i

Zesgehuchtens Doopceel A.D. 1960

vertelde op 27 januari 2019 om 19:19 uur

In dichtvorm doe ik als "Vleer Sium" verslag van de gebeurtenissen in Zesgehuchten in het jaar 1960.

Meanderende beek in het natuurlandschap van Zesgehuchten, 1964. Fotograaf: Jos Pé. Bron: RHC Eindhoven, fotonr. 14130.

 
 
 
 

Kruising van zandwegen in het natuurlandschap van Zesgehuchten, 1964. Fotograaf: Jos Pé. Bron: RHC Eindhoven, fotonr. 14131.

 
 
 
 

Bosweg in het natuurlandschap van Zesgehuchten, 1964. Fotograaf: Jos Pé. Bron: RHC Eindhoven, fotonr. 14133.

O, edele Prinsen Carnaval
Ik wil op dit zottenbal
voldoen aan mijn zotte plichten
en Zesgehuchtens doopceel lichten.

De plaats, waar Uwes Prinsens macht
zich doet gelden; dag en nacht.
U hoeft er schaand noch blaam te duchten
die plaats heet van oudsher Zesgehuchten.

Boeren, burgers, buitenlui, muzikanten,
reclasanten, communicanten, ooms en tanten
en ook gij, die kwaamt van alle kanten
zijn hier hun kroost gaan planten
en weten zo al ras van wante,
ge leest het dagelijks in de kranten.

Voeg hierbij wat militanten, retraitanten
en een handvol protestanten
dan is U het juiste beeld
van de bevolking toebedeeld.

De pastoor en zijn vicaris,
helpen tegen een klein salaris,
dat hij die voor ’t trouwen klaar is
binnen de kortste keren de sigaar is.

De bovenmeester gaat naast zijn baan
ook enigszins ’t mannenkoor aan.
Toen het koor dan jubileerde,
hetgeen geheel Zesgehuchten interesseerde,
bood men hem een danstent aan.

Een vergadering, waartoe werd besloten
vond bij Jan van Bommel de deur gesloten.
Men is toen maar naar elders afgedropen,
“vergeten werk” waarvoor ge niks kunt kopen.

Niet om zeven, maar om achten
zat de kassier in z’n kas te wachten.
Het orkest, dat wilde blazen
stond in een lege tent te dazen.
Het scheen al gauw geen man bekend
de stunt van het danstentexperiment.

Een avond werd er bij gelast,
iedereen had wat bijgepast.
De Boerenkapel van de fanfare
had echter alle moeite kunnen sparen.
Hun repertoire bleek onder de maat,
en ge wit wel hoe "t op ’n durpke gaat;
er werd ontzettend veel gepraat
en zo werd het voor het feest te laat.

Wat ik nu vertel is waar gebeurd.
Het is dan ook wel zeer betreurd
daar hij, die niet dansen kon
het was, die de dansprijs won.

Door de Zesgehuchtense kasseien
zijn de schoenpiks gaan gedijen.
Kuilen, gaten, bulten, gleuven en plassen,
zijn de geneugten van ’t brassen
waartoe menigeen zich geroepen voelt,
die het met de wegen goed bedoeld.

De “burgemeester” van ’t gehucht
roerde laatst zijn staart geducht.
Heeft daarbij zijn gemoed gelucht.
Toen is ouderwets gezucht
om dan te spreken; geheel bevrijd.
over ’t Geldropse Zesgehuchtenbeleid.

Een dorp zonder zielen, zo sprak hij vol vuur,
een school zonder kinderen, gelijk aan een schuur.
De jonge gezinnen, zo meende hij,
worden afgevoerd naar de Dommel vallei.
Hij stelde de K.V.P. hier verantwoordelijk voor
Deez' uitspraak vond bij de wethouder weinig gehoor.

Maar hoe hij ook sprak over het wel en het wee,
het miste het luisterende oor van Bee en Wee.
De feiten, die bleven en daar bedoel ik mee,
de kasseien der straten, de afvoer der plee,
de school en de wegen, dat stemt ontevree.
Maar ge zult nog wel merken, dat onze van Vlerken
ze zal laten werken. Krek zo’as ie’t ook zee.

Het St.Jorisgilde oftewel de Schut
zit met haar drumband geheel in de put.
En omdat de gemeente geen subsidie geven dorst
moest het gaan kaarten om meters verse worst.
Een kaartavond werd bij Jan v.d.Hurk belegd
helaas heeft die hen slechts windeieren gelegd.
Daar er toevallig een vergadering was
kwam er toch nog wat geld in de kas.

Zo ziet men dat de trots van´t gehucht
toch nog onder allerlei problemen zucht.
Doet men op de gilde een ernstig beroep,
het is ter plaatse in ´n scheet en ´n poep.
Doet het gilde een beroep op de mens
dan roert deze bewust en intens,
het wapen de onwetendheid
en schittert deze door afwezigheid.

De Schut bewandelt nu andere wegen
en ik geloof, het brengt hen alle zegen.
Ik weet niet wie de inval heeft gekregen ,
maar ze zijn er met glazen onder gaan vegen
en zoals de koers op dit ogenblik staat
geloof ik niet, dat de Schut zijn eigen glazen inslaat

Enkele Zesgehuchtense zakenmensen
bedreven in het raden van hartenwensen,
deden ’t Gilde een groot genot
en kookten snert; een volle pot.
En boden die het Gilde aan
dit sloeg in als een Chroetsjofbom
van vijftig erwten in een ton.
Een van de eters kreeg hem hiervan zodanig om,
dat zijn stalen ros d’andere morgen
nog steeds bij café van den Hurk ston.

De Fanfare met zijn Boerenblaaskapel
mag niet ontbreken op dit zotten appel.
Zij is onze trots, hoe het ook zij
ook al zijn hun petten maar van goedkope zij.
Ook al staat van hun bloasmuziek iedereen paf,
hun dansmuziek is voor elke danser ’n straf.

Hun zijden petten dragen ze nu al heel wat jaren
hoe ijverig ze ook oud ijzer vergaren.
En is er iemand jarig, dan zijn ze er bij
en maken ze de jarige met een telegrammeke blij.
Ook ik draag hier spontaan ‘t mijne aan bij.
Ondanks dit alles, blijven hun petten van zij.

De fanfare Euphonia brengt ieder jaar
een muzikaal bezoek zo hier en daar.
Op ’t Hout, op Riel, op Papenvoort
maar komen ze op Hoog Geldrop,
dan is plots hun muziekstuk op.
Echter terug van een feest, diep in de nacht
dan blaozen ze krek hier uit alle macht.

Een hele tijd is het al geleeen
toen iedereen plots was op de been.
Er werd geroepen Jan tegen Thijs,
Driek tegen Lijs:
”Ja ze hebben gewonnen, d’n Ursten Prijs”.
Wie um ha gewonnen, da wist gin man
tot ‘ t moment da Euphonia binnenkwam.

Boven op ieder zun zijen pet
waar un kartje neergezet.
Op da kartje stong ’n EEN
en toen wist iedereen meteen:
“Onze fanfare hi d’n Ursten Prijs,
d’n Utrste Prijs,d’n Urste Prijs
gewonnen !!!”

Op de schoolplats begon de pret
ze wieren op ’n rij gezet.
Sprekers waren er bij de vleet
d’n een no d ’n ander ha’t skon gezeet.
Er wier hen als’t ware d’n Hogen Hoed op gezet
mar nog marcheert de fanfare mi d’r zijen pet.

Een algemene zegening
is de gemeenschapsvereniging.
Ze biedt perspectief,
is ook actief,
stuurt menig brief,
bewerkt collectief
en is niet naïef.

Een paar keer per jaar
dan is het hier klaar.
De secretaris per fiets
die staat echt voor niets.
Hij rooit het wel klaar,
rookt een goedkopen sigaar
en een dorpsavond zit in elkaar.

Het ledental is niet zo kolossaal;
doet ook heel weinig gewicht in de schaal.
Maar zo gauw er iets is uitgebroeid
ziet men dat hun aantal groeit.
Want wa ge dan met unne gulden doet
makte normaal mi vijf nie goed.

Vergaderen wordt er nooit gedaan
want dor kunde toch niks van op aan.
Wordt er een besluit genomen
zelden is er iets van uitgekomen.
Stelde unne begintijd vast
d’r worde deur unnen anderen verrast.
Weliswaar hi die zich dan verschreven,
op Zesgehuchten kunde van alles en nog wa beleven.

De jeugd van onze Zesgehuchtense contreien
zit nou s’avonds vort te knutselen en te breien.
Ze zijn niet langer rauw en brutaal ,
ze leren nou wa anders in un schoollokaal.
Een knuppel wier gegooid in het varkenshok
door een zuster in een zwarte rok.

Ideeën werden toen gespaard
en er werd een “kind” gebaard.
Het groeit nu zeer voorspoedig op
en is nu reeds een stevige brok.
Zijn naam, inderdaad hij mag er zijn
doet geenszins denken aan vishal van Koelewijn.

ZEVOC; gij jongste der verenigingszonen.
Uw werk is voor hen, die hier wonen
en speciaal voor hun dochters en zonen
die zich dikwijls wat vlegelachtig tonen,
ik wil de mijne hiervan niet verschonen.

De stilte in dees koepellagen
kon Prins Jan maar slecht verdragen.
Hij nodigde in een kort besluit
Zijne zotten voor een vergadering uit.
Hier wist men zonder in te dommelen
tot een beslissend plan te kommen.

Hij, die als gevolg van zaken
bij de “Dommelaars”was blijven waken
werd door een schrijven aangesproken
wat ze dachten uit te gaan spoken.
Hij, die in’t hanenbakken was zeer bedreven
heeft toen goud eerlijk teruggeschreven
waarmee er konde van werd gedaan,
dat het met de “Dommelaars” was gedaan.

Nog voor kort hebt U kunnen lezen,
wat hiervan het gevolg kan wezen:
de kinderoptocht stond hier op het spel.
De carnavalswereld werd gealarmeerd
en naar café Toemen gedirigeerd.
Na een vruchtbare vergadering
is er opnieuw een koepelding.

De kinderoptocht kan nu eerst recht floreren
ook al zijn het geen geleerde heren
die hem zullen gaan dirigeren.
Een ding staat zeker vast,
dat hij prima in ons dorpsbeeld past.
Nu kan onze jeugd weer leren
om het carnaval te respecteren.
De jeugd is door ons toedoen gered
en heeft eerst nu weer haar carnavalspret!

Zo, ziet U, O’ edele carnavalsprins
het is hier geenszins in die mate kinds,
zoals kwade tongen doen beweren.
Ik zeg maar zo
“Ze kunnen van Zesgehuchten nog
het een en ander leren !!!”

Vleer Sium

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: