i

De Commissaris van de Koningin over Beugen en Rijkevoort

vertelde op 31 maart 2009 om 10:11 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Beugen en Rijkevoort te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Beugen en Rijkevoort

Den 11den. Augustus 1897 bezocht ik deze gemeente (ik reed van Beugen Kruispunt naar Beugen, naar Oeffelt, naar Haps en naar Cuijk). Op de grenzen van Beugen en Oeffelt vond ik een eerewacht, die mij vergezelde naar het Raadhuis te Beugen. Daar vond ik den burgemeester met de wethouders Verdijk en Lemmens; deze laatste was bij de periodieke verkiezing gevallen tegenover Van der Voort, zoodat hij over een week of drie ophield wethouder te zijn, omdat als dan zijn mandaat als raadslid eindigt.

De verhouding tusschen de verschillende ingezetenen te Beugen is zeer gespannen; Rijkevoort heeft volgens het zielental recht op 2 à 3 raadsleden, Beugen op 4 à 5. Daarin wenschte men geen verandering te brengen, maar men wilde een ander bestuur. De burgemeester Verheijen, die te Rijkevoort woont, moest vallen, en evenzoo de wethouder Lemmens, die te Beugen woonachtig is. Verheijen werd echter herkozen met een stem of 4 meerderheid, terwijl Lemmens geslagen werd door Van der Voort uit Beugen, een rijken boer uit Beugen, den zoon van den vroegeren burgemeester. v.d. Voort was commandant van de eerewacht. Hoe het in Beugen moet eindigen, weet God; men staat er zoo scherp mogelijk tegenover elkander; ik had een zeer druk bezochte audientie, maar alles, wat ik moest hooren, waren klachten en nog eens klachten. Van de Water, de gemeenteveldwachter had van v.d. Voort moeten hooren, dat hij, indien hij niet met de partij van Van der Voort medeging, weggejaagd zou worden, zoodra die partij in de meerderheid kwam.

Burgemeester Verheijen, 1878-1908Burgemeester Verheijen, 1878-1908

Thijssen klaagde over eene waterleiding. Gielens, een arbeider, klaagde over de verkiezing; hij had geld op hypotheek van den wethouder Verdijk; omdat hij met de verkiezing vrij had willen blijven, was hem dat geld opgezegd. Ik verwees hem naar den Officier van Justitie. Van der Voort klaagde over de verkiezing en over de pressie ten onrechte op Gielens uitgeoefend. Hij zeide ten slotte, dat hij Gielens het geld zou schieten, dat Verdijk hem had opgezegd. Van Mil, Van Pas en Zelten klaagden in commissie, dat zij bemoeilijkt werden in het steken van heideplaggen. Deswege was van Mil tegenover den burgemeester Verheijen gecandideerd bij de raadsverkiezing; zijne candidatuur slaagde echter niet. Hurkens klaagde over een uitweg, en over het slecht onderhouden van een weg. De geestelijken klaagden, dat hun taak zoo moeilijk was, omdat zij door de aanzienlijke ingezetenen niet gesteund werden. Uit alles bleek, dat er een zeer ongewenschte toestand heerscht in deze gemeente.

De secretaris is een zoon van den wethouder Verdijk; hij hoopte dit jaar zijn examen te doen als aspirant-gemeentesecretaris. De eerewacht geleidde mij weer naar de grenzen van Oeffelt.

Bij mijn komst te Beugen werd mij door een lief klein meisje een prachtig bouquet aangeboden. De gemeente-ontvanger had niet alles op den juisten datum geboekt; er ontbrak een alphabetische klapper op het bevolkingsregister; duplicaten werden als berichten van vestiging teruggezonden; de inkwartieringslijsten sinds 1892 niet herzien; geen register van localiteiten, waarin sterke drank verkocht wordt, enz. enz.

Den 3den. Mei 1902 kwam ik weer in de gemeente. Ik reed van Cuijk over Beers naar Mill; vandaar over Wanroij, Rijkevoort en Beugen naar Boxmeer, alwaar ik ontbeet in het hotel van Esser. Vervolgens naar Sambeek, en toen over Boxmeer terug naar Beugen, alwaar ik (station Oeffelt) den trein nam naar Den Bosch. B. en W. deelden mij mede, dat er bijna geen menschen in Duitschland gaan werken; de geestelijkheid ijvert daar zeer tegen, vooral de Pastoor van Rijkevoort, die reeds bij de eerste H. Communie begint de kinderen te bewerken, om het naar Duitschland gaan te keeren. Ook gaan er maar weinig buiten de gemeente werken.

De zeden zijn er nog zeer eenvoudig; men gaat weinig uit; meiden en knechts maken hun loon niet op, maar bewaren het, of geven het tehuis af. De loonen van een knecht loopen van f. 120 – f. 160; die van een meid van f. 70 – f. 100. – De dienstboden zitten met den boer aan dezelfde tafel; daar zijn geen 5 boerderijen waar dat niet gebeurt; men eet minstens 2 maal daags vleesch of spek.

Het gaat den menschen over het algemeen goed; er is 2 maal meer vee in de gemeente dan vroeger; daardoor moet de gemeente ook veel meer geld uitgeven voor springstieren; vroeger was er te Beugen slechts een, en ook een te Rijkevoort. Thans is het hard noodig, dat er op beide plaatsen twee zijn. B. en W. deelden mede, dat men te Beugen zeer was voor het in orde brengen van de Raam, en daarin gaarne het gemeentelijk aandeel (10%) zou dragen. Men zou het mogelijke doen, om het in behoorlijken staat brengen van het riviertje te bevorderen.

Ik vernam van B. en W. dat er nogal gronden van de gemeente verkocht waren; den welstand der boeren schreef men grootendeels daaraan toe. Ik ontraadde B. en W. om bij den verkoop van den grond geld op het perceel te laten staan; daaruit kunnen zoveel verkeerde zaken voortspruiten; bovendien, wanneer de gemeente een wanbetaler moet executeeren, dan zet ze hem op straat; uit politiezorg is de burgemeester dan verplicht voor hem te zorgen. Wanneer de gronden bij verkoop dan iets minder opbrengen, dan wanneer de menschen een deel der koopsom als hypotheek op het gekochte kunnen vestigen, dan is dat n.m.m. nog niet zoo heel erg. Het is beter dat de gemeente iets minder heeft, en dat de inwoners vooruitgaan, dan dat de gemeente heel rijk is en de inwoners arm.

De geneeskundige armenpraktijk wordt waargenomen door Dr. Hermans uit Gennep; Doodschouw en vaccinatie wordt verricht door Dr. Sterk uit Boxmeer. Over het algemeen is men vooral met Dr. Hermans zeer ingenomen. Met Boxmeer en Sambeek samen heeft men voor f. 400,- met groote moeite eene vroedvrouw gekregen. De gratificatie van den gemeenteveldwachter zal bij diens tractement worden gelegd. Er is te Beugen een liefdehuis van de zusters van den H. Carolus Boromeus; de zusters geven geen onderwijs aan meisjes, maar houden wel eene bewaarschool. Eene bijzondere meisjesschool is er niet.

Joannes Franciscus Beijnen, pastoor te Rijkevoort van 1886-1910Joannes Franciscus Beijnen, pastoor te Rijkevoort van 1886-1910

De toestand van de behoeftige klasse is vrij goed. Nijpend gebrek wordt er niet geleden; men kan zich over het algemeen vrijwel zelf helpen; in den winter laat de gemeente veel werken op de gemeentegronden. De vrede is gelukkig in Beugen teruggekeerd; bij de laatste verkiezing van leden van den gemeenteraad behoefde er niet gestemd te worden. Er had zich niemand voor mijne audientie aangemeld.

De secretaris Verdijk heeft tweemaal getracht het examen van aspirant-gemeentesecretaris te doen; hij was beide keeren ongelukkig, en heeft het toen maar opgegeven. Men prijst vooral den pastoor van Rijkevoort, den Heer Beijnen; deze heeft daar een nieuwe kerk gebouwd, naar men vermoedt geheel uit eigen middelen. Hij heeft althans aan zijne parochianen geen geld voor die kerk gevraagd; alleen de benoodigde bouwmaterialen, zand enz. werden door de ingezetenen kosteloos aangereden.

Den 15 Maart 1905 kwam ik weer in Beugen; ik reed er vanuit Cuijk heen; denzelfden dag bezocht ik Oeffelt en Boxmeer en keerde vanuit laatstgenoemde gemeente per spoor naar Cuijk terug. Ik verleende audientie aan den kapelaan van Beugen den Heer v.d. Bickelaar, die, ten gevolge van de ziekte van zijn pastoor, in diens plaats zijne opwachting kwam maken. v.d. Bickelaar is een uiterst onbeduidende persoonlijkheid.

Een drietal menschen vanuit Beugen-Kruispunt, Raafs, Wieren en Philipse, klaagden over de onbegaanbaarheid van de wegen in de Beugensche Haart, en op het Heische veld, vooral door dat de boeren bij het ploegen de ploeg op den weg omdraaien. De kinderen kunnen er niet door als ze naar school moeten. B. en W. erkennen later de juistheid van de klacht; om die reden heb ik hen ernstig op het hart gedrukt, aan die billijke grieven op de eene of andere wijze een einde te maken.

De leden van den Raad wonen goed over de heele gemeente verdeeld; twee wonen in de kom van Beugen; twee op Startwijk; twee te Rijkevoort (waarvan een te Laageind, en een (de burgemeester) te Hoogeind; en een te Hagelkruis(?). Aan B. en W. sterk in overweging gegeven , een beschrijvenden staat van alle gemeente-eigendommen op te maken, waarin alle mogelijke bijzonderheden omtrent cultuur, exploitatie, opbrengst enz. met juistheid worden aangetekend. De burgemeester van Wanroij kocht van de gemeente Oploo een stukje broekgrond onder Rijckevoort; hij legde dat aan tot grasland en behandelde dat met kunstmest. De resultaten waren zoo verrassend schoon, dat dientengevolge naburige aan de gemeente Beugen behoorende broekgronden, welke tot dan toe steeds vrijwel voor waardeloos waren gehouden, in 1905 publiek konden verkocht worden voor ± f. 500 de H.A. Van ± 67 H.A. werden ± 7 H.A. opgehouden; de rest bracht ongeveer f. 26.000 op.

De gemeente geeft jaarlijks ± f. 75 uit voor het in orde houden van de waterleidingen, waaraan ze geland is. Zou de gemeente alle waterleidingen onderhouden, dan zou daarmede nogmaals ± f. 75 gemoeid zijn. In verloskundigen dienst wordt voorzien door Juffrouw M. Keiltjens uit Boxmeer; deze is aangesteld door Boxmeer, Sambeek en Beugen op een salaris van f. 500. De veldwachter ontvangt nog steeds een deel van zijn salaris in den vorm van eene gratificatie; daartegen sterk geprotesteerd; de raad schijnt niet anders te willen. De toestand van de armen schijnt in Beugen zeer gunstig te zijn. Het algemeen armbestuur schijnt bovendien de beschikking te hebben over zeer ruime fondsen. Het herhalingsonderwijs valt nogal in den smaak; te Rijckevoort profiteeren er 15 kinderen van; te Beugen 10.

 Jhr. H. van Rijckevorsel, burgemeester van 1909-1915Burgemeester van Rijckevorsel, 1909-1915

Den 10 Mei 1909 kwam ik weer in Beugen. Ik ging er via Den Bosch, Boxtel, Oeffelt heen; bezocht vervolgens nog Boxmeer en ging toen in Cuijk logeeren. Ik verleende audientie aan Van der Voordt, die zoo gaarne burgemeester was geworden; hij was blijkbaar zeer ingenomen met de benoeming van den Heer v. Rijckevorsel, nu op hem zelven de keuze niet was gevallen. Hij vroeg steun bij de plannen tot verbetering van de Groote Beek, die van Overloon komt, onderweg veel water van zijbeekjes ontvangt, en te Oeffelt in de Maas valt. Sinds de ontginning van zoovele gronden in de laatste 20 jaren was de capaciteit van die beek geheel onvoldoende geworden en was hare verbetering bepaald noodzakelijk geworden.

Vervolgens ontving ik den pastoor van Beugen, den Heer Nooijen, die sinds 7 jaren in Beugen staat. Hij heeft een beroerte gehad en daarmede lichamelijk veel geleden. Hij heeft den naam van buitengewoon lastig te zijn. Ten slotte kwam het Statenlid Ardts zijne opwachting maken. Hij klaagde zijn nood, dat hij geen gemeentelijk subsidie kon krijgen voor eene veefokvereeniging, die pas een pr. Overijsselsche stieren had aangekocht. Ook hij scheen zeer ingenomen met de benoeming van Jhr. v. Rijckevorsel, nu hij zijn wensch zelf burgemeester te worden niet in vervulling had zien gaan.

Doordat de pas ontslagen veldwachter sinds langen tijd wegens ernstige ziekelijkheid geen dienst heeft kunnen doen, zijn er op policiair gebied nog al eenige zaken te verbeteren. Zoo klaagde men steen en been over den overlast, dien men van woonwagens ondervond; ook in ander opzicht valt er nog veel te verbeteren; bijv. het draaien met de ploeg op de landwegen in de Haart en het Heijsche Veld heeft nog steeds plaats; men zal trachten, door het graven van greppels daaraan een einde te maken.

De kerk te RijkevoortDe kerk te Rijkevoort

Het onderhoud der waterleidingen is thans geheel in handen van de gemeente; men besteedt daaraan thans goede zorg. Men verlangt zeer naar de verbetering van de Raam; het kan niet schelen, hoeveel dat kost, als het maar hoe eer hoe beter tot stand komt. Toestand armenklasse is gunstig; er gaan haast geen menschen meer naar Duitschland; de loonen zijn daar trouwens veel lager dan een jr. of vijf geleden. Er is thans een staat aangelegd omtrent de exploitatie der gemeentelijke bezittingen; evenwel niet voldoende uitvoerig; men zal dien nog wat aanvullen.

Volgens B. en W. kreeg pastoor Beijnen te Rijckevoort het benoodigde kapitaal tot het stichten van zijn kerk van zijn zwager, den Heer Prinsen te Helmond.

Volgens den pastoor van Beugen is het thans daar in de gemeente volmaakt rustig; hoort men nergens meer van, en schijnen alle partijschappen zich gelegd te hebben. Volgens hem was de oud-burgemeester, de Heer Verheijen, een zeer strijdlustig man; hij zocht den strijd en ging voor niets en niemand uit den weg; aangezien hij een goed verstand had, was het dikwijls zeer moeilijk, om hem tot kalm beleidvol optreden te brengen, als hij meende, iets verkeerds gevonden te hebben, waar hij tegen moest opkomen; tact was hem volmaakt vreemd.

Den 16 April 1913 bezocht ik per auto van uit Cuijk de gemeenten Boxmeer en Beugen. Er is in Beugen nog veel partijschap; vooreerst van Beugen tegen Rijkevoort, en vervolgens van de menschen onderling tegen elkaar. Zoo drong v.d. Voordt den wethouder Jilesen uit den Raad, en werd in diens plaats wethouder. Bij de verkiezingen in 1913 zal het weer spannen.

Staat van exploitatie van gewenste bezittingen is niets waard; nogmaals op het groote nut daarvan gewezen voor eene gemeente met een bezit van bijkans 1.000 H.A. en getracht aan te toonen, hoe die moet worden ingericht. Groote klachten over waterbezwaar: Haps keert het water dat naar de Raam moet; en Oeffelt wil niet medewerken tot verbetering van de Oeffeltsche Raam; door een en ander wordt jaarlijks te Rijkevoort onberekenbaar veel schade geleden.

De schoolhoofden te Beugen en te Rijkevoort hebben beide de landbouwakte; er wordt overvloedig landbouwonderwijs gegeven; de goede resultaten daarvan kan men dagelijks overal waarnemen. Stoomzuivelfabriek werkt goed; 1.000 koeien, ook uit Boxmeer; door drijven van Rijkevoort kreeg directeur juist zijn ontslag; hij had zijne administratie prachtig in orde, maar zorgde niet voldoende voor de machinerien. Er gaan bijna geen menschen meer in Duitschland werken. Zeden blijven eenvoudig; knechts en meiden eten meestal met den boer aan dezelfde tafel; dragen hun verdiend loon meestal aan hunne ouders af.

Den 14 Augustus 1918 bezocht ik per auto vanuit Cuijk de gemeenten Beugen en Wanroij. Burgemeester Verdijk is als secretaris van de gemeente omtrent alle administratieve zaken blijkbaar goed op de hoogte. Wanneer ik het gesprek bracht op de materieele belangen der gemeente, op de ontginningen, op de bebossing en beplantingen, op de gronden die daarvoor nog in aanmerking zouden kunnen komen – dan schoot zijn kennis vaak te kort, wist hij er soms heelemaal niets van; hij werd dan door de wethouders van de Voordt of Ardts soms gevoelig op de vingers getikt. Overigens was de verhouding tusschen den burgemeester en zijne wethouders blijkbaar uitstekend.

De beschrijving der exploitatie van de gemeentelijke bezittingen is nog lang niet, wat die moet zijn. Ik hoop, dat die zoo goed mogelijk zal worden bijgewerkt. Aan goeden wil ontbreekt het zeker niet; men had nog pas eene kaart besteld van alle gemeentelijke eigendommen; binnen een dag of veertien dacht men die te ontvangen. Beugen onderhoudt zijne waterleidingen zoo goed mogelijk; toch wordt er door de Oeffeltsche Raam veel waterschade geleden. Oeffelt heeft geen belang bij goed onderhoud, en doet daar niets aan. Op kosten van Beugen (30%) Boxmeer, Sambeek en Oploo (ieder 20%) en Maashees met Vierlingsbeek (tesamen 10%) zal de Raam onder Oeffelt onder handen worden genomen en verbreed of verdiept; bruggen en duikers zullen worden verbreed enz. Men denkt daar ± f. 2.000.- te verwerken; de leiding van dat werk is bij den burgemeester van Sambeek.

Beugen voert door eene daarvoor opzettelijk gegraven sloot veel water af naar de Graafsche Raam; Mr. Verheijen van Estvelt meende, dat Beugen daartoe het volste recht had. Aanvankelijk maakte Haps groot bezwaar; thans heeft die gemeente zich niet alleen bij den geschapen toestand neergelegd, maar zou aan Beugen zelfs willen toestaan, dat de gemeente op hare kosten de sloot verder doortrok over het gebied van heel Haps. Voorloopig voelt men daarvoor in Beugen nog niet veel.

Het landbouwonderwijs draagt goede vruchten; in beide kerkdorpen is een oud-leerlingenbond van de landbouwcursussen; het geleerde wordt in praktijk gebracht; vooral Rijkevoort gaat in bloei sterk vooruit. 25% koeien en klein vee minder dan normaal; de melkproductie van den winter zal gelijk nihil zijn, 1e. omdat de koeien evenals in Holland in Juni bij den stier worden gebracht, zoodat die in April of Mei kalveren; 2e. omdat veel melk door de boeren gebruikt zal worden in eigen bedrijf, voor de varkens enz.

De partijschappen in de gemeente sterven weg, vooral doordat Verdijk geen lid van den Raad wilde zijn, en zorgde, dat de vacante raadszetel overging van Beugen naar Rijkevoort; nu is men in Rijkevoort goed tevreden. Aan Staatsbosbeheer gevraagd een plan te maken voor bebossing der daarvoor geschikte gronden. Voor een locaalspoorweg van Wanroij naar St. Anthonis vraagt Voorhoeven van Beugen f. 35.000.

Het raadhuis te Beugen (ca. 1920-1930)Het raadhuis te Beugen (ca. 1920-1930)

Den 30 April 1921 bezocht ik Beugen, Linden en Cuijk. In plaats van wethouder Ardts vond ik thans als wethouder Verheijen, een zoon van den vorigen burgemeester. De wethouders Ardts en v.d. Voort woonden beiden in Beugen. Na de laatste Raadsverkiezing is er geloot wie hunner zou vallen, om ook aan Rijkevoort eene wethoudersplaats te kunnen geven. Ardts is er toen uit gevallen.

Ook in Beugen groote woningnood. Met het nieuwe subsidie systeem van Regeering – f. 2.000 per woning – wordt er thans wel veel gebouwd. Maar men profiteert ervan, om ook woningen te verbouwen, bijv. aan een achterhuis een nieuw voorhuis te bouwen, hetgeen toch wel niet de bedoeling van de Regeering zal zijn. Nog steeds veel waterbezwaar; Haps en Oeffelt werken tegen; voor het waterschap de Maaskant is hier eene dankbare taak.

Het Staatsboschbeheer gaat voor Beugen 180 H.A. ontginnen. De Grondmij is er heelemaal uit, die werkte zoo geweldig duur. Alleen in Rijkevoort is er nog burgerwacht en vrijwillige landstorm; alleen wanneer beiden goed betaald werden, zou er animo voor zijn te wekken. Na de doorbraak te Cuijk heeft men de dijken danig versterkt, en ze zoo hoog gemaakt als het water in 1920 geweest is; zoo dat men eerst bij een hoogeren waterstand dan die van 1920 zal behoeven te gaan kisten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: