i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Grave
Tags:

Graafse postbode laat zich niet beledigen

vertelde op 11 november 2016 om 14:00 uur

Jan Colijn (40) uit Grave verdiende de kost als kantoorklerk. Hij zal vast een goed handschrift hebben gehad, maar hij was ook goed van de tongriem gesneden. Die eigenschap kwam vooral tot uiting in de herberg, na het nuttigen van de nodige glazen.

Postbode uit de 19e eeuw, illustratie uit het Engelse tijdschrift The British Postman.

In de schaarse gevallen dat zijn scherpe tong het moest afleggen tegen die van een ander, was de Gravenaar ook niet vies van een robbertje vechten. Dat had al tot twee veroordelingen geleid. In 1852 kreeg hij een boete van 15 gulden na een mishandeling en een jaar later een maand celstraf omdat hij iemand geslagen had. In januari 1858 legde de Bossche rechtbank hem een boete van 50 gulden op voor een heel andere overtreding: lesgeven zonder daartoe bevoegd te zijn. Op 28 december van dat jaar stond Colijn opnieuw voor zijn rechters.

Een beetje sarren, een beetje treiteren, daar hield Colijn wel van. Op de avond van 21 november 1858, toen hij zat te drinken in de herberg van Stevens in Grave, vond hij een willoos slachtoffer in de persoon van bakkersknecht Reinier van Vlijmen. De jongen woonde nog niet zo lang in Grave, hij kwam uit Den Bosch.

Colijn treiterde de jongen net zolang totdat die driftig werd en opstond om Colijn klappen te gaan geven. Antoon Algie, de Graafse brievenbesteller, kwam tussenbeide. Hij hield de jongen tegen en zei tegen Colijn: ‘Begin liever tegen een van ons, dan kan men u antwoorden.’ Dat was niet tegen dovemans oren gezegd. Colijn nam de brievenbesteller zelf op de korrel en het is een godswonder dat Algie, toen de klerk zijn gal had gespuugd, de man niet zelf tegen de grond sloeg. De andere cafébezoekers zullen gesmuld hebben. Colijn zei dat de postbode mevrouw Van Iterson had bezwangerd, dat het zijn schuld was dat diens broer protestant was geworden en dat hij een nicht van joodse komaf had getrouwd alleen maar omdat die familie hem zou ‘souteneren’ (onderhouden). Ook zou Algie wekelijks vijf gulden van een hoerenvrouw ontvangen. De grootste belediging moest toen nog komen: ‘Gij maakt in uwe kwaliteit van brievenbesteller de geheimen van de post bekend.’ Postbestellers moesten in die tijd nog een eed afleggen ten overstaan van de commissaris van de koning. Je kon een postbode niet erger beledigen dan door te zeggen dat hij stiekem brieven las.

Algie beschuldigde zijn plaatsgenoot van laster. Dankzij getuigenverklaringen en omdat bewijs voor Colijns aantijgingen ontbrak, oordeelden de rechters dat Colijn schuldig was. Hij moest een halfjaar de cel in en 25 gulden boete betalen.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 20 april 2016 om 12:46 uur

"Noemde jij me nu smeerlap?"

vertelde op 20 april 2016 om 13:05 uur

Boete voor bloed in Graafse straten