i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Boxtel
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Watermolens

De Boxtelse molens

vertelde op 13 augustus 2009 om 16:29 uur

Zeker vanaf 1500 lag noordwestelijk van het dorpscentrum van Boxtel een watermolencomplex met maar liefst vier molens. Twee daarvan stonden op de Dommel, ter hoogte van de nog bestaande “Boxtelsche Watermoolen” aan de Molenstraat. Het andere molenpaar lag bij de uitmonding van het Smalwater in de Dommel.

Stroomopwaarts van dit complex lag een stuw in de rivier, zodat de molens optimaal konden functioneren. Daardoor ontstond elders natuurlijk periodiek veel wateroverlast. Naar aanleiding van de ordonnantie van Karel V over het toegestane waterpeil bij de watermolens in 1545 worden de Boxtelse molens voor het eerst met name genoemd in de schriftelijke bronnen. Maar al voor 1400 wordt er in archiefstukken gezinspeeld op het bestaan van een molen en een molenaar in Boxtel.

De molens aan de Dommel gebruikten de waterkracht om hout te zagen, eikenschors te malen voor leerlooierijen, graan te malen en wol te vollen (= persen, laten vervilten). Met de oliemolen aan het Smalwater werd uit koolzaad olie geperst. De molens waren allemaal eigendom van de Heer van Boxtel.

In 1834 werd het landgoed Stapelen, voormalig bezit van de Heer van Boxtel, verkocht aan Gerard Bogaers, lakenfabrikant in Tilburg. Deze gebruikte de bijbehorende molen als volmolen. In 1851 verkocht hij de molens aan de familie Van Hoorn, die ze weer doorverkocht aan molenaar Van Lieshout.

De molens op het Smalwater kwam uiteindelijk in het bezit van het waterschap De Dommel, dat ze in 1912 aankocht om ze te slopen. De molens veroorzaakten namelijk regelmatig wateroverlast en het waterschap was nu eenmaal opgericht om obstakels in de rivier op te ruimen.

De molens op de Dommel werden gekocht door de familie Van Stekelenburg. Ze bleven tot Allerheiligen 1934 in bedrijf, toen een hevige storm ze zwaar beschadigde. Nadien werd alleen nog de graanmolen gebruikt, die nu door een motor werd aangedreven. In 1973 werd het molengebouw ingericht als bloemenzaak, terwijl het molenhuis nog als villa in gebruik is.

Plannen voor herstel van de molens in hun oorspronkelijke staat kwamen nooit tot uitvoer vanwege gebrek aan geld. Wel is het waterschap inmiddels het Dommelproject begonnen, waardoor in 2009 het bruisen van rivierwater weer hoorbaar zal zijn in het centrum van Boxtel.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (14)

Paul Huismans zei op 30 juni 2010 om 14:23 uur

J. de Visser vertelt in zijn boek "Boxtel. Van Brabantse Baronie naar Groene Gemeente" (p. 99) dat bij de samenvloeiing van Dommel en Smalwater van 1802 tot 1819 een watermolen werd gebruikt voor de fabricage van een goede kwaliteit velijnpapier. In dat laatste jaar werd de molen verplaatst naar Molenwijk, nadat er al eerder een windmolen was bijgeplaatst.

Rien Wols bhic zei op 30 juni 2010 om 15:19 uur

Dat is een mooie extra aanvulling, Paul. Hartelijk dank!

A.Barten, Etten-Leur zei op 19 oktober 2011 om 13:52 uur

In het boek "Boxtel: kijk nou 'ns" (uitg. Weekblad Brabants Centrum.1985) staan meer gegevens over de vroegere molens van Boxtel. Bijvoorbeeld op pag. 62. Op het 22 hectare grote landgoed Molenwijk van de erven J.Frans van Oerle stond tot vorige eeuw een "papiermolen". (Deze was gelegen aan het St.Willibrordusven, later Leysendven genaamd alwaar het Gemeentelijk zwembad in aangelegd is). Op pag. 66 staat meer over de Blauwe Molen van Robben. Het echtpaar De Boer ("De Mulder")-Smulders liet door aannemer Fons van Heesch een graanmolen bouwen op de hoek van de Van Hornstraat-Ridder van Cuykstraat. Nu ter plaatse: 'De Burcht'. De Boer, knecht geweest op de molen van Van Lieshout in de Molenstraat, pachter op de molen van Merks in de Van Salmstraat kwam vrij spoedig te overlijden. De weduwe verkocht de molen aan het echtpaar P.Robben-Melis dat toen een molenaarsberdijfje annex bakkerij exploiteerde aan de Kapelweg. Toen ontstond de benaming De Blauwe Molen van Robben omdat de nieuwe eigenaar de molen, het interieur en zijn voertuigen blauw verfden. Robben 's Biggen- en Mestmeel was befaamd. Op pag. 69 staat dat de watermolen aan het einde van het Smalwater bij de Dommel bestond uit een oliemolen, waar olie uit koolzaad werd geperst, waar veevoederkoeken werden gemaakt. Het andere deel van de molen was een volmolen (bewerking wollen weefsels) alswel een graanmolen (het 'Blommeulentje') In het historisch getinte, genoemde boek staan meerdere gegevens over de vroegere molens van Boxtel.

Marilou Nillesen bhic zei op 20 oktober 2011 om 09:24 uur

Bedankt, A. Barten. En voor de liefhebbers die het boek erop na willen slaan: bij het BHIC in Den Bosch staat het in de boekenkast.

Binaca Moors zei op 25 juni 2013 om 20:23 uur

En bij Bibliotheek de Meierij aan de Burgaaker 4, Boxtel. En meer boeken over het Boxtel van vroeger.
www.bibliotheekmeierij.nl

Marilou Nillesen bhic zei op 26 juni 2013 om 15:28 uur

@Bianca: Bedankt voor de tip!

Ad W.M. Teulings zei op 9 juli 2015 om 00:06 uur

Ik lees op een aantal plaatsen dat het Smalwater, oorspronkelijk de Molengraft of Molengrave genoemd (bv in 1232 in het Oorkondenboek Noord Brabant) gegraven werd als verbinding tussen de Dommel en de Beerze. Ik denk met het doel om de stroomsnelheid te verhogen zodat daardoor een molen aan de gang kon worden gehouden. De lengte van dit smalle kanaaltje zou een kleine twee kilometer zijn geweest. Maar dan ben je bij lange na nog biet bij de Beerze. Hoe zit dat? Tweede probleem dat mij bezig houdt: een zijtak van de oude heren van Vught noemde zich in die tijd 'van de Molengrave'. Hun wapen bevat niet drie, maar vier molenijzers, het aantal van de vier watermolens bij Boxtel. De molens waren allodiaal bezit. De heren van Vught, toen nog met een wat dunne graventitel, droegen de molens op aan de Abt van Echternach, en kregen het van hen in leen terug (als zgn Willibrordgoed) Dat wat om zich te beschermen tegen de roofzuchtige neigingen van de eerste hertogen van Brabant. De 'van de Molengrave's hebben nog enkele generaties standgehouden, maar werden toen toch ook door de hertog van hun bezittingen beroofd. Zij zochten een goed heenkomen in Heusden. Dat roept voor mij de vraag op hoe en wanneer de molens cq de molenrechten verworven werden door de heren van Boxtel. Het zal vast wel eens uitgezocht zijn ?
Ad W.M. Teulings
P.S. Is het geklater van de Molengrave weer in Boxtel te horen?

Annemarie van Geloven
Annemarie van Geloven bhic zei op 10 juli 2015 om 16:47 uur

Beste Ad Teulings, ik hoop u volgende week wat citaten uit literatuur van historici, die zeer bekend zijn met de geschiedenis Boxtel, aan te reiken. U kunt deze boekwerken natuurlijk ook komen inzien in de studiezaal van BHIC in Den Bosch.

Ad W.M. Teulings zei op 12 juli 2015 om 20:22 uur

Beste Annemarie, veelbelovend en spannend! Ik heb ondertussen helder gekregen dat Molengrave en Smalwater dezelfde stroom benoemen. En dat het een locale aanduiding is voor de Beerze, Beerse. In de omgeving van Boxtel een smal water, dicht bij de monding een Breedwater genoemd. Maar, nog vele vragen! Dank alvast
Ad Teulings [www.3merlets.com] /P.S. Ik ben helaas niet meer zo mobiel... de studiezaal is ver buiten mijn bereik.

