i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Uden
Tags:

Wasgoed drogen in de Goeikamer

vertelde op 18 maart 2013 om 11:46 uur

In de veertiger jaren was het voor ons Moeke een heel karwei om het wasgoed van het elf leden tellend gezin in de winterperiode te drogen. Ook als het goed door de wringer was geweest, bevatte het nog veel vocht. Aan de kachelleuning was te weinig plaats om het wasgoed te drogen en daarom bedacht Vader iets beters.

Hij maakte een droogwiel en bevestigde dat aan het groen geschilderd balkenplafond in de Goeikamer, boven de Leuvense Stoof. De Goeikamer was het woonvertrek in de winter. Als kind noemde we de droogmolen een zon, zoals wij het op school tekenden; nu zou ik zeggen dat het eerder op een ster lijkt.

In de oorlogsjaren maakte vader voor andere grote gezinnen vier van zulke molens. Neuzend in de dag- en kasboeken zag ik het opgesomde lijstje van de gebruikte materialen met de maten voor het maken van een droogwiel. Samen met mijn oudste broer Martien maakte ik opnieuw zo’n droogmolen.

Eerder schreef ik al dat vader een specialist was in het maken van het wiel. Het hout voor de stokken zaagde Vader uit planken waarna hij dat rond maakte. Ik nam hiervoor zeven bezemstelen. De molen bestaat nu uit veertien stokken met een lengte van 1.30 meter. De waslijn heeft hiermee een lengte van in totaal acht meter.

Thuis heb ik de droogmolen ook opgehangen aan het balkenplafond, boven de gashaard, ideaal om snel een kledingstuk te drogen. De zoveelste door Vader ontworpen handigheid waar ik gebruik van maak. 

In de zomer was er buiten voldoende wasdraad. Bij het ophangen werd een wasknijper gebruikt, die uit een stuk was gemaakt en daardoor zeer kwetsbaar. Ik ontdekte hem onlangs weer in de winkel en kocht er enkele van voor de foto. De tweedelige wasknijper zoals wij die kennen, kwam later pas.

Op de foto wasgoed van een gezin van zeven personen. Tijdens het stoomtreintijdperk zou het opgehangen wasgoed er niet witter op geworden zijn met de zwarte walm en stoom van de zojuist vertrokken trein.

Op de foto van Huize Zoggel, genomen tijdens Koninginnedag 1963, is heel wat te zien: het opgehangen wasgoed, uitzicht op het Duitse Lijntje, de bloeiende kersenboomgaard van Van Mulekom en de St. Petruskerk. 

Jaren later zag ik de droogmolen weer terug in een tuin, maar nu in omgekeerde stand: de as was in de grond gestoken. De droger had vier armen in plaats van stokken en daartussen was een draad gespannen. 

Droogvriezen kende men vroeger niet, maar bij strenge droge vorst en stevige Noordoostenwind was het beter het wasgoed buiten aan de draad op te hangen. In de vorstperiode is doorgaans de buitenlucht 40 tot 50 % droger dan binnenshuis. Het wasgoed zou na een dag met deze droge lucht en wind strijkklaar zijn geweest.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Rini de Groot. zei op 15 juli 2013 om 17:29 uur

Bij bezoek aan het Zuiderzeemuseum zag ik dat het te drogen wasgoed hier zonder wasknijpers opgehangen was. De mevrouw verteld: “het waait hier altijd langs de Zuiderzee, met knijpers zou het goed weg waaien” het touw, door haar: Roop genoemd was 2 delig getwijnd.
De uiteinden van het goed worden in de draaiing van het touw gestoken, bij hevige wind tweemaal, het klemt dan vanzelf vast. De waslijn wordt met palen op spanning gehouden en daarbij het voordeel voor een gewenste hoogte bij het ophangen en afnemen van het drooggoed.
Naast dit touw bestaat er: Kardeel, sinds 1880, verteld mij de touwslager is touw dat gebruikt wordt om een vlag of wimpel op de gewenste hoogte te houden.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: