i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Veghel
Tags:

Een Veghelse kanalenbouwer: Cornelis Johannes Kraijenhoff (1722-1782)

vertelde op 27 april 2007 om 10:05 uur

n 1799 schreef dominee Hanewinkel het volgende in zijn 'Reize door de majorij': “In dit dorp werd de beroemde ingenieur Kraijenhoff geboren. Deze kundige Man is zeer bekend door het aanleggen en voltooien van het Canaal Imperiaal in Spanjen, dat zoals men weet een schone vaart is; niemand in Spanje had kennis genoeg om zo’n kanaal te graven, om te waterpassen, om schutsluizen enz. te bouwen; deze eer komt alleen toe aan een Vaderlander.

Maar Hanewinkel zou Hanewinkel niet zijn, als hij daar niet nog iets venijnigs aan toe te voegen had: "Ik vroeg hier in Veghel naar deze man, maar niemand wist, wie hij geweest was, of dat hij hier was geboren. Dit ergerde mij; maar de Meierij is nu eenmaal het land niet, om kunde en verstand aan de vergetelheid te ontrukken; als hij Rooms zou zijn geweest, en als hij iets tot het bijgeloof had bijgedragen, ja dan zou zijn naam zeker niet in vergetelheid zijn geraakt ...”

Veghel heeft zich overigens wel hersteld van dat verwijt van Hanewinkel: zestig jaar geleden, in 1937, is een straat naar onze ingenieur genoemd.

Dat keizerlijk kanaal waar Hanewinkel het over heeft, is dus onder leiding van Kraijenhoff vanaf 1776 aangelegd. Hij was toen al 53, en een eind op weg in zijn carrière. Cornelis Johannes werd op 3 januari 1722 geboren als zoon  van de Veghelse dominee Kraijenhoff en diens vrouw Adriana Catharina van Ruelo. Zijn geboortehuis stond niet aan De Bolcken, een oud akkergebied naast het dorp Veghel, zoals vaak is aangenomen.

Dat huis staat op de kadasterkaarten uit begin 19e eeuw bekend als "Het Hooghuys". Dit oude trapgevelhuis stortte in 1952 plotseling in, waarna het helaas definitief gesloopt werd. Ter plaatse loopt nu de Kraijenhoffstraat. Martien van Asseldonk neemt op goede gronden aan (zie ook het verhaal over CJK's vader), dat het geboortehuis ofwel Middengael geweest is ofwel het huis aan de Straat.

In 1735, dus al op zijn 13e, begon Cornelis Kraijenhoff als cadet aan een militaire carrière. In 1746 werd hij na de capitulatie van Namen krijgsgevangen gemaakt en naar Beaune (Bourgondië) overgebracht. In 1748 kwam hij bij een gevangenenruil weer vrij. Drie jaar later kwam hij als Luitenant van de Genie in Nijmegen terecht. Daar trouwde hij en kreeg een zoon die later ook een grote naam in de waterbouwkunde zou worden.

In de periode 1769-1776 maakte hij drie reizen naar Spanje voor de aanleg van het al genoemde kanaal. De eerste twee reizen (1769/1770 en 1770/1771) waren om het project te beoordelen en uit te zetten. Onze ingenieur maakte een nieuw plan en werd prompt tot Directeur Generaal van het Kanaal van Navarra en Aragon benoemd. Maar het ging met grote projecten toen al net als nu: er waren andere belangen, er rezen bezwaren, alternatieven werden opgeworpen, en onderzoekscommissies ingesteld met als uiteindelijk oordeel: het plan van die Veghelaar is toch het beste. Toen was het intussen wel al 1775. De derde reis, in 1776, was dus om op de bouwwerkzaamheden toe te zien.

Kraijenhoff maakte van ieder van die reizen ook een reisverslag. Daaruit blijkt dat hj goed om zich heen keek, al was het wel met een bepaalde blik (vooral gericht op stedebouwkunde, architectuur): “In Zaragossa zijn de straten smal en duister, komende de huizen van boven bijna tegen malkanderen, slecht bestraat, kwalijk verdeeld, maar redelijk zindelijk..." En zo gaat het verder: het is overal wel mooi, maar er kleeft ook altijd wel een foutje aan ...

Wat vooral uit zijn verslagen blijkt, is een afkeer van monniken en priesters. Daar zal zijn afkomst als domineeszoon wel mee te maken hebben gehad. Verder lanceert hij nogal wat vooroordelen tegenover de Spanjaarden in het algemeen. Maar over zijn persoonlijke contacten met Spanjaarden is hij dan weer erg positief.

Het kanaal was een succes (er zijn nog mooie 18e-eeuwse plaatjes van), maar bracht Kraijenhoff niet het fortuin dat hij verwacht had. In 1782 overleed hij aan galkoorts, in niet al te welvarende omstandigheden. In zijn autobiografie, die zijn zoon na zijn dood heeft uitgegeven, noteert diezelfde zoon dat dat wel anders zou zijn geweest als de Spaanse regering zich aan alle beloften aan de ingenieur had gehouden.

Kraijenhoff publiceerde tijdens zijn leven ook nog twee technische boeken, met de voor die tijd gebruikelijke, nogal wijdlopige titels:

Proefkundige beschouwingen van den Aart, Hoedanigheid, en Sterkte van het Timmer-Hout, Waarin aangetoond wordt, dat men, door goede behandeling, het Timmerhout, zoo voor Schepen, Krygs- en Burgerlyke Gebouwen, als voor Magazyns en Artillery goederen, beter, sterker, en bestediger maaken kan. Den Haag bij J. Gaillard, 1762.

b. De Aloude Metzelwerken vergeleken tegen de hedendaagsche, of vertoog waarom de zwaare muuren van deesen tijd kragteloos en bouvallig zijn in tegenoverstelling van die der Ouden. 's-Gravenhage, Johannes Gaillard, Boekverkoper in de Veenestraat, 1775. Tweede druk. Cornelis Rudolphus Theodorus Kraijenhoff

Niet alleen Cornelis Johannes, ook de andere Veghelse Kraijenhoffs kwamen goed terecht: zijn broer werd bijvoorbeeld hoogleraar welsprekendheid te Gorcum, en een zoon van een andere broer, een neef van Cornelis dus, vergezelde hem op zijn derde reis als technicus.

Zijn zoon Cornelis Rudolphus Theodorus (Nijmegen 1758-1840) bracht het zoals gezegd eveneens ver. Hij studeerde af als geneeskundige en in het leger werd hij zelfs inspecteur-generaal der fortificatiën. Als zodanig maakte hij o.a. rapporten over het bevaarbaar maken van de Aa en de Dommel. In de periode 1809-1810 was hij minister van oorlog. In 1815 werd hij in de adelstand verheven (baron).

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (3)

Martien van Asseldonk zei op 10 april 2009 om 08:11 uur

Ik las op het forum een bericht dat ingenieur Krayenhoff in Veghel in het Hooghuis geboren is. Dat klopt niet.

Uit mijn reconstructie van Veghel blijkt dat het omwaterde Slotje op de Bolken - dat naast het Hooghuis stond -vanaf minstens 1450 tot rond 1700 als pastorie fungeerde, eerst voor de pastoors en na 1648 voor de dominees. (Rond 1400 was dat huis van de familie Van Erp.) Dominee Krayenhoff vond dat pand niet goed genoeg. In 1702 vind ik hem vermeld in het pand naast de kerk (ongeveer waar Apotheek van Rijn zat), wat later kreeg hij het kasteeltje op het Middegaal toegewezen (eveneens afkomstig van de familie Van Erp), waar de dominee in 1707 vermeld wordt. Die verhuizing was kennelijk tegen zijn zin, maar procederen hielp niet.

In de resoluties van de Veghelse schepenen van 1722 staat dat dominee Krayenhoff toen weer probeerde een ander huis te krijgen. Hij (en ook latere dominees) staat daarna verneld als bewoner van een huis aan de straat (kadaster 1832 G134), dat is als je van de Bibiliotheek (oud gemeentehuis) naar de HEMA loopt, ongeveer halverwege, aan de rechterkant van de weg. Dus ingenieur Krayenhoff is in 1722 ofwel op Middegael of in het huis aan de Straat geboren en niet op het Hooghuis.

Christian van der Ven bhic zei op 11 april 2009 om 12:56 uur

Martien, dan zullen we dat aanpassen. Dank voor je verbetering (en goed gedocumenteerde toelichting)!

A.J.H.Bouwman zei op 1 februari 2011 om 13:57 uur

Op de Spaanse site over dit beroemde kanaal kan ik de naam van de heer Kraijenhoff niet ontdekken.Er schijnen in Spanje nogal wat boeken over te zijn geschreven.Wordt onze ingenieur daar wel de erkenning gegeven die hem wellicht toekomt?

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: