skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Ans Holman
Ans Holman RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Ans Holman
Ans Holman RA Tilburg

Huize Padua

Rien Wols
Rien Wols Bhic
vertelde op 3 juni 2009
bijgewerkt op 1 september 2020
In 1722 stichtte Daniël de Brouwer een “religieus gezelschap” in de kleine kluis van Handel, op het grondgebied van Gemert. De Brouwer was in 1674 geboren en in 1696 Franciscaan geworden. De kleine Handelse communiteit groeit al snel uit tot een 13-tal broeders. In 1734 wordt een nieuw, groter klooster gebouwd, Bloemendaal geheten.

De Kluis
De Kluis

De broeders kosterden in de Handelse Genadekapel, ontgonnen stukken Peel, gaven onderwijs aan jongens én… ze brouwden bier. Die laatste activiteit verliep ook nog eens tamelijk voorspoedig.

De Gemertse brouwers namen de Broeders het succes van hun brouwerij niet in dank af. Ze maakten bij de overheid dan ook allerlei bezwaren tegen de Broederlijke brouwactiviteiten. Uiteindelijk leidden deze “kuiperijen” tot niets, maar het leek Daniël de Brouwer toch raadzamer om vlak over de grens, in het Land van Ravenstein, opnieuw te beginnen. Dat was in 1741.

Het jaar daarop verrees Huize Padua in Boekel, vlakbij Handel. Het brouwen en ontginnen ging hier gewoon door, net als het geven van onderwijs. De school van de broeders penitenten (bekend als Handelse kluis) kreeg zelfs regionale beroemdheid . In 1745 overleed de stichter, maar de communiteit bloeide.

Huize Padua
Huize Padua

Gedurende de Franse Tijd (1795-1813) hadden de Broeders het moeilijk. De Franse revolutie had een hekel aan religieuzen (congregaties mochten geen nieuwe leden meer aannemen, zodat ze vanzelf zouden uitsterven). In 1813 telde Huize Padua dan ook nog maar twee broeders.

Gelukkig veranderden de tijden net op tijd en met steun van onder andere de pastoor van Boekel krabbelde de communiteit uit dit dal. In 1848 namen de paters Capucijnen het geestelijk bestuur van de Broeders op zich, wat uiteindelijk in 1871 leidde tot de vaststelling van de Statuten en Regel, waaraan zich toen 21 Broeders onderwierpen.

Huize Padua
Huize Padua

In de Statuten was nu ook officieel de “verzorging van de geestelijk gestoorde evenmens” opgenomen, iets waar de broeders al in 1830 mee begonnen waren. Dat was een gevolg van een nieuwe Onderwijswet in Nederland, waardoor de Broeders van onderwijsgeven aan jongens werden uitgesloten. In 1832 begon men met de verzorging van de eerste patiënten in de Oude Kluis. Vijf jaar later kon er al een aparte woning voor de verpleging neergezet worden.

Ook op dit terrein begon de wetgever zich te roeren: in 1841 werd de Krankzinnigenwet van kracht, die onder meer het (Staats)toezicht op krankzinnigen en krankzinnigengestichten regelde.

De apotheek van Huize Padua
De apotheek van Huize Padua

Met andere woorden, de broeders moesten vergunning voor hun activiteiten vragen, die hen in 1843 verleend werd. Daarmee waren ze de eerste congregatie in Nederland die zich officieel met de geestelijke gezondheidszorg bezig mocht houden.

Padua groeide niet alleen in Boekel: in 1902 kwam er een nieuwe stichting in Udenhout (Huize Assisië), in 1925 in Apeldoorn (psychiatrische inrichting St. Josephstichting), en in 1938 in Tilburg (juvenaat Mariahof, in 1953 uitgebreid met het Instituut voor geesteszwakke kinderen Piusoord). Zo heeft “Padua” zich in de afgelopen 175 jaar ontwikkeld van ‘bewaarplaats van krankzinnigen’ naar een modern psychiatrisch behandelcentrum, onderdeel van de GGZ Oost Brabant.

Reacties (67)

Bert Wezenberg zei op 11 augustus 2008 om 23:52
Het zal nooit de bedoeling zijn geweest om er een gevangenis te gaan bouwen, welke in de toekomst, naar alle waarschijnlijkheid alleen maar uitgebreid word!
Piet M.J. van Alphen zei op 3 juni 2009 om 15:58
De bibliotheek van de Minderbroeders te Handel, had een archief, hierin bevond zich een boek met hand getekende afbeeldingen van oude kerken.
Het zou enige exemplaar zijn van dit boek. Graag zou ik vernemen waar dit boek is, en of er een mogelijkheid bestaat om dit eens te bekijken. Om een voorbeeld te geven: er stond een tekening in van"De Kapel te Neijnsel" te Sint-Oedenrode.In het kerkarchief van de parochie Nijnsel zit een copytekening hiervan.
Marilou Nillesen, namens BHIC bhic zei op 4 juni 2009 om 13:15
Beste Piet,

Na overleg met mijn collega Henk Buijks komen we uit op het boek 'Het schetsenboek van Hendrik Verhees', een uitgave van Jan van Laarhoven (1975). Daarin staat ook de tekening van "De kapel te Neijnsel onder St Oeden roden, tans een School en Schoolheuijs."

We hebben dit boek zowel op onze locatie in Den Bosch als in Grave dus je kunt kiezen waar je het wil komen inzien!

Mart Witlox zei op 6 januari 2010 om 21:00
Ik ben zeer geinteresseerd in de foto van de apotheek. Wieis in het bezit van deze foto?
Dorethé zei op 6 januari 2010 om 21:10
Kijk op deze site even onder Geschiedenis en dan Brabantse foto's. Zoek op Padua en dan kom je de foto wel tegen. Je kunt deze opslaan of bestellen.
karin zei op 13 augustus 2011 om 15:34
Goedemiddag,

De oom van mijn moeder, Willem Hendrik Lodewijk van Waeterschoodt, kwam in 1958 met de Johan van Oldenbarnevelt uit Ned.-Indie naar Nederland. De familie in Nederland wist daar niets van, wel wisten ze dat hij geestelijk niet in orde was. Een poosje geleden heb ik op zijn persoonskaart gezien dat hij in Huize Padua in Boekel is overleden. Is er in Huize Padua een archief waarin staat hoe en wanneer hij daar terecht is gekomen? Is er misschien een foto van hem? Kunt U mij vertellen bij wie ik dit het beste kan navragen? Bij voorbaat dank.
Vriendelijke groet,
Karin Riper
Mariët Bruggeman, namens BHIC bhic zei op 15 augustus 2011 om 13:28
Beste Karin,

Ik heb even gebeld met Huize Padua; het blijkt dat de opnameboeken van patiënten berusten bij het Museum de Kluis in Boekel. De patiëntendossiers liggen in de kelder van Huize Padua zélf.
Uit beide kan slechts informatie worden gekregen na schriftelijke toestemming van het bestuur van het GGZ-Oost-Brabant, locatie Coudewater (dhr. R. Konijn), Berlicumseweg 8, 5248 NT Rosmalen. Je kunt je verzoek dus het beste aan hen richten.

Heel veel succes en met vriendelijke groeten,
Marilou Nillesen, namens BHIC bhic zei op 8 november 2012 om 14:48
Inmiddels heeft iemand zich gemeld die als leerlingverpleegkundige heeft gewerkt op Huize Padua. Zij kan zich het familielid van Karin goed herinneren en het contact tussen beiden is inmiddels gelegd.
Eduard VAN GASSE zei op 3 augustus 2018 om 09:40
Mijn grootvader, Eduardus Napoleon VAN GASSE (1896-1976) behoorde tot een groep Belgische Vluchtelingen die in 1914 verbleven in Huize Padua (Boekel). Ik heb daar een groepsfoto van (die ik u natuurlijk kan bezorgen). Weet u meer over dat fascinerend stuk geschiedenis?
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 7 augustus 2018 om 14:39
Ik heb wat stukken uit het archief van de gemeente Boekel ingekeken over Huize Padua, maar daarin niets gevonden over het opnemen van Belgische vluchtelingen.
Maar misschien kunnen we aan de hand van jouw foto een oproep doen of mensen meer informatie hebben? Je zou de scan van de foto mogen opsturen naar info@bhic.nl tav Mariët.
Eduard Van Gasse zei op 7 augustus 2018 om 15:12
Bedankt, mevrouw Bruggeman, de foto werd gemaild.
Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 15 augustus 2018 om 21:08
Beste heer Eduard van Gasse,
Veel is het niet wat ik tot heden vond.
Echter dit krantstukje komt uit de Udense Courant van 15 September 1915 .
Boekel : Alhier overleed na een zeer smartelijk maar geduldig lijden, een geïnterneerde Belgische soldaat, die ruim acht dagen liefdevol werd verpleegd in het Gasthuis der Eerw. Zusters alhier.
Het is de 24 jarige Louis Crooiman, zoon van een geachte familie uit Achel. In 't eerste tijdperk van de oorlog [tijdens] die strenge koude winterdagen is hij gewond [geraakt] en werd na 5 dagen in een bosch gevonden, krankzinnig geworden van pijn en ontbering is de arme sukkel door het Nederlandsche Roode Kruis opgenomen en na een tijd alhier in 't krankzinnigengesticht Huize Padua te zijn verpleegd, vervoerd naar het gasthuis alhier, waar hij zacht en kalm overleed. Bij volle kennis zijnde gekomen koesterde de arme verdediger nog steeds de hoop eenmaal nog zijn vader te mogen zien wat echter niet heeft mogen zijn. Zijn moeder was reeds 18 jaren dood. O die Oorlog !!!
Ed Van Gasse zei op 15 augustus 2018 om 21:36
Bedankt, Gerard. Voor zover ik het verhaal ken en de foto interpreteer moet het om hier om een gestructureerde opvang gaan van een groep vluchtelingen en niet om occasionele opvang van een zieke. Ik zou dus denken dat het krankzinnigengesticht tijdelijk als een opvangplaats werd gebruikt voor vluchtelingen. Alleszins hartelijk dank voor uw opzoekingswerk.
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 16 augustus 2018 om 10:11
Mijn collega Marilou gaat met de foto van Ed een oproep plaatsen op onze website voor meer informatie. Hopelijk gaat dit wat meer gegevens voor je opleveren Ed.
Ans van Vlijmen zei op 3 november 2018 om 21:14
Hallo, ik begrijp dat een leerling-verpleegkundige heeft gewerkt in Huize Padua. Ik ben bezig met de stamboom van familie van de Gevel en ben op zoek naar informatie over mijn overgrootvader. Hij heet Wilhelmus Cornelis, heeft in de jaren 1950 in Huize Padua gewoond. Misschien kent zij hem ook nog?
Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 7 november 2018 om 10:45
Begrijpelijk dat je meer informatie wilt over de tijd dat je overgrootvader in Huize Padua heeft gewoond, Ans. Ik heb even navraag gedaan bij mijn collega, maar helaas beschikken wij niet meer over de contactgegevens van deze leerling verpleegkundige.

