skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Sober leven, fijne school. Het Mulo internaat in Veghel ('55-'62)

Op donderdag 1 september 1955 bracht mijn moeder mij met een grote koffer vol bovenkleding en een extra tas naar het internaat van de Zusters Franciscanessen in Veghel.


Bedafse Bergen, onze klas met moderator (geestelijk begeleider, de broeder), 1957

Huisregels

Op kostschool was het druk, maar tegelijk ook rustig, omdat er strikte discipline heerste, echter zonder stemverheffing. Iedereen werd gelijk behandeld en er werden geen beledigende of zware straffen gegeven. Ik vond dat de zusters, die toezicht hielden, over het algemeen de orde goed konden handhaven.

“Fons,” de directrice was klein van stuk, maar wel uit één stuk. In die tijd droegen meiden nylonkousen onder de zomerjurk. Sommigen maakten de benen bruin en toen zij dat in de gaten kreeg, ging ze gewoon aan de onderbenen voelen, als ze twijfelde. De mouwen moesten tot de elleboog reiken en zoom van de rok was uiteraard tot onder de knie.

Op zondagmiddag kregen we van een zuster les in etiquette. Het woord alleen al klonk heel deftig, maar buiten het internaat ging het er bij veel mensen heel wat informeler aan toe.

Dagindeling

Het dagrooster was van minuut tot minuut ingedeeld. Bij het begin en het einde van een activiteit klonk telkens een bel. We stonden, of het nu zomer of winter was, voor dag en dauw op, namelijk om kwart voor zes. ‘s Avonds was het om acht uur bedtijd en het licht ging om half negen uit. In de loop van de dag was er regelmatig pauze en in de vrije uren kon je kiezen uit meerdere vormen van vrijetijdsbesteding: lezen, handwerken, naar de radio luisteren, handenarbeid, sport, met een groepje wandelen in de tuin of zomaar wat kletsen.

Regelmatig moesten we gezamenlijk bidden: het morgengebed, de mis in de kapel, voor en na het eten en het avondgebed op de slaapzaal. Op zondag gingen we drie keer naar de kerk: de stille mis, de hoogmis en het lof.

Hieronder de precieze dagindeling:

  • 5.45    Opstaan, schoen in de cel zetten, wassen, aankleden en beddengoed open leggen
  • 6.30    H. Mis in de kapel
  • 7.15    Bed opmaken
  • 7.30    Ontbijt in de refter
  • 8.00    Naar de cour
  • 8.15    Lessen en studietijd
  • 12.00  Diner, drie gangen
  • 12.30  Naar de cour
  • 13.00  Lessen en studietijd
  • 17.00  Vrije tijdsbesteding op de cour en in de recreatiezaal
  • 18.00  Souper: warme pap met brood
  • 18.30  Vrijetijdsbesteding: op de cour en in de recreatiezaal
  • 20.00  Gezamenlijk avondgebed op de slaapzaal en dan naar bed
  • 20.30  Licht uit en schoen voor de cel zetten

Daarnaast zaten we bijvoorbeeld elke week in de gymzaal om uit een bundel volksliederen te zingen. Ook kregen we de eerste twee jaar balletles. En in de zomer mocht je ‘s avonds op eigen gelegenheid naar het sportveld.


Onze klas tijdens de zwemles in Veghel, 1957

Het eten

‘s Morgens kregen we brood met hartig en zoet beleg. ‘s Middags werden soep, aardappelen met vlees en groenten, en een toetje voorgeschoteld. ‘s Avonds, bij het souper, kregen we warme pap en brood. Er was geen keuzemenu en de gerechten werden meestal gestoomd. Naar mijn mening kregen we te eten wat in die tijd gebruikelijk was.

Onder het eten golden behalve regels voor goede tafelmanieren ook zaken als: van alles voldoende nemen en je bord leeg eten. At je niet genoeg, dan deed de zuster er een extra schep bij. Wanneer je bord half vol bleef, kreeg je dezelfde prak van die middag – overigens wel opgewarmd – ‘s avonds weer op je bord, voordat je iets anders mocht nemen.

De kosten

Het leven was er sober en de prijs voor kost en inwoning was navenant. Per trimester betaalden mijn ouders 125 gulden, exclusief: de was voor 35 gulden, het snoepgoed, wenskaarten, postzegels, en de schoolreis. Mijn vader zei een keer: ‘Voor dat geld kunnen we Dilia thuis niet onderhouden.’

Elke maand kreeg ik vijf gulden mee, voor onvoorziene uitgaven, waar ik later nog rond de drie gulden van overhield. In de jaren daarna gingen de normale kosten geleidelijk aan met guldens omhoog, maar het bleef daar goedkoop wonen.

De slaapzaal

Op de grote slaapzaal boven de gymzaal was een raat van houten schotten van twee meter hoog. Elk vak was een chambrette (cel) met een lang gordijn ervoor. In die chambrette, die 2 bij 1 ½ meter was, pasten een eenpersoonsbed en een nachtkastje met een waskom. Als je op bed ging staan, kon je net over de houten schotten kijken, wat uiteraard ten strengste verboden was. Dat werd gecontroleerd en bij overtreding kreeg je straf. Voor het slapen gaan zetten we een schoen voor het gordijn. We hadden een po met deksel onder het bed, want het moest ‘s nachts absoluut stil zijn.

Regelmatig waren er, volgens rooster, gezamenlijke klusjes zoals: vuile was (gesorteerd) in verschillende waszakken doen, de schone was ophalen en op de goede plaats in het nachtkastje leggen en schoenen poetsen.


15 november 1961,  foto’s genomen tijdens het blikken feest van 6 ¼ jaar kostschool. V.l.n.r. Maria Bennebroek, Toos Pijpers, Annie Raijmakers, Dilia v.d. Laar, zuster Gijsbertini, Gemma Koenders, zuster Luduine, Thea van Hulst



 15 november 1961,  foto’s genomen tijdens het blikken feest van 6 ¼ jaar kostschool. V.l.n.r. ?, Jeanne v.d. Borne, zuster Giovanni, Dilia v.d. Laar, Tonny van Weert, Sjan Aarts, ?



15 november 1961,  foto’s genomen tijdens het blikken feest van 6 ¼ jaar kostschool. Staand: Tonny van Weert, Thea Swinkels, Chris Olieslagers, Sjan Aerts?, Maria Selten? Zittend: Dilia v.d. Laar, Tiny v.d. Hurk, Riek v.d. Brandt, Ria van Avendonk.

Hygiëne

De hygiëne was voor die tijd goed geregeld. ‘s Morgens hadden we een grote kom water op het nachtkastje, waar we ons konden wassen en elke dag was er vers water. Douchen deden we twee keer per week, waarbij de zuster aangaf welke douche je moest gebruiken. En één keer per maand mochten we in bad. Er hing een rooster voor dag en uur, wanneer je in een van de twee badkuipen een bad kon nemen.

De eerste jaren werden onze hoofden, een keer per maand, op de slaapzaal, door de zuster surveillant met de stofkam op luizen gecontroleerd. Ofschoon – bij mijn weten – er geen meer te vinden waren.

Gemeenschap

Deze bestond uit ongeveer 400 vrouwen.

Er waren rond de 200 zusters. De geprofeste zusters droegen een zwart habijt met een koord als ceintuur, een kruisbeeld als hanger en het hoofd zat helemaal in witte strakke doeken gewikkeld. Daar overheen een stijve witte kap, die voor en opzij uitstak en daar weer overheen een zwarte sluier. De postulanten en novicen droegen een ander habijt en dat was ook in het zwart. Op het internaat waren de 125 scholieren van de ulo en rond de 75 studenten op de kweekschool. Intern was maar één man te vinden, namelijk de rector van het klooster. De meisjes hoefden toen geen uniformen meer te dragen. Er werkten wel enkele mannen in de bijgebouwen, zoals de boerderij en de werkplaats.

Zelfvoorzienend

De zusters waren in het begin nog grotendeels zelfvoorzienend; behalve een eigen wasserij hadden ze ook hun eigen vee, groentetuin en drukkerij. Daar stond een stencilmachine om het drukwerk te vermeerderen en de velletjes papier werden bij gelegenheid uitgedeeld. Het klooster had ook eigen onderhoudspersoneel in dienst zoals timmerlui en metselaars. Het was de leerlingen verboden om met hen een praatje te maken.


Mei 1962, Afscheidsfeest 4e cursus, eindexamenkandidaten. Feest met als titel De drie toekomstmogelijkheden van de afstuderende klasgenoten. Het waren: "eeuwig" vrijgezelle onderwijzeres (oftewel) "frik", huismoeder met veel kinderen, dan wel als non in een klooster. Uitgebeeld op deze foto zien we de levensroeping 'frik'. V.l.n.r. Riet Huisman, Toos Geris, Gemma Koenders.



1962, Afscheidsfeest 4e cursus, eindexamenkandidaten. Uitgebeeld op deze foto zien we de levensroeping ‘huwelijk’. Staand: ?, Magriet van Sambeek, ?, Jo van Gogh. Zittend: Jo Gietemans, Ria van Gestel, ?, Coby Joosten, ?



Mei 1962, Afscheidsfeest 4e cursus, eindexamenkandidaten. Uitgebeeld op deze foto zien we de levensroeping ‘kloosterzuster’. V.l.n.r. Riky Kuylenburg, Annie Raijmakers, Mien Tielemans, Annie van Calis, Dilia v.d. Laar

Docenten

Het waren zowel zusters als vrouwen van buiten.

De leraressen verwisselden zelf telkens van leslokaal, als er weer een ander vak in een klas gegeven werd. Het lesgeven ging ongeveer op dezelfde wijze als op de lagere school, in een rustig tempo en je kon extra uitleg krijgen. Het huiswerk werd deels klassikaal door een andere leerling nagekeken of individueel door de docent. Je mocht je werk in je eigen(gemaakte) handschrift inleveren, als het maar netjes en goed leesbaar was.

Ik vond deze MULO een fijne school met prettig en degelijk onderwijs.

Rapporten

Naast de grote rapporten van Kerstmis, Pasen en voor de zomervakantie ontvingen de ouders elke maand een klein rapport met een beoordeling van ijver, gedrag, netheid en beleefdheid.

Brieven naar en van huis

Elke zondagavond schreven we een brief naar huis. De brieven werden voordat de enveloppe dicht ging, eerst door “Gradje” gelezen. Ook als je er een van thuis kreeg werd die eerst gelezen.

Met dat geschrijf was ik gauw klaar, want ik zat niet te wachten op commentaar van het internaat en van thuis op wat ik geschreven had. In de de toegewezen tijd was een spannend boek interessanter.

De Knaldag

In de loop van het jaar waren er veel verjaardagen en jubilea van deze of gene in de hele gemeenschap te vieren. Het was niet te doen om dat telkens bij te houden. Daarvoor hadden ze Knaldag ingevoerd en die werd groots gevierd, met chique eten, versieringen overal en toneeluitvoeringen in de gymzaal met een podium. “Kuun” was verantwoordelijk voor de regie en de decors voor de voorstellingen. Er werden zelfs complete feestgidsen uitgedeeld.


Jaartal onbekend [vermoedelijk 1961 of 1962]. Op retraite. Boven Dilia v.d. Laar, Annie Zeegers, Lies Beers, Dorothe Hollander, Tonny van Weert. Midden: Maria Bennebroek?, onbekend. Onder: Jo Gietemans, Jeanne Borne?, Ria van Avendonk

Bezoek

Bezoek mocht je in de loop van de maand niet ontvangen en als iemand bij de voordeur een pakje voor je kwam brengen, werd dat geopend en het snoep eruit gehaald, want snoep kregen we op donderdag en zondagavond al.

Vrije tijd en uitjes

Op zaterdagmiddag hadden we vrij van school. Dan gingen we in een lange rij onder begeleiding van twee zusters wandelen door de bebouwde kom van Veghel. In het zomerseizoen was dat extra mooi. We wandelden dan langs de uitgebreide weidevelden met veel koeien en de dichtbegroeide akkerlanden. 

Een andere keer gingen we naar de Bedafse Bergen (een natuurlijke zandverstuiving, 3 kilometer verderop), waar we ons uit konden leven. In de zomer mochten we elk jaar een keer bij een aardbeienteler op zijn veld komen plukken als er nog te weinig aan de struikjes stond om ze nog rendabel zelf te plukken. We aten er zoveel op als we konden. Enkele weken later wandelden we naar Heeswijk voor een toneelstuk in het openluchttheater De Kersouwe.

In het laatste weekeinde van de maand mochten we naar huis, van vrijdagavond tot zondagavond zeven uur.

Elk jaar gingen we met een grote bus op schoolreis. Meestal was het ergens in Nederland, soms naar  België of Duitsland. Rond 1957 gingen we een keer naar Keulen en Aken. De meesten van ons waren toen nog nooit in het buitenland geweest. Waarom we precies naar deze steden gingen, was me niet duidelijk, want er lagen toen nog een heleboel gedeelten ervan in puin.


Zomer 1962, Veghel. Bij de kapel van de zusters. V.l.n.r. Jo Gietemans, Dilia v.d. Laar Coby Joosten.

Doorstromen naar de kweekschool

Veel leerlingen van de MULO wilden doorstromen naar de kweekschool. Door de babyboom van vlak na de oorlog en de overvolle klassen op de lagere school was er dringend behoefte aan juffen en meesters. We mochten in Veghel al vanaf de derde klas instromen op de kweekschool. Daarvoor moest in 1957 het lessenpakket na de tweede klas aangepast worden. Vakken als bedrijfsleer en economie werden vervangen door wiskunde en natuurkunde. Verder kregen de geselecteerde leerlingen nog extra les in de vakken, die belangrijk waren op de kweekschool. Aan het einde van dat jaar deed je toelatingsexamen voor de kweekschool, die ook bij het kloostercomplex hoorde. De gestelde eisen waren niet al te streng, zodat alle kandidaten konden slagen.

Reacties (1)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 11 augustus 2020 om 12:40
Bedankt voor je indrukwekkende verhaal en de prachtige foto's, Dilia. Heel bijzonder om zo een inkijk te krijgen hoe het leven op het internaat eraan toe ging. Heb je nog contact met meisjes uit die periode?

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!