i

Oploo, Sint Anthonis en Ledeacker in vogelvlucht

vertelde op 14 november 2008 om 13:00 uur

De gemeente Oploo, Sint Anthonis en Ledeacker lag tussen Boxmeer in het oosten, Sambeek in het zuiden, Gemert en Bakel in het westen en Beugen in het noorden. Behalve uit de drie kernen die al in de gemeentenaam zaten, hebben zich in de twintigste eeuw ook de kernen Stevensbeek en Westerbeek ontwikkeld. In 1942 werd een deel van Sambeek aan de gemeente toegevoegd. In 1994 ontstond uit de samenvoeging van Wanroij en Oploo, Sint Anthonis en Ledeacker de nieuwe gemeente Sint Anthonis.

Oploo, St. Anthonis en Ledeacker in 1865 (J. Kuiper, gemeente-atlas van Noord-Barabant)klik voor een vergroting; let op: het noorden is aan de linkerkant van de kaartOoit lag het dorp Oploo aan de rand van de Peel. Naar het westen strekte zich een groot heide- en turfgebied uit tot aan Bakel. In dat buitengebied, bijna tegen het dorp aan, liggen kleine buurtschappen: Blauwenhoek, Driehoek en Heikant. Door het dorp stroomt de Molenbeek, die een eind verder oostwaarts via de Oeffeltse Raam in de Maas stroomt.

Oploo ligt ten zuidwesten van Sint Anthonis. Ten noordoosten van Sint Anthonis vinden we Ledeacker. Dit dorp besloeg in het begin van de negentiende eeuw een langgerekt gebied van 1,5 kilometer breed en ruim acht kilometer lang, in een van noordoost naar zuidwest lopende richting, waarop enkele huizen stonden. Het was schrale zandgrond waar zonder bemesting maar weinig groeide. Ten westen van Ledeacker lagen ruim driehonderd hectare bos- en heidegrond, waarvan een deel moerassig was.

Aan de oostkant van het dorp lagen broekgronden waar de natuurlijke waterlopen (de Tovense beek, de Ledeackerse beek en een beek vanuit Sint Anthonis) in doodliepen. Het water kon niet verder, omdat de Toven, de Lamperse Hei, de Papenvoort en Rijkevoort en Hoogeind hoger lagen. Na 1830 zijn waterlopen gegraven, waardoor het water af kon vloeien richting de Maas.

De naam

De naam Oploo komt van het Germaanse ‘upa’, dat wijst op een hoger gelegen plek, en ‘lo’, een bosachtig stukje grond, soms een gerooid bosgebied of een van nature open plek. De dorpsnaam betekent dus eigenlijk “gerooid bos op een heuveltje”.

Sint Anthonis dankt zijn naam aan de heilige monnik Antonius abt, die van 251 tot 356 (!) in de grotten van de Egyptische woestijn leefde. De naam van de heilige wordt in de 14e eeuw voor het eerst gebruikt voor het dorp Oelbroec. Men heeft het over “Sint Anthonis in Oelbroec”. Maar na 1500 verdwijnt de naam Oelbroec. “Oel” betekent zoiets als bosje op hoge zandgrond. “Broek” is de aanduiding voor een laaggelegen, nat gebied. Oelbroek en Oploo betekenden dus bijna hetzelfde.

De naam Ledeacker is samengesteld uit twee delen. Het eerste deel, “lede”, betekent waterloop (we kennen het woord nu nog als ‘lei’, vaak als tweede lid van een beeknaam, zoals de Zandleij). Het tweede deel spreekt voor zich. De naam betekent dus “akker aan een waterloop”.

Gemeentewapen

Sint Anthonis en Ledeacker vormden vanaf 1810 tot 1821 samen een eigen gemeente en ook Oploo werd in 1810 een zelfstandige gemeente. Per 1 januari 1821 werden deze twee gemeenten samengevoegd tot Oploo, Sint Anthonis en Ledeacker.

Op 16 juli 1817 bevestigde de Hoge Raad van Adel voor Sint Anthonis en Ledeacker een gemeentewapen. Er is helaas geen originele tekening bij de aanvraag bewaard gebleven. We moeten het dus met de omschrijving doen: “Van lazuur, beladen met Sint Anthonius van goud, houdende een schild van lazuur, beladen met een bok van goud”.

Dit wapen was afgeleid van het schependomszegel van Sint Anthonis. De bok daarop verwijst naar de bestuurlijk-juridische band met Boxmeer. Een apart gemeentewapen voor Oploo is nooit vastgesteld. Na de samenvoeging van 1821 is het “Antonius”wapen voor de hele gemeente gaan gelden. De kleuren blauw en goud zijn ontleend aan de kleuren van het rijkswapen.

Oudste vermelding

Zeker is dat Oploo al vanaf 1393 werd geregeerd door Gherit de Vette. In dat jaar wordt deze man namelijk in een oorkonde genoemd als heer van Oploo. Dat is ook de eerste keer dat Oploo in de officiële stukken voorkomt, al is natuurlijk duidelijk dat de naam al ouder is.

Zoals gezegd heette Sint Anthonis aanvankelijk Oelbroec. Voor de oudste vermelding moeten we dan ook op zoek naar die naam en die vinden we voor het eerst in het testament van Jutta van Nassau in 1312. Deze weduwe van Jan van Cuijk I schenkt een bedrag van twaalf solidi aan de plaatselijke kapel ten behoeve van de dienstdoende bedienaar of priester.

Ledeacker wordt voor het eerst in 1414 genoemd, zij het niet met die naam, maar met de aanduiding Sint Kathrijnen in den Broecke, naar de 14e-eeuwse kapel die er toen al stond. Een opvallende parallel met “Sint Anthonis in Oelbroec”!

Bevolking

In de eerste helft van de negentiende eeuw woonden er ruim 1.500 mensen in Oploo c.a. Rond het midden van de eeuw was dat aantal al gegroeid naar 1.800, maar het duurde tot in de Eerste Wereldoorlog voordat het aantal van 2.000 werd overschreden. In 1948 werd de 5.000ste inwoner geregistreerd en in 1963 de 6.000ste. De 7.000ste kwam twee keer: in 1971 en opnieuw in 1980. Bij de opheffing van de gemeente in 1993 telde Oploo c.a. nog net geen 7.500 inwoners.

Ontwikkeling

Oploo maakte in de 14e en 15e eeuw deel uit van het Sambeekse schepenbankgebied. Na 1500 krijgt Oploo zijn eigen schepenbank (het oudst bewaarde zegel dateert van 1560). Oploo was een eigen heerlijkheid, die na de middeleeuwen in handen kwam van het geslacht Van Steenhuijs. Godevaart en Ludolf van Steenhuijs waren in de 17e eeuw tevens ambtman van het Land van Cuijk voor de prins van Oranje. Ludolf had zelfs een hoge militaire positie in dienst van de Staten-Generaal. De familie Van Steenhuijs verkocht de heerlijkheid in 1778 aan stadhouder Willem V, heer van het Land van Cuijk.

Het gebied van de schepenbankenSint Anthonis heeft eeuwenlang deel uitgemaakt van de vrije heerlijkheid Boxmeer. Sint Anthonis was met twee schepenen vertegenwoordigd in de zevenkoppige schepenbank van Boxmeer. Dat veranderde op 22 augustus 1627: Sint Anthonis kreeg toen een eigen bijzondere bank van justitie met zeven schepenen; waarschijnlijk mocht deze schepenbank echter niet rechtspreken in criminele zaken: dat bleef tot de competentie behoren van de heer van Boxmeer.

Kerkelijk maakte Sint Anthonis zich al eerder los van Boxmeer: in 1477 kreeg de kapel de status van parochiekerk.

Ledeacker had samen met het gehucht Berkenbosch zijn eigen schepenbank.

Na de samenvoeging van de drie dorpen tot één gemeente in 1821, ontstond de vrij bijzondere situatie dat ieder dorp zijn eigen financiën zelfstandig bleef regelen. Er was alleen een verdeling afgesproken over ieders aandeel in de gemeentelijke begroting: naar evenredigheid van het aantal inwoners droeg St. Anthonis 50% bij, Oploo 32% en Ledeacker 18%. Aan die situatie kwam pas in 1865 een einde. Dat was nog even slikken, want Ledeacker had een batig saldo van minstens 1.700 gulden, Oploo tekende voor het dubbele daarvan, terwijl Sint Anthonis een schuld had van bijna de som van het overschot van de andere twee. Provinciale Staten kregen zo in ieder geval een gemeentelijke rekening voorgelegd, die geen tekorten te zien gaf.

De KorenbloemMiddelen van bestaan

Landbouw was het hoofdmiddel van bestaan. In de negentiende eeuw kom je als beroep nog een enkele linnenwever of kleermaker tegen, en er is een onderwijzer, maar verder is bijna iedereen in de agrarische sector werkzaam, hetzij als boer of landarbeider, hetzij als schaapherder of veearts.

Oploo bezat in de negentiende eeuw al een windgraanmolen (De Korenbloem van circa 1740), een watergraanmolen met rosmolen (D’n Olliemeulen, tegenwoordig thuisbasis van het Sint Matthiasgilde), een rosgraanmolen, een rosoliemolen en drie kleine bierbrouwerijtjes. In 1910 gaat in Ledeacker de eerste molenaar, Theodorus Daanen, van start.

Vanaf 1910 begon men op grote schaal de Peel te ontginnen. Dat leidde niet alleen tot uitbreiding van het landbouwareaal van bijvoorbeeld Ledeacker, maar ook tot nieuwe nederzettingen als Stevensbeek en Westerbeek. De economische crisis van 1929, die bijna de gehele jaren ’30 aanhield, droeg aanzienlijk bij aan de ontginningsactiviteiten, die middels zogeheten werkverschaffingsprojecten de vele werklozen aan een (minimaal) inkomen hielpen.

Religie

Sint Anthonis had in 1312 al een kapel, die onderhorig was aan de parochiekerk van Boxmeer. In 1477 mocht de Oelbroecse kapel, samen met de kapellen in Oploo en Ledeacker, zijn eigen parochie vormen. De kapel werd verheven tot parochiekerk en de nieuwe parochie bestond dus aanvankelijk uit een kerk en twee kapellen. Het recht van pastoorsbenoeming bleef in handen van de heer van Boxmeer. In 1730 werd Oploo op zijn beurt een zelfstandige parochie.

Na 1648 bekleedde Sint Anthonis kerkelijk gezien een aparte positie. Het dorp behoorde namelijk niet tot het Land van Cuijk, dat in de 17e en 18e eeuw officieel protestants was. Hier waren openbare vieringen van het rooms-katholieke geloof verboden, terwijl de vrije heerlijkheid Boxmeer katholiek was en bleef. Tot 1795 kerkten die van Leeker in Sint Anthonis. Datzelfde gold voor de inwoners van de Sambeekse Hoek.

Kasteel 't JuffereDe pastoors van Sambeek hadden begrip voor de situatie en stonden toe dat men in Hoek kerkelijk met Sint Anthonis meedeed. Als men maar voor de paascommunie en het trouwen naar Sambeek kwam. De inkomsten hieruit hadden de pastoors veel te hard nodig om rond te komen.

Pas in 1867 kwamen de Hoekers officieel onder Sint Anthonis en Oploo te vallen.

Bijzonder in Oploo c.a.

In Oploo stond ooit het inmiddels verdwenen kasteeltje ’t Juffere. Oploo is tevens de vestigingsplaats van Bronlaak, een antroposofische woon-werkgemeenschap voor verstandelijk gehandicapten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (9)

Jac. van Kempen zei op 24 november 2008 om 21:20 uur

Er staat: in 1867 kwamen de Hoekers officieel onder Oploo en St.Anthonis.
Volgens mij is dat niet correct.
Tot 1942 maakte de Sambeekse Hoek deel uit van de gemeente Sambeek.

Rien Wols bhic zei op 25 november 2008 om 08:12 uur

Dag Jac.,
Je hebt natuurlijk helemaal gelijk als het om de gemeente gaat. Maar in dit stukje ging het over de parochie. En in 1867 werd Sambeekse Hoek toch echt losgemaakt (als we de archieven mogen geloven, tenminste) van de Sambeekse parochie en verdeeld over de parochies van Oploo en Sint Anthonis.

Ing. Gerard W. Ch. Lemmens zei op 13 september 2010 om 15:24 uur

Ik zou voorstellen dat er meer geschiedenis (b.v. Romeinse vondsten enz.) en b.v. meer over het afgebroeken (die barbaren toch!!) kasteeltje met de adellijke familie van Steenhuysen hier vermeld zou worden ???
Waarom staat onder Oploo iets over de geschiedenis van St. Anthonis en de oude naam Oelbroeck, hetgeen juist onder de geschiedenis van St. Anthonis niet vermeld wordt en daarom een beetje op een Hollandse hutspot gaat lijken ?!

Veel succes,

Gerard Lemmens

Mariët Bruggeman bhic zei op 16 september 2010 om 11:18 uur

Beste Gerard,
we gaan je suggesties zeker ter harte nemen. Je hebt natuurlijk helemaal gelijk dat de lokale pagina van Oploo, St.Anthonis en Ledeacker door al die gemeentelijke herindelingen een kluwen van gegevens is geworden. Zeer waarschijnlijk zullen deze plaatsen dan ook alle apart een 'lokale pagina' krijgen. We houden ons dan ook aanbevolen voor jouw verhalen over het afgebroken kasteeltje van de familie van Steenhuysen !

Ing. Gerard W. Ch. Lemmens zei op 14 februari 2011 om 18:13 uur

Dag Mariet,

Dank je en ik hoop dat ik niet te krities was ??!!
Sorry, soms schiet mijn slof uit !!

Met dank en groeten,

Gerard Lemmens

Hein Elemans zei op 20 april 2018 om 20:42 uur

Wie kan me uitleggen waar de naam Leecke voor Ledeacker vandaan komt. Ik ken de naam van een kaart maar zie verder geen verwijzingen.

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 23 april 2018 om 10:57 uur

Bedankt voor je interessante vraag, Hein! Misschien weet iemand die deze pagina bezoekt het antwoord. Wie weet kunnen ze je bij de Heemkunde Sint Tunnis ook verder helpen: http://www.heemkundesinttunnis.nl/index.php
Wij zijn zelf ook erg benieuwd naar het antwoord!

Paul Eling zei op 26 augustus 2018 om 10:23 uur

Ik kan geen definitief antwoord geven op de vraag van Hein Elemans.
Een stukje van de puzzel staat beschreven in het boek "200 jaar op 't Leecke" (D.J. van Duijnhoven, 1998).
Op pag 18 kan men lezen dat op de plaats waar het dorp Ledeacker nu ligt al heel vroeg bewoning moet zijn geweest.
De kapel gewijd aan St. Catharina moet er al in de 14e eeuw hebben gestaan en dit kan in verband gebracht worden met de plaatsnaam "Sint Kathrijnen in de Broicke".
Die naam heeft de tand des tijds niet overleefd, wel die van Ledeacker of "Op 't Leecke".
Er was rond 1400 een waterloop met de naam "lei" of "lede" en de eerste huizen met akkers aan die waterloop hebben geleid tot de naam Ledeacker.
In deze beschrijving wordt helaas niet duidelijk of de naam Ledeacker pas later in zwang is gekomen als alternatief van "Op 't Leecke" of dat de naam Ledeacker bestond en in de spreektaal "Op 't Leecke" werd.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 28 augustus 2018 om 10:16 uur

Maar we zijn toch wel weer wat wijzer geworden met deze informatie, Paul. Bedankt voor je speurwerk!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: