorgen om deze site. Jullie doen hartstikke goed (en mooi!) werk.

Jeroen Arts zei op 19 januari 2012 om 22:47 uur

maar=maak

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 7 september 2012 om 16:03 uur

Het Broederhuis in Reek