skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic

40 jaar homo in Oss

Robert van Vlijmen (1965) was twintig toen hij uit de kast kwam. 'Ik ontdekte een hele andere wereld. Eerst was ik alleen gericht op een club vrienden en mijn studie, maar daar kwam nu een hele dimensie bij. Het heeft wel enige tijd geduurd voordat ik op mezelf het etiketje "homoseksueel" kon plakken', vertelt hij. Zo was zijn vader nog echt in de katholieke traditie opgevoed; hoe zou die wel niet reageren? Dat er homoseksuele mannen waren, wist iedereen wel, maar erover praten was een tweede. Er was veel 'schijntolerantie', vond de Werkgroep Homoseksualiteit Oss. Als lid van deze groep zette Robert zich toen in voor een homovriendelijker gemeentebeleid. Je leest hier zijn verhaal.


Foto's: Robert van Vlijmen

Uit de kast

"Ik ben geboren op 12 maart 1965 in Oss en heb daar, op een paar jaren in Eindhoven na, altijd gewoond. Mijn vader werkte op de fabriek bij Hartog, UVG later, als productiemedewerker, en mijn moeder werkte her en der in de huishouding. We waren voor die tijd een doosnee gezin. We woonden in de Ruwaard, zo'n buitenwijk, die in de jaren '60, '70 uit de grond werden gestampt. Mijn vader was in de katholieke traditie opgevoed, maar niet heel strikt of streng. Het was voor hem belangrijk dat we naar de kerk gingen, maar dat die kerk nou ons hele leven bepaalde... Nee, absoluut niet. Wel was die cultuur op de achtergrond altijd aanwezig."

"Op het Maaslandcollege in Oss, bovenbouw atheneum, werd ik mij er voor het eerst van bewust dat ik bepaalde jongens uit onze klas aantrekkelijk vond - zonder dat ze het ooit geweten hebben of dat ik ze ooit heb benaderd. Ik heb toen in mijn hoofd een en ander op een rijtje gezet: ik vind mannelijke klasgenoten soms heel mooi om naar te kijken en met vrouwen ben ik vaak heel goed bevriend, maar verder heb ik niks met ze. Ik heb weleens seksueel contact met een meisje gehad en dat was niet verkeerd, maar ik raak er niet super opgewonden van ofzo, terwijl ik daarover bij leeftijdgenoten wel andere geluiden hoorde. In ons biologieboek, in het hoofdstuk over voorplanting, stond dat er mensen zijn die aangetrokken zijn tot het eigen geslacht en dat daar geen kinderen uit voortkomen. Maar dat werd in de les verder niet besproken. Ik ben pas echt uit de kast gekomen nadat ik in 1984 in Nijmegen ging studeren. De sfeer op de middelbare school was zodanig, dat het ook daar waarschijnlijk geen probleem zou zijn geweest, maar toen was ik er nog niet aan toe."

Werkgroep Homoseksualiteit Oss

"Bij mij thuis was homoseksualiteit geen issue. Het werd niet veroordeeld, maar ook niet besproken. Het was gewoon iets van: 'dat speelt bij ons niet, dus ze doen maar, het zal wel'. Toen viel er op een dag een huis-aan-huis krantje op de mat met daarin een oproep van de Werkgroep Homoseksualiteit Oss (WHO). (Het barstte van de werkgroepen destijds, zo had je er ook een voor ouders van homoseksuele kinderen.) De WHO was nog niet zo lang geleden opgericht (door onder anderen Willy Lourenssen) en stond los van het COC. Ze wilden een groep starten voor jongeren die over hun homo-zijn willen praten, of daar hulp bij nodig hebben. In de schuur heb ik toen tussen het oud papier naar dat krantje gezocht. Ik besefte: als ik hier verder mee ga, dan verandert alles. Maar ik heb mijn eigen emoties en mezelf erkend. Dus ik kan wel mijn mond houden, maar dan doe ik mezelf tekort. Dus ik wil met die mensen in contact komen."