Voor meer informatie zou ik je willen adviseren contact op te nemen met het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven, waar archiefmateriaal van Huize Padua aanwezig is (onder archiefinventaris Broeders Penitenten). Je kunt meer informatie vinden op hun website: https://www.erfgoedkloosterleven.nl/

Daarnaast zou je navraag kunnen doen bij de GGZ-Oost-Brabant, zoals mijn collega Mariët hierboven heeft aangegeven. Veel succes met je zoektocht!
Ans van Vlijmen zei op 8 november 2018 om 11:38
Hoi Lisette, hartelijk dank voor je bericht, ik ga navraag doen bij Erfgoedcentrum. Groetjes, Ans
Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 8 november 2018 om 12:06
Beste Ans heb je al geïnformeerd bij 'Museum de Kluis' dat gevestigd is in het allereerste gebouw van Huize Padua aan de rand van Boekel.
Daar wordt door middel van de vele foto's en voorwerpen de geschiedenis verteld van de broeders Penitenten.
Openingstijden
Maandag - gesloten
Dinsdag - 14:00-16:00 uur
Woensdag - 09:00-12:00 uur
Donderdag - gesloten
Vrijdag - gesloten
Zaterdag - gesloten
Zondag - gesloten
*Elke laatste zondag van de maand open van 13.00 tot 17.00
telefoon: 0492-846173
Ans van Vlijmen zei op 8 november 2018 om 13:01
Hallo Gerard, dankje voor de informatie. Daar heb ik niet geïnformeerd, hebben zij ook een archief daar?
Ans van Vlijmen zei op 8 november 2018 om 13:05
Ben ik weer, heb even teruggelezen en er is inderdaad een archief in het museum met opnameboeken van patiënten. Ik ga daar meteen achteraan.
Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 8 november 2018 om 13:31
Bedankt voor de waardevolle tip, Gerard! Ans, veel succes met je onderzoek. Hopelijk kunnen ze je bij dit museum verder helpen!
Ans van Vlijmen zei op 8 november 2018 om 14:19
Dankje Lisette, ik hoop het ook en ben heel benieuwd. Heb vandaag zowel naar Erfgoedcentrum Ned. Kloosterleven als GGZ Oost-Brabant een brief gepost, ik hou je op de hoogte van hun reaktie.
Ellen zei op 26 november 2018 om 12:55
ook ik ben op zoek naar een broer van mijn overgrootmoeder. Hij is met 36 jaar op 27-7-1890 opgenomen op Huize Boekel. Zijn naam is Wouterus van Reisen geboren 21-11-1854 in Voorhout. Graag zou ik willen weten wat de diagnose was, dus waarom hij opgenomen was. Hij is op 48 jarige leeftijd op Huize Padua op 14-11-1903 gestorven. Hij heeft dus 13 jaar op Huize Padua gewoond. Kunt u mij helpen?
Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 26 november 2018 om 14:59
Ook hiervoor zou ik je Ellen willen verwijzen naar: 'Museum de Kluis' dat gevestigd is in het allereerste gebouw van Huize Padua aan de rand van Boekel.
Daar wordt door middel van de vele foto's en voorwerpen de geschiedenis verteld van de broeders Penitenten.
Openingstijden
Maandag - gesloten
Dinsdag - 14:00-16:00 uur
Woensdag - 09:00-12:00 uur
Donderdag - gesloten
Vrijdag - gesloten
Zaterdag - gesloten
Zondag - gesloten
*Elke laatste zondag van de maand open van 13.00 tot 17.00
telefoon: 0492-846173
Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 28 november 2018 om 11:45
Bedankt weer voor je hulp, Gerard! Ik zou inderdaad eerst eens informeren bij Museum de Kluis, Ellen. Mochten ze jou daar niet verder kunnen helpen, dan kun je altijd nog navraag doen bij het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven en/of de GGZ Oost-Brabant. Veel succes met je onderzoek!
Ellen zei op 29 november 2018 om 13:40
Dank je Lisette en Gerard voor jullie antwoord
Ik ga daar zeker zoeken
Hartelijke groet. Ellen
Wim Degens zei op 12 november 2020 om 12:46
Ik werd door mijn moeder, onder valse voorwendsels met mijn boksbal, bokshandschoenen, zwemvliezen en -broeken, zadel, laarzen en rijbroek, tennisspullen naar Huize Padua gereden. Ik werd volgens haar op geen enkele kostschool meer aangenomen, was volgens de man die bij ons "het vlees was komen snijden" en onze uitgang weigerde te nemen, onhandelbaar voor hem. Hij was een zachte winden later altijd verscholen achter zijn religieuze utopieën lectuur in 'zijn' onwettig toegeëigende fauteuil die door zijn onafgebroken veelvuldige gebruik steeds dieper uitgehold werd in het zitgedeelte. Hij en zijn God hadden volgens hem en mijn moeder een directe lijn voor Goddelijke raad.
Ik weigerde die kleurloze man op mijn vaders plaatsen te erkennen en liet al vanaf zijn eerste entree zijn cadeautjes onuitgepakt en onaangeroerd om hem al op 7 jarige leeftijd te laten zien, dat hij mijn acceptatie niet kon
kopen. God had hem laten weten dat ik minachting voor geld had en in 1959, na de dood van mijn echte vader, onder geen enkele voorwaarde over mijn op mijn 21ste geërfde vermogen zou mogen beschikken. Mijn moeder vroeg onze huisarts de vereiste dokters attest van mij te tekenen om mij te laten opnemen in Huize Padua, afd. observatie, om mij daar ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren. De absolute zekering dat ik dan zelfstandig nooit over mijn eigen erfvermogen zou kunnen beschikken. Onze huisarts kende mij heel goed en wist van a tot z over mij alle achtergronden van mijn hoe en waarom ik zogenaamd onhandelbaar was binnen ons heersende strafsysteem opvoeding. Hij vond mij juist 100% normaal teageren op alles wat mij tot mijn 18de was overkomen. Mijn moeder schrapte hem van onze verjaardagskalender en royeerde hem uit hun bridgeclub. Hij had notabene mij in ons huis in 1941 ter wereld gehaald. Hij kende mij inderdaad maar werd verbannen in ons gezin.
Zonder die geweigerde doktersattest mocht Huize Padua mij wettelijk toen niet opnemen. De geneesheer directeur dokter van Baar had daar een verantwoord alternatief voor gevonden.
Mochten de lezers dit verder willen lezen, dan zal ik mijn nooit eerder en later vertoonde uitzondering op Huize Padua voor ruim een jaar verder onthullen.
wim degens zei op 10 februari 2021 om 11:58
........omdat onze, en dus mijn, huisarts op mijn 18 de jaar geen enkele geestelijke noch mentale afwijking vond, laat staan een reden om mij te laten opnemen in Huize Padua, weigerde hij op dat verzoek van mijn moeder mee te werken door absoluut niet zijn doktersattest te schrijven om mij dan legaal op te kunnen sluiten op e.o.a. afdeling in een soortgelijk huis. Derhalve wilde Huize Padua geneesheer dr. van Baar mij met een Passe Partout (hoofdsleutel) mij huisvesting geven plus, zolang ik daaraan wilde meewerken, onderwerpen aan een 2 maal wekelijks diepgaand gesprek over wie ik ben, wil zijn en hoe ik mijn toekomst dacht te gaan invullen. Zonder mij die hoofdsleutel te geven kon ik het instituut later juridisch aansprakelijk stellen wegens hun wederrechtelijke vrijheidsroof, zonder onze huisarts zijn doktersattest.
Ik kon dus gaan en staan waar en wanneer ik maar wilde. Werd onmiddellijk bevriend met de directeur van de boerderij de heer Assendelft en werkte vrijwillig en met heel veel plezier mee op de grote gestichtsboerderij waar geen patiënten kwamen of werkten. 1 jaar en 3 maanden lol op die boerderij met de boeren knechten in hun Oost Brabantse accenten en vooral met de dieren die ik verzorgde.
Pater Herr sj, rector van het Canisius College, haalde mij daar tenslotte voorgoed weg. Hij vond het een beschamende schande van mijn moeder en de vele andere heimelijke opvoeders, dat zij mij Huize Padua hadden aangedaan. Hij had mij op het Canisius College een intern schooljaar onder zijn hoede gehad op mijn 12de jaar.
Hij nam mij tegen de onbegrijpende wereld in bescherming toen ik dat zelf nog niet kon.
Een geweldige menselijke jezuïet van het goede hout gesneden!
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 11 februari 2021 om 09:10
Bedankt Wim voor het delen van jouw verhaal. Echt verbijsterend wat je, op nog zo'n jonge leeftijd, hebt meegemaakt. Het zal allicht een schrale troost zijn geweest, maar gelukkig was er dan het dankbare werk op de gestichtsboerderij, de heer Assendelft (wat herinner je je nog het beste van hem?) en uiteindelijk het ingrijpen en het luisterend oor pater Herr s.j. Hoe ging het daarna verder?
Wim Degens zei op 3 maart 2021 om 11:40
Dag Thijs de Leeuw,
De psychische schade na mijn verblijf in volgens mijn broers en zus en neven en nichten in een 'gekkenhuis' bleek voor mij onverwachts enorm. Ik was, ongeacht de werkelijke gang van zaken in deze opname door hen en zelfs mijn volwassen familieleden de familiegek die tot alles in staat is. Mijn tegendraadse verleden bleef mijn onvolwassen imago en werd altijd aangevoerd als de plausibele reden waarom ik in mijn hele familie nooit op een huwelijks feest, promotie viering, geboorte van de 4 kinderen van mijn zus, het Zwitserse familiechalet waar iedereen regelmatig logeerde werd uitgenodigd. Ik was de persona non grata in de familie. Daar heb ik het erg moeilijk mee gehad. Ik moest in de krant lezen van het grote feest waar Princes Margriet en Pieter van Vollenhoven bij de gasten hoorden. De enige van mijn hele familie die er niet bij was was de "familiegek" van Huize Padua.
Ik werd weggekeken en kon niets meer goed doen.
Afterall heb ik er(onwetend of ik daar ooit nog voorgoed weg zou komen) zelf een leuke tijd gemaakt en waren de boerenknechten en de heer Assendelft zichtbaar aangeslagen toen ik hen volkomen onverwacht vaarwel kwam zeggen. Het meisje van een grote kippenboeren vader uit Handel nb, die vanwege mijn verblijf op Huize Padua niet met mij mocht omgaan, heb ik helaas niet meer gezien. Huize Padua is (vaak door mij ongemerkt)een ramp geweest in mijn hele latere leven.
Wim Degens zei op 3 maart 2021 om 12:01
De heer Assendelft begreep in onze koffiegesprekken totaal niets van waarom mijn ouders mij in het gesticht (zoals hij het zelf altijd noemde) geplaatst hadden.
Hij was zeer aardig en altijd vol interesse voor mij. Ik reed op alle tractoren en kreeg verantwoordelijk werk om mij te bewijzen dat HIJ wel vertrouwen in mij had! Prima kerel dus. Helaas na mijn vertrek contact verloren gegaan. Pater Herr was een asceet met een gouden hart. Hij was rechtvaardig streng en werd mijn spirituele vader in wie ik een onbevangen vertrouwen had. Ik ben na zijn zware hersenbloedingen zijn laatste bezoekende leerling geweest op Berchmanianum, het religieuzen verzorgingshuis waar hij verpleegd werd.
Hij bevestigde mijn zeer lage eigenwaarde onophoudelijk met goede voorbeelden welke mij rationeel overtuigden geen positieve lulkoek te zijn.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 3 maart 2021 om 12:36
Wat een verhaal Wim.. echt heel heftig hoe dit verblijf heeft nagedreund in je verdere leven. Enorm bedankt dat je er hier tóch meer over wilt vertellen. Mooie woorden over pater Herr en dhr. Assendelft, gelukkig zijn destijds ook zulke mensen op je pad gekomen, die positieve energie gaven.
W Degens zei op 5 maart 2021 om 14:29
Dank je voor je interesse en je empathische betrokkenheid. In ons gezin waarin ik, door de man die ooit 'het vlees kwam snijden' als png verbannen werd, vanaf mij 8ste, heeft nooit iemand mij gevraagd hoe ik mijn "one flow over the coockooks nest van 15 maanden beleefd heb of had. Alles wat in die film gebeurde in het gebouw heb ik van zeer nabij in werkelijkheid zien gebeuren. De sleutel en de boerderij waren mijn overleving eilanden die mij genoeg afleiding en zelfvertrouwen leverden. Ik was me toen niet bewust van mijn levenslange imagoschade welke zich in mijn levenspad zich zou ontvouwen. Ik zal altijd een getekend man blijven omdat niemand daadwerkelijk geïnteresseerd bleek, onder welke uitzonderlijke omstandigheden ik daar alleen maar geparkeerd onderdak tegen privé betaling verbleef zonder enige vorm van gerichte psychotherapeutische, medische behandeling. Dat maakt het foute en onherstelbare imago van mij extra wrang en onverteerbaar.
W Degens zei op 5 maart 2021 om 14:41
Thijs, jij lijkt mij een zeer sociaal voelend mens. De mensen in jouw omgeving zullen ongetwijfeld heel blij met jou zijn.
Voor mij zijn begrip, respect en onbaatzuchtige liefde de helaas zwaar ondergewaardeerde schatten in ieders leven. Jij bent een goede eerlijke vriendschap waard.
willem degens zei op 22 maart 2021 om 17:20
Overdag na het ontbijt op mijn eigen kamer (oorspronkelijk bedoeld als isolatie cel, maar met mijn eigen sleutel) liep ik iedere dag vrijwillig maar ingepland naar de boerderij om met alles mee te helpen. Daardoor ontgingen mij allerlei drama's welke zich overdag op
mijn afdeling observatie afspeelden. Tot ik een keer behoorlijke griep had en die 3 dagen op het paviljoen bleef.
Uit verveling verliet ik mijn kamertje en merkte een opgewonden sfeer bij enkele patiënten. Er werd geshockt. Nooit eerder van gehoord of gezien. Het gordijn voor het kleine raam van de recreatiezaal naar de grote slaapzaal was opvallend dicht. Ik loerde naar wat we niet mochten zien. 6 bedden met patiënten lagen bezet en enkele witte jassen met apparatuur waren met hun ruggen naar mij gekeerd bezig met een patiënt. Ineens brak een weerzinwekkend schouwspel los. Een jongen met een spons in zijn mond en enkele draden rond zijn hoofd vloog plotseling paars aanlopend enigszins overeind, trillend als een rietje en stijf als een plank. Echter in doodse stilte vanwege die dikke spons in de mond. Langzaam nam de spanning in zijn lichaam af en gingen de witte jassen naar de volgende jongen die zich onder zijn dekens probeerde te verstoppen. Tevergeefs. Ik ging weer naar mijn kamer want ik had er meer dan genoeg van gezien. Dit gebeurde wekelijks altijd op woensdagmorgen. Overdag moest je daar dus niet onnodig verblijven. Ik zag het gelukkig eenmaal.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 24 maart 2021 om 06:58
Hallo Willem, goed om je hier terug te zien. Wat je hier beschrijft is wel heel aangrijpend. Om zoiets in het echt te zien, ook nog zonder daarop voorbereid te zijn, en vervolgens iedere woensdagmorgen weten dat het weer zo ver is... Dat neem je wel mee. Misschien dat je ook daarover nog met dhr. Assendelft hebt gesproken? Of toch vooral zelf alles verwerkt? En zijn er nog andere dingen die je bijstaan van de omgang met de patiënten en de behandelingen daar?
Willem Degens zei op 26 maart 2021 om 17:00
Jah,
wanneer ik 's morgens naar de boerderij liep, kwam ik altijd langs de arbeidstherapie steenfabriek, waar naartoe een kleine spoorrails liep met daarop enkele voor menselijke kracht handteerbare wagonnetjes. Daarop werden door patiënten handmatig stenen getransporteerd naar een keurig opgestapelde verzamelplaats van zelf gemaakte en gebakken bakstenen. Af en toe kwam een 30 tonner vrachtwagen met een steektrolley die stenen ophalen voor doeleinden waarvoor ze gemaakt waren. Die patiënten leken nooit om zich heen te kijken in een blik van lenteverwondering of verbazing. Zij deden wat hen geprogrammeerd was te doen. Leken mij mensen die volkomen van de wereld waren. Ik zei wel eens "goedemorgen". Werd op noch om gekeken en altijd onbeantwoord. Communicatie isolatie kwam je daar overal tegen.

's Maandagsmorgens wilde ik nooit meer op de boerderij komen. Dan werd er geslacht. De eerste keer dat mij dat op een nog onbevangen maandagmorgen overkwam, vond ik een dramatische ervaring. In doodsangst gillende varkens en loeiende koeien die nu geen kant van leven meer op konden. Mensen in levensbedreigende nood wil je niet wekelijks hoeven mee te maken op die leeftijd. Maar dieren, die je met hun onschuldige grote ogen wanhopig aankijken, overgeleverd aan onze soortgenoten, die hen als niets zijnde behandelden, zagen hun laatste minuten voor zich aftekenen, Zij staarden ten einde raad naar de druk bezig zijnde gewetenloze ‘mensen’ met het opensnijden van een net gedode, nog wild stuiptrekkende weidevriendin of stal vriendje. Ik vulde in hoe ik mij al stier of zwijn of kalfje zou voelen. In handen van horrormonsters ging mij door merg en been waar ik zelfs niet van kon slapen. Hun machteloosheid, in handen van hun overheersers, die een eind aan hun bestaan maakten, deed mij associëren met mijn machteloosheid in de handen van mijn misbruiker op kostschool toen ik een onschuldig kalfje van 8 jaar was. Ik haatte die bloederige slachters, hun onverschilligheid voor het leven van een dier en hun meedogenloze hardheid om slachter als je beroep te kiezen. Ik kon die op de dood wachtende dieren niet helpen. Dat maakte mij nog ellendiger. Gelukkig waren die slachters kennelijk ingehuurde slachtarbeiders, die niet op onze boerderij in dienst waren. Om 12.00 hr werd al het bloed van de tegels weggespoten en om 12.30hr was er van deze mensonwaardige horror niets meer te zien op de grote vierkante binnenplaats van de boerderij. Dus na het diner (altijd ‘s middags van 12.30hr tot 13.00hr) liet ik mij weer zien op de boerderij. Alleen de heer Assendelft wilde weten of ik die eerste absente maandagmorgen geen zin had om te komen. Hij lachte mij uit toen ik het hem eerlijk vertelde. De enige keer overigens dat ik hem niet mocht. Mijn gevoelens werden niet begrepen, ik besefte dat ik daarin waarschijnlijk weinig verschilde met veel gestigmatiseerde patiënten die volgens mij in die tijd ook niet begrepen werden in wat zij voelden. Het verschil met mij en een patiënt was, hoe ik met die onbegrepen gevoelens in de eenzaamheid in mijn gedachten kon omgaan. Zo dacht ik toen, want denken - en vooral diep doordenken - deed ik altijd over alles wat ik in mijn leven tegenkwam.

Rond de avondlunch meldde ik mij op mijn afdeling “Observatie”.
Tot de tafels gedekt waren en het eten gebracht werd, luisterden we naar populaire muziek als Toppop op de radio.
Af en toe begon iemand plotseling te schreeuwen, viel kwijlend en spartelend op de grond, tot de verplegers ons uitzicht belemmerden.
Ik wilde niet kijken. Ik had een vaste plaats aan tafel in een oorspronkelijk (verward) intellectueel gezelschap.
1 pater Jezuïet, een pater van Mil Hil met een paarse band om zijn middel van zijn zwarte pij. Hij had uitpuilende ogen en je kon heel goed zien dat hij niet goed was. Er zat ook een bekende tv maker en een leraar filosofie theologie bij. Aan tafel werd nauwelijks door ons gepraat. De Mil Hiller brabbelde wel eens wat onsamenhangends tegen zijn schaduw, wat je nooit miste wanneer je het niet verstaan had. Verder gebeurde er nog met patiënten heel onverwachtse dingen waar je zeker ook niet getuigen van geweest wilde zijn. De paters Mil Hil en de Jezuïet zorgden dan dat niemand meer kon zien wat er op dat moment voor walgelijks gebeurde.
Ik had gelukkig dan snel mijn kamertje met mijn eigen platenspeler met uitzicht op het voetbal en sportveld, pal onder mij.

Ik verwerkte altijd alles alleen. Zo open als ik nu ben, zo gesloten was ik toen. Sprak nooit met wie dan ook over hoe ik mij voelde en wat ik dacht.
Dhr Asseldelft zei mij, soms te vaak naar mijn beleving, dat hij zoveel respect voor mij had. Dat begreep ik niet, want ik voelde mij minder dan min, maar wel met altijd een glimlach of een schaterlach. Mijn humor en relativeervermogen hielden mij op de been. Toch was ik en voelde ik mij als een volledig verstotene uit mijn hele familie. Dat is tot vandaag zo gebleven. Het bleek mijn nooit te overwinnen lot. Maar waarom?
Ik weet nog steeds niet hoe ik die 15 maanden met die gedachten de nachten ben doorgekomen.
Op 1 ernstig incident na. Een zware Zeeuwse patiënt van ruim 30 jaar spuugde mij een keer onverwachts midden in mijn gezicht.
Onder gelukkig veel getuigen gaf ik hem onmiddellijk daarna een getrainde boks knal onder zijn kin. Hij viel achterover en brak zijn kaak. Dit was het ergste wat mij had kunnen overkomen, dacht ik toen. Want nu had de leiding een reden om mijn sleutel van en naar mijn vrijheid van mij af te pakken. Dat gebeurde niet. Die patiënt heeft weken vloeibaar voedsel moeten eten en ik mocht de sleutel blijven beheren zonder dat ik later daar hinder over dit voorval ondervond.
Ik heb in mijn hele verhaal van mijn verblijf in Huizen Padua niet kunnen herbeleven, wat ik met mijn herdershond Aldor beleefd heb tijdens mijn verblijf op Huize Padua en hoe dat allemaal afliep om mij, met uitzicht op de, voor mij nog onzichtbare, valreep, op de zwaarste proef te stellen, hoe ik in emotionele paniek zou reageren. Dat heette: ‘maximaal geforceerde observatie’, volgens geneesheer dr. van Baar.
Willem Degens zei op 26 maart 2021 om 22:36
Beste Thijs,
Acht jij het zinvol dat ik je, na veel zoekwerk, een foto van mij op de Massey Ferguson tractor van de boerderij en van de steenfabriek patiënten, die een wagonnetje met steen voorttrekken, toestuur? Feitelijk mocht ik geen patiënten herkenbaar fotograferen.
1960 Huize Padua een van de stevig bewaakte arbeidstherapieën de slavenarbeid op de steenfabriek.
Alleen de koeliezweep ontbrak!
Deze arme mensen waren 100% afgeschreven voor genezing, maar werkten daar dag in, dag uit, jaar in, jaar uit op hun volle kracht voor ...........???
de inkomsten van het gesticht! Geen frisse vertoning!
Niemand keek meer naar hen om, behalve ik. Echter toen volstrekt machteloos binnen mijn context daar!
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 29 maart 2021 om 12:35
Hallo Willem, die foto is welkom en kun je sturen naar het vertrouwde adres. Wat een indrukkend verhaal, ik val in herhaling maar wil je daar toch weer hartelijk voor bedanken. Wat jij al zegt: zo gesloten als je er toen over was, zo open ben je er nu over. Veel respect dat je dit allemaal deelt. Graag tot ziens!
William Degens zei op 30 maart 2021 om 21:24
Mijn oudste broer en mijn moeder maakten mij wijs dat zij eindelijk een leuke school voor mij gevonden hadden. Haar auto werd volgepakt met mijn sportattributen en kleren. Op naar mijn onbekende nieuwe school. Geen haar op mijn begroeide kop die enige argwaan koesterde t.a.v. de "leuke" school. Moeder reed naar Brabant en met de kaart op mijn broers schoot zagen wij in Boekel "Huize Padua". Klonk nogal huiselijk en warm. Na nog wat kilometers provinciale weg zagen we een groot gebouw langs de weg met oprit en parkeerruimte genoeg. Moeder gebood ons in de auto te blijven. Zij liep het bordes op en verdween te lang achter de gelakte deur van het hoofdgebouw. Plotseling werden we met kloppen op het achter zijraam opgeschrikt door een man met een snottebel en een vieze open mond van het drop eten of zoiets. Hij vroeg op indringende wijze "noepie, noepie?" De s was hem kennelijk niet verbaal gegeven. Ik schrok me rot en dacht en vroeg mijn broer of dit ook op die leuke school zat? Hij antwoordde niet.
Mij overviel een gevoel van verraad en machteloosheid zelfs in mijn eigen gezin. De voordeur ging open en moeder en een grote broeder in het wit kwamen op ons af. Ik stapte uit de auto om die witte broeder een hand te schudden en mij oor te stellen. Hij bleek Broeder Alexander te heten en nam gelijk de leiding onvoorwaardelijk over. Ik moest daar afscheid van mijn moeder en broer nemen en met hem meelopen! Ik kon mijn oren niet geloven en zei hem dat ik mijn spullen en kleren nog wilde uitpakken. "Neen! Gewoon meelopen!" klonk het empathisch. Ik zag dat mijn moeder ook moeite had met zijn staccato opreden, gebiedende wijs enkelvoud!
Mijn moeder startte haar auto met al mijn leuke schoolspullen en ondanks de grote witte broeder Alexander bleef ik hen nastaren. Mijn broer stak nog even zijn hand ter afscheid op. De gebiedende wijs enkelvoud liet mij nog even nakijken. Zei verder geen woord en liep met grote stappen een aantal onpersoonlijke gebouwen voorbij. Ik zei ook geen woord. Ik probeerde ook maar een glimp van een leuke school ergens op te vangen. Niets!
We gingen het laatste gebouw rechts in met zijn sleutelbos. Voordeur op slot, lift op slot, alle sluisdeuren op slot welke hij allemaal meet 1 sleutel open maakte. Die ene sleutel paste kennelijk overal op. Na een paar troosteloze gangen kwamen we op de afdeling OBSERVATIE.
Ik moest van Broeder Alex in bad!!! Ik vroeg hem “Waarom, ik ging iedere morgen thuis onder de douche of in bad, dus ik was niet vuil.”
“Omdat ik het zeg! Hier geldt geen waarom wanneer het verplegend gezag iets gebiedt!” antwoordde hij mij bemoedigend.
Ik voelde dat ik hier met mijn verdwenen gevoel van eigenwaarde totaal niets meer voorstelde. Dat ik salto’s op de grond en in het water van de hoge springplank kon maken telde hier niet. Dat ik altijd voor slim werd versleten ook niet. Ik schakelde al mijn knoppen om en besloot mij zonder zelfs maar verbaal verzet mij te schikken naar hun ijzeren en betonnen systeem met al hun wapens als injectiespuiten en farmaceutische geheimen God weet waarin zij die zouden gooien.
Ik nam een bad en kreeg nu tot weer mijn ontsteltenis gestichts ondergoed en een pyjama. Ik kreeg een bed aangewezen en om 18.30u moest ik meteen in bed. Wat gaan we nou weer krijgen? Ik ging nooit voor 01.00u slapen. “Niets mee te maken! Je gaat in bed tot ik zeg dat je eruit mag behalve voor de toilet!” Terwijl het pas rond 22.00u donker zou worden lag ik midden ik midden in een open slaapzaal en had niets anders meer te doen dan de mensen welke af en aan langs mijn bed liepen te observeren. Hele ongewone wezens waar duidelijk van alles mee mis was.
Een jongen van mijn leeftijd keek normaal uit zijn ogen. Ik vroeg hem, “Hé, wat is dit hier voor een huis?” “Een gekkenhuis! Kan je dat niet zien dan?”
Hij was een boeren zoon uit de Peel en heette Peter X. Hij wilde niet zeggen of hij zichzelf dan ook gek vond. Hij vroeg mij die vraag terug. Ik antwoordde, “Nee!” Hoe lang ik in bed moest liggen wist hij niet, maar hier weglopen bezorgt je een enkele reis naar een gesloten paviljoen en onmogelijke regels, wist hij.
Ik moest om therapeutische reden een hele weer, NIET ziek echter om mijn wil te resetten in bed blijven. Bijna niet op te brengen voor mij.
Op de eerste maandagmorgen moest ik op br. Alex zijn kamer komen. Dat kwam een aardige verpleger, de heer Willems mij zeggen.
Ik had de helse beproeving kennelijk glansrijk doorstaan en kreeg nu plechtig de sleutel overhandigd. Ik kreeg rare gestichtskleding en mocht iedere dag zelf zien in te vullen terwijl alle echte patiënten hun dagelijkse arbeidstherapie hadden. Mij werd te verstaan gegeven, dat ik dus geen patiënt was maar me wel aan de huisregels ‘moest’ houden. Ik wist niets van mijn feitelijke vrijheid om onmiddellijk en voorgoed daar weg te gaan.
Ik opende alle deuren en wilde de bus tijden zien te achterhalen in de veronderstelling dat daar wel eens een bus naar en van zou rijden.
Boekel Nijmegen Canisius College was een 45 kilometer.
Ik belde Pater Herr sj en vertelde hem waar mijn moeder mij voor onbestemde tijd heen gestuurd had. Hij bleef stil. Ik vroeg hem of hij er nog was. En of ik komend weekend naar hem mocht komen op het Canisius College. Dat mocht ik, mits de broeder Alex akkoord was. (pro forma!)

Meneer van Albert van Dorst was toen de directeur van mijn laatste kostschool waar ik niet meer op gehandhaafd werd. Hij had mij zeer recentelijk nog een jaar meegemaakt. Pater Herr sj en Albert van Dorst van particulier individueel onderwijs hadden een uitwisselverbond van slechte leerlingen op het Canisius College naar Pius Xll visa versa uitzonderlijk goede leerlingen naar het Canisius College. Pater Herr belde meneer van Dorst om hem op de hoogte te brengen waar mijn moeder mij nu heeft heen gebracht.
Beiden zeer ontstemd zijn ze allemaal zonder mijn weet met dr. van Baar gaan praten om hem te overtuigen dat ik een moeilijk kind was maar absoluut niet op H.Padua thuis hoorde. Zij kregen inzage over het sleutelgeheim en wanneer zij een gezinsvervangend thuis voor mij gevonden zouden hebben en een baan waarin ik kon groeien, mochten ze me meteen meenemen. Want Wim valt niet onder een medische of psychiatrische begeleiding.
De familie zorgen over hoe Wim met mijn erfenis zou omgaan, waren nooit i.r.t. mijn betaalde verblijf voor Huize Padua irrelevant.
Maar Wim mocht niets weten van de ware hoe en waarom achtergrond.

Na een geweldige week op de boerderij reisde ik per Openbaar Vervoer naar het Canisius College. Daar werd ik opgewacht door Pater Herr en meneer van Dorst. Van Dorst had het instituut gebeld en aan dr van Baar gevraagd of ik daar tijdens mijn verblijf een hond mocht hebben. Daarover moest gepolderd worden en ook de broeder Overste (die ik niet kende en nooit ontmoette) moest akkoord gaan.
Het was onder een waslijst van mitsen en maren goed bevonden.
In de Gelderlander op die zaterdag bood een Duitse herders fokker een nest te koop aan. Zondagmiddag reden van Dorst en ik naar dat nest.
Keuze liet ik de honden zelf maken. Welke het eerst en langst naar mij kwam, werd het.
Ik kreeg in dat jaar een sprookjesachtige band met die geweldige reu. Ik zorgde dat niemand zelfs maar in de verste verte last had of kreeg van mijn enige maatje op deze aarde die mij trouw was en ik hem.

Hij mocht natuurlijk nooit op mijn afdeling komen en dat vond ik logisch.
precies 2 weken voordat ik door Pater Herr en van Dorst zou worden opgehaald, moest ik volkomen onwetend van mijn komende vertrek bij dr van Baar komen. Er waren angst klachten van patiënten bij hun verzorgers binnen gekomen. Aldor moest weg!!!!
Ik dacht onmiddellijk dat ze wilden zien hoe ik in deze opperste staat van onmenselijke paniek zou reageren. Ik zei geen woord, stond op en verliet zonder groet zijn kamer. Op de boerderij wist Assendelft al wat mij was overkomen. Hij wilde zijn medeleven tonen maar ik bleef zwijgen en deed mijn opdracht van die dag en Meneer van Dorst kwam Aldor ophalen. Nooit meer teruggezien.
Dat was mijn schokkendste ervaring op Huize Padua als paying guest. Nooit meer naar teruggeweest, noch ooit nog eens met een psychiater gesproken. Daar is nooit en reden voor geweest.










Foto 1) Ik alleen op de tractor.
Foto 2) Zoon van een van de knechten, die zelf op de mls zat, wilde meerijden. Of ik dat leuk vond telde in die context niet.
Foto 3) Klein deel van de binnenplaats van de heel grote boerderij.
Foto 4) De trieste, uitzichtloze steenfabriek patiënten met hun wagon net voor de draaiwissel van de rails.
Jan van der Kaa zei op 28 juli 2021 om 01:14
Ik heb een mooie foto van ome Seraphinus (doopnaam: Andreas) van der Kaa met een bewoner op huize Padua in Boekel. Kan 'm echter niet kopieren en plakken. Ome Serafinus was een broer van mijn opa. Een gezellige man die heel goed kon opschieten met de patienten, zoals te zien op de foto. Laat me even horen, hoe ik de foto kan plaatsen. Bij voorbaat hartelijk dank. Pater Jan van der Kaa, Nieuw Zeeland.



Foto: Broeder Serafinus van der Kaa. Deze foto gaat waarschijnlijk terug tot de jaren '30. Ome Serafinus, met doopnaam Andries werd geboren in Gilze-Rijen op 29 mei 1867 en stierf te Boekel op 9 sept 1945. Vertrok naar Boekel 7 Sept 1891, 24 j oud. Zijn overlijden wordt aangegeven door de tuinman, Adrianus Peters, 48j oud.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 28 juli 2021 om 07:18
Hallo Jan, je kunt deze foto sturen naar info@bhic.nl o.v.v. Huize Padua, dan voeg ik deze toe aan je reactie.
Catharina Manders zei op 10 december 2021 om 21:56
Heb dit hele lange verhaal van William Degens met spanning gelezen.Mijn vader Johannus,Arnoldus,Franciscus Manders is ook plotsklaps in Huize Padua opgenomen in Juli 1944 Ik was toen nog een schoolkind en heb alleen de ambulance in een glimp weg zien rijden.Wij waren toen ingekwartierd bij een ongetrouwde neef en 2 ongetrouwde juffen (nichten) Ons huis was door de Duitsers gevorderd.De reden van opname en zijn dood 3 dagen erna, is altijd voor mij strikt geheim gehouden. Niet normaal dat een gezonde man van 62 jaar ineens na 3 dagen overlijdt. In de jaren 2016/2017 ben ik uitgebreid in contact geweest met alle mogelijke instanties betreffende zijn dood en de vreemde geschiedenis van Huize Padua.,zelfs mijn schoonzus,die als arts heeft geprobeerd om informatie te krijgen,werd afgescheept met het verhaal dat alle patientenopnames na 15 jaar vernietigd werden.Mijn laatste contact was een kort,lichtelijk geirriteerd schrijven van Dhr.Konijn,dat er niets viel uit te zoeken. Kan iemand mij misschien verder helpen?Personeel van destijds,familie van patienten enz.
Catharina Manders zei op 12 december 2021 om 14:16
Ook mijn OomMarinus,jongere broer van mijn vader, is in diezelfde tijd ( enkele weken voordien??)opgenomen in Huize Padua. Ook nadat ons huis gevorderd werd door de Duitsers. Hij was bij ons in huis,ofschoon hij niet goed spoorde. Hij was de liefste,beste, brave borst die op God's aardbodem rond liep. Hij leed alleen aan godsdienstwaanzin. Een gevolg van, hier komt mijn persoonlijk opgezette stelling....van een van de vele misbruikte jongetjes op kostschool "Rolduc"???En dat de H.H. geestelijken hem aangepraat hebben,dat hij een vies jongetje was?? Hij verbleef toen in Huize Padua tot zijn plotselinge dood in Aug.van hetzelfde jaar. Weer een dood met vele vraagtekens. Iemand die hier een wijs woord over kan zeggen???Marinus Manders.Opname in voorjaar 1944.plotselinge dood in Aug.1944.

Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 20 december 2021 om 11:48
Bedankt Catharina voor je bijdrage. Wat een bizar verhaal, heel begrijpelijk dat je nog met veel vragen zit over de omstandigheden van je vaders plotselinge overlijden, en ook de opname van je oom. Het zijn inderdaad lastige zaken om uit te zoeken. Hopelijk reageert hier nog iemand, (familie van) personeel, die meer weet... Zie trouwens ook dit bericht, waar eenzelfde vraag gesteld werd: https://www.bhic.nl/onderzoeken/forum/huize-padua-boekel Daar lees ik, helemaal onderaan, dat "opnameboeken van patiënten berusten bij het Museum de Kluis in Boekel. De patiëntendossiers liggen in de kelder van Huize Padua zélf. Uit beide kan slechts informatie worden gekregen na schriftelijke toestemming van het bestuur van het GGZ-Oost-Brabant, locatie Coudewater (dhr. R. Konijn), Berlicumseweg 8, 5248 NT Rosmalen." Let op: Dit is een bericht uit 2010, dus voor de zekerheid zou je nog navraag kunnen doen bij Museum De Kluis.

Contactgegevens:
Museum De Kluis
Kluisstraat 2
5427 EM Boekel
T 0492 – 84 61 73
E kluis@ggzoostbrabant.nl
W www.ggzoostbrabant.nl/museumdekluis
Willem Degens zei op 10 januari 2022 om 14:11
Arme Catharina,
Wat een gruwelijk gegeven;
je vaders opname en plotselinge dood, zonder te weten wat de oorzaak was van zijn opname en vooral van zijn onverwachte dood te midden van juist al die medische specialisten. Tijdens mijn verblijf wilde ik alles weten van ook het verleden van dit huis waar ik tegen mijn wil in verbleef. Zo hoorde ik van enkele in 1959 reeds in mijn ogen destijds oude boeren knechten, die allemaal in de buurt van het gesticht woonden, hoe er in de oorlog zelfs geëxperimenteerd werd met medicijnen tegen psychosen en mij andere onbekende psychische aandoeningen. Volgens hun verhalen in het koffiekamertje op de boerderij overleden regelmatig patiënten in die tijd geheel voor hen zónder duidelijke fysieke aanleiding in hun voorgeschiedenis. Ik nam die info met een korrel zout, omdat ik deze boeren knechten niet in staat achtte een heldere op waarheid berustende analyse te geven van de dood van enkele mensen die zij toevallig daar kenden. Maar het zou toch zomaar kunnen dat jouw vader van hun experimenten met hun farmaceutica het slachtoffer geworden is. Je zou eerst moeten achterhalen waarom en met welke psychische aandoening je vader daar werd opgenomen. Ik leef met je levenslange onzekerheidspijn van
je vaders overlijden juist dáár zeer mee.
Ik kan je helaas niet met absolute zekerheden verder helpen dan wat mij, bij navraag, ter ore kwam. Heel veel sterkte met het leven in zo'n oneerlijke, slopende onzekerheid.
Norah zei op 10 januari 2022 om 17:10
Dag Catharina,

Zowel mijn vader als zijn broers hebben ook op "Rolduc" "mogen" doorbrengen. Ik geef toe dat mijn vader zaken verzweeg, maar je kunt niet altijd de schuld geven aan het klimaat dat daar heerste.
Hier zaten trouwens in het algemeen Limburgse jongens op.
Mvg.
willem degens zei op 10 januari 2022 om 17:47
Vooral zou mij interesseren wie je vader en oom naar Huize Padua gestuurd hadden. De Joodse patiënten waren allemaal in hun vol ornaat met hoeden en al onmiddellijk in het begin van de oorlog met bussen afgevoerd. Niemand wist toen nog waar die arme stakkers heen gingen. Manders is geen Joodse naam. Ik vind de opdrachtgever van hun opname een verdachte rol in dit drama. Had misschien ook direct verband met hun snelle dood te maken? Wat heeft Rolduc hier mee te maken? Aan het eind van de wandelweg van het gesticht was en is nog steeds een flinke vijver waar ik ook van hoorden dat wanhopige patiënten zichzelf enkele malen hadden verdronken. Gek genoeg hebben ze toen de vijver alleen ondieper gemaakt als preventieve maatregel daartegen.
Willem Degens zei op 11 januari 2022 om 00:48
https://www.youtube.com/watch?v=s2zeVt4opyk
H P 1940-1945
Joods transport naar de krankzinnigheid van de Duitse volksmenner die het grootste deel van de Duitse bevolking achter zijn krankzinnige gedachtengoed kreeg.

Willem Degens zei op 11 januari 2022 om 13:38
Catharina,
Ik reageerde op jouw verzoek met enkele mogelijk relevante reacties waar je hopelijk iets aan hebt. Echter kennelijk worden die niet meer op deze Huize Padua site geplaatst maar op:

Dit verhaal met bijbehorende reacties is ook te vinden op bhic.nl
Huize Padua






William Degens zei op 11 januari 2022 om 13:55
Catharina,
het blijkt nu onmogelijk om je te antwoorden op deze site. Mijn antwoorden, incl. wsl deze, worden wel op bhic.nl automatisch en gedachteloos geplaatst. Ik laat het verder hierbij.
Catharine Manders zei op 14 januari 2022 om 21:35
Op de eerste plaats dank aan de heer Thijs de Leeuw voor Uw reactie op mijn schrijven.Al deze gegevens heb ik reeds verzameld,toen ik in 2016 getracht heb meer informatie te krijgen. Het einde van het verhaal was een schrijven van de Heer Conijn, dat de meeste gegevens over opnames verloren waren.Ik zal alsnog per post informeren bij GGZ Oost Brabant.
Catharine Manders zei op 14 januari 2022 om 22:07
Dan een ook een groot woord van dank aan de Heer Willem Degens. Ik ben van een degelijke katholieke Brabantse fam.Geen joden dus. En dat is juist de vraag,wat was de diagnose voor opname???De toen behandelende huisarts is vrij jong overleden. Eens heb ik hem daar naar gevraagd en toen kreeg ik als antwoord,dat ik niet bang hoefde te zijn voor evt.erfelijheid. Ik was toen te jong om door te vragen en....als je als onvolwassene iets minder prettigs of zeg maar engs te horen denkt te krijgen, is het dan niet normaal, je er maar bij neer te leggen. Zelfbescherming! Mijn eigen conclusie was ook al zelfmoord,als je totaal geen uitweg meer ziet. Heb niet aan een vijver gedacht,maar wel aan een sprong uit een raam.En uiteraard aan de proeven die er destijds genomen werden.Zowel mijn vader als mijn oom. 2 Flinke gezonde mannen. Wat Rolduc er mee te maken heeft???Ook weer een eigen conclusie. Mijn oom Marinus ging daar als een normaal intelligent kind heen en kwam er daarna uit met godsdienst waanzin. Ik heb eens gelezen hoeveel jongens van Rolduc jjjaaaren erna nog aangifte deden van misbruik. Sorry Mevr. Norah het was inderdaad de kostschool voor de "well to do"jongens uit Limburg en Brabant.Ik blijf open staan voor meer informatie!!!
Helena zei op 15 januari 2022 om 00:15
@Catharina, - Voor wat betreft Marinus Manders (*1880) kun je in het BR van Cuijk en St. Agatha , alook in Oss min of meer zijn verhuizingen volgen:. Kan daar niet uit opmaken dat hij in Rolduc is geweest. Die plaats werd nergens genoteerd...wat niet wegneemt dat het mogelijk wel zo geweest kan zijn... Zie hier bij BHIC in de Bevolkinsgregisters van Cuijk en St. Agatha en dat van Oss.

- op 10 april 1891 is Marinus Manders van Cuijk en St.Agatha vertrokken naar Oss
[ zoek je dan in BR van Oss dan staat hij [neem aan als leerling] in Carmelietenklooster aldaar en is hij op 12 aug 1892 vandaar vertrokken naar Sint-Michielsgestel]. Mogelijk was in Oss een voorbereidingsjaar op de volgende opleiding waar hij als 12-jarige aan begon in St. Michielsgestel? Volgens 'wat zit erin?' -> https://www.bhic.nl/onderzoeken/wat-zit-er-in - moet er van de BR van Sint-Michielsgestel alles van die jaren in de index staan, behalve van het Register van het Instituut voor Doofstommen, 1880-1933. Kan zijn naam in index van Sint-Michielsgestel niet vinden...terwijl hij daar mogelijk toch 5 jaar verbleef van aug 1892-aug 1897? Of stuurden ze hem soms vandaar door naar Rolduc in die jaren? Dan moet dat ook in BR geregistreerd zijn geweest... Maar in 1897 keert hij vanuit Sint-Michielsgestel terug naar Cuijk en St. Agatha, niet vanuit Rolduc.
- op 17 aug 1897 terug in Cuijk en St.A. , inkomend vanuit Sint-Michielsgestel.
- op 22 maart 1907 van C.enSt.A. naar Boekel
- op 3 maart 1908 vam Boekel naar C. en St.A.
- op 7 okt 1913 weer naar Boekel
- op 25 okt 1915 terug in C. en St. A. , komend vanuit Boekel
- op 22 sep 1920 weer naar Boekel
- op 10 okt 1922 terug uit Boekel in C. en St. A.
- en verder valt het niet meer te volgen...te 'recent'. Die BR staan nog niet online. Maar je kent zelf het vervolg uit familieverhalen. Hopelijk vind je toch eens wat meer info...al ben ik bang dat men - indien bewaard gebleven - toch zeer voorzichtig omgaat met gegevens van personen in ziekenhuizen opgenomen ..en zeker van hen die in psych. instellingen werden opgenomen.
Misschien valt in (gem.?) archieven nog na te gaan door welke arts de opname-aanvraag werd ondertekend? Met mogelijk een reden voor de aanvraag hiervan?

Bij het Nationaal Archief in Den Haag liggen Jaarverslagen en blauwboeken van krankzinnigengestichten waaronder ook van Boekel, jaren 1915-1960. https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.15.40/invnr/%406.
Helaas niet van de jaren 1943-1949..mogelijk vernietigd of verloren gegaan? Jammer..
Zie wat P.B.Piers op 5 februari 2017 om 09:26 schreef over de zgn. blauwboeken onder het topic: https://www.bhic.nl/onderzoeken/forum/pati-nt-op-voorburg-in-vught-voor-de-oorlog
Catharine Manders zei op 15 januari 2022 om 16:29
Dank u wel Helena voor het hele verhaal over mijn oom Marinus Manders. Voor mij een totaal andere geschiedenis als waarin ik mijn hele leven geloofd heb. Punt 1 dacht ik dat behalve mijn vader,ook zijn broers en zijn neven op "Rolduc"hadden gezeten. Punt 2 wist ik niets van de voorgeschiedenis van mijn oom.Alle verhuizingen van klooster naar klooster en al regelmatig opnames van 1 of 2 jaar in Boekel.Punt 3 verwondert het mij ten zeerste die geregelde opnames en dan tussendoor weer thuis.In die jaren en zelfs tot voor kort, was het, als je in een krankzinnigeninrichting opgenomen werd,dan kwam je er niet zo maar weer uit.Hoezo Marinus wel? Uiteraard werd alles wat met geestelijk gestoord te maken had verzwegen voor de buitenwereld en zelfs ook in de eigen fam.Ik ben u dankbaar voor het hele relaas.Over mijn vader kunt u ook geen verstandig woord vertellen,neem ik aan.
willem degens zei op 15 januari 2022 om 16:46
Beste Catharina,
Ik heb aan den lijve ondervonden wat zo'n opname met je gevoel van eigenwaarde deed. Ze braken tot de grond je wil wanneer je uitzichtloos en zonder uitleg een week in bed gestopt werd op een open slaapzaal, vol uiterst vreemde mensen met onverwachtse uitvallen, schreeuwen, spugen en lijflijk verzet tegen de oppermachtige verplegers en broeders met hun spuiten. Ik wilde zo snel mogelijk als ik daartoe de kans kreeg ook dood! Hoe moet je zo ontredderd en onttroond in je vermeende eigenwaarde nog onder de ogen komen van je leeftijdgenoten in je familie met hun kortzichtige, maar onvermijdelijk menselijke oordeel; "Ja, Laat hem maar want hij telt niet meer mee"!.
Het lijkt mij dat een paar jaar in een gevangenis een minder diep spoor van afgeschreven te zijn getrokken zou hebben dan dat, je ongeacht onder welke omstandigheden, je in een gesticht geplaatst zou zijn. Deze vernedering valt slecht te dragen.

In mijn tijd hoorde ik van de boeren knechten hoe enkele vrij 'rede'lijke patiënten op de boerderij onverantwoordelijk licht werk mochten doen.
Daarvan waren buiten het zicht van iedereen aan het eind van het terrein enkelen, die toen nog de diepe vijver ingelopen waren met een doelbewust plan om hun fatale lot te beïnvloeden. Toen werd er eerst, veel te laat, een hek om die vijver geplaatst. Later werd die vijver vol gestort met de inhoud van enkele grote zandauto's. Wanneer ik, na mijn week gedwongen in bed blijven, geen pas-partout en daarmee de vrijheid had gekregen om verantwoordelijk werk op de boerderij te doen, dat had ik voor 100% zeker ook een eind aan mijn zicht op een verder vruchteloze leven gemaakt.
Waar en hoe wist ik toen nog niet. Daarom denk ik dat het frustrerende onderzoeken naar al je logische vragen over je dierbaren hun dood altijd blijft vastlopen op medische geheimhouding. Dat moet jouw huisarts-nicht je toch ook verteld hebben? Desalniettemin wens ik je berusting in je vragen zoals waarom de soms oneerlijke en grilligheid van de menselijke natuur zo kan zijn. De mens kan mij niet meer verbazen.
Catharine Manders zei op 15 januari 2022 om 20:09
Nog even een vraag: was "Huize Padua" tijdens de oorlog in Duitse handen.? Werden de proeven gedaan door de Duitsers of door de Ned.medici???
Catharine Manders zei op 15 januari 2022 om 20:48
JA Willem,ik begrijp jouw houding, na alles wat je door hebt gemaakt, volkomen. Ik ben er dan ook van overtuigd, dat mijn vader zelfmoord heeft gepleegd. Tenzij hij voor een of andere proef heeft moeten opdraaien.Hij is maar enkele dagen op Huize PAdua geweest. Goddank! Het was 1944 bijna het einde van de oorlog ! Roerige tijd. Wat mij zo boos maakt, is het onrecht wat je aan gedaan wordt door alle verhalen die me wijs gemaakt zijn! Alle geheimen, die in een famile rondwaren!!!En niet alleen in de mijne!!! Iedere fam.heeft er mee te doen.Het moet allemaal zo mooi lijken naar buiten....Oh zo hypocriet. Daarom, het enige wat ik graag zou willen weten is de diagnose voor opname.
Helena zei op 16 januari 2022 om 01:30
@Catharina, - kan je helaas ook niet verder helpen met het vinden van antwoord op de vraag over je vader..
.
De verwijzing voor opname zul je in de archieven van de behandeldende arts(en) van toen moeten zien te vinden, neem ik aan. Mogelijk zijn er verder notities bewaard gebleven in gem. archieven...misschien ivm verpleegkosten welke op gemeentes verhaald werden... vermoedelijk? Zoek overigens in BR van Cuijk en St Agatha op de naam van je vader dan kun je tot bep. tijd alles volgen. Behalve dat vertrek van Cuijk in 1944. Zijn moeder overleed in 1909. Soms wisten de naaste familieleden niet eens wat er precies aan de hand was omdat aan hen niet alles verteld werd. Zo te lezen heb je dat jaren geleden al proberen te achterhalen, maar nul op request gekregen? Ik begrijp volkomen hoe dat kan voelen.

Waarom verzweeg of verzwijgt men bep. zaken in families? Nu denkt men over het algemeen daar heel anders over. Soms kwam of kom je er later wel achter ...door het vinden van mogelijk bewaard gebleven correspondentie of noteringen in archieven. Of zoals je nu dan door die ene advertentie in de krant van 1922 wel weet dat je oom in 1921 in Boekel 'verpleegd' moet zijn geweest in die jaren en in dec 1921 onder curatele werd gesteld. Maar waarom je oom die andere keren in Boekel was...dat weet je nog niet. Werd hij toen soms al (tijdelijk) verpleegd? Of was hij er soms als knecht werkzaam? Het is uit die Bevolkingsregisters van Cuijk niet op te maken waarom hij al in eerdere jaren naar Boekel ging. In het BR van Boekel [ 0696, Jaargang 1921-1931, Deel 4, T-Z en Huize Padua ] staat wel zijn naam op scan 187 van 212, maar daarachter alleen de notitie dat hij op 10 okt 1922 weer vetrokken is naar Cuijk. Vreemd genoeg is zijn naam ( en van vele anderen) niet te vinden in de index van Boekel hier bij BHIC en dat terwijl in 'wat zit erin?' dat register toch in de index opgenomen moet zijn.. Mogelijk heeft men de namen van bewoners van Huize Padua uit privacy redenen niet opgenomen in index? Andere namen uit ditzelfde register zijn wel opgenomen in index.

Vanuit de medische hoek werd en wordt gezwegen vanwege de privacy van de patienten. Een enkele keer zal het je misschien lukken om wat los te krijgen..zoals mij gelukkig overkwam toen ik begin 1991 info zocht over een familielid die begin 20e eeuw opgenomen was in psych inrichting in Vught en aldaar enkele jaren later overleed. Kreeg een duidelijk antwoord op mijn vraag, maar daarin tevens de waarschuwing dat geheimhouding betreffende de patienten ook degenen betreft die reeds lang overleden zijn. Toch kreeg ik een antwoord. Verder wees men mij erop dat doktoren begin 20e eeuw nog niet dezelfde onderzoeken deden en over de diagnostiek beschikten die toen (dat was dus anno 1991 dus ) gebruikelijk was en dat daarmee het stellen van een diagnose achteraf riskant was.

Natuurlijk weten we inmiddels wel wat van toendertijd 'aanvaardbare' (?) en bestaande behandelingen die we nu als zware mishandelingen beschouwen. Maar evengoed mag je denken aan overlijden ten gevolge van lich ziektes waarover men soms ook niet kon of wilde spreken met anderen in de familie.

[P.S. @ Jan van der Kaa, - broeder Serafinus staat op pag 212 van 212 van ditzelfde 'jongste' online register van Boekel, maar zijn naam niet in de index opgenomen. Mogelijk alle bewoners van Huize Padua niet?]
willem degens zei op 16 januari 2022 om 11:30
Was niet heel ons land in Duitse handen tot mei 1945?
Maar op wat jij bedoelt kan ik 100% voor zeker; NEE zeggen. Anders had ik in het dagelijks gevulde koffie kwekkamertje daar ongetwijfeld wel verhalen over gehoord. Die lokaal woonachtige boeren knechten waren eindeloze babbelaars over alles wat hun monotone levensritme ooit had beïnvloed.
Bij een zelfmoord in zo'n inrichting lijkt mij aannemelijk dat bij de staf intern angst bestaat voor juridische aansprakelijkheid wegens ernstige nalatigheid. Vandaar dat zij extra terughoudend zullen zijn in het toegeven van hun taxatiefout bij patiënten, met op hun terrein zo'n onverantwoorde diepe en vrij toegankelijke vijver. Edoch, zeker weet ik dit ook niet maar deze waarschijnlijkheid dringt zich wel bij mij op.
Verder zal je niet komen in je onderzoek in al die tijdrovende en energie slurpende archieven.
Je was in 1944 nog een heel klein meisje. Een zeer kwetsbaar kindje van je vader voor je opvoeders.
Hoe zou jij aan je kind van 4-5-6 uitleggen, dat zijn/haar vader weer opgesloten wordt in het krankzinnige huis? Want zo heette die huizen toen. Kinderen kunnen daar niet zomaar mee omgaan, alhoewel ze er niet meteen van zullen overlijden. Maar wat er bij zo'n kind in die wetenschap blijft hangen, kan levenslange gevolgen hebben. Daarom begrijp ik hoe je opvoeders je niet met de gruwelijke waarheid kónden confronteren. Ik rangschik zo'n onwaarheid als leugentjes om 'bestwil' vanwege hun gebrek aan pedagogisch inzicht en verbale begeleiding van het kind met die kennis van de bikkelharde feiten. Hoe kwalijk kan een mens een ander iets nemen, wanneer hij fouten maakt uit onwetendheid?
Willem Degens zei op 17 januari 2022 om 14:48
Beste Catharine,
In de tijd waarin je ons lezers mee terugneemt was bij jouw en mijn opvoeders zeer veel gericht op wat een ander van jou of je zin wel zal en mag denken. Het zgn menselijk opzicht. Ieder huis deed zijn best om de schone schijn van "Mrs Bucket, the lady of the house" hoog te houden. Men hield elkaar veel meer in de gaten.
Tegenwoordig is het: "Honi soit qui mal y pense!" Begrippen als schaamte, schuldig voelen, sportiviteit en zelfreflectie worden steeds sterker door jongeren als nostalgisch gezeur afgedaan. Te veel komt op hen/ ons af om nog stil te staan bij die moeilijke, deugdzame eigenschappen uit een heel andere tijd.
Daarom Catherine, hypocriet ligt makkelijk in de mond wanneer het over die ander gaat. Ik ken dat maar al te goed wanneer ik een oordeel over mijn familie uitsprak. Maar we maken ons dagelijks, vaak ongemerkt, schuldig aan diezelfde omgangsvorm, zolang we ons niet hebben bevrijd van "wat die ander van mij of mijn dierbaren denkt". Mij boeit alleen nog maar de eerlijke, oorspronkelijke mens. Is een hele lijdensweg vooraleer ik deze
zienswijze bereikt had .
Je opvoeders en familie hadden zoals de mijne andere levens filosofische invalshoeken dan de jouwe en de mijne in deze tijd. Een onoverwonnen restant van ons generatie conflict/ puberteit. Het ga je verder goed.
Catharine Manders zei op 18 januari 2022 om 11:34
Goede morg0en Willem,
Catharine Manders zei op 18 januari 2022 om 12:10
Goede morgen Willem
Dank weer voor je reacties. Ik ben het in alles dik met je eens en ben van mening,dat ik het hele verhaal niet eens meer op had moeten rakelen. Het was beter om in het "mooie sprookje te geloven". De waarheid is zo goed beschermd!!! Niet alleen door de medische sector, maar ook door de fam.is er heel wat met geld bereikt!!!In dat geval zitten/zaten we in hetzelfde schip.
O.k.dat je een kind de waarheid niet vertelt,daar kan ik in komen, maar ik werd ook ouder en volwassen...neen,het was een taboe en er viel een doodse stilte.
Het was ook een andere tijd: stoute meisjes, baldadige eigenzinnige jongetjes, dwarse jonge mensen werden opgesloten, zonder meer.In een klooster of een gesticht.
Maar de hypocrisie gaat door, hetzij in een andere vorm.
Ik heb toch veel aan jouw schrijven gehad, tenminste iemand,die ook voor de waarheid uit durft te komen en die de verschrikkingen zelf mee gemaakt heeft.Goddank heeft het maar enkele daven geduurd voor mijn vader.
Uit zelfbescherming heb ik het kennelijk altijd verdrongen, maar er niet onder geleden.Ik heb er vrede mee, het was een andere tijd. Bovendien oorlogstijd!!
Dank en een hartelijke groet,
Catharine
Willem Degens zei op 18 januari 2022 om 21:59
Dag Catherine,
Fijn dat ik kennelijk iets voor je heb kunnen betekenen.
Een kostschoolvriend van mij (moeder is een Brenninkmeijer), was directeur van het Haagse archief.
Ik belde hem, om te vragen of het aannemelijk zou kunnen zijn, dat de archiefschrijvers in de oorlog van bedoelde
inrichtingen, al of niet gedwongen, onvolledige informaties konden geven in hun archieven. Wij zijn al van jongs af zeer goede vrienden gebleven. Hij verzekerde absoluut zeker te weten, dat zoiets uiterst onwaarschijnlijk zou zijn. Wel wist hij zeker dat de archiefgegevens van psychiatrische patiënten na 15 jaar altijd vernietigd zouden worden. Hij achtte derhalve de kans zeer gering dat je elders over zelfmoord wel betrouwbare gegevens uit die tijd en m.b.t. je vaders trieste verleden zult vinden.
Ik vond dat ik je dit nog even moest laten weten. Tot slot: Ik geloof dat maar weinig mensen in hun leven 100% eerlijk zelfs in hun (subjectieve) zelfkennis zijn of erin slaagde dat ooit te zijn geworden. Wie niet 100% eerlijk naar zichzelf is, kan ook nooit 100% eerlijk naar wie dan ook zijn. Zelf geloven, dat je dat wel bent, is geen enkele garantie dat ook oprecht te zijn.
Mannen lopen weg voor confronterend zelfonderzoek, want dat zou hun kwetsbaarheid bloot leggen en dat vindt geen enkele man uit de 20ste eeuw een leuk vooruitzicht. Mannen hangen vaak hun hele leven in hun zelf bedachte autonome imago en dat mag nooit gaan wankelen.
Wens je nog veel en gezond leef plezier in een leven zonder wrok, omdat eenmaal begrip van hoe en waarom in de context van hun tijd, ik niet meer mijn wrok gestalte kon blijven geven.
Hartelijke groet,
Willem Degens
Norah zei op 18 januari 2022 om 23:44
Brenninkmeijer?
Catharine Manders zei op 29 januari 2022 om 22:23
Goede avond Willem Degens,
Het spijt me dat ik nu pas uw schrijven van 18 Jan l.l. zie en dat ik daar niet op gereageerd heb. Ik had de hele zaak als "afgehandeld"gezien. Wat aardig,dat U toch nog een poging gedaan hebt naar enige achterhaling. Mijn dank. Ik heb verder rust met wat ik wel en wat ik niet weet. Ik verklaar veel met de oorlogstijd. Hoeveel mensen weten niets of bijna niets van de dood van hun geliefden. Ik ben niet de enige. Kijk alleen maar naar de holocaust... Nogmaals veel dank voor uw eerlijke en daardoor ook troostende woorden. Ik probeer en dat lukt me ook heel aardig,ondanks de wederom roerige tijd van Covid,omicrom en meer van derg.besmettingen, er nog een prettig leven van te maken.Ik hoop voor u hetzelfde! Een hartelijke groet, Catharine

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!