i

Woningavonturen in Zeelst

vertelde op 2 december 2016 om 14:46 uur

Van een regelrechte bezetting tot diefstal van boomstammen, mijn Zeelster voorouders waren arm, maar deden er alles aan om hun woonsituatie te verbeteren. De stulpjes die ze bewoonden waren echter net zo eenvoudig weer te vernielen, wat iemand met een scherpe tong door schade en schande ondervond. Maar haar wraak zou zoet zijn...

Goed wonen was niet vanzelfsprekend voor mijn voorouders in Zeelst, maar moeilijke tijden vragen om onorthodoxe maatregelen.

1878

Mijn voorvader Peerke de Greef besloot, vast daartoe aangespoord door zijn vrouw, dat hij niet langer met zijn vader en excentrieke broer samen in een hutje wilde wonen, nu hij al getrouwd was en twee kleine kinderen had. Er was een gezin Reiniers vlakbij, dat een woning huurde die eigendom was van het rooms-katholieke armbestuur. Peer vond dat het vertrek dat familie Reiniers als opslagruimte gebruikte wel geschikt was om in te trekken, het had een eigen toegangsdeur en was kennelijk groot genoeg naar zijn smaak. Hij eiste bij Reiniers de sleutel op.

Vader Reiniers was uiteraard niet van plan deze te geven, waarop Peer zijn - letterlijk - grote broer Jan van Brussel erbij haalde. Deze draaide zijn hand er niet voor om. Hij riep stoer: “Ik heb de sleutel tot alle deuren!” en trapte met zijn voet de deur van het vertrek in. Getuigen zagen de kram uit de deur vliegen, met het gevolg dat de deur niet meer afgesloten kon worden. Peer, zijn vrouw en zijn broer stapten naar binnen, gooiden alle huisraad die ze aantroffen op straat, en gingen er triomfantelijk koffie zitten drinken.

De kraakactie had succes, het enige nadelige gevolg was dat Jan gesommeerd werd zich te verantwoorden bij de burgemeester. Maar Jan liet zich op het gemeentehuis niet zien, hij zei slechts: "die tijd komt misschien nog wel," en wachtte af tot hij in 's-Hertogenbosch berecht werd. Hij moest tenslotte acht dagen brommen wegens het verbreken van afsluiting, maar zijn broer had een nieuw huis. 

1882

Jan van Brussel, Peerkes zonderlinge broer, keerde in de zomer terug uit de strafkolonie voor bedelaars te Ommerschans en wilde terstond zijn huisvesting verbeteren. Hij kapte samen met zijn broer bijna honderd dennenboompjes, dat zou genoeg zijn om een hele eigen hut te bouwen. Natuurlijk hadden ze geen kapvergunning. Al die activiteiten in het gemeentelijke bos bleven niet onopgemerkt en de veldwachter gaf hen een bekeuring. Jan werd veroordeeld tot een maand gevangenisstraf, in eenzame opsluiting te ondergaan, voor eenvoudige diefstal.

Zijn broer kreeg drie weken gevangenisstraf en meldde zich braaf in Den Bosch om zijn straf uit te zitten. Jan niet. In oktober kwamen twee manschappen van de marechaussee hem halen uit de hut van zijn vader. Jan deed niet open en ging door de gesloten deur heen in discussie met de beambten. Hij trok hun autoriteit in twijfel en weigerde hen binnen te laten. De burgemeester mengde zich ook in het tumult, maar tenslotte haalde iemand een sleutel en de marechaussees traden binnen.

Echter, ze konden Jan niet meer vinden, tot ze een stem uit de schoorsteen hoorden. Jan was naar boven geklommen, kwam zwart als de nacht op het dak te voorschijn en balanceerde over de nok tot aan het huis van de buren. Een van de marechaussees was hem door de schoorsteen naar boven gevolgd, maar Jan was alweer afgedaald in de schoorsteen van de buren. Uiteindelijk werd hij klemgezet, tussen een marechaussee boven en een beneden, en kon hij weggevoerd worden. De gekapte boompjes werden in beslag genomen, dus die nieuwe hut is nooit gebouwd.

1887

Jan van Brussel was definitief krankzinnig verklaard en moest verpleegd worden in een gesticht. De gemeente Zeelst wilde niet voor de kosten opdraven, omdat hij veel rondzwierf, zodat er volgens de gemeente geen sprake meer was van een vaste woon- of verblijfplaats. Het conflict werd voorgelegd aan de Raad van State, en koning Willem III persoonlijk bestudeerde het geval, op grond van getuigenverklaringen.

Daaruit bleek dat Jan na het overlijden van zijn moeder niet meer welkom was geweest in het ouderlijk huis. Zijn vader kon hem niet verdragen en als hij zich thuis vertoonde leidde dit steevast tot “onaangenaamheden”. Jan had een zijvertrekje van de hut van zijn vader in gebruik genomen, en daar lagen wat persoonlijke eigendommen die waardeloos leken, maar duidelijk tot nut voor hem dienden. Volgens de koning was er daarom genoeg bewijs dat hij daar wel degelijk woonde, ondanks de protesten van Zeest. Dat hij naar Ommerschans was opgezonden was zeker niet zijn eigen keuze geweest, dus ook daaruit mocht niet afgeleid worden dat Zeelst niet langer zijn woonplaats was. Zeelst werd verplicht de kosten van verpleging te betalen.

1903

Peerke de Greef en zijn vrouw leefden al jaren gescheiden van elkaar. Armoede als doodsteek voor de romantiek. Al vroeg in hun relatie moest zij regelmatig uit bedelen, omdat hij als wever onvoldoende verdiende om zijn gezin te onderhouden. En zij had de scherpe tong van haar moeder geërfd, dus ze zal haar onvrede niet verborgen gehouden hebben. Hij woonde nog bij Reiniers, zij was in de bijna honderdjarige bouwval van haar overleden ouders getrokken, die afgelegen op de hei lag. Hun kinderen, een zoon en vier dochters, waren al groot en werkten allemaal elders, als fabrieksarbeiders en dienstbodes, dus zij waren slechts af en toe in Zeelst.

Op een dag kreeg vrouw De Greef een woordenwisseling met iemand op straat. Het liep zo hoog op, dat die persoon haar huis dreigde te vernielen. We roepen allemaal wel eens wat, maar deze man hield woord. Die nacht werden vrouw De Greef en de dochter die bij haar was het huis uit gejaagd, en de onverlaat brak, geholpen door kameraden, het huis tot de grond toe af. Vrouw De Greef mocht tijdelijk het arrestantenlokaal bewonen en werd geholpen door liefdadige dorpsbewoners. Het gekke is dat er niemand juridisch vervolgd is voor deze actie, mogelijk vanwege het gebrek aan onpartijdige getuigen.

Wel brandde drie weken later op klaarlichte dag de woning van Peer van Rooij tot de grond toe af. Oorzaak onbekend. Er vielen geen menselijke slachtoffers, alleen kwamen twee geiten en twee varkens om, en veel huisraad ging in vlammen op. Toeval of niet? Familie De Greef en familie Van Rooij hadden al decennia lang interactie met elkaar...

1900-1910

Fotograaf Jan Bijnen maakte een foto in de buurt van de Heikantsebaan, die hij als briefkaart uitgaf met de opdruk: Typisch kiekje uit Noord-Brabant, Peerkes Hut. Groeten uit.... Op de foto hierboven zien we een mannetje op leeftijd in de deuropening van een haveloze boerenwoning staan. Hij ziet er vriendelijk uit, zijn lichaamshouding is ontspannen, hij rookt een peukje. Deze man is Peer van Brussel, de neef en leeftijdsgenoot van Peer de Greef en Jan van Brussel.

Peerke van Brussel was werkzaam als smid, hij werd vader van in totaal zeventien kinderen, waarvan de meesten vlak na de geboorte zijn overleden. Hij was op het moment van de foto tegen de zestig jaar. Hoewel de woning er armzalig uitziet, is hij deels van baksteen. Peer van Brussel moet in vergelijking met zijn neven in goede omstandigheden zijn geweest. Zijn vader en oom hadden namelijk een smederij annex herberg annex koffiehuis gehad midden in het dorp, Den Hemel geheten. Peer had hiervan een erfenis gehad en was zelf ook werkzaam als smid. De woningen van zijn neven waren waarschijnlijk veel slechter. Toch vond de Zeelster fabrikantenfamilie Baselmans de hut jaren later romantisch genoeg om er voor te poseren, waarbij de hut in contrast stond voor hun eigen welvaart.

Bovenstaande verhalen zijn allemaal waar gebeurd!

Bronnen: RHC Eindhoven, Gemeentebestuur Zeelst 1811-1921; Zeelst schrijft geschiedenis; BHIC, criminele vonnissen; delpher.nl: historische kranten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (5)

Hanneke van der Eerden
Hanneke van der Eerden bhic zei op 7 december 2016 om 09:01 uur

@Marita, mooi verhaal en wat een kleurrijke familie heb jij!

Jan Bressers zei op 23 augustus 2017 om 19:26 uur

Dag Marita, ik wik graag met je in contact komen, met name vanwege Peerke van Brussel van de ansichtkaart.
Ik ben de secretaris van de heemkundekring Zeelst Schrijft Geschiedenis, we gaan binnenkort een boekje uitbrengen met ansichtkaarten van Zeelst en we gaan daarin ook aandacht schenken aan Peerkes hut. Ik hoop snel een reactie te mogen ontvangen

Hanneke van der Eerden
Hanneke van der Eerden bhic zei op 28 augustus 2017 om 10:18 uur

@Jan en Marita, het BHIC heeft jullie e-mailadressen uitgewisseld.

Marita
Marita zei op 10 oktober 2017 om 21:23 uur

@Hanneke, bedankt hiervoor. Dat was leuk, door onze uitwisseling weten we nu zo goed als zeker dat de man op de foto niet Peer van Brussel, maar Peerke de Greef zelf was!

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 11 oktober 2017 om 09:51 uur

Peerke de Greef, we noteren zijn naam erbij. Dank Marita!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 9 januari 2009 om 15:24 uur

Krotwoning

vertelde op 10 september 2009 om 10:14 uur

Vochtig, tochtig, armelijk: de Lindense onderwijzerswoning

vertelde op 13 juni 2012 om 09:30 uur

Noodwoningen