skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic

Saint Louis 1961/1963

Ik ben ‘van’ september 1951 en heb de vijfde en zesde klas van de Lagere School doorgebracht op kostschool Saint Louis in Oudenbosch. Dat moet dus zo ongeveer in de periode 1961-1963 zijn geweest.


Luchtfoto van Oudenbosch (eigenaar en auteursrechtenhouder onbekend)

Als ‘vroege leerling’ zal ik 10-12 jaar zijn geweest. Hoewel mijn geheugen doorgaans uitstekend is, herinner ik me (te) weinig van die tijd. Wel beelden, geluiden, geuren, termen, gebeurtenissen. Maar geen of nauwelijks namen. Wel schiet me mijn (was)nummer te binnen: 318. Dat stond op een geborduurd strookje op zakdoeken, ondergoed en dergelijke.

Mijn ouders (zelf met een internaatverleden, mijn vader had intern op het Gymnasium Augustianum in Eindhoven gezeten) vonden het nodig dat hun kinderen goed onderwijs kregen en een gedegen basis voor de opvoeding. Althans dat is me zo bijgebleven. Mijn twee jaar oudere broer en ik (het middelste kind) werden dus op een internaat geplaatst. Mijn zes jaar jongere broer werd hiervan vrijgesteld. ‘Geplaatst’ schrijf ik hiervoor, maar ‘gestuurd’ is een betere term. Er was geen sprake van inspraak of overleg. Later wel, vandaar dat mijn internaattijd alleen de laatste twee jaren van de lagere school beslaat. Naast de wens tot goed onderwijs veronderstel ik dat het, vanwege mijn kennelijk felle karakter en sterke eigenwil (aldus mijn ouders) het mijn moeder in die tijd ook zwaar viel om mij op te voeden. Tegenwoordig zou je zeggen dat ik wat vroeg aan het puberen was.

Daarnaast viel het vanwege een eigen bedrijf mijn ouders waarschijnlijk ook zwaar om alles in goede banen te leiden. We hadden thuis een scheepvaartbedrijf/machinefabriek (aan de oude haven in Drimmelen) en dus veel contact met binnenvaartschippers, waar een kostschool voor de kinderen heel gebruikelijk was. Veel factoren die een rol (kunnen) spelen, maar al met al is de reden, naar stellige verklaring later, toch vooral de wens tot goed en degelijk onderwijs geweest. Ik ben geneigd dit te geloven, getuige het verdriet van mijn ouders iedere keer als ik, na een thuisverlof, weer naar Oudenbosch werd gebracht. In combinatie met de relatief hoge verblijfskosten denk ik dat het toch een vorm van opoffering is geweest, waar ze het zelf niet gemakkelijk mee hadden. Maar het er voor over hadden. Ik heb hen dit later in ieder geval niet verweten. Mijn hang naar vrijheid is er wel door aangewakkerd.


Voorterrein van St. Louis (Theo de Wit, collectie BHIC)

Het was, hoe dan ook, twee jaar een soort van afgesloten van de buitenwereld zijn. Niet gemakkelijk. Het heeft me overigens ook veel gebracht en het heeft mijn leven later voor een deel zeker beïnvloed. Met name het voor jezelf opkomen, je plaats veroveren in een groepsproces, relativeren, structureren, leren studeren en vooral het waarderen van vrijheid heb ik ervan meegenomen. Maar ook een ingebed probleempje met het accepteren van ‘autoriteit’ is in die periode geboren. Je werd op het internaat zo streng en zo voortdurend ‘aangestuurd’, dat het accepteren van gezag me later niet gemakkelijk viel.

De eerste jaren na het verlaten van het internaat uitte zich dat vooral in een vrij wilde jeugd. Een soort van ‘afkicken’ van het regime. Wanneer het maar kon ontsnapte ik aan de aandacht van mijn opvoeders en vulde ik mijn leven in zoals ik dat wilde. Ik kijk overigens op die ‘wilde jaren’ nog steeds terug als een prachtige tijd. Er zijn gelukkig geen ongelukken (in brede betekenis) gebeurd. En het is allemaal goed gekomen. Opmerkelijk genoeg, gezien mijn latent autoriteitsprobleem, mede overgehouden van mijn internaatsleven zoals hierboven aangegeven, heb ik me - na die eerste wilde jaren - in mijn verdere carrière uitsluitend bewogen in wat men van buitenaf zou kunnen zien als het werken in beroepen met ‘autoriteit’. Van leraar aan de bovenbouw in het voortgezet onderwijs, naar directeur van meerdere scholengemeenschappen naar wethouder en de laatste 25 jaar van mijn werkzaam leven: burgemeester. Ik sluit niet uit dat ik dit op de een of andere manier mede te danken heb aan mijn ervaringen op kostschool.

Van Saint Louis herinner ik me in flarden het spelen op de kleine cour, later de grote cour, de gemotoriseerde skelters, de chamberettes, de refter, de vieze bieten en lekkere boterhammen. De verplichte studie-uren, de donkere leslokalen met zware houten meubels, de stapels brood met boter in de namiddag, de geluiden op de slaapzaal, zoveel verplichte tijden en opdrachten, de verkenners (Sint-Tarcisiusgroep, broeder Gregorius?), broeder Oswald, broeder Germanus, de lange diepzwarte toga’s, de verplichte gang - heel vaak - naar de (prachtige) kapel, het moeten zwijgen, veel verveling, heimwee, bosbad Hoeven, Albano, bonte avond, fietspuzzeltochtjes, Sint Anna, Zouavenmuseum, straffen, weglopen, de gouden, zilveren en rode kaarten, de kloostertuin, enkele medeleerlingen, het opgesloten zijn.

Ik geloof dat we de eerste zes weken niet naar huis mochten en geen bezoek mochten hebben. Op een gegeven moment werd ik tijdens die periode uit de klas gehaald en naar een chique spreekkamer gebracht. Mijn grootvader was daar: het bleek dat hij met luide stem en stevig gezwaai met zijn wandelstok aan de poort had gestaan om zijn kleinzoon te bezoeken. Regels of geen regels, hij kreeg het voor mekaar! Kostelijk.


Deel van het internaatsgebouw (Collectie BHIC)

Later om de zoveel tijd mochten we een weekeindje naar huis. Ik ben een keer, tijdens een begeleid fietstochtje, stiekem weggefietst en samen met een andere leerling (ik dacht uit Terheijden) doorgefietst naar huis (van Oudenbosch naar Made) en... bijna van school gestuurd. Het teruggebracht worden, na een verlof, viel me steeds heel zwaar.

De grootste verveling ben ik doorgekomen dankzij heel veel lezen, het lidmaatschap van de verkenners en dankzij het (illegaal) spelen in de opslagplaats (ergens bovenin het gebouw) van allerlei authentieke Zouavenattributen. Lansen, sabels, uniformen, helmen: een walhalla van verboden voorwerpen (voor kinderen). Op de een of andere manier had ik (samen met een andere leerling) daar toegang verkregen. Volgens mijn herinnering wisten we de sleutel te liggen. Er was een oude broeder, die zijn kamer daar in de buurt had, die ons vaak met harde kreten en wilde gebaren wegjoeg. We waren doodsbang voor hem maar wisten altijd te ontkomen. Ik denk dat het historische en kostbare attributen moeten zijn geweest, gezien de lange en rijke geschiedenis van de Zouaven.

Ik zou er graag nog eens willen gaan kijken. Wie herinnert zich hier nog wat van? Helaas geen foto’s...

Willem van Beek, indertijd uit Made en Drimmelen 1961-1963 (schat ik)

Reacties (1)

Lauran Wijffels zei op 21 november 2020 om 13:22
De broeder rechtsboven op foto met Identificatienummer DCINT-000096 van het BHIC is broeder Savio, die zich later broeder Ton noemde, omdat hij Ton van Mook heet(te). Ik spreek over studiejaren 1967-1969. Ik heb 2 jaar bij hem in de zesde klas van de lagere school op Saint Louis gezeten. Ton was een hartelijke, vriendelijke, humorvolle man. Ik prijsde me gelukkig bij hem in de klas te mogen zitten, en niet in de klas van ene broeder Gonzaga, een gefrustreerde, onooglijke loser, die in 1968 naar de missie werd gestuurd omdat hij met zijn vingers niet van jongetjes kon afblijven...

Savio was geheel andere koek. Omdat ik het eerste schooljaar 1967-1968 maar net kon bijbenen, werd besloten dat ik naar de ‘zevende klas’ ging, in feite doubleerde ik. Over Savio geen onvertogen woord. Wel woonde hij in een burgerrijtjeshuis samen met Gonzaga, elders in Oudenbosch. Ik ben ooit op bezoek geweest en de elpee ‘Paranoid’’ van Black Sabbath schalde er door de woonkamer.

In 2001 liep ik door het overdekte winkelcentrum Helftheuvelpassage in Den Bosch en zag een ouder echtpaar, gearmd, op mij toelopen. Ik moest twee keer goed kijken; was dat niet broeder Savio? Om er zeker van te zijn, heb ik tweemaal onopvallend rond het stel gecirkeld totdat ik er zeker van was en hield hen aan. Ik vroeg de man of ik iets mocht vragen. Dat mocht. Laat ik het maar algemeen houden, dacht ik en vroeg: heeft u ooit les gegeven in Oudenbosch? De man keek me strak aan, schudde resoluut neen en ontkende. Toen we zo enkele tellen ongemakkelijk tegenover elkaar stonden, begon de vrouw te glimlachen en zei: ‘Jawel Ton, dat is wel zo.’ En toen sprak zij de magische woorden ‘tante Amalia’. De man begon nu ook te lachen en ik herinnerde me op hetzelfde moment dat in Savio’s verhalen zijn tante Amalia vroeger altijd een prominente hoofdrol speelde.

Ik gaf de man mijn visitekaartje en zei het op prijs te stellen eens – op een door hem gekozen moment -- koffie te drinken. Nooit meer iets van gehoord…

Lauran Wijffels

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!