skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Rens van Ballegooij
Rens van Ballegooij Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Rens van Ballegooij
Rens van Ballegooij Bhic

Psychiatrische hulp anno 1750

De regenten van Hilvarenbeek kampen medio 18e eeuw met een niet dagelijks voorkomend probleem. Binnen hun gemeente woont een zekere Jacob Wouter Otten, waarvan bekend is dat hij lijdt aan de vallende ziekte en dat hij ‘van zijn zinnen beroofd’ zou zijn. Zijn halfbroer Nicolaas van Erck woont ook in Hilvarenbeek en behoort er tot het schepencollege. Op een bepaald moment besluit Nicolaas actie te gaan ondernemen en vraagt verlof om zijn zieke halfbroer te mogen brengen naar een verbeterhuis in Zeeland, Holland, in Brabant of elders tot aan het tijdstip ‘dat hij zijn zinnen weer terug heeft’.

Dr. Reil die de term psychiatrie introduceerdeDan volgt een rekest van de schepenen dd. 6 december 1749 inhoudende dat, met voorkennis van de drossaard aldaar, Nicolaas wordt geautoriseerd zijn actie voort te zetten, maar met de boodschap dat nochtans een krankzinnige niet buiten de grenzen der generaliteit of geünieerde provinciën zou mogen worden vervoerd en dat de aanvrager gehouden is van jaar tot jaar aan de schepenen aan te geven in welke staat de krankzinnige zich bevindt, om vervolgens op de continuering van de situatie een weloverwogen besluit te kunnen nemen.

Nicolaas vraagt goedkeuring om zijn ‘innocente en krankzinnige’ halfbroer te mogen overgeven aan een zogenoemde zielverkoper * te Middelburg. Zo gezegd zo gedaan, maar Jacob bevalt de situatie allesbehalve zo het schijnt en al in de maand maart 1750 weet hij te ontsnappen en keert terug naar Hilvarenbeek. Hij was natuurlijk nog lang niet genezen van zijn kwaal en het werd helemaal een nijpend probleem toen zijn krankzinnigheid omsloeg in volslagen razernij en hij dusdanige daden ondernam en woorden sprak die deden vrezen dat dit ongelukken zou kunnen veroorzaken en dat daarom drossaard en schepenen de krankzinnige op 5 april hebben geapprehendeerd om door bewakers, onder de toren staande, ten laste van de gemeente provisioneel te laten bewaren totdat men advies had gekregen van rechtsgeleerden uit de stad ’s-Hertogenbosch.

Dat advies volgt op 9 april, waarin staat dat de schepenen de krankzinnige zouden moeten weghalen uit de toren en moeten plaatsen in het ordinaire gevangenhuis en inmiddels heeft men Nicolaas en andere nabestaanden al aangezocht voor de krankzinnige te zorgen en er zorg voor te dragen dat hij in een of ander zinnelooshuis opgenomen zou kunnen worden. Nicolaas weigert dat en de ‘krankzinnige’ blijft voorlopig onder de hoede van het schepencollege van Hilvarenbeek. De schepenen hebben zich inmiddels wel gerealiseerd en tevens serieus overwogen, dat Nicolaas van Erck niet gedwongen kan worden om voor het onderhoud van zijn halfbroer te zorgen maar men kan tegelijkertijd een krankzinnige ook niet aan zichzelf over laten.

Uiteindelijk richt het schepencollege zich tot de Raad van State en vraagt de Edele Mogende permissie om Jacob, ontbloot van alle tijdelijke middelen, op kosten van de gemeente Hilvarenbeek in het zinnelooshuis te ’s-Hertogenbosch of elders te mogen onderbrengen tot aan het moment dat hij in staat zal zijn met zijn handen de kost te verdienen. Het rekest van het schepencollege wordt overhandigd aan de raad en rentmeester generaal der domeinen, die uiteindelijk drossaard en schepenen van Hilvarenbeek hoort in deze kwestie en met hen overlegt op welke wijze Nicolaas van Erck misschien toch gedwongen zou kunnen worden om op zijn kosten zijn krankzinnige halfbroer in een zinnelooshuis onder te brengen en te onderhouden. Mogelijk is hij uiteindelijk geplaatst bij Reinier van Arkel te ’s-Hertogenbosch, maar zekerheid bestaat daar niet over.

bronvermelding:
BHIC toegang 178 inv.nr.365 Resoluties van de Raad van State folio 367 verso – woensdag 17 juni 1750

* het woord ‘zielverkoper’ wordt in principe gebruikt voor iemand die aan zeelieden, in de periode dat de vloot zee kiest, kost en inwoning verleent en hun uitrusting betaalt en op de daardoor ontstane schuld een woekerrente opeist; een andere betekenis zou zijn die van makelaar die zich gelast met plaatsvervangers aan te stellen voor de lotelingen die een kwaad nummer trekken of ingeloot zijn [zie J.B.Glasbergen Beroepsnamenboek [2004] een uitgave van L.J.Veen Amsterdam/Antwerpen pag. 564/565] – de vraagt rijst nu….wat doet een psychiatrische patiënt bij zo’n zielverkoper?

 

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!