i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Boxmeer
Periode: 1895 - 1905
Tags:

Hoog Bezoek: Ontslagen, want lid van de sigarenbond

vertelde op 29 november 2017 om 14:08 uur

In Hoog Bezoek belicht De Gelderlander de periode 1895-1928 aan de hand van de werkbezoeken van commissaris van de Koningin Van Voorst tot Voorst. In samenwerking met het Brabants Historisch Informatie Centrum. Vandaag aflevering 33: sigarenmakers met principes.

Van socialisten en andere ‘opruiers’ wilden ze niets weten, de degelijke katholieke  bestuurders die het 125 jaar geleden hier voor het zeggen hadden. Als het moest, maakten ze misbruik van hun macht en negeerden grondrechten. Een uiterst bedenkelijk staaltje van minachting voor andermans principes etaleerden de burgemeester en de pastoor van Boxmeer in 1895.

Sigarenmakers, hier bij Victor Hugo in Cuijk, aan het werk, c. 1930-1940 (BHIC, fotonr. CUI0219)In 1905, toen de commissaris der Koningin op bezoek kwam, refereerde hij eraan: De sigarenfabrikanten te Boxmeer hebben zich in 1895 onderling verbonden, om geen der socialisten, die toen de gemeente in rep en roer brachten, vóór 1905 weer in dienst te nemen.

Het ‘rep en roer’ vond zijn oorzaak in de overspannen reacties van burgemeester Clement Hengst (1865-1921) en pastoor M.J. Kersten (1855-1923). Er was geen sprake van oproer en evenmin van socialisten. Boxmeer kende een bloeiende sigarenindustrie; tientallen arbeiders vonden werk in meerdere fabrieken. In 1894 organiseerde de Nederlandschen Sigarenmakers en Tabakswerkers Bond een congres. Een Boxmeerse sigarenmaker bezocht die bijeenkomst en dat leidde tot het gerucht dat er een afdeling van de bond was opgericht. Dat was niet zo. Wel waren negentien Boxmeerse sigarenfabrieksarbeiders lid geworden. De bond was niet socialistisch, maar katholiek evenmin.

Burgemeester en pastoor vonden het maar niks. Alhoewel er in Boxmeer geen sprake was van arbeidsonlust of stakingen, zette het tweetal de lokale fabrikanten onder druk. Die wilden eigenlijk de rust bewaren, maar konden de druk niet weerstaan. De pastoor waarschuwde vanaf de kansel voor het naderende socialistische onheil. Kersten zou zelfs de vrouwen van de arbeiders hebben gezegd dat ze in bed hun echtelijke plichten moesten weigeren zolang hun mannen bondslid bleven.  

De fabrikanten zagen zich genoodzaakt hun personeel een ultimatum te stellen: binnen veertien dagen het lidmaatschap opzeggen en anders ontslag. Hoog spel, want goede sigarenmakers konden ze eigenlijk niet missen. Ze gokten erop dat de arbeiders eieren voor hun geld zouden kiezen. De negentien hielden echter vast aan hun principes. Per slot van rekening gold in Nederland al sinds 1848 (grondwet) recht van vereniging en vergadering. Het ontslag werd doorgezet. De landelijke bond was woedend. Schreef aan de minister dat die moest optreden. Verspreidde in Boxmeer een pamflet waarin ze uitlegden dat er van socialisme geen sprake was.

Gedeelte van een pamflet van de sigarenbond, waarin de burgers van Boxmeer wordt uitgelegd wat er echt aan de hand is (Bron: BHIC, archief gemeentebestuur Boxmeer 1810-1941, toegang 7025, inventarisnummer 1411)Door de negatieve propaganda van de pastoor, gesteund door de pers, verwerden de negentien tot paria’s. Ze slenterden met hun ziel onder de arm door het dorp en werden onterecht als stakers neergezet. Uit de weerstandskas van de bond kregen ze een vergoeding. Die werd op straat uitbetaald; geen enkele caféhouder durfde een zaaltje te verhuren. Ondertussen deed de hoeder van de wet, burgemeester Hengst, het onvoorstelbare. In plaats van dat hij zich om de grondrechten van zijn inwoners bekommerde, plaatste hij advertenties waarin hij ‘fatsoenlijke’ sigarenmakers opriep zich bij hem te melden. ‘Onderkruipers’ die de leeggevallen plaatsen moesten opvullen. Weldra draaiden de fabrieken weer op volle toeren. De fabrikanten legden elkaar de plicht op de ontslagenen niet meer aan te nemen, op straffe van 500 gulden boete. De arbeiders verlieten Boxmeer, vonden pas over de grens weer werk.

En de pastoor en de burgemeester? Aan de ware opruiers van weleer herinneren nog steeds twee straatnaambordjes.

Illustraties

Sigarenmakers, hier bij Victor Hugo in Cuijk, aan het werk, c. 1930-1940 (BHIC, fotonr. CUI0219)
Gedeelte van een pamflet van de sigarenbond, waarin de burgers van Boxmeer wordt uitgelegd wat er echt aan de hand is (Bron: BHIC, archief gemeentebestuur Boxmeer 1810-1941, toegang 7025, inventarisnummer 1411)

Dit artikel verscheen eerder in dagblad De Gelderlander.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: