i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Vrijhoeve-Capelle
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Vrijhoeve-Capelle

vertelde op 2 april 2009 om 14:05 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Vrijhoeve-Capelle te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Vrijhoeve-Capelle

Den 5den Augustus 1896 bezocht ik de gemeente. Te omstreeks 2.40 van Capelle vertrokken, kwam ik om ± 3.15 aan het Raadhuis. Daar vond ik den burgemeester met diens twee wethouders. Vrijhoeve-Capelle is eene zeer oude kleine gemeente; geheel protestant.

Behalve het uitsteken van een vlag, en het versieren van het Raadhuis had men mijne komst niet gevierd. Stof tot bespreken vond ik hier zeer weinig; het was mij bepaald moeilijk om den tijd dood te praten.

Met den burgemeester Van Dijk reed ik ná mijn bezoek aan Vrijhoeve-Capelle naar Sprang, van welke gemeente Van Dijk ook burgemeester is. De administratie was over het algemeen nogal goed verzorgd. Van enkele opmerkingen, vooral in verband tot het bijhouden der bevolkingsregisters, werd door den secretaris goede nota genomen. De administratie was niet van dien aard, dat ik, om verbetering te verkrijgen, mij deswege schriftelijk tot het gemeentebestuur gewend heb.

Den 17 October 1901 kwam ik weer in de gemeente, en vond daar een geheel ander dagelijksch bestuur als in 1896. Met deze menschen was wel te praten. Ik vernam van hen, dat de bevolking meestal tot den boerenstand behoorde; er waren 2 schoenmakerpatroons, en 16 werklieden schoenmaker. Deze menschen konden te Vrijhoeve niet aarden en trokken veel weer weg; daaraan is de vermindering toe te schrijven van het bevolkingscijfer.

De haven te Labbegat is van de gemeente; het garen van het havengeld wordt verpacht; dat bracht vroeger nooit meer op dan f. 280; door de ruzie van de firmanten Oerlemans wordt nu door hen de huursom opgedreven, en ontvangt de gemeente nu f. 450. De twee firma’s Oerlemans concurreeren nu sterk tegen elkaar; dientengevolge is er veel werk in de gemeente, en worden hooge daghuren betaald.

Er behoeft niemand naar Duitschland te gaan om werk te zoeken; alleen in de suikercampagne gaan enkelen naar de suikerfabriek te Dordrecht; maar ze komen dan toch om de 14 dagen tehuis. De beide firma’s Oerlemans hebben gedwongen winkelnering; de werklieden van de eene firma moeten in den winkel gaan van de dochters Oerlemans, de werklieden van de andere firma bij Dekkers, zwager van Oerlemans, molenaar aan den Loonschen dijk.

Het drinkwater te Vrijhoeve is goed; de typhuslijders waren buiten de gemeente besmet geraakt. Vrijhoeve heeft met Capelle samen één burgerlijk armbestuur; dat schijnt niet tot moeielijkheden aanleiding te geven. Ook hebben die twee gemeenten samen ééne begraafplaats, liggende in Capelle.

Vrijhoeve-Capelle, het oude Raadhuis en de Burgemeesterswoning

Het oude Raadhuis en de Burgemeesterswoning (bron: SALHA)

Den 28 April 1905 kwam ik weer in de gemeente, na tevoren Raamsdonk en Waspik bezocht te hebben. Per spoor was ik van Waalwijk naar Raamsdonk gegaan; per rijtuig deed ik toen den tocht langs de verschillende gemeenten naar Waalwijk terug. Voor mijne audientie had zich uitsluitend aangemeld de wijnhandelaar Verhoeven, die in beroep is bij G.S. van een beslissing van B. en W. waarbij hem vergunning tot verkoop van sterken drank in het klein werd geweigerd. Hij lichtte zijn beroep nader toe.

De gemeente is zeer verdeeld over de secretarisquaestie; de secretaris woont in Sprang en wil daar blijven wonen; de burgemeester en enkele raadsleden (waaronder Oerlemans de wethouder) willen, dat hij zich metderwoon in Vrijhoeve vestigt. Ik heb den raad gegeven, om deze zaak niet op de spits te drijven, en er geen quaestie van te maken, waardoor er partijschap zou ontstaan in de gemeente. Dat zou bijv. kunnen geschieden, door den secretaris een ruimen termijn te geven, om eene goede woning in Vrijhoeve te zoeken; bijv. tot 1 Januari 1907. Beide partijen (de wethouder De Bruyn was op de hand van den secretaris) schenen wel ooren te hebben naar mijn bemiddelingsvoorstel.

Ik kreeg den indruk, dat de burgemeester in deze zaak geen mooie rol speelt; dat hij den secretaris er uit wil dringen om zelf secretaris te worden. Heymans is de rijkste boer uit de gemeente; hij zal f. 8.000 revenu hebben. Twee zoons en eene dochter; een van de zoons is juist gehuwd met eene dochter van den burgemeester van Cappelle, den Heer Vermeulen. Aan de Nieuwe Vaart, schuin tegenover de woning van Vermeulen, werd voor het jonge paar eene nette villa gebouwd.

Na Heymans is Stam de meest vermogende inwoner; Stam was vroeger boerenarbeider, en erfde van den rijken Vermeulen uit Loon op Zand voor een jr of zes ± een ton. Hij bouwde zich toen een net huis; kocht wat land, en werd landbouwer en paardenhandelaar. Hij is thans ook lid van den Raad.

De haven te Labbegat brengt ± f. 500 aan havengeld op, terwijl er voor het onderhoud haast niets gedaan wordt: in 1903 werd daaraan slechts f. 78,- uitgegeven. Ik heb B. en W. er op gewezen, dat op deze manier op den duur niet kon worden voortgegaan. De veldwachter krijgt eene gratificatie; ik heb gevraagd die bij het tractement te voegen; men zal dat doen. De burgemeester schijnt een felle liberaal, een groot voorstander tevens van het openbaar onderwijs; hij keurde het sterk af, dat enkele kinderen uit zijne gemeente de bijzondere school aan den Loonschen dijk bezoeken; daardoor werd het onderwerp op de school in zijn gemeente zooveel minder, omdat daar minder kinderen ter school gingen, en er, gevolgelijk ook minder onderwijzers noodig waren.

Den 31 Maart 1909 kwam ik weer in de gemeente; ik liet me halen aan het station Kaatsheuvel-Capelle; reed vandaar naar Vrijhoeve Capelle; bezocht daarna nog Waalwijk; en nam daar later den trein naar Den Bosch. Burgemeester Van Heeckeren was nooit candidaat voor den gemeenteraad; hij werd er wel voor aangezocht, maar heeft niet gewild. Kuipers voldoet zeer goed als secretaris-ontvanger; zijne secretarie zag er zeer netjes uit; hij was vroeger onderwijzer in de school van De Noo in de Heistraat, en moest om eene borstziekte het onderwijs verlaten.

Vrijhoeve-Capelle, Kasteel Zuidewijn aan de Hogevaart

Kasteel Zuidewijn aan de Hogevaart (bron: SALHA)

B. en W. vertelden, dat Jhr Mr de Roy van Zuidewijn zeer gezien is in de gemeente; hij staat iedereen met raad en daad bij; hij is aangeslagen als forens, in den hoofdelijken omslag. Zuidewijn is 40 H.A. groot; het huis is oud en versleten, en bovendien zeer vochtig. Het land wordt uitstekend onderhouden; Mr de Roy laat veel werken, en zal wel geen hooge rente van zijn geld maken; hij plant veel opgaand hout.

Zuidewijn was in 1795 in handen van familie Montens; door het huwelijk van eene juffrouw Montens met een De Roy kwam het goed in die familie. Het goed ligt aanéén; het Zuider afwateringskanaal loopt er doorheen; als er grond in de buurt open komt, koopt Mr de Roy nog steeds bij. Op Zuidewijn moeten prachtige meubels staan.

Er kwamen voortdurend typhusgevallen voor in de buurt van de Labbegatsche haven; bij onderzoek van het water in de haven bleek dat zeer besmet. De Heeren Oerlemans lieten daarom de Waalwijksche waterleiding, welke tot Besoyen ligt, doorleggen tot Labbegat, 2.300 Meter ver; zij moesten zich verbinden 15 jaar water te nemen en betalen jaarlijks f. 460.

De moeielijkheden met den veldwachter zijn gelukkig ten einde; hij betaalt nu aan zijne vrouw, die zich buiten de gemeente gevestigd heeft f. 2,- per week; hij woont zelf met twee kinderen beneden het gemeentehuis; van eene verkeerde verhouding tot eene andere vrouw is thans geen sprake meer.

Wethouder Van der Waals is bakker; hij vertelde mij, dat hij ’s winters op crediet aan de arbeiders zonder werk brood leverde; ’s zomers werd dat dan weer afbetaald. Zoo’n lange winter als er nu geweest was, deed veel kwaad; daar waren huishoudens, die tot f. 125 bij hem in het krijt stonden; daar was geen enkel gezin, dat geen f. 25 schuldig was. Behalve bij den bakker stonden die arme menschen op gelijke wijze in schuld bij den kruidenier. Het was niet mogelijk, dat, nu die schuld in deze winter zoo hoog was opgeloopen, in den loop van den zomer effen rekening gemaakt kon worden.

Oerlemans begon in 1908 eene stroohulzenfabriek te Labbegat; zijn stroo moet komen van zuiveren zandgrond tusschen Breda en Tilburg; ook het stroo dat bij Eindhoven of Helmond groeit is goed; hij krijgt het schoongemaakt en afgesneden van de boeren, en betaalt dan f. 3 à f. 4 per 1.000 K.G. meer, dan voor gewoon stroo betaald wordt. De boeren zullen hem zoowat 2/3 leveren van wat op het land groeit. Hij levert stroohulzen vooral aan binnenlandsche flesschenfabrieken te Schiedam en te Delft; op het moment heeft hij de fabriek moeten stopzetten, omdat de flesschenfabrieken bijna geen orders hebben en dus geen stroohulzen behoeven om de flesschen te verzenden.

Er zou thans geene andere gedwongen winkelnering zijn dan bij den schoenfabrikant Moonen, die met een 20 knechts werkt. Oerlemans de wethouder ontkende, dat er bij hem gedwongen winkelnering bestond ten behoeve van zijn zwager, den molenaar Dekkers aan den Loonschen dijk.

Vrijhoeve-Capelle, De Dorpsstraat nabij het trampad

De Dorpsstraat nabij het trampad (bron: SALHA)

Den 27 April 1912 kwam ik weer in de gemeente; later bezocht ik nog de gemeente Capelle. Ik deed den tocht vanuit Den Bosch. Wethouder Oerlemans is overleden, en als zoodanig vervangen door Wethouder Voor de Poorte. B. en W. deelden mij mede, dat Oerlemans, na mijn bezoek in 1909 direct een einde had gemaakt aan de gedwongen winkelnering; hij had aan zijn volk gezegd, dat hij van mij gehoord had, dat er over gedwongen winkelnering geklaagd werd; dat hij daarom aan zijn volk aanzei, dat ieder van stonde af aan vrij was, om zijne inkoopen te doen waar hij wilde, zijn geld te gebruiken zooals hij wilde. Ook elders in de gemeente is de gedwongen winkelnering opgeheven; Moonen, de schoenfabrikant deed zijn winkel weg.

De bevolking bestaat van landbouw (een arbeider verdient per jaar ± f. 325), van schoenfabricage (een schoenmaker verdient f. 7 per week); men werkt in de hooipers of in de stroohulzenfabriek van Oerlemans. De menschen wonen veelal gehuurd ad ± f. 1,10 in de week, en hebben daarvoor eene goede woning met een klein tuintje; ze huren dan een stuk land van 1 à 1½ hond, houden geiten, varkens, soms eene koe.

Met Capelle samen één burgerlijk armbestuur, dat over ruim voldoende fondsen beschikt; gemeenten behoeven niet te subsidieeren. De Heeren Oerlemans zijn het tegenwoordig samen eens; zij drijven de pachtsom van de Labbegatsche haven niet meer tegen elkander op; van ruim f. 500 daalde de pachtsom tot f. 245. Bij ebbe is die haven niet bevaarbaar; ze loopt dan bijna droog. Nu er eene gasfabriek te Kaatsheuvel komt, had men gehoopt vandaar gas te krijgen; voorloopig zal daarvan wel niet veel komen. Er is quaestie van geweest, dat Capelle, Sprang en Vrijhoeve Capelle water zouden krijgen vanuit Waalwijk; daarvoor moest dan in Vrijhoeve een kleine watertoren gebouwd worden, geraamd op f. 5.200. De onderhandelingen met de Waterleiding Maatschappij zijn erg sleepende; men vreest, dat er niets van zal komen.

De “reizende bibliotheek” beheerd door het hoofd der school Buzink is naar Heistraat verhuisd. Schoolhoofd had niet genoeg tijd voor de administratie, en droeg het beheer over aan het hoofd der school te Heistraat. De bibliotheek zelve is eene instelling, uitgaande van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.

Moeielijkheden tusschen haltechef te Kaatsheuvel-Capelle en veldwachter Gouda. De veldwachter bekeurde den haltechef wegens het te lang gesloten houden van de afsluitboomen over den Hoogevaartschen weg; de haltechef klaagde toen den veldwachter aan, wegens voortdurend zitten in de herbergen, en het veel te veel drinken van borrels jenever; soms 6 of 7 in een uur; de klacht is nog in behandeling.

B. en W. hopen, dat hunne herhaalde pogingen, om den eigenaar van het door hem verbouwde en tot logement ingerichte tolhuisje eene vergunning te bezorgen, moge slagen; de man heeft in goed vertrouwen – naar ik meen op advies van B. en W. – het huisje verbouwd; zou hij geene drankvergunning krijgen, dan is hij ongelukkig, en is hij alles, wat hij bezat kwijt, want zonder vergunning is daar geen bestaan te vinden.

 De Dorpsstraat met op de achtergrond de Gereformeerde Kerk (bron: SALHA)​

Vrijhoeve-Capelle, De Dorpsstraat met op de achtergrond de Gereformeerde Kerk

Den 1 Augustus 1917 kwam ik weer in Vrijhoeve Capelle; later ging ik nog naar Capelle en Waspik. De beide wethouders, vooral Voor de Poorte, maken een goeden indruk; de verstandhouding tusschen hen en den burgemeester is blijkbaar goed. Gemeente krijgt thans gas uit Kaatsheuvel; te Labbegat wordt water verstrekt uit de waterleiding te Waalwijk. Van Labbegatsche haven wordt druk gebruik gemaakt; moet noodzakelijk uitgebaggerd worden; men kan geen werkvolk krijgen; loopt bij ebbe vrijwel heelemaal droog.

Er zijn nog eenige Belgische vluchtelingen; zij krijgen nog eene kleine ondersteuning. In de vroegere woning van burgemeester Van Heeckeren – door dezen verkocht aan den toenmaligen secretaris Van Voorst van Beesd – worden Fransche kinderen verpleegd. Men is de inkwartiering hard moede. Vooral de Amsterdammers – waaronder vele intellectueele socialisten en anarchisten – doen veel kwaad, geven veel moeite, en bederven den goeden geest van de bevolking.

De distributie van levensmiddelen, onder directie van den gemeente secretaris, geeft veel werk, en loopt goed. Veldwachter Gouda drinkt heelemaal niet meer; men is over hem buitengewoon tevreden; de menschen zijn bang voor hem.

Den 9den Mei 1921 bezocht ik Capelle, Vrijhoeve Capelle en Sprang. Deelneming aan de waterleiding Noord West Brabant zou f. 22.000 kosten. Men besloot om niet mee te doen, 1e. omdat men in Labbegat al water krijgt uit Waalwijk, en 2e. omdat Mij. concessie zal moeten hebben om de buizen in den gemeenteweg te leggen. Daarvan zal men profiteeren door als voorwaarde te stellen, dat gemeentenaren tegen het gewone tarief, water zullen krijgen.

Aan Kaatsheuvel indertijd concessie verleend tot levering van gas; daarom kan gemeente geen elektriciteit aanleggen. Kaatsheuvel gaf vergunning dat Capelle elektriciteit levert langs Kruispunt en langs de Hooge Vaart. Daar krijgen de menschen tegen denzelfden prijs stroom als in Capelle.

De Hoogevaartsche weg is kostbaar in onderhoud; van de kom tot aan spoorwegstation is hij uitstekend; vandaar tot Labbegat redelijk.

Nederlands Hervormde Kerk 's Grevelduin en Vrijhoeve-Capelle aan de Hoofdstraat

Nederlands Hervormde Kerk, ca. 1930 (bron: SALHA)

Men ijvert sterk voor eene vereeniging van Vrijhoeve-Capelle met Capelle en Sprang; de menschen hebben veel gemeenschappelijke belangen; één boterfabriek, één landbouwvereeniging, één Groene-Kruisvereeniging; één Boerenleenbank met Sprang; één diaconie en één burgerlijk armbestuur met Capelle. Hoofdelijke omslag thans f. 11.000; dat wordt nog meer; de kosten voor de uitvoering van de warenwet, en die voor de centrale vleeschkeuring, moeten nog gevonden; evenals die voor de nieuwe lager-onderwijswet.

De landbouw gaat vrij goed; er wordt meer vee gehouden dan vroeger; het hooiland wordt gedeeltelijk gebruikt als weiland. Het mond- en klauwzeer heeft erg geheerscht, en veel schade gedaan. Thans is het gelukkig geheel geweken. Er wordt in Vrijhoeve Capelle geen armoede geleden; werkeloosheid heerscht er niet. Er zijn enkele socialisten. Veldwachter Gouda is nóg een goed politieman; hij is drankvrij. Hij leest “Het Volk” en is dus hoogst waarschijnlijk socialist.

De Labbegatsche haven moet noodzakelijk uitgebaggerd worden; er moet minstens 200 M3 bagger uit. Men weet niet, waar die bagger gedeponeerd moet worden. De schoenfabriek van Moonen gaat nog al goed; veel jong volk, jongens en meisjes, vindt daar werk. Van diverse heeren Oerlemans zijn nog drie industriën in werking: 1e. houthandel; 2e. hooipers; 3e. fabriek van hakken voor damesschoenen. De fabriek sub 3e. wordt gedreven door twee zoons van den eigenaar van den houthandel. De algemeene indruk is, dat de jongere generatie Oerlemans niet zulke flinke bekwame werkzame menschen leverde als de oudere generatie.

Naar de meening van B. en W. zou de Heer de Roy van Zuidewijn niet meer dan 15 à 20 H.A. grond bij zijn kasteel hebben liggen. Hij wordt zeer geprezen.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: