i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Vught
Jaar: 1956
Tags:

IJzeren Man

vertelde op 24 oktober 2011 om 16:16 uur

Jaren vijftig, ik denk januari 1956. De IJzeren Man zat dicht. Sparrendaal ging schaatsen. "Dierbare Toon", stond boven de brieven die Moeke me vanuit Maashees af en toe schreef: "Aan de Jongeheer Toon Rieter, Missiecollege Sparrendaal, Sparrendaalseweg 7, Vught." De jonge heer, die zelf al wel wist dat hij geen wijze pater uit de missie zou worden, was sinds anderhalve maand 16.

Ik denk dat alleen wij, van de vijfde en de zesde, mochten.

’s Zomers ging heel de school. Van het ene sparrenbos naar het andere. Het zal een kilometer of vier zijn geweest. We kenden het zand en de paden. Halverwege moesten we de rijweg Tilburg-Den Bosch over. Voor ons was De IJzeren Man het zwembad verderop: het hekwerk bij de entree waar je één voor één doorheen moest, de hokjes waarin je klerenhanger en bestofte schoenen door het luikje verdwenen, het aflopende warme zand onder de voeten, het welkome of heimelijk gevreesde water, de stippellijnen voor beginners en gevorderden, de hoge duikplank voor de durfallen.

De superheld op de hoge kon zien hoe het óók was. Ons zwembad was een segment van een veel grotere natte veelhoek, dé De IJzeren Man. Dé De IJzeren Man was een onregelmatige veelhoek met korte en lange zijden, meer rechte dan kromme. Er lag daar tussen de altijdgroene bomen een kunstmatig watervlak, ongelijk van lengte en breedte, met een a-centrisch eiland en een bijna-eiland in het verlengde daarvan. De man van 71 ziet het nu op de kaart.

Als vanzelf koersten we naar de bekende plek. Ergens aan de kant, nog vóór het zwembad, gingen de ijzers onder. Samen vertrokken, reden we ook min of meer samen weg. Al te druk was het niet, je kon vrijuit schaatsen. Maar dit was niet het kleine ven in Maashees, niet de vijver op Sparrendaal. Tussen de andere schaatsers zag ik algauw geen bekenden meer.

Onder het ijs het water. Hoe diep zou het zijn? Rechts een eiland. Ik schaatste door. Hoe ver ging ik? Als het nu eens… Ergens hoefde maar… Bijna achteraan vond ik het ver genoeg. Schaatste terug. Misschien zag ik er nu weer een van ons.

Ik was niet bang. Ik was er één tussen al die anderen, onbekenden. Een Avercamp-gevoel. De vertrouwde wereld van het Sparrendaalse en onze Sparrendalers lag ineens, hier en nu, aan alle kanten open. Wat overheerste was het gevoel van – niet van alleen zijn, maar van er zijn tussen vele onbekenden en dan hier en daar een bekende. Het was een wereldgevoel. Los zijn, tussen onbekenden, maar door stippellijnen verbonden met de bekenden. Die waren er ook, ergens op de grote plas. Daar was er een. Ik stak mijn hand op of riep wat. Of hij. Hai, Toon.

Ik denk niet dat ik naar meisjes keek, hoewel dit de grote kans was. Of ook wel. Maar het overheersende, het sterke gevoel was dat andere, van in de wereld zijn, een van de vele anderen – en niet bang.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 21 juni 2011 om 14:54 uur

De IJzeren Man

vertelde op 12 oktober 2011 om 11:39 uur

Zwemwater

vertelde op 17 oktober 2011 om 10:54 uur

Het eilandje