i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Udenhout
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Udenhout

vertelde op 2 april 2004 om 13:45 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Udenhout te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier

Udenhout

Den 30sten Juli 1896 bezocht ik de Gemeente Udenhout. Te ± half een van het gemeentehuis te Kaatsheuvel vertrokken, kwam ik, mijn weg nemende over Loon op Zand, langs het kasteel van Jhr. Verheijen, en over Tilburgsch grondgebied te omstreeks 1.45 te Udenhout aan.

De harmonie was mij tegemoet getrokken en heette mij bij monde van haren president, het hoofd der school Coppens, welkom. Op het gemeentehuis vond ik B. en W.; met hen besprak ik verschillende kleine gemeenteaangelegenheden. Ik kreeg de indruk dat het bestuur te Udenhout in goede handen is.

Op mijn audientie verschenen Dr. Lobach, gemeentedoctor, en het hoofd der school Coppens. Bijzondere wenschen of verlangens werden door hen niet geuit. Na de audiëntie ging ik bij den burgemeester (Van Iersel) ontbijten. Van Iersel, een zwager van den ouden Van Claarenbeek van Ravenstein en van v.d. Acker,kantonrechter te Eindhoven, woont met zijn eenig kind, een ± dertigjarigen zoon. Mevrouw Van Iersel is overleden. Het ontbijt was gedekt voor den burgemeester, diens zoon, Klasens en mij. Na het ontbijt verliet ik de gemeente Udenhout weer; mij werd weer uitgeleide gedaan door de harmonie, tot buiten de kom van het dorp.

Udenhout, wandelende zandbergen (RAT, 071600)Wandelende zandbergen in de omgeving van Udenhout (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

De grond van Udenhout is goede zandgrond; vooral iepen, eiken en peppels groeien er goed. Van Iersel kocht o.a. van de erven De la Court een eikenbosch van 11 Hectaren voor 50 mille, en de ondergrond voor f. 7.000. De familie De la Court (eigenlijk Jhr. Pottelsberg de la Potterie, aan wien uit de nalatenschap van zijne schoonmoeder de gronden onder Udenhout waren ten deel gevallen) maakte alle gronden onder Udenhout, ter waarde van ± een ton, te gelde.

De leem, welke onder het zand zit, is zeer geschikt voor steenfabricatie; de steenoven te Udenhout, van De Rooij en Feijens, fabriceert jaarlijks 8 à 9 millioen steenen, van uitmuntende qualiteit; daarmede wordt aan ± 100 arbeiders winter en zomer werk verschaft. Toen door de fabrieksarbeiders in Tilburg schatten verdiend werden, kwam het fabrieksvolk des Zondags vaak in Udenhout, en bedreef dan in overmoed allerlei baldadigheid; men had er destijds groote last van. Nu de verdiensten op de fabrieken minder zijn, wordt Udenhout door de Tilburgers minder bezocht.

Het onderzoek van de administratie ter secretarie bracht aan het licht, dat deze zeer veel te wenschen overliet. Schriftelijk bracht ik die bemerkingen ter kennis van het gemeentebestuur, met verzoek, om te zorgen, dat, door verscherpt toezicht, in een en ander de zoo hoogst nodige verbeteringen gebracht worden. Ook op de administratie van den gemeenteontvanger vielen verscheiden ernstige opmerkingen, welke ik evenzeer schriftelijk aan B. en W. maakte.

Den 28 Mei 1900 kwam ik weder in de gemeente Udenhout; ik bezocht dienzelfden dag Berkel en Oisterwijk, en ontbeet en dineerde in Tilburg, hotel Hegenman. Burgemeester Van Iersel vertelde mij, dat hij voor ± 1½ jaar een beroerte had gehad, sindsdien voelde hij dikwijls zelf, dat zijn verstand weg was. Hij wilde zijn ontslag nemen als burgemeester, omdat hij zich niet meer bekwaam rekende voor zijn taak. Hij vroeg mij, wat hij moest doen, wachten tot zijn zes jaren om waren (21 Januari 1901) ofwel van te voren eervol ontslag vragen. Ik raadde het laatste aan.

Niettegenstaande de klachten van den burgemeester kon ik tijdens de duur van mijn bezoek (± 2½ uur) niet heel veel bijzonders aan hem merken; hij was steeds mede in gesprek, en vlotte dat zeer goed. Ik bromde tegen den burgemeester, dat ik, toen ik voor een week of zes den weg van station Udenhout naar Loon op Zand was gereden, tot de ervaring had moeten komen dat die weg zoo bijzonder slecht was; en dat nog wel een gesubsidieerde keiweg! De burgemeester verdedigde zich door te zeggen, dat Udenhout den weg zeer goed onderhield, maar dat Loon op Zand er te weinig aan deed.

Van B. en W. vernam ik, dat de politie te Udenhout niet best is; dat de veldwachter drinkt; deels laat hij zich ziek voeren door de boeren, deels betaalt hij zelf zijne borrels. Ik heb toen dien veldwachter, die reeds meer dan 25 jaren dienst heeft, gezegd waar het op stond, nl. dat hij van stonde af moest veranderen, want dat ik hem anders bij de eerste klachte, die ik kreeg, zou laten springen. Tractement van den veldwachter is f 225, + uitboorsel uit de boter bij den botermijn; dat brengt ook wel f 225 op. Alles en alles samen zal hij ± f 500 hebben.

B. en W. klagen steen en been over bezembinders uit Tilburg; deze heeren namen bij de S.S. leveranties aan van honderden guldens van berkenbezems; zij gaan dan in de bosschen in Berkel, in Tilburg en vooral in Udenhout de benodigde berkentakken zoeken; zij komen met velen tegelijk, zijn niet te snappen, zijn bovendien gevaarlijk en tot alles in staat, dreigen spoedig met messen.

Het mooie groote huis van den burgemeester staat nog steeds ledig; de burgemeester wil het alleen verhuren (voor ± f 300) omdat hij hoopt, dat zijn zoon eens zal trouwen; die kan zich daar dan vestigen. De pastoor had het voor goeden prijs willen koopen maar dat wilde de burgemeester niet. De Pastoor had er een jongensschool (fratersschool) willen vestigen. Nu bouwt de pastoor een nieuwe fratersschool; aanbesteed voor f33.000.

Toen ik vroeg hoe de pastoor aan dat geld kwam, kreeg ik ten antwoord, dat het geen moeite kostte, om in Udenhout een dergelijk bedrag bij elkaar te krijgen, daar zit namelijk onder de boeren zeer veel geld; wethouder Van de Pas staat voor geen ton op. Vóór ± 30 jaren waren de groote boerderijen in Udenhout bijna allen in handen van vreemde heeren; nu zijn ongeveer alle boerderijen in handen van de eigen boeren. De boeren zijn altijd eenvoudig blijven leven, en hebben hard gewerkt, het is hun goed gegaan.

048608 - Personeel van steenfabriek Weyers & Co. 1908Personeel van steenfabriek Weyers & Co, 1908 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

In Udenhout worden veel steenen gemaakt; de Udenhoutsche klinkers zijn beter dan de Maasklinkers, en niet zoo goed als Waalklinkers. Er zijn twee groote steenfabrieken, ééne van de Rooy, en ééne van Weijers (Gedeputeerde Mol); op iedere fabriek wordt gewerkt met ± 100 man; Er wordt winter en zomer gewerkt; door elkaar wordt ± f. 300,- per hoofd verdiend, zoo dat jaarlijks ± f. 60.000 arbeidsloon wordt uitgekeerd. Dat geld werd door de arbeiders dikwijls weinig nuttig besteed; het gaf dikwijls aanleiding tot groote uitgaven in herbergen, (met alle gevolgen daaraan verbonden), gespaard werd er hoegenaamd niet; ’s Zondagsavonds leek het alsof half Udenhout in opstand was.

Groote verbetering kwam in deze toestand door het optreden van kapelaan Van Ravestein (een Bosschenaar van geboorte). Hij stichtte voor ruim een jaar eene Paulusvereniging: erevoorzitter is den Burgemeester; voorzitter is de geneesheer Lobach; adviseur en ziel van de vereniging is de kapelaan; het geld, dat vroeger verbrast werd, wordt hem gebracht en door hem op spaarbankboekjes geplaatst; in één jr tijd plaatste hij op die wijze f. 15,00.

Tegenwoordig lijkt op zondagavond de heele gemeente als uitgestorven, de menschen zitten tehuis bij hunnen familie; in grove tegenstelling met vroeger, toen men op Zondagavond niet veilig over straat kon gaan. De Paulusvereeniging wordt sterk gestuurd door alle invloedrijke menschen in Udenhout; bij De Rooy werkt haast niemand, die er geen lid van is; ook de firma Weyers laat hare menschen vrij; maar ook die zijn ongeveer allen lid van de Vereeniging. Het is tegenwoordig eene schande, wanneer iemand in Udenhout na zijn eten nog sterke drank gebruikt.

Wat de administratie ter secretarie betreft, deze liet nog veel te wenschen over: de rechten geheven door den Ambtenaar v.d. Burgerlijken Stand worden niet om de 3 maanden verantwoord; notulen van B. en W. worden veel te spaarzaam bijgehouden; er is geen register voor aangiften van Nederlanderschap bij den burgemeester; de politieverordening is van 1883. De administratie van den ontvanger liet alles te wenschen over; daarover een strenge brief geschreven, en tevens G.S. van die zaak kennis gegeven.

Den 23 Juni 1904 bezocht ik vanuit Tilburg deze gemeente, dienzelfden dag ging ik ook naar Goirle en naar Berkel. Ik verleende audiëntie aan pastoor Van Eijl met diens twee kapelaans, de Pastoor was professor aan het seminarie en is sinds 6 maanden in Udenhout, ik hoorde van hem, dat de vroegere verhalen omtrent de gunstige werking der Paulusvereeniging sterk overdreven waren; er stond nu nog niet meer dan f 2.500 op de spaarbank, verdeeld over 250 boekjes.

Ook notaris Vroemen kwam zijn opwachting maken; hoewel hij nogal tevreden was, zou hij zeer gaarne zien, dat, als notaris Van Breda te Oisterwijk kwam te overlijden, Oisterwijk met Udenhout vereenigd werd. De burgemeester had voor mij een mooien bouquet laten komen; ik liet dien, toen ik wegging, bij Mevrouw Van Heeswijk brengen, omdat ik ’s nachts in Tilburg bleef, en het dan jammer was, dien mede te nemen.

600387 - Kerk en fraterhuis te Udenhout. 1930Kerk en fraterhuis, 1930 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Er zijn nog 18 kinderen op de openbare school, nl. de hoogste klasse;  als deze volgend jaar de school verlaat, dan zal de school wel gesloten moeten worden, omdat de lagere klassen op de school van de fraters kwamen, en zich dus geen leerlingen voor de openbare school aanmeldden.

De gemeente schijnt nooit eigendommen van eenig belang te hebben bezeten. Bij B. en W. sterk aangedrongen om het onderhoud der waterleidingen ten laste der gemeente te brengen. B. en W. voelden daarvoor blijkbaar niet veel. Men is over Dr Lobach maar half tevreden; de armen klagen nogal eens, ook anderen nemen soms een vreemden doctor, of gaan naar Tilburg.

Broodsgebrek wordt door de armen niet geleden; daar zijn steeds voldoende fondsen om hen te ondersteunen. Sinds dat er een flinke jonge veldwachter is, heeft men niet meer zooveel last van Tilburgers, die de bosschen ruineeren, om hout voor berken bezems te snijden. De botermijn is vrijwel te niet gegaan; hij zal vermoedelijk binnenkort worden opgeheven.

Bij Weyers worden jaarlijks 12 millioen steenen gemaakt, bij de Rooy 6 millioen, en bij Van de Loo 2 millioen. In fabriek van Weyers is Gedeputeerde Mol sterk geïnteresseerd.

Den 10 April 1907 kwam ik weer in de gemeente; aan het station Udenhout vond ik een rijtuig uit Tilburg waarmeede ik successievelijk naar Udenhout, Berkel en Oisterwijk reed. Te Udenhout nam ik weer den trein naar Den Bosch. Voor de audientie had zich niemand aangemeld; ik had dus volop tijd voor een onderhoud met B. en W. De woningen van de arbeidende klasse zijn vrij wel; de bouwverordening wordt streng gehandhaafd; v. Heeswijk is lid van de Gezondheids Commissie.

De openbare school is gesloten. Coppens, hoofd der school, kreeg pensioen, en huurde de tegenwoordige woning van den burgemeester; hulponderwijzer Van Gool geniet vijf jaren lang van zijn wachtgeld = 2 x f. 175; het is moeilijk na te gaan, of hij er nog iets bij verdient; hulponderwijzer Van Gurp ging als onderwijzer naar Loon op Zand.

Oud archief is er in Udenhout niet; de gemeente behoorde eertijds onder Oisterwijk en werd omstreeks 1803 zelfstandig; wat er dan aan eenigszins oud archief was, moet voor ± 45 jaren door den toenmaligen burgemeester Kuipers opgedoekt zijn.

600424 - De voormalige pastorie in de Kreitenmolenstraat gebouwd in 1788, omgebouwd tot klooster en school St. Felix. 1900De voormalige pastorie in de Kreitenmolenstraat, gebouwd in 1788, omgebouwd tot klooster, school en liefdesgesticht St. Felix, 1900 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

In het liefdehuis worden alle armlastigen uit de gemeente opgenomen tegen f. 70,- per jaar. Daarvoor is geen officieel bekende reden; men meent, dat door een Van Iersel een legaat of gift onder die bepaling aan het liefdehuis gedaan werd; het fijne van de zaak weet men echter niet. Voor de bewaarschool draagt gemeente jaarlijks f 500 bij; nu het bijzonder onderwijs zoo sterk gesubsidieerd wordt, vindt men die bijdrage van f 500 zeker hoog genoeg; vooralsnog wil men daaraan echter niet tornen.

De veldwachter heeft thans f. 450 tractement; boorsel van den botermijn krijgt hij niet meer, de botermijn is trouwens wel verloopen. Het herhalingsonderwijs aan de openbare school wordt zeer druk gevolgd; door een bekwaam ambachtsman wordt daar bovendien uitstekend teekenonderwijs gegeven, hetgeen zeer op prijs wordt gesteld.

De arbeiders op de steenfabrieken hebben geen land, mesten geen varken. Op de fabriek van Weyers (15 millioen steenen per jaar) is een kunstmatige drooginrichting, ten gevolge waarvan hij ook des winters al zijn volk aan het werk kan houden. Ook de fabriek van De Rooy heeft thans zoo’n inrichting en geeft ook aan de meeste arbeiders ’s winters werk. Voor dr Lobach, over wien men redelijk tevreden is, gaat gemeente een woonhuis bouwen; gemeente kocht daarvoor drie krotten van woningen, schuins tegenover het Raadhuis. Het mooie groote huis van v. Iersel werd door burgemeester gekocht voor f 9.000.

De Paulusvereeniging blijft goed werken; v. Heeswijk is thans voorzitter. Het materiaal van Vroemen is nog goed; hij heeft het echter niet meer zóó druk als in het begin; men zegt, dat hij duur is. Tegen een jaarpremie van f. 30,- aan de Utrechtse Levensverzekering Maatschappij krijgt de veldwachter op zijn 65ste jaar een pensioen van f 200,-. Bij overlijden van den veldwachter krijgt diens weduwe één maal f. 200.

079674 - Op 2 juni 1881 werd de spoorlijn Tilburg-Den Bosch feestelijk geopend en kreeg Udenhout een eigen station. 1904  Op 2 juni 1881 werd de spoorlijn Tilburg-Den Bosch feestelijk geopend en kreeg Udenhout een eigen station, 1904  (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Den 5 April 1911 bezocht ik Udenhout, Berkel en Oisterwijk. Ik kwam per spoor naar Udenhout, en nam daat ’s avonds weer den trein naar Den Bosch. B. en W. klagen over het vuile water uit Tilburg; dat gaat naar “den Brand”= 200 H.A. uitgeveendegrond; daar in het riet van dat ven, wordt het ten slotte weer zuiver. Het riet schijnt daar in dat Tilburgsche vuil goed te groeien; men snijdt er best dekriet, dat 25 tot 30 jaren kan duren. Door al het vuil, dat daar bezinkt, wordt de bodem van dat ven gaandeweg hooger. Als het idiotengesticht klaar is, zullen er 10 paviljoens zijn; daar moeten er nog 7 komen!

Jaarlijks houdt de Algemene Arme tweemaal eene collecte; die brengen samen geregeld f. 700,- op. Dr Lobach (vader) is overleden; in zijn plaats werd benoemd Dr Lobach (zoon); deze woont met zijne moeder en twee zusters, en is ongehuwd. Men prijst hem zeer. Hij heeft f 450 + vrij wonen; de geneesmiddelen betaalt de Arme, jaarlijks f. 200. Het drinkwater in gemeente is hier en daar slecht; zoo de pomp tegenover het Raadhuis, waaraan een bordje hangt: “ongeschikt voor drinkwater”.

Geen openbare school; bij de broeders wordt herhalingsonderwijs gegeven; bovendien des Zondags onderwijs in teekenen, boekhouden enz. De werkmanswoningen zijn over het geheel genomen zeer goed; burgemeester Van Heeswijk is lid van de Gezondheids Commissie, en kan er dus over oordelen. Er wordt weinig misbruik van drank gemaakt. Van de Paulusvereeniging, waarvan de burgemeester voorzitter is, gaat op het moment niet veel actie uit; de tegenwoordige adviseur, de kapelaan van het dorp, is niet erg best.

Gemeente getroost zich groote uitgaven voor het onderhoud der waterleidingen, en zorgt vooral voor duikers en doorlaatbuizen van goede constructie en veel meer dan voldoende capaciteit. De kosten van buizen en duikers neemt de gemeente voor de helft voor hare rekening; ze deed daarvan eene zeer groote hoeveelheid in het voren op, en verwerkte die waar noodig.

Den 23 Mei 1916 bezocht ik per auto vanuit Den Bosch de gemeenten Udenhout en Drunen. Burgemeester Van Heeswijk is ziek; ik ging hem even ten zijnen huize opzoeken. Met wethouder Van Iersel viel moeilijk te praten. Wethouder Verbunt scheen mij een geschikte man. Cursus landbouwonderwijs wordt druk bezocht; werkt zeer nuttig; dit jaar nog een proeftuin voor fruit aangelegd.

Arbeiders op steenfabrieken verdienen goed geld; hebben meestal winter en zomer vast werk. Zijn allen toch arm. De mannen gaan uit; de vrouwen kunnen niet huishouden. Drankmisbruik is tegenwoordig heel veel minder dan vroeger; Paulusvereeniging deed bijzonder nuttig werk; men kan haast niet meer van drankmisbruik spreken.

076688 - een kijkje in een klompenmakerij te Udenhout, 1925Een kijkje in een klompenmakerij te Udenhout, 1925 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Men zal binnenkort eene groote stoomzuivelfabriek bouwen; de boeren contracteerden reeds voor 1.000 koeien; de fabriek wordt berekend op de melk van 2.000 koeien; behalve op de boeren van Udenhout rekent men nog op die van Berkel. Volgens de Wethouders werkt de geitenvereeniging uitstekend; reeds twee winters achter elkaar werden in den dektijd twee salinebokken gestationeerd.

Het plein voor het Raadhuis was vroeger een kerkhof; vandaar, dat de gemeentelijke pomp aldaar zulk slecht water geeft; het drinkwater in de gemeente - ook dat van de andere gemeentelijke pompen - moet vrij goed zijn. Pastoor Van Eijl heeft in het Patronaatsgebouw een lees- en studiezaal ingericht; daarvan wordt helaas heel geen gebruik gemaakt.

Door de malaise in de bouwvakken kunnen de steenfabrieken haar product niet kwijt, en krijgen een ontzaggelijke voorraad. De klompenmakers maken in den laatsten tijd prachtzaken. Ik vernam toevallig in Berkel, dat Van den Bosch, den zoon van den vroegeren notaris, de rijkste man uit Udenhout is; hij is oud, ongehuwd, en woont met eene ongehuwde zuster; hij zou zeker een half millioen rijk zijn. Een Overijsselsche burgemeester zou van hem moeten erven.

Den 25 Augustus 1920 kwam ik weer in Udenhout. De verkiezing van 1919 bracht drie nieuwe Raadsleden, van wie twee arbeider. Onder leiding van den burgemeester werd de strijd in de kiesvereeniging uitgevochten; bij candidaatstelling werden de raadsleden gekozen. In den Raad gaat het nu heel goed. Ook hier woningnood; gemeente begint voorloopig met den bouw van acht woningen; deze worden gebouwd op diverse punten langs de nieuwe straat die komt tegenover het huis van den burgemeester; dat is een goede manier, om de nieuwe rooilijn duidelijk aan te geven.

De nieuwe gemeentesecretaris is een zoon van den gemeenteontvanger; deze laatste nam daarom ontslag, en werd vervangen door den HeerNabbe. De secretaris studeert nog voor het diploma; hij hoopt in september aanstaande op te gaan en het diploma te behalen.

De geitenfokvereeniging werkt bijzonder goed; de geiten geven 1 Liter melk meer dan vroeger, en zijn per stuk f 80 meer waard dan de ouderwetsche geiten. De gemeentelijke kunstwegen zijn grootendeels in ellendigen staat; de weg naar Loon op Zand is helemaal moeten worden uitgebroken en nieuw opgestraat; thans heeft men den weg naar Helvoirt onder handen.

De vroedvrouw wordt door Dr Lobach betaald met f 1.200; zij solliciteert naar Beek en Donk, waar f 1.500 wordt uitgeloofd; bovendien krijgt ze daar pensioen als gemeenteambtenaar. Burgemeester zoekt naar eene regeling om haar voor de gemeente te behouden. Dr Lobach schijnt veel naam te hebben; hij heeft een bijzonder drukke praktijk in Tilburg; op zijne kliniek verschijnen dagelijks 10 tot 20 Tilburgers. Er is geen wijkverpleging in Udenhout.

Twee groote steenfabrieken. Oorlogswinst werd daar niet gemaakt; de eene is grootendeels van Stulemeyer, de andere van v.d. Schoot uit Tilburg; beide zijn Naamloze Vennootschappen; Tot nu toe waren beide continu-bedrijven; die van v.d. Schoot heeft juist den droogoven afgebroken, werkt daardoor ’s winters niet meer, en wordt dus een seizoenbedrijf: de arbeiders worden ’s winters dus werkeloos.

600431 – Pastoor van Eijl zittend in het midden, 1935Pastoor van Eijl zittend in het midden, 1935 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Percentage hoofd. omslag is 4%; zal nog veel hoger moeten worden; de nieuwe Lager-onderwijswet zal aan de gemeente veel geld kosten. Draagkracht van de bevolking is gelukkig groot: de inkomsten komen veel uit vermogen, veel meer dan uit bedrijf. B. en W. klagen sterk over pastoor Van Eijl; hij moet zoo’n vreemde man zijn. Plannen en voorstellen, niet door hem zelf bedacht, deugen per se niet.

Den 10den Juni 1924 kwam ik weer in Udenhout. Geen woningnood. Gemeente bouwde acht woningen. Met Rijkspremie werden er wel 25 gebouwd. Thans bouwen diverse menschen weer woningen zonder Rijkssteun; de huurprijs van deze laatste woningen f 2,50 tot f 3. Van de elf Raadsleden zijn twee arbeider; zij zijn niet lastig in den Raad.

De elektriciteit dekt zich vrijwel; alleen de kom en Huize Assisie zijn geëlectrificeerd. Stroomprijs nog 55 cent. Geraden, om, alvorens verder te electrificeeren den stroomprijs nog een cent of tien te verlagen, en niet uit te breiden vóór men zekerheid heeft, dat de exploitatie loonend zal blijven. De winst moet niet in de gemeentekas vloeien, maar moet voor uitbreiding gebruikt worden, of wel voor uitbreidingen gereserveerd worden.

Voor eene drinkwaterleiding met Oisterwijk samen gevoelt men niet veel; in de gemeente zou het drinkwater overal vrij goed zijn; maar de pomp van het gemeentehuis staat op een oud kerkhof; daar is het water heel slecht. De brandspuiten zijn vrij goed in orde; binnenkort zal men 3 brandputten slaan; dan krijgt men water genoeg, om bijv. met de stoomspuituit Tilburg te laten helpen.

Voor de burgerwacht is nog veel liefhebberij. Sinds 1 Januari 1924 wordt er geen openbaar onderwijs meer gegeven, en werd het vervolgonderwijs ook afgeschaft. Geen werkeloosheid, geen armoede. Wie werken wil gaat naar de nieuwe leerfabriek in Oisterwijk. De beide steenfabrieken zijn thans seizoenbedrijven; de oude voorraad steen is thans geheel opgeruimd. v. Esch uit Vught geeft een cursus tuinbouw; een van de fraters van de bijzondere school een landbouwcursus.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: