skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

D’Oveniers van Bergen op Zoom

Een korte kroniek over d’oveniers van Bergen, zoals dat hier wordt uitgesproken.


Gevel-detail hovenierswoning (arch.DAHajo)

Vlak voor de ontwikkelingen van de suikerfabrieken, de gieterijen en de haardenfabrieken in Bergen op Zoom tegen het einde van de 19e en begin 20e eeuw, bestond 2/3 van de Bergse bevolking uit hoveniers en tuinders gezinnen. Het witte goud, de asperge, was een beste bron van inkomen in die tijd.

De bekendheid en de teelt ervan steeg tot duizelingwekkende hoogtes. Het land rond de stad leende zich niet alleen perfect voor deze groente, maar ook voor een grote variatie in groenten en fruit. Het was een behoorlijke vakgroep binnen de tuinderij. Aardbeien, bonen, koolsoorten, zomerpeen, appels en peren deden een forse duit in het inkomenzakje. Dat was hard nodig want de stad groeide sterk na de ontmanteling van de vesting.
Vele kleine lappen grond (veelal in of direct gelegen bij de stad) brachten genoeg op om de grote hoveniers-families te onderhouden….al was het sappelen! Deze families leefden in typische hovenierswoningen, waarvan er nog enkele in de binnenstad te vinden zijn.

Ontwikkelingen

In het eerste decennium van de 20e eeuw werd de tuinders aangeraden zich te organiseren in vakgroepen en zo ontstonden de vak- en activiteiten groepen…in Bergen op Zoom wel voornamelijk gebaseerd op de katholieke grondslag. De inbreng van de christelijke groepen was er wel maar in mindere mate. De grootste ontwikkelingen waren de oprichting van de Boerenleenbank en een veiling. De veiling was onderdeel van de R.K. Boerenbond. Grote animator achter al deze organisaties was pater Van Mansfeld.

Tweespalt!


De 1e steen-legging in 1912 van het gebouw aan de Williamstraat (arch DAHajo)

In 1912 werd er al snel door hoveniers en kooplieden geconstateerd dat er rondom de asperge-veilingen zaken werden uitgevoerd, die al vooraf beklonken waren of niet klopten.

Dat leidde tot een splitsing in de hoveniersorganisatie. Het leidde tevens tot de oprichting van een tweede veiling, die van de Hoveniers- en Koopmansbond, bijgenaamd de Rode Veiling. Deze werd in augustus 1913 geopend.

De oude RK veiling werd de Zwarte Veiling genoemd.

Opleidingen


Diploma van een algemene tuinbouwcursus (arch DAHajo)

De hoveniers en tuinders werden door hun vakbonden steeds meer behoorlijk voorgelicht en het gevolg was dat er cursussen ontstonden voor opleiding en bijscholing. Hiervan werd volop gebruik gemaakt en dat vertaalde zich weer in een groeiend aantal gevarieerde produkten.
De vakverenigingen waren ook maatschappelijk gezien een belangrijke partner voor de hoveniers-families.

Er ontstonden daardoor o.a. de toneelgezelschappen en zangverenigingen. En er kwam ook meer tijd om muziek te maken. Dit werd nog eens extra ondersteund door de muziekkapel van de militairen 3 RI , die zich graag in de stad liet horen.

Van twee naar één veiling

De twee veilingen leefden tot aan de WO2 naast elkaar, totdat in 1954 voorzichtig werd geopperd om de veilingen los te koppelen van de bonden. Na rijp beraad was deze ontkoppeling een feit. Hierna werd overgegaan tot de oprichting van een geheel nieuwe veiling met een moderne structuur. Dit kreeg in 1960 zijn beslag door de opening van een totaal nieuw veilinggebouw aan de Moerstraatsebaan. Deze veiling stond op eigen benen en was voor iedereen toegankelijk.


De geheel nieuwe veiling in 1965, fotograaf Jan Sturm / West-Brabants Archief – RAW014008573

Na de WO2 was het voor veel hoveniers erg moeilijk hun oude gronden terug te krijgen. Veel grond rond de stad was verwoest door de bezetters. Zij legden een verdedigingsgordel rond een deel van de stad die veel goede tuinbouwgrond kostte. Na de oorlog werden lang niet alle gronden teruggegeven, want de stad zat dringend om uitbreiding verlegen. Dat leidde ertoe dat in de periode tussen 1965 en 1980 veel hoveniers er mee stopten of vertrokken naar de buitengebieden.

Heden en toekomst

De nieuwste generaties hoveniers en tuinders zijn nog steeds erg trots op hun vak. Wel is er de ontwikkeling naar meer specialisatie gekomen en is het veldwerk voor een fors deel verplaatst naar de kassencomplexen. Door de groei van de bevolking wordt steeds meer speciaal en gevarieerd groente en fruit ontwikkeld.

De ontwikkelingen van de supermarkten zijn hieraan wel debet. Dat is ook de reden dat de veilingen landelijk meer gaan samenwerken en daardoor smelt de Bergse veiling samen met de Bredase vanaf 1 januari 1990. Nu ziet men steeds meer de boeren, zowel in de landbouw als veeteelt, hun eigen producten weer volop aanprijzen en ook weer zelf verkopen. De aspergetelers hebben zich verbonden in de organisatie Brabantse Wal.

 

Reacties (1)

Jan de Crom zei op 22 april 2021 om 10:54
Ha, Hans, mooi verhaal over de oveniers van Bergen op Zoom. Je hebt een heel verhaal over de asperges, maar in de volksmond werden de oveniers ook wel "prei os" genoemd. Ik kan het weten, want mijn moeder was een dochter van Do Franken, Klaverstraat 11. Een zus van mijn moeder was getrouwd met een Hopmans in de Dubbelstraat. Een andere zus was getrouwd met een Musters uit de Artilleriestraat. Mijn broer is getrouwd met een Huygens.
Toen de veiling nog in de kinderschoenen stond, werd er ook veel aan huis verkocht. Dan werden de doperwten in het poortgebouw gedopt en kwamen de mensen een pintje doperwten kopen. Je had ook mensen van de "rijke" Noordzijde Zoom, die om een half pintje kwamen. Mijn opa kon het dan niet nalaten om te zeggen: "je moet nooit meer eten dan je op kan." Zijn vrouw werd dan kwaad want met zulke opmerkingen raakte je misschien een klant kwijt.
Die toneelgezelschappen kloppen ook. Ome Kees Franken (de oudste broer van mijn moeder) speelde in musicals. Vele jaren later kon mijn moeder de liedjes nog zingen.
Mijn moeder beweerde altijd dat de oveniers voor de terugkeer van de carnaval gezorgd hebben.
Leuke tijd.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!