"Ik heb ze toen gebeld., wat goed gepland moest worden omdat we maar één telefoon hadden, in de huiskamer. Ik vond het bloedeng. Dit was de eerste keer dat ik mezelf bekend zou maken als zijnde homoseksueel. Maar de jongen van het kennismakingsgesprek, iets ouder dan ik, was dat ook. Dus ik ontmoette wel iemand met gelijkaardige gevoelens. Toen ik daar over de drempel ging, dacht ik: ik zet nu een heel belangrijke stap. Dat gesprek moet eind '84 zijn geweest, want er stond een kerstboom bij hem in de huiskamer. Daarin had hij wat alternatieve kerstversieringen hangen, en een polaroid van een jongen met ontbloot bovenlijf, waar ik mijn ogen niet vanaf kon houden. Hij vertelde dat er meerdere mensen hadden gereageerd op de oproep en dat er een bijeenkomst zou komen, waarbij iedereen die dat wilde zijn verhaal zou kunnen doen. Ook was er diezelfde avond een feest waar nog meer homoseksuelen zouden rondlopen. Ik zei dat ik mee zou gaan, maar krabbelde uiteindelijk terug. Dat was nog te veel van het goede."

"De werkgroep stond open voor jongens én meiden. In het begin waren we met vier jongens, waarvan één uit de kast en drie (waaronder ik) nog niet. Eén van hen is mijn eerste vriendje geworden. Dat duurde maar enkele maanden. Ik heb in het begin van vriendje naar vriendje gefladderd. Het was heel bijzonder om bij anderen herkenbare geluiden te horen. Je voelde je sterker omdat je niet meer alleen stond. Je had een netwerk waarop je kon terugvallen. Dat gaf me meer moed. Als ik geen enkele andere homoseksueel had gekend, geloof ik niet dat ik zo snel uit de kast was gekomen."


Verzoek tot subsidiëring Werkgroep Homoseksualiteit Oss, 1985 (bron: BHIC, archief Gemeentebestuur Oss, 1961-1993, nr. 704: Homo- en Lesbiennesbeleid gemeente Oss, 1985-1992)

Toen was het even stil

Audiofragment: Robert over zijn coming out

"Ik was een keer bij mijn zus en haar man op bezoek en had toen willen vertellen dat ik homo ben, maar kreeg het niet voor elkaar. Achteraf zeiden ze wel een idee te hebben gehad. Vlak daarna heb ik het mijn vader verteld. Ik zei: hoe zou je het vinden als je er nog een schoonzoon bij zou krijgen in plaats van een schoondochter? Toen was het even stil. Ik weet niet wat er allemaal door zijn hoofd is gegaan, maar hij schrok geweldig. 'Dat ga je me toch niet aandoen', was zijn eerste reactie. Dat was wel heftig. Die had ik niet aan zien komen."

"Het gesprek hield toen op, maar het hield ons allebei bezig. Mijn vader heeft wel heel erg veel nagedacht. De dag daarna is hij met zijn oudste broer gaan praten. Toen is bij hem het proces van acceptatie al begonnen. Die oom heeft toen tegen hem gezegd: 'ja maar besef jij wel, dat die jongen door een hel gegaan moet zijn? Als je weet dat je anders bent dan alle mensen om je heen, en dat niet kwijt kunt.' In de kern kwam het daar wel op neer en voor mijn vader was het een duw, een steun in de rug. Ik weet nog dat toen hij van zijn werk thuiskwam en tegen mijn moeder zei, dat ze het over mij moesten hebben, er twee dingen door haar hoofd schoten. Of het ging over drugs, of ik was homo. Ze was al lang blij dat ik niet aan de drugs was."

"Toen ik het iedereen had verteld, van wie ik vond dat ik het ze persoonlijk moest vertellen, heb ik het tegen onze overbuurvrouw verteld. Met de gedachte: als jij het weet, dan komt de rest vanzelf. Later riep zij dan vanaf de overkant van de straat tegen mijn moeder: 'ik weet het wel van jullie jongen, er is niets verkeerds mee!' Dan dacht mijn moeder 'o god, gaan we dat krijgen'... Maar ook zij veroordeelde het dus niet. En zo ging het best vloeiend. Ik kende ook het verhaal van iemand die in Geffen woonde, die door zijn ouders het huis uit is getrapt. Ook dat gebeurde."

Waar waren die mensen al die tijd?

"Toen ik net uit de kast kwam, zeker de eerste jaren, was ik veel met homoseksualiteit bezig. Ik weet nog dat ik mezelf toen heb afgevraagd van... Er wonen er zó veel in Oss... Waar waren die mensen al die tijd toen ik nog in de kast zat? Waarom heb ik dat nooit gezien of gemerkt? Toen en nu kun je het in de meeste Osse kroegen als homo gewoon gezellig hebben. In de tijd dat ik uit de kast kwam, had je één echte homokroeg in Oss. Quasimodo, een bruin café dat door twee vrouwen werd gerund. Daar ben ik een of twee keer geweest. Niet ongezellig, maar ook niet waar je als jongere zo snel binnen zou lopen. Toen moest je nog bij homokroegen aanbellen om binnengelaten te worden. En ja, als je rond de 19, 20 bent en nog niet 100% uit de kast, dan ga je niet aanbellen."


Werkgroep Homoseksualiteit Oss

"De Werkgroep Homoseksualiteit ontwikkelde zich ondertussen van een praatgroep naar een groep die duidelijk naar buiten trad. We verstuurden persberichten en de lokale media pikten deze op, eigenlijk allemaal vanuit een positieve invalshoek. Ook hadden we weleens een kraampje in de stad en deelden we folders uit. We organiseerden grote feesten, in eerste instantie in een kroeg in de Peperstraat. Daar kwamen zóveel mensen op af, ook van buiten Oss. Dat was echt enorm. En we organiseerden themamiddagen. Zelf kwam ik met het voorstel 'homoseksualiteit en religie'. Daar hebben we ook de toenmalige pastoor van Oijen (Bernard Kersten) en iemand van de protestantse kerken bij betrokken. Allemaal vertegenwoordigers vanuit de progressieve hoek, want de katholieke kerk is door de jaren heen juist op dit gebied steeds conservatiever geworden. Dat vind ik jammer, want er zijn homoseksuelen die gelovig zijn. De katholieke kerk is mij gewoon kwijtgeraakt. Simonis deed nogal eens uitspraken waarvan je denkt..."

"In de werkgroep werd ook het aantal jongeren steeds groter. En er kwamen wat meiden bij. Zo is de WHO jongerengroep 'Tom Poes' ontstaan. Dat had niet met een stripfiguur te maken, maar met dat roze gebakje. We legden contact met het Jongeren Advies Centrum (JAC), dat toen in de Torenstraat zat, vlakbij de Grote Kerk. We kregen een vaste stek in het JAC-gebouw, de eerste jaren in een kleine kantoorruimte maar we mochten ook van de grote vergaderzaal gebruikmaken. We zijn daar toen een homo-jongerenlijn begonnen: 041-22-6666. Ik weet het nummer nog uit mijn hoofd. Twee keer in de week, op dinsdag en donderdag van zeven tot negen, zat er op dat kantoortje iemand aan de telefoon. Daar was altijd een tweede persoon bij, zodat je niet alleen zat als het moeilijk werd of een naar telefoontje kreeg."

"Homo, lesbisch en biseksueel - dat was voor ons toen de radius. Ik weet wel, je hebt nu de LHBTI... Soms raak ik de draad kwijt met alle afkortingen. Die andere varianten kenden we toen gewoon niet. Ik denk dat als we nu een dergelijk initiatief hadden genomen, dit breder opgezet was geweest. Maar dit was de wereld zoals wij die kenden."

Homovriendelijker gemeentebeleid

"Nu kun je als homo-man of lesbische vrouw trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan. En dan kun je bijvoorbeeld bij je partner terecht als deze in het ziekenhuis ligt of op de intensive care. Vroeger had ik in zulke gevallen niet bij Eric gekund, mijn man, omdat je in wettelijke zin eigenlijk niets van elkaar bent. Dan zou een tante van mijn partner eerder toegang krijgen tot hem dan ik. Het lijkt nu heel vanzelfsprekend dat als er iets met mijn man gebeurt, dat ik aan zijn bed zit, en vice versa. Maar dat was vroeger niet zo. Ook al was ik dan 50 jaar met hem samen, dan zou je niet met mij kunnen bespreken wat er met hem moet gebeuren. Dat is nu gelukkig niet meer zo, maar destijds wel een issue."

"Als WHO hadden we contact met de gemeente Oss en dat verliep best goed. Wel voelden wij de behoefte om onze ideeën over een homovriendelijker gemeente met hen te delen. Als werkgroep hebben we eind jaren tachtig mensen van verschillende beleidsvelden geïnterviewd en op basis daarvan aanbevelingen voor een homovriendelijker beleid samengesteld, dat we hebben aangeboden aan de Osse burgemeester. Die heeft de nota toen keurig, voor het oog van de pers, in ontvangst genomen."


De homo-nota - klik om te lezen

"Zo hebben we als werkgroep in pakweg 10 jaar tijd toch grote stappen gezet. De gemeente Oss heeft zich in die zin zeer zeker ontwikkeld. Ik zie nu dat op het gemeentehuis op de nationale Coming Out Dag keurig de regenboogvlag wordt gehesen. Ik ervaar dat toch wel als steuntje in de rug. De huidige Osse burgemeester Wobine Buijs heeft ook echt specifiek aan mij en mijn man gevraagd, hoe wij het leven als homoseksueel in Oss ervaren en of wij ook negatieve dingen hebben meegemaakt. Dat laatste helaas wel, maar heel beperkt. Dat een burgemeester daar actief naar vraagt, zegt wel iets over de grondhouding van de gemeente. En dat bedoel ik positief."

Van werkgroep naar COC-afdeling

"Op een gegeven moment wilden wij als werkgroep een afdeling van het COC worden. Dat is ook gebeurd, maar in de COC-structuur vielen we wel onder het COC Den Bosch. Toen een groep enthousiastelingen een eigen Osse COC-afdeling wilde oprichten, stuitte dat enorm tegen de borst van de mensen die toen de aanvoerders waren van het Bossche COC. Dat is in het COC toen een rel van nationale proporties geworden"

"Ik weet dat COC Den Bosch en COC Oss inmiddels weer zijn samengegaan in COC Noordoost-Brabant. Prima. Ik moet heel eerlijk zeggen dat, waar homoseksualiteit en LHBTI in de landelijke media heel duidelijk naar voren komen (wat ik alleen maar goed vind), ik er plaatselijk in Oss heel weinig tot niks van merk. Ik las eens dat er blijkbaar een groep is die ook in Oss actief is. Dat vind ik wel jammer, dat ik daar zo weinig tot niks over hoor in de media. Ik vind het juist heel erg goed dat er nog een groep actievelingen is, daar kan ik alleen maar een vet compliment voor geven, maar treed dan ook iets meer naar buiten. Ik weet wel, foldertjes uitdelen in de stad is tegenwoordig een beetje achterhaald, maar doe dat dan via digitale media. Wij hadden ons plekje, waar we samenkwamen en mensen elkaar ontmoetten. Maar misschien propageren ze wel en zie ik dat gewoon niet."

Homo-emancipatie is niet links of rechts

"Hoe ik het leven in Oss nu ervaar? Voor ons als homopaar ervaar ik niet dat dat een issue is, hoewel ik best wel eens hoor dat anderen wel degelijk soms tegen nare ervaringen aanlopen. Het positieve overheerst echter, gelukkig. In 2025 gaan Erik en ik ons 25-jarig huwelijk vieren. Dan zijn we al 37,5 jaar samen, een hele tijd alweer. Mensen zijn aan ons gewend als homopaar. We zijn bijvoorbeeld allebei heel erg betrokken bij de carnavalswereld en onze homoseksualiteit is daar geen enkel probleem. Als we Mientje en Jantje waren geweest, had je hetzelfde effect gehad. Maar ik denk dat ook vandaag de dag elke jonge homo toch weer dezelfde stap moet zetten, die ik destijds heb moeten zetten. Het blijft toch altijd weer een sprong, dat je tegen anderen moet zeggen: ik pas niet in het algemeen gangbare plaatje. Hoe zichtbaar de LHBTI-beweging nu ook is. Dat komt denk ik ook omdat de LHBTI-wereld én de tegenbeweging steeds meer de hakken in het zand zetten en steeds harder op elkaar reageren. Soms heb ik het gevoel, dat er een groep mensen is die zich vanwege hun geaardheid juist buiten die maatschappij plaatst. Nee, denk ik dan, jouw geaardheid is een deel van jou, dat deel moet gerespecteerd worden door iedereen. Dus als jij een andere seksuele identiteit hebt dan de gangbare, moet jij daarvoor uit kunnen komen en ook kunnen leven volgens die geaardheid. Maar je bent en blijft een onderdeel van de hele samenleving met alle diversiteit. Je kunt niet op een eiland gaan zitten. Wees jezelf, maar houd een open oog voor wat er om je heen gebeurt."

Robert en Erik
Eric en Robert

"Zo ken ik mensen die betrokken waren bij de Roze Driehoek in Eindhoven, een heel uitgesproken groep. Ik gaf ze niet helemaal ongelijk en ik heb me daar op een bepaalde manier ook wel bij betrokken bij gevoeld, maar vond dat ze in hun provocerende optreden soms te ver gingen. Zo van... 'ik zal jullie mijn geaardheid door je strot douwen, of je nou wilt of niet'. Ik zeg het een beetje hard, maar dan denk ik van... Oké, je mag best eventjes extreem uit de hoek komen om een punt te maken, dat doet de milieubeweging nu ook met het blokkeren van snelwegen, maar uiteindelijk moet je toch in overleg gaan. Dat geldt voor de klimaatbeweging net zo hard als voor de emancipatiebeweging. Juist doordat de mensen aan beide kanten steeds extremer worden, komen ze steeds meer tegenover elkaar te staan. Dat baart mij wel zorgen. Als ik bijvoorbeeld een klimaatdemonstratie zie waar opeens iemand met een regenboogvlag tussen loopt, denk ik: wacht even... nu gaan mensen de klimaatbeweging en de LHBTI-emancipatie op één hoop gooien. Die dingen moet je niet door elkaar laten lopen. Je hebt ook rechtse LHBTI-ers. Je hebt ook VVD-ers die duidelijk homoseksueel zijn. De homoseksuelen zitten niet alleen in het linkse spectrum."

"Wat ons verbindt, is seksuele geaardheid en je identificatie met het feit dat je niet heteroseksueel bent. Voor het overige waren zijn we net zo divers als de hele maatschappij. Daarom vind ik het altijd moeilijk om homo-emancipatie een politieke kleur te geven, want dat loopt door alle lagen. Dat gaat van PVV tot SP, van Forum voor Democratie tot GroenLinks. Het is geen politiek, het is een persoonlijke identiteit. En die identiteit moet als gelijkwaardig herkend worden. Het is niet zo dat homoseksualiteit iets links is of iets rechts is, dat is het allebei niet. Hoe met mensen met een andere seksuele identiteit wordt omgegaan, is wèl een politieke discussie."

Dit verhaal is gebaseerd op een interview met Robert van Vlijmen op 19 januari 2024.

Bekijk ook

Queer Brabant

Dossier 'homo- en lesbiennesbeleid' Oss, 1985-1992 (bron: BHIC, archief gemeente Oss)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.