i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Sint-Oedenrode
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Watermolens

Wolfswinkelse watermolen

vertelde op 5 augustus 2009 om 13:49 uur

Op de weg van Nijnsel naar Breugel komt de onverharde Watermolenstraat uit. Zonder meer een leuk weggetje om in te lopen, maar wanneer de Dommel is bereikt, treft de wandelaar slechts een molensteen en een informatiebord aan. De straat mag er dan nog naar heten, maar de watermolen van Wolfswinkel die hier eeuwenlang heeft gestaan is al weer ruim 60 jaar geleden afgebroken.

Wolfswinkel was een herengoed op de grens van Sint-Oedenrode en Son. In de veertiende eeuw bestond het uit een slotje, een watermolen op de Dommel en twee hoeven, waaronder de in 2010 gesloopte Waterhoef. De watermolen zou al stammen uit 13e eeuw, of zelfs eerder. Men neemt aan dat hij gebouwd moet zijn tussen ca 1190 en 1235.

Al omstreeks 1300 wordt Wolfswinkel vermeld als een Brabants leengoed, uitgegeven door de hertog van Brabant. In 1381 mocht de leenman zich Heer van Wolfswinkel noemen. In 1604 werd de watermolen, die blijkbaar goed rendeerde, als een apart leengoed afgesplitst van de heerlijkheid die ongeveer 25 hectaren groot was. Het andere deel bestond uit de twee hoeven. Vanaf 1650 functioneerde de molen bovendien niet alleen meer als korenmolen, maar ook als oliemolen.

In 1794 werd de molen in brand gestoken. Later werd hij, 50 meter stroomopwaarts van de oude plek, weer herbouwd. De dubbele watermolen heeft goed gefunctioneerd tot diep in de negentiende eeuw, maar vanaf 1878 begon het verval in te treden. De oliemolen legde als eerste het loodje in 1920, en het restant van het molencomplex, de graanmolen, werd in 1947 op last van Waterschap De Dommel gesloopt. Pogingen om de molenrestanten nog onder te brengen in het Openluchtmuseum te Arnhem strandden helaas.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (13)

van kempen zei op 15 mei 2010 om 22:36 uur

In u verhaal staat "waaronder de nu nog bestaande Waterhoef", helaas deze is in begin 2010 gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

Henk Buijks bhic zei op 20 mei 2010 om 13:47 uur

Kijk, en dat wisten wij nu weer niet - onze dank! Eén van ons is in de zomermaanden van 2009 nog ter plekke geweest, dus achteraf bezien kort vóór de sloop van de Waterhoef.

Hans Hendriks zei op 26 februari 2011 om 16:47 uur

Beste Henk,

Op 8 en 9 juni 2009 heeft er een opgraving plaatsgevonden op de plaats van de voormalige boerderij van Wolfswinkel.
Zal hiervan foto's toesturen.

Zie tevens onder Gebouwen: De Rooise slotjes of verdwenen kastelen:
"De Waterhoef; onderdeel van het goed Wolfswinkel is in 2009 archeologisch onderzocht, rapportage volgt".

Henk Buijks bhic zei op 1 maart 2011 om 10:09 uur

Beste Hans,

Fijn dat je die foto's wilt toesturen. Doe dat maar naar info@bhic.nl, onder vermelding van mijn naam.
En als de archeologische rapportage komt, horen wij ook daarvan graag, desnoods via een linkje.

Met hartelijke dank en groet

Monique Coppoolse zei op 17 oktober 2014 om 12:45 uur

Volgens mij werd de molen een jaar eerder in brand gestoken door de Engelse troepen om te waarschuwen dat de Franse troepen er aan kwamen op 14 september 1794 om 1 uur 'smiddags. Op Wolfswinkel volgde een schermutseling tussen de Fransen en Engelsen. De Engelsen zijn gevlucht en de Fransen hebben in Wolfswinkel overwinterd in holen. Bewijzen te over die gevonden zijn in de vorm van uniformknopen en musketkogels en paardentuigage.
Op de Waterhoef prijkten in de jaren 80 nog de 3 muurankers in de vorm van molenijzers (fam. Molenpas)

Willie Damen van De Mosselaer zei op 18 oktober 2014 om 19:28 uur

Toen in de maand Augustus 1794 de Engelsche troepen, vluchtig voor de Franschen
legers uit Oostenryks-Brabant de wijk na de Meiery genomen hadden, en
het groot Engelsch leger in den omtrek van Heeswijk, Nistelrode, enz. nedersloeg, bezettede deze troepen met hunne voorposten eenigen Dorpen aan de rivier de Dommel gelegen, daar onder wel voornamenlijk onze Vryheid St. Oden-Rode. Den laatsten Augustus betrokken eenige duizende Engelsche Cavelaristen, benevens eenige duizende Hannoversche en Hessensche voetknegten, tesaamen omtrent12000 manschappen, onze Vryheid. Het Engelsch paardevolk kamppeerde zig in de Eversche akkers; welke aldaar al de vruchten vernielden, die op dit schoon en uitgestrekte akkerland ten velden stonden. Terwijl de Hannoversche en Hessische troepen, onder den Hannoversche Generaal Hamerstein, zig binnen het Dorp in de huizen inkwartierde, en inmiddels hun verblijf, allen de tuinvruchten en veldgewasch
roofde. Gemelde troepen verschanste zig in dit Dorp en requireerde de
Inwooners tot het opwerpen van retranchementen of batteryen, opgraven der wegen, en afhakken van bomen enz.; vijf zulke verschansingen werden er door de burgers vervaardigd, terwijl de zesden, die men op het Marktplein voor had aan te leggen, gelukkig, op het schielijk aanrukken der Franschen, agterwegen bleef.
Twee dezer batteryen waren geplaatst op den regter kant van de Dommel, aan
den ingang van de Oude Vryheid ten Westen; en de drie overigen lagen aan de
Oostzijde op het hoog akkerland den Berg genaamd, onder het Gehucht Eerschot van welke, inzonderheid de eene, liggende over de Hambrug, het geheele Dorp bestryken kon. Hier door ontstond eene, niet geheel ongegronde vreesch onder de burgers dezer Vryheid te meer wijl deze troepen onze Inwooners als de Franschen sterk toegedaan schouwde, en een groot misnoegen tegen dezelven hadden opgevat,
uit hoofde eenen der Burgers zig met kragt verzetteden tegen de geweldige
Strooperye dezer troepen, en bij die gelegenheid een soldaat zou hebben gewond, dat hij na eenige dagen overleed. Alhoewel den betichten daader door hun
was vastgegrepen, wilden zij evenwel deze daad op het onschuldig Dorp wreeken, door eenen algemeenen kreet van bedreijging: om op de komst der Franschen het geheele Dorp in den asch te leggen. De vrees hiervoor vermeerderde ongemeen, toen op den 14. September omtrent vier uuren na de middag het gerucht hier zig verspryde dat de Engelschen, op het attakkeeren van de Franschen, den Moolen en moolenhuisingen te Wolfswinkel hadden in brand gestoken. (...) Op het oogenblik dat de vlammen van dezen vreesschelijken brand voor ons zichtbaar opdeede, naderde de Franschen ook werkelijk ons Dorp, en niet tegenstaande de verhakkinge der wegen, die nog daar te boven met afgehauwen boomen waren belegd, dus alle toegangen tot het Dorp belemmerd, drongen echter de Franschen door tot in
het gezicht der Oude Vryheid aan de Zuid west zijde, waarop eene verschrikelijke kanonade en musketvuur, van weerzijden zig zien en hooren liet, zodaanig, dat kanon- en musket kogels door, en over het Dorp heenvlogen, en welke kanonade eerst bij het vallen van den avond word afgebroken toen zich de Franschen verschoolen.
De Engelsche en Hannoversche zich in het Dorp op de s'linker zijde der
rivier de Dommel liggende, niet meer veijlig achtende, verlieten het zelven, en na beiden de bruggen onbruikbaar gemaakt te hebben, begaven zijzich aan de overzijde dier rivier, en betrokken het Gehucht Eerschot en in hunne verschansinge.
Maar den volgende dag, den 15. dito, drongen de Fransche troepen, na in den
morgenstond de twee batteryen aan de westzijde tot zwygen gebragt te hebben,
onder een hevig vuur het Dorp in. Vervolgens door hetzelven tot aan de eerste gefortseerde brug, daar zij gestuit werden; dan eer men planken tot herstelling der brug kon aanbrengen, waren er reeds al eenigen honderden manschappen door het water der rivier aan denelver overzijde gekomen, die tegen de kanonade der Engelschen uit de verschansinge aan de overzijde der Hambrug, aandrongen; schut gemaakt was, ging den aanval op die battery zoo hevig, dat de Engelsche, niet te min door de rivier gedekt, haare verschansing moesten verlaaten, en met zulke eene overhaasting vluchte, dat zij eenige magezijnen van voorraad agter moesten laten, wordende door de Franschen tot aan het Dorp Vegchel agtervolgd.
Dus kwam onze Vryheid alleen met de vreese van verdelgd te worden vry
Den 17.September arriveerde alhier te Rode de groote Armee der Franschen onder den Generaal Pichegru. Den treijn der intocht duurde van elf uuren voor den middag tot zirka vijf uuren na den middag, en kamppeerde ten grooten deelen op de heijde tusschen Rode en Zon, van waar zij, na eenigen dagen vertoevens, weder opbrak en zig naar Vegchel, Dinther, Heeswijk enz. begaf, en van daar ondernamen zij de insluiting der Stad s-Hertogenbosch welke Stad na slegts 18 dagen belegerings zig aan de Franschen, den 9. October, overgaf.
Bronnen: A.C. Brock: 'Beschryving der Vryheid St. Oden-Rode, Behelzende verhandeling der merkwaardighede en gewigtigste gebeurtenissen van dit Dorp', Deel I, St. Oden-Rode, 1832, p. 175 tlm 178.
Bep van Lieshout, Heemschuld 2001 aflevering 2

Paul Huismans
Paul Huismans bhic zei op 20 oktober 2014 om 09:23 uur

@ Monique en Willy. Dank voor deze correctie. Als ik mijn bronnen nog eens teruglees is in 1795 begonnen met de herbouw van de molen. Het verhaal is aangepast, zoals jullie kunnen zien.

Harry van Kuijk zei op 26 oktober 2014 om 12:28 uur

Op 27 oktober 1798 werd door de molenmakers Petrus van Geldrop en Gerardus Timmermans, in opdracht van de eigenaar en de pachter, de brandschade aan de molen, de brug en bijgebouwen getaxeerd op fl. 1335.50.
Zie: toegangsnummer 7636, inventarisnummer 195, pagina 161 en inventarisnummer 194, pagina 83 en 156.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 28 oktober 2014 om 14:15 uur

Dank Harry. Zo te zien doe je vaker onderzoek in het schepenbankarchief van Sint-Oedenrode?

Willie Damen van de Mosselaer zei op 29 oktober 2014 om 13:18 uur

Declaration van Peter van Geldrop en Gerardus Timmermans, molenmakers baasen ter requisitie van Pieter Dielis van Hoorn, tans molenaer tot Nisterode en ook aldaar woonagtig, dog voorheen en wel in den jaare 1794 pagter van den Wolfswinkelse water, koorn, boekwijt, olij en volmolen, mitsgaders der huijsingen met ap en dependentien van dien, alle gelegen binnen Sint Oedenrode op Wolfswinkel.
Verklaaren dat sij comparanten op den elfde december in den jaare 1795 alhier ter requisitie van Henry Joseph Robinet de Villeval in qualiteit als vader en voogd over zijne minderjarige kinderen, eijgenaar van gesegde molen zijnde met alle naukeurigheit opgenomen en getauxeerd hebbende de schades, welke door het afbranden aan meergezegde water, koorn, boekwijt, olij en volmolen met ap en dependentie van dien, mitsgaders aan de huisingen alle gelegen binnen Sint-Oedenrode tijde der retraite van de Engelse, Hanoversse en Hessische Arme in de jaare 1794 veroorzaakt sijn.
Dat sij comparanten die schade toen ter tijd volgens onderhands declaratoir in eens gebragt hebben op een somme van elfduijsend een hondert en dertig gulden etc.
Datering: 1798 Pagina: 161 Plaats: Sint-Oedenrode Toegangsnummer: 7636 Inventarisnummer: 195

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 30 oktober 2014 om 10:44 uur

Dank je Willy! Zijn we meteen ook inhoudelijk op de hoogte. Fijn dat je deze aanvulling hier hebt gemeld.

Peter Thijssens zei op 15 januari 2018 om 22:29 uur

Erg interestant om de geschiedenis te lezen , mijn opa Mies van de Wijdeven is op Wolfswinkel geboren , zijn vader Gerardus van de Wijdeven had daar een boerderij.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 16 januari 2018 om 15:30 uur

Dank voor het compliment Peter.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 22 september 2010 om 11:35 uur

Pegelproblemen