Annemarie van Geloven
Annemarie van Geloven bhic zei op 13 juli 2015 om 12:09 uur

Hans de Visser schrijft in zijn boek Boxtel: een heerlijkheid tussen twee heren (2013) dat heer Willem II van Boxtel volgens het leenregister met de naam ‘Casselboek’ in 1312 niet alleen het slotje Stapelen van de Brabantse hertog in leen had, maar ook het hertogelijk eigendomsdeel van de watermolen onder Kasteren te Liempde (p. 79-82).
Ook bezat de heer van Boxtel een watermolen op de Dommel ten westen van de kerkheuvel in het ‘centrum’ van Boxtel en al vóór 1232 bevelen Boxtelse heren om de Molengraaf te graven. En waar de Molengraaf in de Dommel uitmondt, laat een adellijke heer nog een watermolen bouwen (p. 55-56).
Ook in zijn boek Boxtel van Brabantse Baronie naar Groene Gemeente gaat Hans de Visser verder in op de molens langs de Dommel (p. 40-46).
De in 2010 overleden historicus Jean Coenen schrijft in zijn boek Baanderheren, boeren & burgers (2004): de gehuchten Lennisheuvel, Roond en Breukelen lagen in het dal van het Smal Water, een riviertje dat nabij de watermolens van Boxtel in de Dommel uitmondde. Het Smal Water was een voortzetting van de Beerze en de Kleine Aa. Bij Breukelen lijkt het alsof het gedeelte dat naar de Dommel gaat een gegraven stuk is als verbinding tussen de Kleine Aa en de Dommel. De oudere benaming voor het Smalwater is de Molengrave. Deze naam geeft duidelijk aan dat het om een gegraven waterloop gaat, die bovendien bestemd was voor de watermolens nabij de Dommel. Aangezien de Molengraaf reeds in 1232 werd vermeld, moet deze waterloop al eerder gegraven zijn en kunnen we bovendien concluderen dat de watermolens zeker al in die tijd bestonden. In 1369 werd in een Latijnse akte gesproken van fossatum (gracht), de Molengrave (p. 60). Op p. 152-153 is nog meer te lezen over de (water)molens van Boxtel en Liempde en de molenrechten (google op molenrechten Boxtel).

Dr Ad W.M. Teulings zei op 14 juli 2015 om 23:51 uur

Dag Annemarie, Ik ben nog niet veel verder gekomen. Dat heeft te maken met het gegeven dat de genoemde auteurs, die ik, naar mij blijkt al eens eerder geraadpleegd had (Jan Coenen bv staat in mijn boekenkast) de beginperiode van de Molengraafse molens niet bespreken. O.a uit het Oorkondenboek valt af te leiden dat de Molengrave al in voor 1203 bestond. Het maakte toen deel uit van het allodiale goed van de heren van Vught dat zich bevond in het gebied dat zich uitstrekte "van de Molengrave tot de Maas". Dat was dus voor de Heren van Boxtel. Onder het regiem van Hertog Hendrik I werden aanhangers van de Graven van Gelre (die zich tegen de territoriale expansie en ursurpatie van het Brabantse land verzetten) volgens een vast patroon aan de kant geschoven. Zo ontstond het novo oppidum 's-Hertogenbosch om de oude feodale heren van Vught van hun onvloed en inkomen te beroven, en de de kasteelheren van Stapelen, geen slotje maar een behoorlijk toegeruste motte-bucht, kregen ook een novo oppidum van de hertog voor hun deur, waaruit Buckstelle ontsond, het latere Boxtel. De Molengrave die een verbinding legde tussen de Beerse en de Dommel juist voorbij de molen van kasteel Stapele (dat overigens, als ik me goed herinner, een zgn Willibrordsgoed was, een leengoed opgedragen aan de Abdij van Echternach (waardoor het onmogelijk werd om die 'Stapelense' molen te ontfutselen). De Molengrave moet gegraven zijn op allodiale domeingrond van de Heren van Vught. De familie "van de Molengrave" maakte deel uit van de locale feodale adel, nog preciezer, zij waren leden van de familie van Vught in rechte lijn. Het wapen met de molenijzers is al van enkele generaties voor 1203. Dus, zou ik zeggen, is de molengracht die de verbinding legde tussen de Beerze (het Breedwater), en de Dommel via het gegraven Smalwater, ook van zeer oude datum. Dit alles interesseert mij omdat een Tolinc, voorvader van mij in rechte lijn, trouwde met een dochter van de van de Molengrave's, van Vughts die zich rond 1300 van de Molengraves gingen noemen. Voldoende gesetteld om zich door de wapenheraut van Gelre met die benaming aan te spreken. Maar, zij kozen dus in de strijd tussen Brabant en Gelre de verkeerde kant, en rond 1318, geloof ik, werden zij van hun allodiale bezittingen beroofd en kwamen de uit de contreien van Oost-Vlaanderen gerecruteerde burggravenfamilies binnen, zoals de heren van Boxtel, als stadhouders in vers verworven en veroverd gebied. Mij dunkt dat met de Molengrave nog heel wat uit te zoeken valt. Ik leg mijn reconstructie en interpretatie voor, om te zien of er nog voor de hand liggende teksten zijn die mij - of anderen - nog een paar stappen verder brengen. Als U een forum kent waar zo'n kwestie als deze onmiddellijk gehoor vindt dan krijg ik nog graag een hint. Ik han natuurlijk tegen een wat meer onderbouwde tekst aan.
met beste groet
Ad W.M. Teulings

Annemarie van Geloven
Annemarie van Geloven bhic zei op 17 juli 2015 om 13:57 uur

Van heemkundige Wim Veekens kreeg ik de volgende reactie:
De oudste vermelding – in mijn toponiemenbestand althans - met meervoud watermolens dateert van 1474 in RA Boxtel inv.nr. 55: “die tivers gelegen by die watermolens dat wilner Claus klynckaerts was.” In inv.nr. 57 1498: “(Verkoop van) regten inden watermolens tot boxtel also weel in de wynter molen als inde somer molen.”
De oudste vermelding met ‘molen’ komt uit het Bossche Protocol 1177 folio 352 anno 1387: “Bucstel in loco dicto hulsdonc versus molendinum aquatile de bucstel.”
(De Molengraaf is gelijk aan het Smalwater/ de Smalle Stroom aan het einde waarvan de watermolen lag. Ikzelf ken de benaming ‘Molegraafse molens’ niet)

Ook al gaat dit niet over de alleroudste periode, toch een hele mooie inhoudelijke aanvulling. Dank je wel, Wim!

Prof Dr Ad W.M. teulings zei op 19 juli 2015 om 12:04 uur

Elke aanvulling helpt. En, ik ken de naam Molengraafse molens ook niet. Ik had het over de familie van de Molengrave, een familie uit de stam de heren/gouwgraven van Vucht (VVvcht) die mogelijk ooit de Smalle stroom heeft laten graven. De twee vermeldingen van Wim Veekens heb ik ooit ook genoteerd. Uit het toponiem Hulsdonc blijkt dat het niet gaat om de watermolens aan het Smalwater (zou ik zeggen) maar maar om een van de molens aan de Dommel.
Wat Claas betreft:
1453 Den Bosch. R. 1223 fol. 278v
Claes Willems Clynckart, zaakgelastigde, draagt op aan Jan Engbrecht Luedinc van Uden een pacht van ½ mud rog op Lichtmis in Den Bosch te leveren, uit huis, hof en rogland op d' Esschelair in Esch tussen Godevarert van Broeckhoven en 3 zijden de gemeijnt; uit 4 lopnes land op Baerschot aldaar tussen Willem Huben en Godevaert van Broeckhoven. 10-2-1453. (B.B.2 blz. 112)

Hij is beslist geen molenaar, maar rentmeester te 's-Hertogenbosch. ook zijn grootvader, Wilhelmus Clyngen, die in 1426 al overleden is heeft niets met molens in Boxtel uitstaande. Over hem zie Hanus, proefschrift, p 114; nb verplichte aanschaf voor Uw bibliotheek!).
Wij ploegen voort!

Ad WMT zei op 19 juli 2015 om 12:22 uur

Nog even een toevoeging: Gegeven de tekst waarin een pacht van Jan van Uden ter sprake komt zal Claes Clynkart een rentmeester zijn geweest van de Minderbroeders in 's-Hertogenbosch. Dat roept bij mij weer een (te onderzoeken) vermoeden op dat de molens bij Boxtel ooit werden toegeeigend door de hertog van Brabant. Om zo'n stap niet teveel op diefstal te laten lijken schakelde hij de Minderborders is, die veel onteigende bezittingen als hertogsleen in beheer kregen aangereikt, en dan van een jaarlijkse rente daarop naar eigen welbevinden mochten handelen. Bijvoorbeeld voor de aankoop van een altaar waar een kloosterlid dan bedienaar werd en de jaarlijkse wedde genoot.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 20 maart 2009 om 09:31 uur

Van Molenfeesten naar Effe noar Geffe

vertelde op 20 april 2009 om 11:41 uur

Maria wordt Martinus

vertelde op 3 april 2012 om 17:06 uur

Molen verplaatst zonder één druppel te morsen