skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic

Internaat Saint Louis in Oudenbosch

Aan de Markt 32-36 lag vroeger jongensinternaat Saint Louis. Dit internaat was onderdeel van het imposante kloostercomplex van de Broeders van de H. Aloysius Gonzaga (ook wel Broeders van Oudenbosch of Broeders van St. Louis genoemd). Op het internaat huisvestten de broeders de leerlingen van hun kweekschool. Maar ook hadden de broeders in Oudenbosch een lagere school, ulo en hogere burgerschool, waarvan de leerlingen eveneens intern onderwijs volgden.

Saint Louis behoorde tot de grootste internaten van het land. Op enig moment boden de broeders er onderdak aan maar liefst 700 internen! De foto's op deze pagina geven een indruk van hoe het dagelijks leven op deze bijzondere kostschool eruit zag. De lange dagen in het leslokaal werden afgewisseld door momenten van vertier. Een potje hockey op het eigen speelveld van de broeders behoorde tot de mogelijkheden. En dan was er de speelplaats. Op een van de foto's zien we hoe de allerjongste internen daarover rondscheuren op allerlei miniatuurvoertuigen: steps, trekwagens en voor de allergelukkigsten (of wie het snelste buiten waren) zelfs een enkele trapauto.

Leerlingen van Saint Louis in de studiezaal (foto: Louis van Paridon, collectie Katholiek Documentatie Centrum 7B1730)
Leerlingen van Saint Louis in de studiezaal (foto: Louis van Paridon, collectie Katholiek Documentatie Centrum)


Leerlingen van Saint Louis spelen op de kleine cour (foto: Louis van Paridon, collectie Katholiek Documentatie Centrum 7B1732)
Leerlingen van Saint Louis spelen op de kleine cour (foto: Louis van Paridon, collectie Katholiek Documentatie Centrum)


Leerlingen van Saint Louis spelen hockey op het Albano-sportpark (foto: Louis van Paridon, collectie Katholiek Documentatie Centrum 7B1731)
Leerlingen van Saint Louis spelen hockey op het Albano-sportpark (foto: Louis van Paridon, collectie Katholiek Documentatie Centrum)

Eind jaren zestig traden grote veranderingen op in het Nederlandse onderwijsstelsel. De Mammoetwet werd van kracht. In deze periode hadden de broeders in Oudenbosch een lagere school, een lagere technische school (lts), een mavo, een havo en een atheneum onder hun hoede. Het internaat stond destijds ook open voor schipperskinderen, een type leerling waarvoor trouwens ook speciale kostscholen bestonden.

Reageer hieronder, deel jouw herinneringen aan het internaat Saint Louis en vul deze pagina aan! Foto's zijn ook van harte welkom en kunnen worden verzonden naar internaten@bhic.nl. Wij voegen ze dan hier toe.

Bronnen

Jos Perry, Jongens op kostschool. Het dagelijks leven op katholieke jongensinternaten (A.W. Bruna Uitgevers BV: Utrecht 1991). Klik hier voor de digitale versie op de website Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).

______________________

Terug naar:

Startpagina Internaat Saint Louis

Internatenkaart

______________________

KunstNetTV heeft het onderstaande filmportret gemaakt van broeder Donatianus (Jaap Molenkamp). Hij ging al op zeer jonge leeftijd, als jongeman uit een arbeidersgezin, naar Oudenbosch, waar hij later docent tekenen aan de kweekschool was. KunstNetTV heeft bij de research een neef en een nicht van hem gevonden, die beiden ook nog kunstwerken van Donatianus bezitten. De aanleiding om de korte film te maken is dat broeder Donatianus in de voormalige katholieke jongensschool Aloysius te Alkmaar in 1945 een grote muurschildering heeft gemaakt van de stad. HIj is daarbij zeer nauwgezet te werk gegaan. Jammer genoeg zijn de schetsen die hij ongetwijfeld van de stad heeft gemaakt, verloren gegaan.

Bron: KunstNetTV (met dank aan Marian Heemskerk, eindredacteur)

Sietske Noshie stuurde ons deze foto uit het begin van de 20e eeuw:

Klik om te vergroten
Leerlingen Saint Louis, 1903. De leerling met kruisje boven zijn hoofd is Jacobus Bernardus Schueler (1891-1961) uit Barneveld, grootvader van Sietske. Later stuurde hij zijn dochter ook naar kostschool, maar dan in Millingen aan Rijn (Sacre Coeur).

Piet Romme stuurde ons o.a. deze foto's uit de jaren '40:


1. Afscheid van "Sport-Broeder" Gaudentius

 


2. Klas 1 ulo 1947

 


3. Handbalteam internen Saint Louis

 


4. Handbalteam internen Saint Louis



5. Maandelijks uitgegeven kaarten om ouders te informeren hoe zoonlief was op de kostschool. Op de achterzijde van de kaarten staan de criteria.

Theo de Wit stuurde ons deze foto's uit de periode 1947-1952:

Klik om te vergroten
1. Klas 1 ulo met broeder Reinerus, bij het Mariabeeld


Klik om te vergroten
2. Klas 2 ulo met broeder Adolf, op het voorterrein

Jan Kieboom stuurde ons deze foto uit 1954:

Klik om te vergroten
Klas 1 ULO met broeder Renatus, 1954. Bovenste rij: in het midden Sjaak Wesseling uit Sassenheim. Tweede rij van boven: 1e v. links Joop Schrama; 2e Siem Klüver uit Alkmaar; 7e, naast Broeder Renatus, Jan van Loon (schipperszoon, maar is zelf niet gaan varen); 8e, ook naast de broeder, Harrie van Vucht uit Zevenbergen. Derde rij van boven: 1e links Tiny koopmans uit Dinteloord; 4e M.C.M. Janssen, roepnaam Leon, uit Oosterhout; 5e Pietje Peters; 7e Edwin Ramirez uit Curacao; 8e gehurkt Jan Kieboom (later schipper, weer later electromachine monteur). Onderste rij: 2e van links Ben Ruijgrok; 4e Stan Beisterveld uit Brabant.

René Schuijbroek stuurde ons deze foto's uit de jaren '60:

Klik om te vergroten
1. Internen en een broeder op de middelcour, 1962-1963


Klik om te vergroten
2. Bakkersleerlingen op de ambachtsschool, bij de kleine schuur, 1962-1963



3. Prentje t.g.v. het 40-jarig kloosterleven van Br. Germanius, voorkant



4. Prentje t.g.v. het 40-jarig kloosterleven van Br. Germanius, achterkant



5. Feestboekje bij de Hernieuwing van de Doopbeloften

Reacties (128)

Mark Goossens zei op 28 februari 2019 om 00:08
Mijn vader heeft op St. Louis gezeten. Afkomstig uit een bakkersgezin uit Den Dungen (bij Den Bosch) met zeven kinderen, werden die kinderen door mijn grootouders “op kostschool” gestuurd. Aan de ene kant kregen ze zo een goede opleiding en aan de andere kant werd de verleiding weerstaan hen thuis op (te) jonge leeftijd aan het werk te zetten. De jongens gingen naar St. Louis; de meisjes naar Sint Anna. Beide scholen zijn natuurlijk in Oudenbosch, en die plaatsnaam werd in de familie dan ook synoniem voor de kostscholen. Men zat niet op St. Louis of Sint Anna; men zat in Oudenbosch.

De eerste keer dat hij naar Oudenbosch ging, kregen mijn vader en zijn koffer een lift van een vertegenwoordiger die toevallig net bij mijn grootouders in de bakkerij was. Die vertegenwoordiger moest toch die kant op. (Nu ik erover nadenk: Dat moet haast wel een vertegenwoordiger van Zeelandia, een leverancier voor bakkerijen, uit Zierikzee zijn geweest). Mijn vader was een jaar of 9, wellicht 10. Het zal 1951/52 zijn geweest. Het onpersoonlijke daarvan heb ik nooit goed begrepen. Mijn grootouders hadden toen al een auto, maar ze hadden natuurlijk nog een hoop andere kinderen die aandacht vergden, plus de bakkerij, en mijn vader was weliswaar de oudste jongen maar had drie oudere zussen die hem voor waren gegaan richting Oudenbosch, en zo zullen er nog wel meer redenen zijn geweest hem niet zelf naar St. Louis te brengen. Andere tijden.

Ik weet niet precies welke jaren hij daar zat, maar ik geloof de laatste jaren van zijn lagere schooltijd en wellicht de eerste jaren van zijn middelbare schooltijd. Hij sprak altijd erg positief over zijn kostschooltijd, en beschreef het als een tijd van hard studeren en veel lezen en sporten, dingen die hij toen en de rest van zijn leven erg leuk vond. Ik meen dat hij alleen met Kerst en in de zomer naar huis ging. Beelden van Harry Potter komen hierbij in mijn hoofd, alleen werd er in Oudenbosch geen magie gepraktiseerd, maar katholicisme.

In 1986, op mijn 17de en zijn 44ste, bezochten we de net geopende Oosterscheldekering en stond hij er op om op de heenweg in Oudenbosch te stoppen zodat hij ons St. Louis kon laten zien. Vol trots leidde hij ons rond. Ik geloof niet dat hij ooit eerder terug was gegaan. Ik herinner me ook nog de plaatselijke basiliek te hebben bezocht die een verkleinde kopie van de Roomse Sint Pieter is (althans de koepel). Achteraf beschouwd vond ik de tussenstop in Oudenbosch door mijn vaders enthousiasme veel interessanter dan Neeltje Jans en omstreken, maar bij een stormvloed had dat wellicht anders uitgepakt.

Er was een reünie op St. Louis in, ik meen, 1988 (wellicht iets later). Mijn vader was erbij en vond het prachtig om verschillende oude vrienden weer te zien met wie hij door de jaren heen alleen sporadisch contact had gehad. Er is nog ergens een foto van die reünie waar hij stralend op staat. Er waren ook een paar gepensioneerde broeders van wie hij ooit les kreeg.

Zei ik dat mijn vader altijd erg positief over zijn kostschooltijd sprak? Wel, twee kanttekeningen:

Toen ik hem ooit vroeg hoe hij zo stom had kunnen zijn met roken te beginnen, vertelde hij me dat hij als 11-, 12-jarige jongen in Oudenbosch sigaretten als beloning kreeg van de broeders als hij zijn huiswerk goed had gedaan of een proefwerk goed had afgelegd. Het was schijnbaar volstrekt normaal om aan het einde van de middag een aantal jongens in een kantoor van een broeder sigaretten te zien roken die ze net van die broeder uitgedeeld hadden gekregen. Deze stimulus respons op jonge leeftijd resulteerde in een jarenlange verslaving. In 2009, na vele eerdere pogingen, kreeg hij het eindelijk voor elkaar voorgoed te stoppen. Drie jaar later, op z’n 70ste, overleed hij aan de gevolgen van roken—dichtgeslibde aderen, een hersenbloeding, een gewoonlijk patroon. De laatste vijf jaar van zijn leven was hij 90-95% blind door netvliesloslating in zijn ene oog en maculaire degeneratie in het andere oog. Verschillende oogartsen hebben me door deze familie historie bezworen absoluut nooit te roken omdat je daarmee het risico op beide kwalen vergroot.

In 1995 waren de eerste kindermisbruik verhalen in de kerk in het nieuws. Althans, de eerste die ik me herinner. Als je het opzoekt zijn er al eerdere schandalen geweest, en ik vrees dat dit nog wel even doorgaat (terwijl ik dit schrijf is de misbruiktop in het Vaticaan net afgerond) . Me ten volle bewust van zijn katholieke kostschoolverleden, stelde ik mijn vader toen de open, en enigszins uitdagende, vraag, “Dat kindermisbruik in de kerk blijft toch niet beperkt tot Ierland en de Verenigde Staten? Dat soort dingen zullen in Nederland toch ook wel zijn gebeurd?” Mijn vader was het met me eens en vertelde me dat toen hij 11 jaar was (1953/54), een broeder van St. Louis hem begon te kietelen op zijn bed in zijn slaapzaal. Er waren op dat moment geen andere kinderen in de zaal. Die broeder stond onder de jongens schijnbaar bekend als de “kietelbroeder” en blijkbaar was het mijn vaders beurt. Plots kwam er een oudere broeder de slaapzaal op, stuurde de kietelbroeder weg en begon mijn vader te ondervragen. “Heeft hij dat al eens vaker gedaan?” Dat soort dingen. Mijn vader, 11 jaar oud, volstrekt onnozel, beantwoordde de vragen en ging door met zijn schooltijd en leven. Jaren later, hij was ongeveer 30, moest hij plots aan het voorval denken en realiseerde hij zich pas welke gedachte er achter die ondervraging zat. “Mark,” constateerde hij in 1995 in antwoord op mijn vraag, “ze vertrouwden elkaar niet!” Bij mijn vader is het bij dat ene voorval gebleven. Gezien de bijnaam, moeten er meer jongens zijn “gekieteld”, maar is dit bij anderen verder gegaan? Laat ik het als ex-Katholiek uitdagend beantwoorden: God weet!

Mijn vader vertelde me ook dat zijn grootvader hem eens vertelde dat het enige “goede” van “de goede oude tijd” is dat deze nooit meer terugkomt. Dat geef ik ook aan mijn kinderen door.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 28 februari 2019 om 12:11
Hallo Mark, hartelijk dank voor deze indrukwekkende bijdrage! Bijzonder om dit zo te lezen; een jongen van een jaar of 9, 10 die zo in zijn eentje door naar toe gaat, en daar later (gelukkig!) zulke goede herinneringen aan heeft. En inderdaad, je weet de juiste woorden te vinden want de associatie met Harry Potter is dan niet ver weg.

Maar ook het belonen met sigaretten draagt (bijna letterlijk) de geur van de jaren vijftig in zich. Ook best dapper dat je je vader hebt durven vragen naar het kindermisbruik; dat had even zo goed heel andere verhalen kunnen opleveren (hoewel de kietelbroeder vrij bedenkelijk is).

Weet je toevallig of er foto's zijn van je vader 'in Oudenbosch'? En of we die hier zouden mogen tonen? Ik hoor het graag!
Mark Goossens zei op 28 februari 2019 om 15:54
Nee, ik kan me niet herinneren voor die reünie foto ooit een foto van Oudenbosch te hebben gezien. Het eerste dat ik ook deed toen ik deze post zag was de drie foto's te downloaden en vervolgens op te blazen om te zien of mijn vader er toevallig opstond. Het pixelgehalte is echter veel te laag om ook maar iemand te herkennen.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 6 maart 2019 om 09:30
Duidelijk Mark, ik vraag hier achter de schermen of we de foto's mogelijk groter kunnen tonen. Wordt vervolgd...
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 6 maart 2019 om 09:41
Beste Mark,

Allereerst enorm bedankt voor je reactie. Of moet ik zeggen: memoires... Zulke verhalen willen we er wel meer hebben! N.a.v. jouw vraag over de foto's in het verhaal: het oorspronkelijk formaat heeft het BHIC niet in bezit. Maar waar ze deze wel hebben, is het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) in Nijmegen. Je kunt het KDC mailen naar dit adres, info@kdc.ru.nl, onder vermelding van de fotonummers, in dit geval: AFBK-7B1730, AFBK-7B1732 en AFBK-7B1731. Op de website van het KDC is trouwens ook een digitaal invulformulier te vinden, waarop je deze foto's kunt aanvragen. Dit is de link: https://www.ru.nl/kdc/praktische-informatie/bestellen-beeld-geluid/aanvraagformulier-beeld-geluid/ En hier vind je meer informatie over het aanvragen van foto's van het KDC: https://www.ru.nl/kdc/praktische-informatie/bestellen-beeld-geluid/ Zij kunnen de foto's digitaal aan je versturen, mits ze toestemming verlenen uiteraard (dat kan ik helaas niet garanderen).

Als je nog vragen hebt, trek aan de bel!
Mark Goossens zei op 8 maart 2019 om 03:44
Veel dank!
Mark Goossens zei op 8 maart 2019 om 03:56
Ik heb ondertussen dit boek ontdekt van Jos Perry, "Jongens op Kostschool": https://www.dbnl.org/tekst/perr011jong01_01/perr011jong01_01_0008.php

Een interessant citaat op pagina 35:

"In internaten van congregaties als de Broeders van Oudenbosch werd alles zoveel mogelijk door broeders van de eigen congregatie gedaan. Zoals mieren- en bijenkolonies hun werkmieren en werkbijen kennen, sprak men wel van
‘werkbroeders’. Er was een broeder portier, een broeder tuinman, een broeder kok, een ziekenbroeder. Soms was er een broeder boer, want nogal wat internaten en kloosters hadden een eigen boerenbedrijf. In Oudenbosch was er een broeder met een kapperswinkeltje. Hij was verantwoordelijk voor het kortwieken van honderden jongens. Dat deed hij nogal drastisch, wat strubbelingen opleverde toen de Beatles populair werden."

Gezien dat gebruik om broers naar hun taak te vernoemen, is het niet moeilijk om op de bijnaam "kietelbroeder" te komen.
Mark Goossens zei op 8 maart 2019 om 04:09
Het doet me ook denken aan Peyo, de striptekenaar van de Smurfen die een soortgelijk benamingssysteem hadden (Muzieksmurf, Kleermakersmurf, Knutselsmurf, Boerensmurf etc. etc.) Wat blijkt? Peyo deed zijn lagere en middelbare school bij Saint Louis in Brussel.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 11 maart 2019 om 08:34
Inderdaad Mark, die vergelijking ligt met die strip ligt voor de hand. Bijzonder boek overigens, dat van Jos Perry. Dat geeft toch ook weer een aardig inkijkje in het reilen en zeilen van Oudenbosch.

Dank voor je berichtjes!
Kees Backx zei op 12 maart 2019 om 17:02
De Broeders van St. Louis hadden in Oudenbosch ook jarenlang (al voor WO II) een kweekschool voor onderwijzers. Met bijbehorend internaat. Daar zaten vooral veel Zeeuws-Vlamingen. Die kweekschool heette jarenlang 'Bisschoppelijke kweekschool Saint Jean Baptiste de la Salle'. Ik heb er in de jaren zestig mijn opleiding tot onderwijzer gevolgd. We kregen les op de begane grond, van zowel broeders als lekendocenten. De studenten waren zowel intern als extern. De leslokalen werden in de avonduren gebruikt als studiezalen voor het internaat, de aula werd dan recreatiezaal. De slaapzalen, met chambretten, waren op de bovenverdieping. Er was een 'studentenvereniging'. Het hoofd daarvan werd 'paus' genoemd. De eerstejaars werden ontgroend. Omstreeks 1966 verhuisde de kweekschool naar een nieuw gebouw aan de Pagnevaartweg. De naam veranderde toen in Hogere Pedagogische School De Vossenberg, later Pedagogische Academie. Toen kwam er ook een havo-top bij met ook vrouwelijke leerlingen. Tot die tijd was het een pure mannengemeenschap. De verhuizing naar het nieuwe gebouw betekende nogal wat voor de internen: waren ze gewend vanuit de refter zo het klaslokaal in te kunnen, nu moesten ze vaak door weer en wind per fiets of per brommer naar de andere kant van Oudenbosch.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 13 maart 2019 om 08:59
Hallo Kees, dank voor je beschrijving. Zat jij daar zelf intern of extern? Heb je de ontgroening zelf als heftig ervaren? En wat betekende de komst van vrouwelijke leerlingen voor de sfeer? Kun je daar iets meer over vertellen?
Adrie Habermans zei op 13 maart 2019 om 10:48
5 jaar heb ik op St Louis gezeten. 1955-1960
Het waren 5 prachtige jaren. met vele prachtige herinneringen

De jongens op de foto (hocky spelers) herken ik wel die waren van mijn tijd
Hun namen kan ik me jammer genoeg niet herinneren
Adrie Havermans zei op 13 maart 2019 om 10:50
Sorry my name should be Havermans, not habermans
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 13 maart 2019 om 10:57
Dank voor je bericht, Adrie. Goed om te horen dat het zulke mooie jaren voor je waren. En helemaal leuk dat je nog wat van die jonge hockeyspelers herkent! Misschien reageren er hier nog wel een paar.. Zijn er naast het sporten nog andere dingen die je zo leuk vond aan het internaat toen?
Virginie Broeknq- zei op 14 maart 2019 om 19:32
Volgens mij klopt het adres niet. Saint Louis was Markt 34 en niet 65, dat kan niet. St. Anna zat aan de andere kant van de straat en was Markt 61. Ik heb op beide internaten gezeten. St. Anna werd opgeheven en toen mochten de meisjes naar Saint Louis. Ik behoorde tot de eerste groep die overging.
Cor Koene zei op 19 maart 2019 om 11:40
Ik zat in de periode 1957-1961 intern op de Bisschoppelijke Kweekschool Saint Jean Baptist de la Salle. Eind augustus, begin september 1957 had mijn moeder me afgeleverd bij de voordeur, Markt 34. Die ingang zou ik later nooit meer gebruiken. Ik nam altijd de zijingang. We woonden in Zuidzijde, een klein dorpje op Goeree en Overflakkee, destijds nog een eiland. Via Middelharnis, Den Bommel en Sluishaven kon je naar de overkant varen. Via Sluishaven was het de kortste weg naar Oudenbosch, maar in die tijd was er naar Sluishaven en vanaf Dintelsas geen openbaar vervoer. De reis werd dan ook de eerste keer met een grote omweg via Middelharnis gemaakt. Vanaf Zuidzijde naar Middelharnis was het 15 kilometer met de bus naar het Havenhoofd, vervolgens een half uurtje varen met de veerboot naar Hellevoetsluis. Daar werd de stoomtram genomen naar Rotterdam via Spijkenisse naar het Stieltjesplein. Vandaar namen we de elektrische tram, lijn 2 of lijn 9, naar het Centraal Station. Met de trein ging het vervolgens naar Oudenbosch. Hoe lang de reis precies duurde, weet ik niet meer. Met de wachttijden erbij misschien wel vier uur. Zo heb ik die reis later nog maar een keer gemaakt, maar dat is een verhaal apart. Bij de voordeur van Saint Louis zwaaide ik nog een keer naar mijn moeder. Het was even zoeken om op de goede plek te komen. Dat was de aula van de kweekschool, om zo te zien een leuke en gezellige ruimte. Wat direct mijn aandacht trok, was het biljart. Omdat ik thuis in Zuidzijde dat spel in het plaatselijk café geleerd had, aarzelde ik niet, pakte een keu, 'krijtte' deze en begon te spelen. Ik was nog maar net bezig, of ik werd op mijn schouder getikt door een oudere jongen. Hij droeg een hoed en zag er daardoor erg vreemd uit. Hij zei niets, maar gebaarde dat ik de keu terug moest zetten. Verbouwereerd volgde ik het bevel op, waarna ik door de jongen mee werd genomen naar een ruimte waar kisten stonden, kennelijk net aangekomen, waarin spullen en kleren zaten. Ook mijn kist stond er bij. Die hadden we thuis door bode Both uit Middelharnis laten ophalen. De kisten stonden wat rommelig door elkaar. Ik moest met een paar andere jongens ze ordelijk neerzetten. Wat ik toen nog niet wist, was dat dat eerste werkje het begin was van onze ontgroening.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 19 maart 2019 om 15:17
Wat een indrukwekkend verhaal, Cor. Van die ongekende - bijna - 'wereldreis' die je moest maken om er te komen (zo moet je het destijds waarschijnlijk toch ook hebben ervaren?), tot de veerkracht van zo'n jongen om op zo'n vreemde plek toch te gaan biljarten. Daaruit spreekt een enorm doorzettingsvermogen (zoals ik het lees, in ieder geval).

Je verhaal stopt bij het ordelijk neerzetten van de kisten, als onderdeel van de ontgroening. Wat bij mij de vraag doet rijzen: hoe is het je verder vergaan? Wil je daar meer over vertellen?
Cor Koene zei op 19 maart 2019 om 20:01
Toen ik op de kweekschool kwam, wist ik niet dat ik de eerste week samen met mijn klasgenoten door de vierdejaars studenten ontgroend zou worden. Dat was dus een verrassing. De kennismaking met de jongeman met de hoed was al onaangenaam, maar dat was niets vergeleken met wat me de dagen daarna zou overkomen. Ontgroening moet een kennismaking zijn, een introductie inhouden, maar voor mij was het een ware beproeving. Ik heb dit zogenaamde ritueel dan ook als zeer onprettig, ronduit vernederend en soms erg bedreigend ervaren. Onprettig en beledigend waren de onbeschofte opmerkingen van de oudejaars over mijn uiterlijk en mijn Flakkees taaltje. Bedreigend vond ik de situatie toen ik tijdens een dropping te maken kreeg met een paar agressieve ontgroeners, die in een cafeetje waar we langs moesten, zaten te zuipen. Onder dat stel bevonden zich lui met sadistische trekjes. Als ik met twee of drie van hen te maken kreeg, keek ik wel uit om me te verzetten. Ze lieten je voor straf gerust een uur of langer op je knieën zitten op een harde vloer. Toen ik een keer alleen met een pestkop was, heb ik me wel verzet en hem de vijver ingeslagen. Ik heb het geweten. ’s Avonds werd ik in een donker vertrek - met het felle licht van een lamp op mijn gezicht - door een soort tribunaal onderhouden over mijn gedrag. De ergste pesterijen werden met me uitgehaald als ik alleen was en de overmacht groot. De ontgroening duurde vijf dagen. Ik had me kunnen onttrekken aan de ontgroening, als het te veel voor me was geweest, maar daar heb ik nooit over gedacht. Ik besloot de beproeving uit te zitten. Een paar van mijn klasgenoten hebben dat niet gedaan. Die zijn na een paar dagen afgehaakt. Op de slotdag maakten we een vernederende wandeling door het dorp, aangegaapt en uitgelachen door de dorpelingen. Na een duik in de vijver mochten we gaan douchen. Toen ik uit de doucheruimte stapte, werd ik gefeliciteerd door mijn eerste plaaggeest, de man met de hoed. Toen ik als vierdejaars en ‘paus’ met de organisatie van de ontgroening van de nieuwe eerstejaars belast werd, heb ik samen met de twee ‘prefecten’ een reglement opgesteld om de ontgroening in betere banen te leiden. Wie zich niet hield aan de opgestelde regels, zou geschorst worden. Hoewel we elkaar goed in de gaten hielden, bleken er toch twee vierdejaars buiten hun boekje gegaan te zijn. Zij werden uitgesloten van verdere deelname aan de ontgroening.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 20 maart 2019 om 11:11
Met groeiende ontsteltenis lees ik je bijdrage, Cor. Wat mij intrigeert, is het feit dat je zo stellig bent dat je niet wilde afhaken. Wat maakte dat je dit allemaal kon doorstaan?

Op een bijzondere manier is het ook geruststellend om te lezen dat het in feite niet voor niets is geweest en dat je - samen met anderen - een reglement hebt opgesteld (waaraan mensen zich dus ook echt moesten houden). Maar al met al blijft het een ijzingwekkend verhaal. Wat goed (en sterk) dat je dat hier vertelt.
Cor Koene zei op 21 maart 2019 om 11:06
Een week na de ontgroening werd ik geconfronteerd met de A-griep. Elders in de gebouwen van Saint Louis zullen er wel meer zieken zijn geweest, maar op de kweekschool was ik de eerste. Ik had 41 graden koorts en voelde me doodziek. Ik kon niet op mijn benen staan. Hoewel bekend was dat de griep er aan kwam, dacht ik in het begin dat ik ziek was geworden door de onderdompeling in de vijver bij de ontgroening. Broeder Cyprianus die mij verzorgde, vertelde echter wat er werkelijk aan de hand was. Een medicijn tegen deze griep was er niet. Geduldig uitzieken was de beste remedie. Na een dag of vijf was ik aardig opgeknapt. Op de slaapzaal, waar ik tot dan toe in mijn eentje had gelegen, waren steeds meer jongens het bed in gedoken. De lessen waren stilgelegd. Ieder die nog niet ziek, maar dat waren er niet veel, mocht naar huis. Ook ik mocht weg. Mijn ouders hadden totaal geen weet gehad van de gebeurtenissen die ik in de voorbije weken in Oudenbosch had meegemaakt. Na deze bijzonder slechte start is me verder op de kweekschool nooit meer iets vervelends overkomen. Ik heb er vier prachtige jaren meegemaakt, waar ik nog steeds met plezier aan terug denk.
Wim Avontuur zei op 21 maart 2019 om 23:55
Ik heb in de periode 1959/1966 op Saint Louis gezeten. De eerste twee jaar in de 5 en 6e klas Lagere School. Daarna 5 jaar op de HBS (heette destijds Thomas More College en thans Markland College), waar ik mijn diploma HBS-A gehaald heb. Ik zat op kostschool omdat mijn vader schipper was. Ook mijn broers en zus hebben op kostscholen in Brabant gezeten. Er valt veel over te vertellen en het roept zowel goede als slechte herinneringen op. Wordt vervolgd.
Cor Koene zei op 22 maart 2019 om 00:16
Al in de eerste klas van de lagere school wist ik wat ik wilde worden: broeder. Broeder Ireneus in Achthuizen was mijn voorbeeld. Toen de broeders in 1950 weggingen, kwamen daarvoor leken in de plaats. Meester Cremers, een piepjonge onderwijzer uit Stampersgat, werd mijn nieuwe idool. Hij is voor mij tijdens mijn lagere schoolperiode de beste onderwijzer geweest. Ik was van nature leergierig en daarom bij deze man precies op mijn plaats. Ik leerde van hem opstellen schrijven en buiten het normale klassenwerk om redekundig ontleden en taalkundig benoemen. Verder kon hij prachtig vertellen. Als hij het had over de veldtocht naar Rusland, was het of hij er aan deel genomen had. Ik was nog maar een ventje van een jaar of tien, maar ik kreeg van hem de zorg over de schoolbibliotheek. Ik moest de boeken kaften, de uitleen organiseren en de boekhouding doen. Dat ik geen broeder zou worden was snel duidelijk. Dat ik toegelaten werd tot de kweekschool was curieus. Daar ging een ‘keuring’ aan vooraf. Ik herinner me nog levendig de gehoortest. Eigenlijk had ik daar nooit doorheen mogen komen. De test werd afgenomen in de gymnastiekzaal door een jonge leraar, mijnheer Hoornick. Opgesteld in een lange rij werden we - 27 jongens, in alfabetische volgorde, de jongens met namen beginnend met een A voorop, die met een Z achteraan - om beurten opgeroepen om aan het eind van de zaal te gaan staan en de getallen na te zeggen die door mijnheer Hoornick aan de andere kant van de zaal werden geroepen. Het was een simpele test, maar voor mij een obstakel van jewelste. Behept met een ernstige, erfelijke slechthorendheid wist ik dat ik geen schijn van kans had hier door te komen. In een tête-à-tête gesprek kon ik me goed redden, maar als ik een spreker niet kon zien, kon ik hem wel horen, maar niet verstaan. Met de naam Koene stond ik ongeveer in het midden van de rij, een gelukkige omstandigheid, omdat ik daardoor even tijd had om iets te bedenken. Ik nam me voor op elke schreeuw van Hoornick in ieder geval te reageren…. De test voor wat betreft de andere jongens verliep vlot. De ene na de andere jongen werd afgewerkt, drie getallen, drie antwoorden, fluitje van een cent. Toen kwam ik. Hoornick: Vierentachtig! Ik: Zesendertig! Hoornick: Zesenvijftig! Ik: Achtentwintig! De klas lag in een deuk. Hoornick liep rood aan. Hoornick: Negentwintig! Ik: Zeventien! Hoornick was het zat. ‘Wegwezen, volgende…’ Een paar weken later kwam Hoornick naar me toe: ‘Çor, ben jij echt doof?’ Bij de keuring was ik door hem aangezien als grappenmaker….
Christian van der Ven
Christian van der Ven bhic zei op 22 maart 2019 om 09:33
@Cor: Tjonge, dat is wel een enorm valse start op de kweekschool, door de griep! Maar gelukkig kun je met plezier terugkijken op de prachtige tijd erna. En bedankt ook voor je leuke verhaal over die gehoortest! Je lijkt me iemand die steeds een goede band met zijn leraren heeft gehad, toch?

@Wim: Goede en slechte herinneringen, van beide krijgen we in de reacties op deze website talloze voorbeelden te lezen! Ik ben benieuwd naar je vervolg. Hadden je broers en zus dezelfde (gemengde) ervaringen? Of zaten er veel verschillen tussen hoe jullie allemaal jullie tijd op kostschool hebben beleefd?
Cor Koene zei op 22 maart 2019 om 20:52
In de derde klas voerden we een toneelstuk op voor de andere studenten van de kweek: Meeuwen boven Sorrento. We hadden ons goed geprepareerd en al ons acteertalent aangesproken. De uitvoering viel dan ook goed in de smaak. Omdat we onze inspanningen graag nog een keer beloond zagen, namen we contact op met de directrice van de meisjeskweekschool Sint Anna met de vraag, of we daar het stuk ook een keer mochten spelen. De directrice reageerde niet onwelwillend, maar wilde wel eerst kennis nemen van de inhoud. Ze zou de tekst voorleggen aan zuster Anna, de lerares Nederlands. Daar hadden we uiteraard geen bezwaar tegen. We haalden de tekst meteen op en zouden de volgende morgen terug komen. We voorzagen geen enkel probleem, maar tot onze grote verbazing kregen we de andere dag een negatief antwoord. Zuster Anna vond de inhoud voor de meisjes niet geschikt. Zij was gestruikeld over het feit dat matroos Haggis een gescheiden man was.
Met Sinterklaas werden wij vaak gevraagd op scholen om Sinterklaas en Zwarte Piet te komen spelen. Dat deden wij altijd graag. Ik herinner me Zwarte Piet te zijn geweest op de schippersschool in Oud-Gastel en ook in het ‘ziekenhuisje’ op het terrein van Saint Louis. Daar ging het bijna mis. Toen we met ons team aankwamen, kwam er net een ander team naar buiten. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Op Sint Anna was ik een keer Sinterklaas. Ik zat met mijn Zwarte Pieten op een podium voor een stampvolle zaal. Er werden pepernoten gestrooid, liedjes gezongen en voorgelezen uit het grote boek. De stemming zat er goed in. Opeens kwam er een zuster naar me toe: ‘Sinterklaas, zou U Uw voeten wat dichter tegen elkaar willen zetten? De meisjes zien Uw lange broek.’
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 24 maart 2019 om 17:33
@Cor: Prachtige aanvullingen, Cor, bijna onvoorstelbaar nu: een stuk weigeren omdat er een gescheiden man in voorkomt. Ik kan me voorstellen dat jullie die afwijzing om die reden niet zagen aankomen ;)
Ook de opmerking tegen Sinterklaas maakt me aan het lachen, hoewel dat vast niet de bedoeling was van de zuster...
Rene Schuijbroek zei op 25 maart 2019 om 10:51
Nou mijn tijd toen was een zwarte bladzijde in mijn leven. Ben zelfs op een paar rolschaatsen midden in de nacht naar huis in Prinsenbeek gegaan maar verder dan de voor deur van de winkel van mijn ouders kwam ik niet want de deur werdt door broeder Hygienes open gedaan en kon zonder mijn ouders te groeten kon ik instapen en terug naar oudenbosch .en kon toen voor straf 6 weken niet naar huis en ook geen bezoek ontvangen .maar hoe ouder je wordt heb ik toch spijt dat ik daar mijn bakkers diploma’s niet heb gehaald maar op gts in Breda.
Rene Schuijbroek zei op 25 maart 2019 om 11:02
Heb van 1961 tot 1963 op Saint Louis gezetten .
Theo Daniels zei op 25 maart 2019 om 11:15
Ben nu 74. St Louis is de mooiste tijd van mijn leven geweest gedurende 2 jaren.
Cor Koene zei op 25 maart 2019 om 11:21
Wij jongens van de kweekschool struinden in onze vrije tijd door Oudenbosch, de meisjes van Sint Anna hadden die vrijheid niet. Ze werden zoveel mogelijk binnen de poorten gehouden. Op ons vaste rondje langs het cafetaria van Riekie en de basiliek kwamen we de meisjes - ze waren strikt gehouden aan ‘het bevel’ niet te lang weg te blijven - toch wel eens tegen, meestal ’s middags na het vieruurtje. Die contacten waren over het algemeen vluchtig. In een enkel geval ontspon zich een vriendschap, een verkering en kwam het later zelfs tot een huwelijk. Af en toe waren er ‘officiële’ contacten in de vorm van culturele ontmoetingen tussen de scholen, niet alleen met Sint Anna, maar ook met Het Withof in Etten. Op een keer - tot onze grote verbazing eigenlijk, want wij geloofden niet dat de zusters dit aandurfden - kwam het na een uitnodiging van ons zelfs tot een bezoek van de meisjes aan onze school. We lieten ze zien waar wij woonden, sliepen, aten, sportten en recreëerden. We namen de meiden mee door het hele gebouw, de refter, de aula, de studiezaal, de gymzaal en de kapel. We hadden het bezoek niet in een bepaalde vorm gegoten, maar na de ontvangst bij de stoep ontwikkelde het zich spontaan tot een soort rondleiding in kleine groepjes. Ik herinner me daar niet zo veel meer van. Toch had het bezoek voor mij nog een kleine nasleep. Twee dagen later kreeg ik namelijk een brief van een mevrouw uit Breda. Mede namens haar dochter nodigde ze me voor de volgende zondag uit voor een etentje bij hen thuis, lief natuurlijk, maar ik heb de uitnodiging afgeslagen. Ik had geen flauw idee wie dat meisje was geweest.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 25 maart 2019 om 11:22
@Rene: wat een verhaal zeg, zo'n 'ontsnapping' in het donker en op rolschaatsen nog wel. Ik begrijp dat je echt met gemengde gevoelens op deze kostschooltijd terugkijkt. Dat zien we trouwens ook bij veel andere oud-leerlingen die op deze site reageren. Je reactie maakt maar weer duidelijk, dat je op oudere leeftijd soms weer anders tegen zo'n kostschoolverblijf gaat aankijken. Bedankt voor het reageren!
Marijn Van Lisdonk zei op 25 maart 2019 om 22:55
Ik heb in 1961 de zesde klas gedaan, eerst bij broeder Savio en daarna bij broeder Patrick. Over het algemeen heb ik een fijn jaar gehad al heb ik wel momenten in mijn herinnering van broeder Patrick die zeker voor een paar medeleerlingen niet prettig zijn geweest. Ik zat op de middencour en na schooltijd was er veel tijd voor sport, handbal, voetbal en zwemmen in bosbad Hoeven. Had een paar vrienden, Boudewijn van den Berg en Jan van Eijk.
Rene Schuybroek zei op 26 maart 2019 om 12:32
Heb ik ook gezeten midden cour en
1 1/2 jaar kleine schuur . En Bosbad ja ook een verhaal
We lagen met een stuk of 6 jongens bij meisjes die we
s’morgens tegen kwamen al we naar de technische school liepen .
Broeder Hygienus bijnaam ( de Struis ivm zijn wilde bos haar )
Hij wees ons 6 man aan en aankleden en ons meden in de Grote schuur.
Was vlak voor de grote vakantie. En of we ons beter konden gedragen ,
Grote vakantie werdt 3 weken in gekort moesten alle 6 drie weken .blijven . Waren trouwens wel mooie 3 weken weet ik nog wel .

Door de tuin achter bij Buys negerzoenen en
Rene Schuybroek zei op 26 maart 2019 om 12:35
En bij Buys kregen we altijd de negerzoenen die
kapot of mislukt waren om s’middags tussen de boterhammen
te doen .
Paul van Lieshout zei op 26 maart 2019 om 15:08
Komende vanaf het Klein Juvenaat in Oudenbosch, dat gesloten werd, ben ik (aug ’68) verder gegaan bij Saint Louis; iets meer medebewoners, maar niet minder gezellig.
Hier heb ik de resterende 3 jaren van de Mulo afgemaakt en in mei 1972 mijn diploma gehaald. Dit was ook tevens mijn einde van mijn kostschooltijd; ik ging weer thuis wonen.
Wat ik nog van Saint louis kan herinneren is best wel veel. Nog steeds slapen op grote slaapzalen, douchen (1*per week) onder de kapel, en kattenkwaad uithalen. Maar ook veel sporten op de cour en in de wintermaanden knutselen (modelboten bouwen).
Wat ook typisch des Saint Louis was: de schaatsbaan op de cour. Was voor een aantal dagen vorst voorspeld, dan ging ’s nachts een van de broeders met de tuinslang met op het einde een buis met kleine gaatjes, over de cour rondjes lopen. Net zolang totdat er ongeveer 5 cm ijs lag. En wij dan de volgende dag(en) maar schaatsen. Kon je ook niet door het ijs (van de vijver achter in de tuin) zakken.
Ook hadden we ‘buitenactiviteiten’ als je zwemdiploma’s halen in het plaatselijke zwembad (schoolzwemmen bestond nog niet), of (derdejaars) naar Roosendaal voor dansles, en dan altijd weer 1 tot 2 treinen terug naar Oudenbosch ‘missen’;-)
Mocht je op het Juvenaat uitsluitend met de schoolvakanties naar huis, op Saint Louis moest je ten minste 1 keer per drie weken naar huis. Behalve in de examenperiode (4de jaar Mulo) dan mocht je in Oudenbosch blijven. En dan maar hopen dat er op het meisjespensionaat aan de overkant ook nog wat studentes waren. Want als het pensionaat dan een open dag of fancy fair had, waren wij jongens niet te beroerd om van die uitnodiging gebruik te maken.
Zwarte bladzijden waren er ook in de vorm van 2 sterfgevallen; een keer een studiegenootje die tijdens de verplichte studieles dood op de gang gevonden werd. En een klasgenoot die voor onze ogen, op weg van school naar huis, dodelijk verongelukte; hij werd door een oplegger overreden. Zaken die ik na 50 jaar nog herinner als de dag van gister.

Blijft de vraag of ik er een prettige tijd heb gehad? Ja, zeker wel. Ik heb er geen vervelende zaken meegemaakt! Maar toen mij vroeger deze vraag werd gesteld, volgende ook altijd de opmerking dat ik mijn eigen kinderen toch liever in hun eigen omgeving / dorp (zou) laat opgroeien. Wat ook gebeurd is.
Marijn van Lisdonk zei op 26 maart 2019 om 16:07
Als ik zo de verhalen lees dan hebben de meesten wel de zelfde ervaring gehad. Ik heb er maar een jaar gezeten en over het algemeen een mooi jaar gehad. Al was de start niet helemaal zoals ik me gewenst had. Op donderdag werd ik door mijn zus bij de voordeur afgezet met mijn koffertje en dat op een leeftijd van 11 jaar. Vrijdagmorgen kregen we bij het ontbijt een rolmops welke ik thuis nog nooit gegeten had. De jongens om me heen zeiden dat ik deze op moest eten anders kreeg ik er nog een en zou de broeder bij me blijven tot ik hem op had. Dus ik dat ding opgegeten. In de klas begon mijn maag op te spelen en werd ik doorgerwezen naar de ziekenzaal. Na een paar glazen water gedronken te hebben verliet deze vis mijn mond mijn lichaam. Wel vond de ziekenbroeder het nodig om mij een paar dagen ter observatie te houden. Was meteen een goede ontgroening.
Verder heb ik een mooie tijd gehad met veel afwisseling, sport en zangkoor.
Een mooi verhaal is dat ik een periode in Oosterhout in een woninginrichting heb gewerkt en dat er op een dag een mevrouw en een mijnheer bij wij kwamen op hun huis in te richten. Nadat de verkoop was afgerond moest ik de namen noteren. Tot zijn verbazing zei ik dat ik hem wel kende maar dan onder een speciale naam n.l. Broeder Ostwald. Hij was hoofdbroeder van de midden cour.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 26 maart 2019 om 16:43
@ Marijn: fijn dat je hier je herinneringen met ons wilt delen. Jullie konden je energie zo te lezen goed kwijt met al die sporten. Ik kan me ook wel voorstellen je wat dubbele gevoelens hebt, ook al is jou dan persoonlijk niets overkomen, zoals je aangeeft. Ik begrijp uit je verhaal dat er dus wel een paar leerlingen waren die eruit werden gepikt. @ Rene: mooie anekdote! Ik zie die boze 'Struis' wel voor me. Wel een fikse straf zeg, drie weken van je vakantie af. Maar dat afspreken met de meisjes zal toch niet ineens over zijn geweest, of wel? @ Paul: bedankt voor je verhaal; heb het met plezier gelezen! Goed om te horen dat de balans, alles bij elkaar, zo positief uitvalt. Begint al met die overstap, dat is dan even spannend denk ik, maar gelukkig bleken dat nieuwe regime en al die nieuwe kostschoolgenoten mee te vallen. Kan me ook wel voorstellen dat jullie het helemaal niet zo erg vonden, dat jullie op Saint Louis ineens vaker naar huis terug "moesten" : ) En toen belandde ik aan bij die zwarte bladzijden (dat kun je wel zeggen ja). Was ik niet op voorbereid! Wat luguber zeg, al helemaal om dat zo jong mee te maken...
Rene Schuybroek zei op 26 maart 2019 om 17:23
Inderdaad. Broeder Oswald wel een geschikte broeder,
En Broeder Germanis met zijn duiven naast de
ontspanning ruimte
Piet Romme zei op 27 maart 2019 om 23:08
Kennisnemend van de ingediende reacties het volgende. Het is jammer dat in de reacties niet geheel duidelijk is aangegeven welke jaren op de kostschool zijn doorgebracht. Zelf heb ik van 1946 tot 1949 op St Louis doorgebracht en Mulo A en Mulo B gehaald. Het leven op de kostschool is voor mij volgend geweest op de algemene ontwikkelingen in de buitenwereld en in het onderwijs. Door de reacties in “tijdsvolgorde” te plaatsen zou dan waarschijnlijk geconcludeerd kunnen worden dat de Broeders snel met de tijd meegingen in het onderwijs. In mijn tijd waren er drie afdelingen, die los van elkaar stonden n.l - de lagere school met kleine cour,hier vooral schipperskinderen - de MuloA en B en handelsschool met grote Cout. De jongens waren vooral afkomstig middenstanders en voor ruim de helft van boven de rivieren. - de kweekschool met eigen gebouwen, voorzieningen en cour. Contacten tussen de afdelingen bestonden er vrijwel niet in mijn tijd. Een vakschool voor oa bakkers is in die tijd begonnen. Mijn eigen ervaringen naar en op kostschool zal ik gemotiveerd en uitgebreid vergezeld van wat foto’s later naar u op sturen. Met vriendelijke groet, Piet Romme (adres verkrijgbaar via het BHIC)
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 28 maart 2019 om 10:43
@Piet: dank voor je heldere bijdrage. En helemaal mooi natuurlijk dat je ons nog meer gaat sturen, mét foto's. We wachten het met plezier af!
En ik begrijp je eerste opmerking wel. Het zou vanuit een historisch oogpunt prachtig zijn om op deze en andere internatenpagina's de reacties op die manier chronologisch te rangschikken. Al die reacties bij elkaar vormen toch al een behoorlijk bronnencorpus, een heel waardevol corpus ook. Dat gaat op deze plek, alleen al om technische redenen, niet lukken, maar de suggestie staat genoteerd. Het project is nog maar net van start gegaan, dus wie weet hoe alle resultaten in de toekomst nog ingezet gaan worden. Je zou er heel wat boekjes van kunnen samenstellen... Hartelijke groeten,
Cor Koene zei op 28 maart 2019 om 11:12
Het is niet moeilijk om de verhalen in een bepaalde volgorde te zetten. Ik heb mijn bijdragen elk apart en onder elkaar gekopieerd in een Word-bestand.
Virginie Broeken zei op 28 maart 2019 om 11:57
Ik denk dat iedere leerling al een boek kan schrijven over zijn internaatsleven. Ik heb 3 jaar op Saint Louis (1979 - 1982) gezeten en 10 jaar op Sint Anna (1969 - 1979), met een wereld van verschil. Ik heb 3 fijne en goede jaren op Saint Louis gehad.
Cor Koene zei op 28 maart 2019 om 12:14
Eerst op een meisjesschool, daarna op een jongensschool? Kun je dat uitleggen, Virginie? Fijne en goede jaren op Saint Louis, schrijf je, over Sint Anna zeg je niets. Kun je daar ook iets over zeggen?
Virginie Broeken zei op 28 maart 2019 om 12:21
Ik wil hier niet alles zeggen om verschillende redenen. Maar het feit dat ik naar Saint Louis ging, kan ik wel uitleggen. Het meisjesinternaat werd in etappes opgeheven en ik behoorde tot de oudste meisjes op Sint Anna en die groep werd als eerste overgeplaatst naar Saint Louis. Wij werden in de oudste groep jongens geplaatst. Daardoor konden andere jongens niet dat jaar doorstromen binnen Saint Louis. Dus uiteindelijk is Sint Anna opgeheven en is Saint Louis een gemengd internaat geworden. Nog steeds waren er in verschillende groepen broeders die de groep draaiden samen met een leek. Ik had broeder Gerardo en later broeder Revocatus. Ik ging in het dorp naar het Thomas More College.
Wim Avontuur zei op 28 maart 2019 om 12:28
Beste Virginie, ik ken veel mensen die lang op het internaat gezeten hebben. Ik zelf 7 jaar (1959/66 op St Louis en daar LO en HBS gevolgd) en mijn zus 10 jaar denk ik. Wij waren schipperskinderen. Maar 13 jaar is wel het absolute record wat ik ooit gehoord heb. Knap dat je toch nog positief denkt over Saint Louis.
Piet Romme zei op 9 mei 2019 om 23:07
In de oorlogsjaren van 1939 tot 1946 ging ik naar de lagere school. Door de ervaringen van de oorlog en vooral het zien van het oorlogstuig wilde ik al zeer jong INGENIEUR worden. Het schooladvies was: word maar boer en volg later cursussen voor land- en tuinbouw en veeteelt. Het hoofd van de school gaf die cursussen zelf. Een niet ongebruikelijk advies in Brabant.
Ik mocht toch toelatingsexamen doen voor zowel het lyceum te Breda als het lyceum te Roosendaal, maar helaas 2x gezakt!. Ideaal vervlogen!?
Mijn ouders wilde mij laten leren en kozen voor de kostschool Sint Louis te Oudenbosch. Ik ben er 3 jaren geweest van 1946 tot 1949. Ik heb er MULO A. en MULO B. diploma's gehaald in 3 jaren. Alle lessen werden gegeven door Broeders. De kwaliteit van het genoten onderwijs werd zo goed beoordeeld dat ik naar de 4e klas HBSb mocht op het lyceum te Breda waar ik 3 jaar eerder was gezakt en toen niet werd toegelaten. Ik had bepaald geen achterstand in talen of exacte vakken. Ik had er voordeel van, want mij was ook geleerd te studeren en orde te houden.
De broeders waren streng in de klas. Hun devies was : "iedereen is toch naar St Louis gekomen om zijn diploma te halen''.

Gedurende mijn kostschooljaren heb ik zelf of van mijn vele vriendjes nooit iets gemerkt of gehoord van seksueel wangedrag door Broeders.
Van Broeders, die later in de media en bij lotgenoten genoemd werden heb ik er 3 gekend, maar ik heb over hen in dit opzicht nooit iets gemerkt of gehoord tijdens mijn jaren op St Louis.

Het dagelijkse weekrooster was : om 6,30 uur wakker, 7.00 uur in de kapel voor H. Mis, 8.00 uur ontbijt in de refter, 9.00 uur tot 12.00 uur les met pauze van 15 minuten, 12.30 uur warm eten (bord leeg), 14.00 tot 16.00 les. Vanaf 16.00 uur 'vrij' maar ook de tijd om onder toezicht en met hulp huiswerk te maken, strafwerk te maken, extra lessen voor bv muziek, typen, zang, judo, etc
Op Zaterdag en Zondag geen les. Veel sport, muziek, uitvoeringen e.d..
Het dwingende karakter van het rooster heb ik niet als last ervaren. De vele vrije tijd bood gelegenheid van alles te leren en veel te sporten. Ik heb er toen en later van genoten en nu nog dagelijks. Ik ben inmiddels 86.
Zowel in de klas als vrije tijd stond je voortdurend onder toezicht van de Broeders. Niets doen in de vrije tijd werd gezien als: 'des duivels oor kussen'. Dat was negatief. Je werd aangespoord toch iets te gaan doen.
Als je ruzie maakte kwamen de Broeders snel tussen beiden en na een vermanend gesprek moest je elkaar de hand geven en zo niet : strafwerk.
Als er gepest werd moest je onder toezicht vergiffenis vragen en beloven het niet meer te zullen doen of je kreeg direct: strafwerk gaan maken.
De opgegeven straffen waren veelal strafregels of derde machten volledig uitschrijven bv 326x326x326. Ik heb ervan geleerd: snel te rekenen en behoorlijk netjes te schrijven.

10 keer per jaar werden er kaarten uitgedeeld met cijfers voor: gedrag in de klas, ijver in de klas, gedrag buiten de klas en welgemanierdheid aan tafel. Bij gemiddeld meer dan 8 was de kleur: goud. Bij gemiddeld tussen 6 en 8 was de kleur: rood. Lager gemiddelde dan 6: zwart.Ik ken ze alle drie.
De kaarten werden altijd uitgedeeld vlak voor de bezoek weekeinden. Je kon de kaart trots of aarzelend aan je bezoek, (vaak je ouders) tonen.

Natuurlijk heb ik jongens gekend met (veel) heimwee. Het ging meestal wel over. Ook heb ik jongens gekend, die zeer ontevreden en ongelukkig waren. Zij hadden last van het strenge rooster en altijd te moeten leven onder streng toezicht. Dit kan voor jongens in de puberteit natuurlijk zeer moeilijk te accepteren zijn.
De broeders namen tijdens de bezoekuren van ouders de tijd om de problemen te bespreken. Aan de hand van dit gesprek werd een heel enkele keer besloten terug naar huis te gaan en nog minder weggestuurd bij ernstig wangedrag en geen voornemen met toezegging tot verbetering.
Naar mijn overtuiging is de in het voorgaande aangeduide handelwijze een passende manier voor opvoeding van jongens in de puberteit of jonger.
Voor oudere jongens zal deze vrij strenge aanpak minder passend zijn. Zij zijn immers in een andere levensfase dan pubers.

Diverse malen heb ik negatieve ervaringen gehoord en op internet gelezen over de kostschooljaren.Meestal lag dan de schuld bij de kostschool en vrijwel nooit bij kostschoolganger. Voor mij geldt echter: 'waar twee ruzie hebben kunnen ze alle twee schuld hebben' en daarover lees ik vrijwel niets. Bovendien tijdens de groei naar volwassenheid met het zoeken naar de eigen weg zijn botsingen met het gezag toch menselijk, normaal en veel voorkomend. Voor mij blijft de vraag als je thuis gebleven zou zijn was je dan een beter mens geworden of zou je meer bereikt hebben? Mijn ouders zouden niet anders gedaan hebben, indien zij er tijd voor hadden gehad op de boerderij.
Slechte of gemene Broeders ben ik niet tegengekomen op St. Louis. Wel strenge, maar is dat zo erg voor puberende jongens met een forse dadendrang en flinke dosis eigengereidheid?

De kostschool St Louis is voor mij de redding geweest om mijn jongens ideaal te kunnen verwezenlijken en daarom onderteken ik nu met:
Ir P.J.C. Romme c.i.

P.S. 1. Foto's van mijn jaren op kostschool zal ik afzonderlijk toesturen.
2. Aan Bhic heb ik eerder een 8 pagina's tellende notitie gestuurd omtrent mijn tijd op St.Louis. Ik vond het hier te lang en daarom hier een samenvatting ervan.

Pim Wilde zei op 11 mei 2019 om 16:45
Instituut Saint Louis, Oudenbosch
Meer dan een eeuw lang was Instituut Saint Louis een vermaard jongensinternaat. Het internaat is inmiddels gesloten, maar de monumentale gebouwen bepalen nog steeds het straatbeeld in het historische centrum van Oudenbosch.

De stichter: Pastoor Hellemons
Willem Hellemons werd in 1810 geboren in Roosendaal. Al op jonge leeftijd trad hij toe tot het Cisterciënzerklooster in Bornhem, België. Zijn priesteropleiding voltooide hij in Rome. Die stad maakte een diepe indruk op de jonge Willem.

In 1836 werd hij benoemd tot kapelaan in Oudenbosch. Kort daarna werd hij daar pastoor. In 1840 stichtte Willem Hellemons een kloosterorde met als doel de Oudenbossche jeugd te onderwijzen. Deze congregatie werd vernoemd naar de Heilige Aloysius Gonzaga. De eerste overste was Johannes Huybrechts; die later bekend zou worden als Vader Vincentius. De congregatie huisde eerst in een klein huisje aan de Kaaistraat, maar verhuisde al snel naar het pand De Drie Koningen aan de Markt. Na enige tijd werden daar ook kinderen van buiten Oudenbosch opgevangen. En zo ontstond het jongensinternaat Instituut Saint Louis, beter bekend als ‘de Broeders van Saint Louis’.

De Kapel
Al kort na de start van Instituut Saint Louis verrees achter De Drie Koningen een nieuwe vleugel: de Mariabouw. In 1843 werd de Vincentiusbouw gerealiseerd en in 1850 de Aloysiusbouw. Tussen deze gebouwen ontstond een ruime speelplaats; een cour. Ter afsluiting van die grote cour verrees in 1865 een kapel. Deze werd in eigen huis ontworpen door een tekenleraar en een broeder van het Instituut. De Grote Kapel is duidelijk geïnspireerd op de Romeinse neobarok die Willem Hellemons zo bewonderde. De voorgevel is bijvoorbeeld gemodelleerd naar die van de Sint Jan van Lateranen in Rome. Pas in 1889 kreeg de kapel de zo kenmerkende koepel.

Uitbreiding.
De Broeders van Saint Louis stonden bekend om de kwaliteit van hun onderwijs. Op het Instituut waren een Lagere School, Nijverheidsschool, ULO/MULO, een HBS en de Bisschoppelijke Kweekschool gevestigd. Al die leerlingen en broeders moesten gehuisvest worden. In de loop der jaren verrezen daarom tientallen gebouwen rondom de grote cour. Rond 1960 bereikte Saint Louis zijn grootste omvang. Toen verbleven er in Oudenbosch ongeveer 1.500 internen en meer dan 250 broeders. Daarnaast beheerde de congregatie in binnen en buitenland nog tientallen onderwijsinstituten.

Nieuwe bestemmingen
Vanaf de jaren zestig nam het aantal leerlingen geleidelijk af. Gaandeweg werden gebouwen verkocht, gesloopt of kregen zij een andere bestemming. Ook het aantal broeders nam af. De laatsten verhuisden in 2011 naar een woonzorg-complex in Oudenbosch. De Broeders van Saint Louis tonen tot op de dag van vandaag een warme belangstelling voor wat eens hun instituut was.

Toekomst
De meeste onderdelen van het voormalige jongensinternaat Instituut Saint Louis hebben inmiddels een nieuwe bestemming gekregen. De Kapel en de naastgelegen Mariabouw worden verbouwd tot het nieuwe cultureel centrum van Oudenbosch. Het hele complex is aangewezen als Rijksmonument. De provincie Noord-Brabant omschrijft het als volgt : ‘De kapel en het klooster zijn een bijzondere uitdrukking van het hoogtepunt van het Rijke Roomse leven in Brabant. Het complex is ook van betekenis voor Brabant, omdat het bijgedragen heeft tot de bloei van Oudenbosch als onderwijscentrum van nationaal belang’.

Rondleidingen
Vrijwilligers van de Stichting Gidsen van Saint Louis verzorgen rondleidingen in de Kapel en langs de monumentale gebouwen van het voormalige Instituut Saint Louis. Omdat de meeste gebouwen in gebruik zijn als woning zijn deze niet te bezoeken. Dat is niet erg, want er is buiten genoeg te zien. Denk aan de prachtige grote cour, de gerestaureerde gevels van de Vincentiusbouw en Aloysiusbouw, de Begraafplaats van de broeders en het voormalige Latijns College (nu Brasserie Tivoli).

De kosten van een rondleiding bedragen € 1,- per persoon met een minimum van € 10. U kunt een rondleiding boeken via het contact-formulier op de website van de Stichting Gidsen van Saint Louis: www.gidsenvansaintlouis.nl Een van de gidsen neemt dan zo spoedig mogelijk contact met u op.

Openingstijden
De Kapel is elke zondagmiddag en woensdagmiddag tussen 13.30 en 16.30 geopend voor publiek. Dat geldt niet als er activiteiten zijn in de Kapel. Kijk voor de actuele openingstijden altijd eerst op de website. De toegang is gratis.

Adres en parkeren
De Kapel bevindt zich aan het Saint Louisplein 50 in Oudenbosch. Dit plein is voetgangersgebied en niet toegankelijk voor auto’s.
Parkeren: parkeerplaats Achter ‘t Postkantoor, Oudenbosch. (Toegang: tussen Markt 42 en 50).
Vanaf de parkeerplaats is het ongeveer 200 m lopen naar de Kapel.
Volg de bordjes Saint Louis plein vanaf de parkeerplaats
Pim Wilde zei op 11 mei 2019 om 17:45
In vervolg op de reactie van Mark Goossens in zijn verwijzing naar het boek van Jos Perry ‘Jongens op Kostschool, hieronder nog een interessant boek.
Joos van Vugt; Broeders in de katholieke beweging: de werkzaamheden van vijf Nederlandse onderwijscongregaties van broeders en fraters, 1840-1970; (Dissertatie Nijmegen 1994).
Joos van Vugt is als historicus verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 1994 promoveerde hij op de betekenis van broerders, paters en fraters voor het katholieke onderwijs in Nederland. In zijn boek besteedt hij uitgebreid aandacht aan de Congregatie van de Broeders van de H. Aloysius Gonzaga; beter bekend als de Broeders van Saint Louis. Het proefschrift kan worden geraadpleegd via deze link.
http://hdl.handle.net/2066/18598
Piet Romme zei op 16 mei 2019 om 19:39
Pim.
Je spreekt over 1500 internen rond 1960. Is dat niet wat veel. Hoe zaten die verdeeld over de diverse onderwijsinrichtingen?
Wim Avontuur zei op 16 mei 2019 om 19:46
Dat aantal ligt inderdaad veel te hoog. Het zijn er volgens mij ooit rond de 1.000 geweest en in 1960 zaten er nog misschien ongeveer 800 in totaal, verdeeld over 4 groepen LO (4e, 5e, 6e en 7e klas), de HBS (kleine kant en grote kant), de Ambachtsschool en de Kweekschool. Er zullen ongeveer een 100 - 150 broeders geweest zijn.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 20 mei 2019 om 09:48
@Pim, Piet, Wim: in het boek van Jos Perry over r.k. jongenskostscholen (overigens ook al online in te zien, wat een luxe: https://www.dbnl.org/tekst/perr011jong01_01/index.php ) lees ik op pagina 27 dat op Saint Louis in de bloeitijd zo'n 700 jongens verbleven. Maar een bronvermelding / voetnoot ontbreekt, dus ik wil zeker niet beweren dat dit klopt. Dat het een van de grootste (en oudste) rk jongensinternaten was, is in ieder geval wel duidelijk. Mocht ik nog ergens een bron vinden met info over de aantallen dan zal ik die hier plaatsen.
Pim Wilde zei op 25 mei 2019 om 12:56
De aantallen moeten inderdaad genuanceerd worden. Deze cijfers gaan waarschijnlijk uit van het totale aantal broeders in Nederland en het totale aantal leerlingen waar in Oudenbosch les aan werd gegeven. Dus inclusief de externaten Mariaschool, St. Jozefschool. En dat wekt verwarring. Uit een eerdere telling van de Broeders van Saint Louis blijkt het volgende. Op 1 november 1939 telde de congregatie 353 broeders, waarvan 272 in Nederland en 81 in het toenmalige Nederlands - Indië. Van die 272 Nederlandse broeders wekten er 156 in Oudenbosch: 112 op Saint Louis en 44 op Sancta Maria (Postulaat en Juvenaat). Het aantal internen in Oudenbosch bedroeg in 1939 585, waarvan 495 op Saint Louis en 96 op Sancta Maria. Uiteraard veranderden die aantallen in de loop der jaren. Ik denk dat een aantal van circa 100 broeders en 800 internen in de jaren ‘50 een rëele schatting is.
Een ander interessant cijfer is dat de Broeders van Saint Louis in 1939 les gaven aan circa 8.000 leerlingen (intern en extern), waarvan 5.000 in Nederland en 3.000 in Nederlands Indië. Het totale aantal leerlingen waar de Broeders in de loop der jaren les aan hebben gegeven moet dus enorm zijn geweest. Met andere woorden: de Broeders van Saint Louis, maar ook andere congregaties, zijn van grote betekenis geweest voor het onderwijs.
Bron: Christophorus van Langen, Tussen Windvaan en Koepel, Oudenbosch 1940. Dit boek is in digitale vorm verkrijgbaar via de Gidsen van Saint Louis. Stuur een mail naar: info@gidsenvansaintlouis.nl. Het E boek is gratis.
Piet Romme zei op 26 mei 2019 om 15:28
Pim, fijn, dat je het aantal leerlingen van St Louis tot de reële aantallen hebt opgespoord en de betekenis van de Broeders van Oudenbosch voor het onderwijs duidelijk hebt weergegeven.
Thijs, de door jouw opgegeven site naar het boek van Perry. Ik heb het boek inmiddels geheel door gelezen. Ik heb geconstateerd dat met de toen beschikbare mogelijkheden een serieuze poging is gedaan een beeld te schetsen van de kostscholen. Naar mijn overtuiging zou het beter gekund hebben als rekening was gehouden met het grote verschil tussen seminaries en juvenaten enerzijds en burgerkostscholen anderzijds.

Om toegelaten te worden tot seminarie of juvenaat moest je "roeping" hebben dwz R.K. priester, pater of broeder willen worden. Het waren meestal de "bravere" jongens. Als je roeping over was dan ging je in goed overleg naar passend vervolg onderwijs of werd geholpen bij het vinden van een baan bij katholieke of cooperatieve instellingen.
Het onderwijs was vooral gericht op de later te vervullen functies en minder op een eindexamen. De aandacht voor de exacte vakken was bv beduidend minder. Meer aandacht voor muziek (zingen), spreken in het openbaar, kerkgeschiedenis en in latere jaren Theologie en Filosofie. In 1956 deden op seminarie IJpelaar 3 jongens staatsexamen gymnasium Alpha en 1 jongen gymnasium Beta (mijn broer Jac)
Op de seminaries of juvenaten werd iedereen zonder toelatingsexamen toegelaten als je maar "roeping" had.
Het seminarie IJpelaar was kosteloos, maar de pastoor van de parochie wist de ouders wel te bewegen naar draagkracht een bijdrage te storten.

Naar de burgerkostscholen werden vooral jongens gestuurd vanwege het goede onderwijs en voor een degelijke katholieke opvoeding. Soms ook wel de jongens die thuis wat moeilijker waren in de (veelal grote) gezinnen of waar de ouders onvoldoende tijd hadden voor de opvoeding. Bovendien leefde sterk dat de kinderen een betere opleiding moesten hebben dan zij zelf vroeger hadden genoten op de scholen in de dorpen. De kwaliteit ervan met de gegeven schooladviezen is uitstekend verwoord door Wim Daniels in zijn in1917 uitgegeven boek: " DE LAGERE SCHOOL".
De kostscholen waren zeker niet gratis. St Louis kostte in mijn jaren ruim fl 1000,00 per jaar.
Het onderwijs werd algemeen geroemd. De broeders waren in de klas streng en actief bij huiswerkbegeleiding. Het doel was : iedereen moet zijn examen halen!. De kwaliteit van het onderwijs werd ook als zeer hoog aangemerkt bij toelating tot vervolgonderwijs. In mijn leven ben ik en kom ik nog regelmatig mannen tegen die in hun jeugd een aantal jaren op kostschool hebben gezeten. Soms heb ik kritiek gehoord en verschilden we van mening over het kostschoolleven, maar over een ding waren we het dan toch altijd wel snel eens en dat was: het was goed onderwijs en we hebben er veel geleerd.
Perry geeft is zijn boek veel aandacht aan het optreden van de Broeders als er "iets naars" was voorgevallen. Wanneer ik de genoemde gevallen analyseer dan zijn het in mijn beleving vaak normale kwajongensstreken. Als voorbeeld daarvan noem ik het verstoppen van de bel om de volgende ochtend gewekt te worden en daardoor het strakke schema te
ontwrichten. Straf is dan voor mij logisch en normaal. Dat het dan in de herinnering blijft voortleven als vervelend is heel begrijpelijk, maar toch zeker ook om gelachen?.

Vraag aan Thijs: ik heb 22 foto's over mijn tijd op St Louis per mail naar Bhic gestuurd zijn. Zijn die aangekomen?


Rene Schuybroek zei op 26 mei 2019 om 22:35
Waar kan ik de foto’s zien ???
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 27 mei 2019 om 08:58
@Piet: we hebben een deel daarvan in goede orde ontvangen, maar een ander deel is om de een of andere redenen niet zichtbaar in je mail. Maar daar laten we ons natuurlijk niet door tegenhouden : ) Je ontvangt over een paar minuten een e-mail van mij, dan regelen we het op die manier verder.

@ Rene: ik neem aan dat je de foto''s bedoelt waar Piet Romme het over heeft? Zo ja: ik zal er vandaag al een aantal aan dit verhaal toevoegen. Daarnaast werken we nog achter de schermen aan een oplossing, om al het ingezonden materiaal van de bezoekers te kunnen tonen. Want dat is vaak véél meer materiaal dan in het verhaal zou passen : )
Wat ik voorlopig ook zou kunnen doen, is een kopje 'ingezonden foto's' toevoegen op deze pagina, onderaan het verhaal. Ik zal eens kijken wat ik kan doen / of dat er goed uitziet.
Pim Wilde zei op 5 juni 2019 om 22:04
In 1994 promoveerde Dr. J.P.A. van Vugt aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een onderzoek naar de werkzaamheden van vijf Nederlandse onderwijscongregaties van broeders en fraters in de periode 1840 - 1970. In dit boek beschrijft Joos van Vugt vijf Nederlandse onderwijscongregaties, waaronder drie Brabantse: de Broeders van Oudenbosch, de Fraters van Tilburg en de Broeders van Huijbergen. Het is een interessant en tegelijk goed leesbaar boek dat een goed inzicht biedt in de betekenis van deze congregaties voor het onderwijs in Nederland. Het bevat ook statistieken over aantallen broeders, maar niet van leerlingaantallen. De boeken van Jos Perry en Joos van Vugt vullen elkaar goed aan.
Zie Joos van Vugt, Broeders in de katholieke beweging. Nijmegen 1994, ISBN 90 70504 48 0. Het boek is nog steeds te koop. Het kan ook (legaal) worden gedownload via de onderstaande link.
https://ru.on.worldcat.org/oclc/1029608542
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 6 juni 2019 om 09:21
Ah, veel dank voor deze inhoudelijke aanvulling, Pim! Dat is inderdaad een uitermate bruikbare verwijzing.
Piet Romme zei op 13 juni 2019 om 14:32
Pim, bedankt voor je verwijzing naar de dissertatie.
Na lezing begrijp ik beter het ontstaan van de katholieke kostscholen voor jongens sedert 1840. Ook hun groei, bloei gedurende ruim 100 jaar. Ook de snelle neergang en disfunctioneel worden van de hun gebouwen. Zij zullen in vele dorpen als blijvende herinnering voort blijven bestaan met wel een andere functie. In Oudenbosch zijn de gebouwen uit mijn tijd op kostschool nog steeds imposant aanwezig.

De bedoeling destijds onderwijs te willen brengen bij de kinderen uit armere milieus is veelal niet geslaagd. De middenklasse heeft er vooral gebruik van gemaakt, vanwege onvoldoende en zwak onderwijs in de dorpen.
Blijkens de berichten in de media zijn er thans veel zorgen omtrent de moderne jeugd en het onderwijs. Het was voor mij een verrassing te lezen dat de directeur van zijn met met sluiting bedreigde dorpsschool een oproep plaatste om kinderen van drukke ouders voor 4 dagen per week naar het dorp (Haghorst) te brengen om daar naar school te kunnen voor lager onderwijs en passende opvoeding. Het zou niet op een internaat lijken, maar zegt niet hoe dan wel. Komt op mij toch over als een kleinschalige moderne vorm ervan.
Sietske Galama zei op 2 september 2019 om 13:05
Ik heb een klassefoto van mijn grootvader op de kostschool St. Louis uit 1903 . Mijn grootvader heet(te) Jacobus Bernardus Schueler (1891-1961) uit Barneveld. Er is geen vermelding wie de andere kinderen zijn, alleen maar dat dit in Oudenbosch was in 1903.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 2 september 2019 om 18:25
Hallo Sietske, leuk zo'n foto van je grootvader! Zou je ons misschien een scan / kopie willen sturen? Dat kan naar het e-mailadres: info@bhic.nl, onder vermelding van "internaat Saint Louis, Oudenbosch". Dan zorgen we dat de foto aan deze pagina wordt toegevoegd. Zou je dan ook willen aangeven wie op de foto jouw grootvader is? Dan zetten we dat er gelijk bij.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 16 september 2019 om 14:07
@Sietske: de foto is toegevoegd : ) Nog bedankt!
A.De Koning zei op 24 september 2019 om 21:40
I k ben op zoek naar oud klasgenoot van de mulo eerste jaar 1952 tot 1953
zijn naam is jacobs en hadden een koffie branderij in merksem
wie weet hier iets meer
Rene Schuijbroek zei op 4 oktober 2019 om 10:46
Waar kan ik de foto’s bekijken die worden toegestuurd???
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 4 oktober 2019 om 11:06
Hoi Rene, we zijn op dit moment nog aan het nadenken over een meer structurele oplossing voor het tonen van alle toegestuurde foto's. Nu doen we het zo dat ze op elke internatenpagina onder een kopje "toegestuurde foto's" worden geplaatst. Deze pagina heeft zoiets nog niet, maar ik zal eens kijken wat we er eventueel op kunnen zetten aan foto's.
Maar goed ondertussen wordt er wel nagedacht over wat meer structureels. Een galerij per internaat, of voor de hele internatenkaart, zoiets... Achter de schermen borrelen daar al diverse ideeën voor op.

Ik besef me dat je hier nú allemaal nog weinig aan hebt echter... Dus ik zal nog eens kijken of er onder alle toegezonden foto's nog exemplaren zitten die hier kunnen worden geplaatst.
Dank nog voor je reactie en hartelijke groet,
Virginie zei op 4 oktober 2019 om 17:13
Hallo Thijs,
Ik denk dat wij het per internaat willen. We zijn vooral geïnteresseerd in foto's van het "eigen" internaat en niet van de andere internaten. Als alles door elkaar komt te staan is dat niet handig. Dus graag gesorteerd.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 5 oktober 2019 om 07:02
Hoi Virginie, nee helemaal gelijk we moeten het niet door elkaar gaan gooien. Ik denk ook dat je nu namens veel andere bezoekers spreekt. Ik zal het meenemen, bedankt voor je feedback : )
Theo de Wit zei op 5 november 2019 om 07:31
Geachte Heer/Mevrouw
Ik had een krantenbericht bewaard van 20 maart dit jaar en dat ging over kostscholen in Brabant. Ik heb samen met mijn broer op Sint Louis in Oudenbosch gezeten van 1947 tot/met 1952.
Vandaag heb ik de website bezocht en interessante artikelen gelezen over die tijd aldaar. Ik heb er heel goede herinneringen aan en vind dat ik daar een goede vorming heb gehad.
Met mijn echtgenote bezoek ik nog regelmatig Oudenbosch en zoeken we bekende plekjes op.
Ik stuur u klassenfoto's toe uit 1951 en 1952. U kunt die toevoegen aan de website. De foto bij het Mariabeeld is klas 1 ulo met broeder Reinerus. De foto gemaakt op het voorterrein is klas 2 met broeder Adolf.
Met vriendelijke groet
Theo de Wit
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 5 november 2019 om 07:35
@Theo: dank voor je reactie en de foto's zijn inmiddels geplaatst. Ik vind ze echt prachtig, uitstekende kwaliteit ook. Voel je vrij om hier nog meer te vertellen over je kostschooltijd. Welkom op de site!
Paul Hosman zei op 17 november 2019 om 13:28
Op 6 jan.1953 zijn mijn broer Willibrord 10 jaar en ik ( Paul ) 12 jaar vanuit Schiedam op de trein naar Oudenbosch gezet. Voor toen en op die leeftijd toch een hele onderneming. Onze vader was enkele maanden daarvoor heel plotseling overleden. Thuis waren we met 7 kinderen en een eigen zaak.
Moeder had het in deze nieuwe situatie druk genoeg en het leek haar verstandig om mij ( de middelste ) en mijn twee jaar jongere broer naar
Saint Louis te sturen. Heb na zo vele jaren nu nog steeds goede en warme herinneringen aan deze tijd. Enkele van de mooie herinneringen zijn o.a. het vele sporten als handbal en volleybal, biljarten in de aula, de vele muziek-
voorstellingen die er van buitenaf werden gegeven , de toneelstukken
( o.a. detektives ) die wij met elkaar organiseerden . Ik was zelf toneelmeester, het in elkaar zetten van eigen radiootjes in de kelder onder het toneel etc. Heel indrukwekkend vond ik het als de kapel, wanneer er een broeder overleden was, werd "omgetoverd " in een passend decor met grote zwarte en zilveren bekleding op de muren rond het altaar. Door de jaren heb ik daar het In Paradisum zo vele malen beluisterd.
Mijn broer en ik gingen slechts driemaal per jaar op vakantie naar huis, de overige twee kleinere vakanties gingen we naar Boslust Hieraan heb ik als stadsjongen misschien wel de dierbaarste herinneringen ,zoals s,morgens de wasbeurten aan de zinken wasbakken buiten , de ijzersmaak van het opgepompte drinkwater , de nachtspeurtochten en de vele andere spellen die de broeders organiseerden in het bos. Dat waren altijd fantastische weken !
Met dankbaarheid kijk ik terug op deze jaren die mij veel gegeven hebben .Uiteraard heb ik ook dingen gemist die behoren bij het opgroeien van een tiener maar de balans valt zeker positief uit.
Als lezers willen reageren op mijn bericht dan heel graag !
Met een hartelijke groet,
Paul H.
Mark Goossens zei op 18 november 2019 om 15:53
@Paul Hosman,
U en uw broer zaten daar precies toen mijn vader op St. Louis zat. Heeft u hem toevallig gekend? Zie eerste reactie onder dit artikel. Zijn naam was Piet Goossens.
Paul Hosman zei op 19 november 2019 om 13:55
Beste Mark Goossens,
Helaas kan ik niet direct positief op uw vraag reageren, mijn geheugen laat mij wat namen betreft af en toe wat in de steek. Mogelijk heb ik uw vader wel gekend maar kan ik dit op dit moment niet nagaan aan de hand van eventuele foto,s. Op de achterzijde van een enkele groepsfoto kwam ik uw vaders naam helaas niet tegen. Ik zelf zat op de Mulo, zat uw vader daar ook of misschien op de kweekschool ?
Mocht ik u nog over andere wetenswaardigheden betreffende Saint Louis kunnen helpen dan doe ik dat graag.
Met een harteljke groet, Paul Hosman
j kieboom zei op 27 november 2019 om 14:34
Hallo !
Bestaan er nog klasse foto's , periode 1951 tot 1954 van klas ulo 1 , van broeder Renatus en broeder Reinerus ?
Zo ja , dan wou ik die graag eens zien.
Ik ben toen in die tijd daar geweest en mijn klassefoto van Br .renatus heb ik wel , maar toch zou ik er nog graag meer zien in verband met vrienden uit die tijd.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 3 december 2019 om 11:46
@ j kieboom: leuk dat je deze site bezoekt, welkom! Mag ik nog vragen hoe jij je verblijf op dit internaat hebt ervaren? Altijd fijn als oud-leerlingen hun herinneringen hier willen delen, maar voel je zeker niet verplicht!
Ik heb gezocht naar de foto’s die je noemt, maar niet exáct kunnen vinden wat je zoekt. De beeldbank van het West-Brabants Archief bijvoorbeeld bevat best wat foto’s van internaat Saint Louis, maar dan weer geen klassenfoto’s en ook uit de periode 1951-1954.: https://westbrabantsarchief.nl/collectie/beeldbank/?q=Saint%20Louis&mode=gallery&view=horizontal&page=1&fq%5B%5D=search_s_filter_topografie:%22Oudenbosch%20%5C(NBr.%5C)%22&reverse=0
Op deze site: https://www.gidsenvansaintlouis.nl/ staat onder andere een prachtig gedigitaliseerd fotoalbum (https://www.gidsenvansaintlouis.nl/fotoalbum/) van Saint Louis. Maar dan hebben we het over foto’s van begin 20e eeuw en vroeger...
Wel apart dat er van zo’n enorm internaat nog maar zo weinig foto’s te vinden zijn, ook vergeleken met andere internaten. Als ik nog wat meer foto’s vind dan laat ik het hier weten.
j kieboom zei op 3 december 2019 om 19:02
Hallo !
Thijs de Leeuw , ik ben sept, '53 in de 1e ulo bij Br Renatus gekomen en met de kerstvacantie eind '54 niet meer terug gegaan , dus de ulo niet afgemaakt , waar ik later erg veel spijt van had .ik ben toen gaan varen.
Maar oke ik ben toch goed door het leven gekomen.
En tja het was er goed maar had altijd al op kostscholen gezeten , en was er wel moe aan ,vandaar.
Trouwens ik heb zelf wel een mooie klasse-foto van Br Renatus met onze groep.
En ik heb ooit ook een tijd geleden ook die foto van Br Reinerus 6e klas ook gezien , maar is met die van mij die ik doorgestuurd had ,verdwenen.
Van iedere klas werd foto's gemaakt , dus.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 4 december 2019 om 08:04
@j kieboom: die klassenfoto met broeder Renatus, zou je die ons misschien willen sturen? Je kunt een scan daarvan sturen naar info@bhic.nl onder vermelding van internaat Saint Louis. Dan komt 'ie bij mij terecht.
Ben wel benieuwd en het zou een mooie aanvulling zijn van deze pagina. We kunnen ze goed gebruiken!
j kieboom zei op 4 december 2019 om 13:34
Ik heb de foto naar U verzonden en als U enkele namen wilt weten , kan dat ook maar weet ze niet allemaal meer helaas.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 5 december 2019 om 13:57
@j kieboom: bedankt nog voor de foto. Die komt hier op de pagina.

De namen voor de klassenfoto zijn zeker welkom, die kun je me mailen dan zet ik ze er bij!

Nog even over je vraag naar foto's: in de beeldbank van het Katholiek Documentatie Centrum (link: https://kdc-opac.hosting.ru.nl/search/simple) zitten er nog diverse van internaat Saint Louis. Zoeken op "Saint Louis" levert daar 92 resultaten op. Zitten mooie tussen! Alleen worden ze daar getoond in klein formaat. Voor de grote versies kun je het KDC benaderen. Bestellen van foto's bij het KDC kan via deze link: https://www.ru.nl/kdc/praktische-informatie/bestellen-beeld-geluid/
j kieboom zei op 5 december 2019 om 16:09
Reactie : Foto : Bovenste rij: In midden Sjaak Wesseling , uit Sassenheim.

2e rij van boven: 1e v. links , Joop Schrama 2e Siem Klüver uit Alkmaar , 7e naast Br Renatus Jan v Loon schipperszoon is niet gaan varen. 8e ook naast de broeder Harrie van Vucht uit Zevenbergen.3e rij 1e links Tiny koopmans uit Dinteloord. 5e Pietje Peters.
7e ,Edwin Ramirez uit curacao 8e gehurkt Jan Kieboom schipper , later electromachine monteur.
Onderste rij:2e van links Ben Ruijgrok. 4e Stan Beisterveld uit Brabant.
annoniem zei op 23 december 2019 om 02:58
tijdens de sloopwerken in het gebouw met het leegzuigen van de sterfput deed ik een vreemde vondst een sterfput driekwart gevult met condooms en gebruikte wel te verstaan dus die gene die zeggen dat daar niks gebeurde van ik schijnheilig
René Schuijbroek zei op 23 december 2019 om 22:56
Niet waard dat daar aandacht aanschenkt
Jan van Dijk zei op 6 januari 2020 om 16:56
Door vervelende omstandigheden heb ik maar een schooljaar op Saint louis gezeten. Ik kan mij nog de bijnamen van enkele broeders herinneren. Eentje werd de stier genoemd, en broeder Pius werd broeder pias genoemd. Met de laatste gingen we wel eens een eind fietsen. Hij was 65 jaar oud, maar hij fietste iedere pupil er uit. Ook hadden ze in de grote schuur vlakbij de kleine cour twee mobiele radiozenders staan, ieder op een karretje met twee accu's er op. Deze waren afgesteld op 575 meter middengolf. Ik was (toen al) zeer geinteresseerd in alles wat radio en radio-techniek was, maar moest telkens lijdzaam toezien dat altijd andere pupillen met de zenders op pad mochten. Als ik anno nu nog wist waar deze zenders gebleven waren, zou ik ze willen kopen.
Jan van Dijk zei op 6 januari 2020 om 17:23
Helemaal vergeten te vermelden; Ik zat als 13 jarige in het schooljaar 1961 - 1962 intern op Saint Louis, en op de ambacht-school in Oudenbosch in het voorbereidend jaar als opstap naar de elektrotechniek. Ik herinner mij alleen nog de leraar smederijtechniek Krols. Ook werd er les gegeven in houten barakken waar in de winter een kolenkachel gestookt werd.
René Schuijbroek zei op 7 januari 2020 om 08:12
De stier dat was Broeder Hygienus
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 13 januari 2020 om 16:01
@Jan: fijn dat je hebt willen reageren. Voor jou dus maar een vrij korte tijd op Saint Louis, maar gelukkig dus wel een mooie tijd gehad als ik het zo lees - wel jammer dat het je niet gegund was om met de radiozenders op pad te gaan!

@René: hierboven las ik ook over "de struis" als bijnaam van br. Hygienus. Was die struis dan iemand anders of een van de bijnamen van deze broeder? En waar verwees die bijnaam "de stier" eigenlijk naar? Dank nog voor het reageren en groeten,
René Schuijbroek zei op 13 januari 2020 om 16:39
Ja je hebt gelijk sorry dat was de struis en de stier was de kalende broeder bij de kleine schuur .
En Hygienus was hoofd in de grote schuur.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 15 januari 2020 om 08:02
Ah oké, dank voor de toelichting!
anoniem zei op 13 februari 2020 om 15:04
Laatste foto "Klas 1 ULO met broeder Renatus, 1954.", derde rij vanaf boven geteld, vierde persoon vanaf links geteld, met stropdas, wit hemd en korte broek is M.C.M. Janssen, roepnaam Leon, geboren te Oosterhout.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 13 februari 2020 om 15:19
@anoniem: dank voor deze aanvulling, we voegen het toe!
Uw naam zei op 20 februari 2020 om 16:32
Op de laatste twee foto’s is het zeer opvallend, dat de leeftijdsverschillen tussen de jongste en oudste klasgenoten zo sterk uiteenlopen. De jongsten, waarvan er weinig zijn, hebben de leeftijd van rond 12 à 13 jaren. De oudsten, die in de meerderheid zijn, lijken wel 18 à 19 jaren oud. Voor degenen die de diverse discussie-fora en het boek "Jongens op kostschool" van auteur Jos Perry gelezen hebben, is het niet moeilijk te beredeneren, wie in deze klassen de ergste pestkoppen waren en wie de slachtoffers zijn geweest.

Wat in alle mediapublicaties over misbruik binnen de kostscholen tot op de dag van vandaag volledig buiten beschouwing wordt gelaten, dat is het feit dat de kinderen, die de slachtoffers later na hun kostschoolperiode hebben gekregen, ook zwaar onder het misbruik hebben geleden. Weliswaar natuurlijk niet direct, maar wel indirect door schoolfobie en doorgeslagen protectionisme van deze vaders. In de optiek van deze ouders was school slecht en werk goed. De kinderen die naar het gymnasium wilden en daar tevens geschikt voor waren, die mochten dat niet en moesten als vroegtijdig schoolverlater zonder diploma op hun 18e gaan werken, want de kwalificatieplicht van tegenwoordig bestond immers nog niet.

Eenmaal aan het werk is er geen weg meer naar het gymnasium en universiteit, immers was dat voor de jongeren ondanks wat karige studiefinanciering onbetaalbaar. Zonder financiële hulp van de ouders voldeed de de basisbeurs van 625 gulden niet om het levensonderhoud van te betalen. Zo is veel intelligentie ongebruikt gebleven en zijn deze kinderen van kostschoolslachtoffers, tevens door medeschuld van de Nederlandse staat, bewust dom gehouden. Dat had onoverkomelijk weer tot gevolg, dat problemen in de arbeidsrelaties tussen werkgevers en werknemer ontstonden, immers is het onverstandig om intelligente mensen afstompend fabriekswerk te laten doen. Diploma’s zijn blijkbaar belangrijker dan competenties, talenten en ervaring. In deze verziekte maatschappij worden domme managers met schooldiploma’s hoger gewaardeerd dan getalenteerde slimme autodidactische werknemers. De vaders hebben van de gevolgen van het misbruik op de kostscholen slechts tot het einde van hun kostschooltijd last gehad, maar hun kinderen hebben dat levenslang. Dit grote probleem wordt nog steeds volledig genegeerd en in de taboesfeer gehouden.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 27 februari 2020 om 06:18
@Uw naam:
Inderdaad heel opvallend. Je zou haast denken dat het om leerlingen uit verschillende jaren gaat... Ook ik heb tot dusver nog niets gelezen over de kinderen van (misbruikte) oud-kostschoolleerlingen en hoe ook zij, op heel andere manieren, dat verleden van hun ouder met zich meedragen. Maar ik moet bekennen dat het ook bij mij een blinde vlek was.

Misschien dat oud-leerlingen op deze pagina hier nog op willen reageren?

Voel je vrij om nog meer te vertellen. Of je zelf op kostschool hebt gezeten bijvoorbeeld, en of je misschien ook zelf hebt meegemaakt waarover je schrijft.

Veel dank voor je bijdrage. Geeft veel om over na te denken.
René Schuijbroek zei op 27 februari 2020 om 08:29
Het was voor mij en ik heb nooit iets gemerkt dat er iets gebeurde op de slaapzak met chambret en later op de open slaapzaal ik was toen 12 ik ga ook geen vinger wijzen naar de toenmalige broeders en dat was op de middencour en in de kleine schuur waar ze inderdaad een houtkachel stookte . Weet alleen niet meer hoe die broeders heette het waren er twee .een broeder had een handicap en de andere was een jonge man en nooit een vervelende ervaring meegemaakt ik zelf vond het moeilijk maar dat lag aan mezelf.
Uw naam zei op 3 maart 2020 om 02:37
Hartelijk dank, meneer de Leeuw, voor uw reactie.

Vanzelfsprekend ben ik niet op kostschool geweest, dat mocht immers niet van mijn vader. Ook een gymnasium volgen, dat door rooms-katholieke geestelijken werd geleid, zat er voor mij niet in. Hij heeft mijn VWO-opleiding afgebroken en moest naar een vakschool voor beroepsonderwijs, die ik toen ik officieel volwassen werd wegens te weinig financiële middelen noodgedwongen moest beëindigen. Zo heeft mijn vader toch nog zijn zin gekregen, dat ik van hem maar moest gaan werken in plaats van studeren.

Het onderschrift van de foto’s melden dat het om één klas gaat, dus niet om leerlingen uit verschillende jaren. Ze zijn blijkbaar allen van één schooljaar samen in één klas. Schoolkinderen te midden van pubers en (jong-)adolescenten, dat kan niet anders dan vreselijk misgaan, hetgeen onvermijdelijk daadwerkelijk is gebeurd. Waar was de onderwijsinspectie van de Nederlandse overheid in die tijd? Waarom hebben de bevoegde en benoemde inspecteurs nooit ingegrepen? De Nederlandse Staat blonk uit door afwezigheid met oorverdovende stilte.

Het is de taak van de Nederlandse Staat om de wetten van het land te handhaven en bij overtreding van de wet de verdachten juridisch te vervolgen en door de rechterlijke macht te laten veroordelen. Voor zover mij bekend is er geen enkele Nederlandse Officier van Justitie geweest, die de misbruik-zaken bij de rechtbanken aanhangig heeft gemaakt. Daarvoor in de plaats is de Bisschoppenconferentie zo onbezonnen geweest, om Wim Deetman in te huren, die zélf staatssecretaris van Onderwijs en Onderwijsminister is geweest. Het rapport van Deetman had tot de conclusie moeten komen, dat de financiële schadevergoedingen aan de slachtoffers door de Nederlandse Staat betaald hadden moeten worden, en niet door de Nederlandse rooms-katholieke Kerkprovincie. Immers is het de Nederlandse Staat die blaam treft en meer dan een halve eeuw lang niets tegen het misbruik heeft gedaan.

Waar was de onderwijsinspectie al die jaren, ex-onderwijsminister Deetman? Wat hebt U en wat hebben uw voorgangers tegen het misbruik gedaan, samen met de Minister van Justitie, toen U Minister van Onderwijs was? Niets!

De heer Deetman is zelf een protestant en heeft middels zijn rapport de rooms-katholieke tegenstanders een financiële hak gezet, vanuit zijn persoonlijke belangen om zijn eigen ministerie-straatje schoon te vegen. Dat is vanuit zijn perspectief wel te begrijpen, maar in het grote geheel absoluut onacceptabel.

In de televisie-uitzending van Pauw en Witteman op of omstreeks 7 februari 2010 (de tenenkrommende beruchte "wir haben es nicht gewusst“-uitzending) heeft Kardinaal Simonis gezegd: „Moet je spreken over smartengeld? Ik laat dat aan die commissie over, ik laat dat aan die commissie over en ik blijf bij dat antwoord, want dat heeft zoveel implicaties, ik laat dat aan die commissie over.“ Met „die commissie“ doelde hij op de commissie-Deetman. Kardinaal Simonis was zo onverantwoordelijk bezig door de belangrijkste beslissingen aan Deetman over te laten, zelf geen verantwoordelijkheid genomen en hij heeft zijn bisschoppelijke mijter naar Deetman laten hangen. Deetman zal heimelijk wel in zijn vuistje hebben gegniffeld over de onbegrensde domheid van Kardinaal Simonis. Hoe Simonis ooit kardinaal heeft kunnen worden, is een volslagen raadsel, hij is wellicht nét intelligent genoeg om voor de duivel te dansen en zijn ziel zal later waarschijnlijk branden in de hel. Simonis en Deetman hebben samengespannen om de Kerk te slopen.

Ter genoegdoening van geleden schade moet de Nederlandse Staat meer dan de helft van de door de Nederlandse rooms-katholieke Kerkprovincie betaalde smartengelden op zich nemen, dus ettelijke tientallen miljoenen Euro’s genoegdoeningen op de bankrekening van de Bisschoppenconferentie transfereren. Wanneer gaat dat gebeuren, minister Ferdinand Grapperhaus?

Zodra de Nederlandse Staat haar mede-schuld aan het misbruik financieel is tegemoetgekomen en heeft voldaan, dan kunnen op die dag alle huidige bisschoppen en kardinaal op staande voet worden ontslagen, de Nederlandse rooms-katholieke Kerkprovincie worden opgeheven, de échte Rooms-Katholieke Kerkprovincie der Nederlanden worden opgericht, die de gehele inventaris en al het vastgoed van de opgeheven organisatie overneemt, Nederlandstalige échte Rooms-Katholieke priesters uit het buitenland tot bisschoppen en kardinaal worden benoemd, die al het mogelijke gaan doen om de échte Kerk te laten groeien. Wég met al die klerikale klaplopers en weke niksnutten, die de Kerk nu al decennia lang aan het vernielen zijn. Maak plaats voor de ware Rooms-Katholieke Kerkgemeenschap. Richt de neuzen naar Rome in plaats van naar Utrecht. Ga alstublieft eens aan het werk, nuntius Aldo Cavalli en zet de Romeinse Curie in beweging om de Kerk op deze manier goed te zuiveren, de bezem er door te halen en een waarschuwende precedentwerking te doen uitgaan naar andere en toekomstige bisschoppen die de goede zaak niet dienen.
Wim zei op 3 maart 2020 om 14:21
Jonge jonge kan deze flauwekul niet achterwege blijven. Wat een onzinnig verhaal. Alsof ze in Rome altijd zo lekker bezig zijn (geweest). De schrijver van voorgaand stuk is zeker de enige die alles perfect doet in zijn leven en verder zijn het hier in NL allemaal hele of halve criminelen in zijn optiek. Kruip uit uw slachtofferrol en doe iets positiefs.
René Schuijbroek zei op 3 maart 2020 om 14:34
Hehe eindelijk iemand die er het zelfde overdenkt al ik na dik 50 jaar..
Wat een onzin.
Wim zei op 3 maart 2020 om 14:44
Beste René,
Je hoort mij dus niet zeggen dat er niets gebeurd is hoor. Ik was zelf een van de vele slachtoffers van (een van) de broeders van St. Louis in Oudenbosch. En natuurlijk zijn er fouten gemaakt en is er het nodige onder de tafel geveegd, maar daarom hoef je nog niet god en alleman uit te gaan schelden en zeker al niet als je 2e generatie slachtoffer bent geweest en daar alle narigheid aan wijt die je in je leven is overkomen zoals deze naamloze schrijver.
René Schuijbroek zei op 3 maart 2020 om 14:45
Uw naam ?..
René Schuijbroek zei op 3 maart 2020 om 14:49
Dit is een reactie op het stuk hier boven ((( de Leeuw)) die is niet op een kostschool geweest zegt hij mocht niet van zijn vader !,,..
Piet Romme zei op 4 maart 2020 om 11:30
Wat een triest verhaal van deze man. Om medelijden van te krijgen. Zet je naam bij je stuk. Dan kunnen wij je misschien wat helpen. Toon een kerel te zijn en probeer je doen en denken niet anoniem uit te dragen!.
"Zorg dat je resultaten goed zijn op school, anders kun je beter gaan werken" is voor mij en vele anderen een bekend en terecht dreigement van ouders om je best te doen. Dit hoeft zeker niet samen te gaan met een kostschoolverleden. Daarom mijn vraag: hoe waren je resultaten op het gymnasium?
Maaike Keet zei op 4 april 2020 om 12:47
Graag zou ik willen weten of wanneer mijn vader op het internaat in heeft gezeten in Oudenbosch. Wellicht zijn er zelfs nog foto's van.
Mijn vader is al geruime tijd overleden. Mijn vader is uit een verhouding is geboren. Wij als dochter hebben dus nooit de juiste achternaam gehad.
Mijn vader:
Nicolaas Josephus Keet geboren op, 1 juni 1921 te Zandvoort.
Moeder van mijn vader: Alida Wilhelmina Dral
De vader van mijn vader is dus onbekend. Keet is dus niet juist geweest maar mijn vader stond wel onder deze naam ingeschreven in dit internaat.

Mijn vraag is het volgende. Wie heeft destijds deze kosten voor het internaat op zich genomen. Mijn oma was niet rijk en wij denken dus dat het iemand is geweest waar mijn oma destijds een verhouding mee heeft gehad. Wij weten wel dat het iemand is geweest uit Den Haag. Beginnend met de letter R in de achternaam. Wellicht een franse naam dat zou best mogelijk kunnen zijn. Zo zou ik er achter kunnen komen wie zijn echte vader was.

Er moeten toch nog inschrijvingen van zijn of betaal gegevens en dus namen. In die tijd was dat denk ik toch vrij duur een internaat en men schreef alles op.
Mijn vader was ongeveer 6 jaar dus dit moet rond 1927 zijn geweest. Ik meen dat hij
2 jaar daar op kostschool heeft gezeten. Het kan ook zijn hij ouder was vanaf 12 jaar

Wie o wie kan mij iets vertellen over deze tijd?

Maaike Keet
Remy zei op 6 april 2020 om 12:16
Ik heb 2½ jaar op St. Louis gezeten en heb er veel fijne herinneringen aan. Broeder Revocatus bijvoorbeeld. Wat een ontzettend aardige man was dat. Ik probeer nog steeds één keer per jaar even naar Oudenbosch te gaan en er weer even een rondje te lopen...
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 6 april 2020 om 12:35
@Maaike: dank voor je bericht, zoals aangegeven in mijn mail ben ik nog voor je op zoek. Je hoort z.s.m. van me, groetjes Thijs

@Remy: dank voor je reactie, in welke periode zat je op deze kostschool? En was broeder Revocatus een van de docenten?
Norah zei op 6 april 2020 om 15:52
Dag Thijs,

T.a.v. deze mevrouw wordt hier dubbel werk verricht zie ik.
Mvg.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 6 april 2020 om 16:03
@Norah: dank voor je bericht en inderdaad, ik zie dat op de pagina over het juvenaat van de broeders dezelfde vraag is gesteld en dat daar diverse oud-leerlingen al hebben gereageerd. Ik zal met die antwoorden ook zeker rekening houden zodat geen dubbel werk wordt verricht. Groetjes,
Norah zei op 6 april 2020 om 16:15
Nee Thijs, ik bedoel slechts de vraag van mevr. Keet, en geen oud-leerlingen.
Ik denk zelf dat dit iets voor "Spoorloos" is.
j Kieboom zei op 6 april 2020 om 16:44
Beste Remy , ik heb broeder Revocatus ook gekend.
Zou je de functie van deze broeder willen vertellen , want dat weet ik echt niet meer.
Lijkt me leuk dat nog te horen.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 8 april 2020 om 11:48
@Norah: ah zo, duidelijk!
René Schuijbroek zei op 8 april 2020 om 12:07
Hebben jullie de Foto’s ontvangen???
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 8 april 2020 om 12:21
Hoi René, nee ik heb nog niks ontvangen helaas. Maar misschien moeten die nog aan mij worden doorgestuurd. Voor de zekerheid ga ik je nu mailen, zodat je ze ook direct aan mij kunt versturen. Momenteel heb ik namelijk alleen de twee foto's die al op deze pagina staan, namelijk van de internen en een broeder op de middelcour, 1962-1963, en die van de Bakkersleerlingen.
Ad Buijs zei op 9 mei 2020 om 17:12
Ik heb met veel interesse alle bijdragen gelezen. Nu heb ik zelf niet op het internaat gezeten, maar heb wel alle scholen bij de broeders doorlopen: kleuterschool op Sint Anna bij de zusters (1957), de Mariaschool (1958-1964), de ULO (1964-1968) en nog 2 jaar HBS (1968-1970) bij veelal broeders als leerkracht. Indien gewenst kan ik hier als externe (t.o.v. het internaat) ook over schrijven. Heb ook alle klasse foto’s nog. Maar graag wil ik een ander punt maken.
Sint Anna en de zusters en Sint Louis en de broeders het waren voor ons gebouwen, instituten, waar we als plattelands bevolking en kinderen verder niet bij stil stonden.
Ik ben gaan studeren in Utrecht en woon al bijna 39 jaar in Den Haag, maar bezoek met regelmaat familie in West Brabant. En altijd weer trokken die gebouwen me en heb er de laatste jaren ook vaak rond gewandeld: de kleine koepelkerk, de tuinen, het broeder kerkhof, vroeger ook het arboretum.
Toen we (met mijn vrouw en de jongste 2 kinderen, 18 en 15) er vorige week ook wandelden, om van de relatieve stilte, vanwege Corona, te profiteren, zag ik achter de gebouwen opnieuw dat grote Christusbeeld in de tuin. Nu pas kwam bij mij de gedachte op: deze broedergemeenschap was ook een spirituele gemeenschap. Hoe spiritueel ging het er aan toe? Hoe zag zo’n instituut er van binnen uit: leiding, hiërarchie de totale organisatie, doorstromen met functies? Waar kwamen de nieuwe broeders vandaan? Tot welke broederorde behoorden ze? Wat waren van daaruit de diepere drijfveren en regels? Naar mijn idee was er, buiten het lesgeven op de scholen, geen interactie met de plaatselijke bevolking. Is dit juist? En nog vele vragen komen bij mij op.
Nu vraag ik me af: zijn er door de broeders zelf boeken geschreven over hun instituut? Of werken waarin gegevens worden weergegeven? Of zouden deze nog in kerkelijke archieven opgeslagen zijn?
Ik lees in de stukken ook wel dat deze broeders voor de ontwikkeling van het onderwijs stonden. Persoonlijk vraag ik me toch af, zou meer interactie met de plaatselijke bevolking niet veel beter zijn geweest voor beide partijen?
Kortom: bestaat er vanuit de broeders, vanuit het instituut, vanuit de kloosterorde literatuur? Dit mag zowel van de broeders als van de zusters van Sint Anna zijn.
Bij voorbaat bedankt (of op zijn brabans: dach ge bedankt bent da witte).
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 11 mei 2020 om 09:06
@Ad Buijs: dank voor het reageren en je verhalen en foto's zijn welkom. Foto's kun je sturen naar info@bhic.nl o.v.v. het internaat, dan komen ze bij mij en dan voeg ik ze hier toe. Naar je verhaal, juist ook als externe leerling, ook heel benieuwd - hoe was die verhouding van de interne en externe opleiding binnen één gebouwencomplex?
Naar aanleiding van je vragen heb ik nog e.e.a. opgespoord. Op het BHIC hebben we bijvoorbeeld deze boeken in huis:

- Feestnummer bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de congregatie van de Broeders van Saint Louis en van het instituut Saint Louis te Oudenbosch (Tilburg 1940).
- Tussen windvaan en koepel. Vertelsels over de Congregatie van Saint Louis. Oudenbosch, 1840 - 1 maart – 1940 (’s-Gravenhage 1940).

Beide kun je op onze studiezaal aanvragen en inzien.

Ik raad ook zeker het proefschrift van Joos van Vugt aan, waarin o.a. de broeders van St. Louis en hun opvattingen over het onderwijs uitgebreid aan bod komen, een digitale versie vind je hier: https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/18598/18598_broeindek.pdf?sequence=1
Volledige titel van dit boek is: Joos van Vugt, "Broeders in de katholieke beweging. De werkzaamheden van vijf Nederlandse onderwijscongregaties van broeders en fraters, 1840-1970" (Nijmegen 1994).

En tot slot hier nog wat links naar verdere info:
https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/de-broeders-van-de-h-aloysius-gonzaga-csal

http://resources.huygens.knaw.nl/zendingoverzeesekerken/RepertoriumVanNederlandseZendings-EnMissie-archieven1800-1960/gids/organisatie/628713275

Hopelijk kun je hier alvast mee vooruit Ad, heel graag tot ziens op de site!
Ad Buijs zei op 12 mei 2020 om 10:07
Thijs, bedankt voor je reactie.
Mijn aanvullend stuk en foto's zal allemaal nog niet direct gaan lukken. Daar ga ik op broeden, hoe ik al die schoolervaringen en de contacten met de leerlingen in de klas, die van het internaat kwamen (ik meen alleen tijdens de 2 jaar HBS) ga verwoorden. De foto's heb ik maar ze zijn wat verder weg gelegd. Gaat ook even tijd nemen en dan gaat hopelijk dat versturen lukken.
Graag nog even geduld.
Groet
Ad
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 12 mei 2020 om 10:37
Geen probleem Ad, ben allang blij dat je het overweegt : ) Het is allemaal welkom. Graag tot ziens!
Wim Avontuur zei op 12 mei 2020 om 12:27
Hoi Ad,
Interessant verhaal van je. Was je familie van de "negerzoenen" fabrikant. Ik heb de jaren 1961/66 op de HBS gezeten en zou je een hoop kunnen vertellen.
Ad Buijs zei op 14 mei 2020 om 22:59
Beste Wim,
op de opmerking over de 'negerzoenen'-fabriek wil ik toch wel reageren.
We zijn geen familie. Maar in dit verband is wel leuk om te vertellen, dat ik op de lagere school in dezelfde klas zat als , ik meen de oudste, zoon van de Buijs van de 'negerzoenen'-fabriek. En hij was op dezelfde dag jarig als ik en hij trakteerde altijd op 'negerzoenen'.
Ruud Hanssen zei op 23 juni 2020 om 17:06
Hallo allemaal!

Hoe het zo in mij opkwam weet ik niet, maar ik kwam ineens wat verhalen tegen over het instituut St. Louis en dat verraste mij. Ik heb 'n jaar of 12 geleden ook eens gezocht omdat van mijn dochter een boek kreeg "Paps vertel 'ns". Nu is dat geen écht boek, maar meer een ingebonden invuloefening waarmee een kind wat meer te weten komt over zijn of haar vader vanaf zijn geboorte tot zijn of haar geboorte en daar moest mijn verblijf bij St. Louis natuurlijk ook bijzitten.
Dat bracht al gelijk een probleem, want daar waar 2 regels stonden om de lagere scholen in te vullen had ik 8 regels nodig. Ik besloot toen het boek wat uit te breiden met een aantal inlegvelletjes zodat ik daarover wat meer kon vertellen. Één van die lagere scholen was dus St. Louis, alwaar ik in 1953 op 11-jarige leeftijd mocht beginnen. Ik had al eerder op een kostschool gezeten en meerdere lagere scholen, maar mijn moeder waarschuwde mij dit keer dat ik hier erg mijn best moest doen want deze school kostte wel 1.000 gulden. Dat zei mij overigens niets.
Ik was er al een keer eerder geweest en dat was vermoedelijk ter introductie. Rechts, naast de voordeur was een gigantische kamer met houten vloeren en wanden en daar heeft de introductie plaats gevonden. Daar ben ik verder nooit meer geweest. Mijn moeder had een rolletje nummers (302) meegekregen en die moesten in al mijn kleren genaaid worden zodat na het wassen iedereen z'n eigen kleren weer terugkreeg. Vele jaren later ben ik er ook achter gekomen dat ik officieel ingeschreven stond in Oudenbosch op het adres van St. Louis.

Dagritme

Over de dagelijkse gang van zaken kan ik mij niet meer zoveel herinneren omdat iedere dag eigenlijk hetzelfde was. De dag begon om 6 uur, dan was het wassen en aankleden, gang naar de kerk, ontbijt en naar school. Dat sloot tamelijk goed aan. Ik denk dat rond 12 uur weer een pauze was om aan tafel te gaan voor het middageten en daarna was het weer terug naar de schoolbanken. Alles was heel stipt en met militaire precisie.
Om half vier was de school ten einde en kregen we een of anderhalf uur speel-tijd. Dat kon op de cour, zoals die speelplaats heette. De speeltijd begon met het uitdelen van droge boterhammen. Iedereen wilde altijd "het kappie", maar aangezien 'n heel brood maar twee "kappies" had pieste ik altijd naast de pot omdat ik nu eenmaal niet de snelste was. Er waren om de cour heen een aantal opslagplaatsen waar "speelgoed" stond. Wat ik mij alleen kan herinneren waren 2 grote en 2 kleinere paardenkarren van hout, zeer goed onderhouden en heel dik in het vernis. Andere dingen waren er misschien ook wel, maar dat kan ik mij niet meer herinneren. Binnen was een grote zaal met lange tafels en er waren een paar kisten met blokken.
Ik had niet zo'n behoefte aan al die spullen. Ik had het meer naar mijn zin om samen met mijn vriendje slap te ouwehoeren over allerlei dingen. Wanneer we lang gepraat en gelachen hadden over een bepaald onderwerp onthielden we dat met een steekwoord en de volgende dag dreunde we eerst de lijst met steekwoorden samen op.
Van dat lijstje zijn er nog een paar die heden ten dagen nog steeds in m'n hoofd gegrift zitten zoals "dat doet 'n mens goed", "je maakt een mens gek", "Isma", "Richard", "Amen".
De eerste twee waren gezegden die ik net geleerd had, vreselijk grappig vond toen ik wist wat de betekenis was. Isma was een jongetje wat nieuw aan de groep was toegevoegd en die opvallend mooi was. Hij kwam, geloof ik, uit India.
Richard was ook een opvallend jongetje. Hij was goed en stevig gebouwd en had blond haar en rode wangetjes. De gezondheid straalde van 'm af en voor ons beeldde hij de ideale Nederlander uit, zo van het boerenland. Amen was de manier waarop een broeder iets afsloot. Het was fascinerend te zien hoe hij daarna zijn hand op zijn buik liet rusten en het gezicht wat hij daarbij trok en hoe hij het amen uitsprak. Uren konden we dat analyseren en ons bescheuren van het lachen. Tegenwoordig zou je zeggen "die houden we erin", dat was in feite ons lijstje van steekwoorden. Wanneer we iets nieuws hadden werd dat aan het lijstje toegevoegd, anders hadden we nog genoeg aan het oude lijstje.

(wordt vervolgd)
Ruud Hanssen zei op 23 juni 2020 om 17:10
(vervolg)

Na de speeltijd was het weer aantreden voor het avondmaal en na het avondmaal gingen we weer terug naar de klas. Had ook zo maar andersom geweest kunnen zijn. De avondles begon altijd met het oplezen van een litanie heet dat, geloof ik, altijd de-zelfde. Iedere avond kreeg iemand anders de beurt om deze op te lezen en alle leerlingen moesten dan "bid voor ons" zeggen.
Toen ik op een gegeven moment de beurt kreeg het verhaaltje voor te lezen liet ik demonstratief het kerkboek dicht en dreunde het uit m'n hoofd op. Uiteindelijk had ik het zo vaak gehoord dat ik het uit m'n hoofd kenden en het wijsje was hetzelfde als dat van de tafel van 5 of 7. De klassenbroeder Floribertus had het gezien en sprak zijn lof uit en als beloning kreeg ik een "lekkertje". Een "lekkertje" was een soort beloning voor iemand die een topprestatie had geleverd in de ogen van de broeder. Het was een klein gesuikerd groen balletje (wat ook bij de tum-tum snoepjes zat). Hij haalde dan heel omstandig ergens van onder zijn habijt een blikje tevoorschijn waarin deze balletjes zaten en ik kreeg er dan één ten overstaan van de gehele klas. Het balletje was inmiddels (door de opbergplaats) op lichaamstemperatuur en wanneer ik daar nu aan terugdenk word ik misselijk. Het gevaar was ook nog eens dat voor "flatje" werd uitgemaakt, een woord wat ik nog niet kende maar zoiets betekende als een bruine arm halen.
In de jaren later ga je je toch afvragen hoe je een kind in vredesnaam kan laten vragen om een "Ivoren toren" en een "Gouden huis" voor ons te bidden. Dat stond zo in de litanie. Heb je ze allemaal dan nog wel op een rijtje?

Gymles

Een of twee maal per week hadden we ook gymles. Dat was dan weer een andere broeder die les gaf. Hij was vrij lang , oud en had wit haar en een harde stem. Nee, het was zeker geen gespierde jonge vent die in een sportmenu alles even ging voordoen. Zijn naam weet ik niet meer, iets van Ambrosius of zo, maar die begon in ieder geval met een "A", broeder A dus.
Hij zocht eerst altijd een jongetje uit, ging dan zitten en legde dat jongetje dwars over zijn bovenbenen met de billen omhoog. Daarna gingen we de gezamenlijk de oefeningen doen en hij telde waarbij hij bij elke tel zijn hand op de billen van dat jongetje legde. Wanneer we om beurten moesten springen zei hij bij elke sprong "bonne bonne" met elke keer weer die hand op die billen. Ik vond het heel merkwaardig, maar iedereen vond het heel normaal dus sloot ik mij maar aan door het ook normaal te vinden. Ik had een hekel aan gym maar vroeg toch aan alle engeltjes mij te besparen om dat jongetje ooit te zijn. Mijn gebed werd verhoord.

Schoonschrijven

In de klas waren verder heel veel lessen waaronder "schoonschrijven". Dat ging in een schrift met 2 smalle lijnen voor de kleine letters en een hogere lijn voor de hoofd-letters en lange letters zoals de h en de l bijvoorbeeld.
Tijdens de les mocht niet gesproken worden en zeker niet gefluisterd. Floribertus liep altijd door de klas en wanneer je iets fouts deed werd dat beloond door een rotklap op je kop, want hij had altijd wel een schrift bij de hand waarmee hij sloeg. Soms had je het niet in de gaten omdat hij achter je liep en had je weer een forse mep te pakken.
Door het krampachtige schoonschrijven kon het wel eens voorkomen dat ik iets uitschoot. Ik stopte dat even en begon heel zachtjes een wind na te doen, de mond in de fluitstand. Doordat ik de “wind” in verschillende tonen blies wist mijn buurman gelijk dat er bij mij een letter verkeerd was gegaan. Dit leverde dan ook gelijk een rotklap van Floribertus op waardoor de letter helemaal aan gruzelementen was. Floribertus hoorde werkelijk alles!
Veel vrije tijd was er dus niet op zo'n schooldag met uitzondering van woensdagmiddag, zaterdagmiddag en zondag. Op woensdag en op zondagmiddag was er een mogelijkheid om snoep te kopen. Er kwam dan een broeder met een aantal snoepdozen zoals die normaal in snoepwinkels staan en daar kon je je melden. Iedereen mocht op woensdag voor 15 cent iets kopen en op zondag voor 25 cent.
Écht geld kwam er nooit aan te pas want de snoepbroeder had een boekje waarin je "banktegoeden" van iedereen stonden en je 15 of 25 cent werden dan daar vanaf getrokken. Hoeveel die tegoeden waren en waar ze vandaan kwamen het ik nooit geweten. Het was ook totaal onbelangrijk want iedereen kon niet meer als 40 cent per week uitgeven en ik heb nooit gehoord dat iemand geen tegoed meer had.
Er waren verder veel mogelijkheden je vrije tijd te besteden. Zo ben ik een paar keer naar een schildersklas gegaan waar een broeder mij de spullen gaf en aanwijzingen hoe ik het beter kon doen. Verder heb ik leren figuurzagen wat ik niet in een klasje hoefde te doen, dat kon in de algemene speelzaal en er was altijd wel een broeder die mij verder kon helpen.
Ik weet niet waar het vandaan kwam maar ik heel erg geïnteresseerd in het planetenstelsel Een broeder die daar veel vanaf wist was broeder Servatius. Het was een broeder van een hogere klas maar hij was erg geamuseerd in mijn belangstelling daarvoor dus vertelde hij er graag over. Van hem leerde ik alle namen van de planeten die om de zon draaien en hoe lang ze daar over deden, van Mercurius tot en met Pluto. Ik verheugde mij er erg op dat ik het volgende schooljaar bij hem in de klas zou komen.
Ik schreef ook "boeken". Ik had een aantal blaadje een paar keer doormidden gescheurd en daarna opgestapeld en in tweeën gevouwen. Zo ontstond een "boek". Het was nu een kwestie van een tekening op de voorpagina en een verhaal aan de binnenkant.
Dat verhaal zoog ik zonder enige moeite uit m'n duim terwijl ik vooraf zelfs niet wist hoe het af zou lopen. Mijn eerste boek heette "Per raket naar de maan". Ik gaf het aan mijn vriendje want toen ik het af had vond ik er verder niks meer aan. Mijn vriendje was er dolgelukkig mee en ik geloof dat hij het wel 10 keer gelezen heeft.
Ik weet dat ik 'n keer ruzie had gekregen met m'n vriendje en toen vermeden we elkaar en praten we ook niet meer. Na een lange tijd werd ik het een beetje beu en begon weer een "boek" te schrijven. Ik moest mijzelf overtreffen dus het werd "Per raket naar Mars". Ik weet nog dat er een scene in voorkwam dat iemand in het raket een glas water uit het raampje gooide en dat we toen tot de ontdekking kwamen dat we niet in het zand stonden maar daar waar het water terecht was gekomen goudkorrels waren geworden. Toen ik hem het boekje gaf was onze vriendschap weer voor het leven bezegeld.

(wordt vervolgd)
Ruud Hanssen zei op 23 juni 2020 om 17:14
(vervolg) Het leven in zo'n kostschool speelt zich echt af binnen die muren. Van de buitenwereld heb je dan geen enkel idee. Ik weet ook niet meer of iemand de beste of de slechtste was, iedereen sukkelde maar 'n beetje door en deed wat van hem gevraagd werd. Streng en in het gelid.
Begin 1953 zat ik nog op de kostschool St. Laurentius in Rotterdam en daar kon ik vrij in -en uitlopen. Op weg naar "huis" kon ik dus een ommetje maken en kon ik zien dat de watersnoodramp ook Rotterdam had getroffen: het hele park stond onder water. Mijn moeder zag ik alleen soms tijdens de vakanties. Op bezoek kwam ze nooit en ik had geen idee waar mijn vader uithing.
Die vakanties waren er met Kerst, Pasen en dan nog de grote vakantie eind juli en augustus. Dan mochten we naar "huis". Mijn moeder had inmiddels een echtscheiding geregeld en was gaan studeren om schoonheidsspecialiste te worden. Wij "woonden" toen in bij mijn grootmoeder en oom (de broer van mijn moeder). Het was een voor-, tussen- en achterkamer woning, dus veel plaats was er niet. Ik sliep in de tussenkamer want de voorkamer (straatkant) was van oom John. Mijn grootmoeder moet dan in de achterkamer geslapen hebben, maar daar heb ik toen nooit over nagedacht. Mijn moeder was inmiddels schoonheidsspecialiste geworden en trad in dienst bij de firma Wills en croste door het land naar beurzen om van vrouwen schoonheden te maken. Ook gaf ze in het land demonstraties bij verschillende drogisterijen en bleef dan daar in een hotel. De enkele keer dat ze "thuis" was sliep ze ook in de tussenkamer.

In ieder geval liep het schooljaar in juni 1953 bijna ten einde. Inmiddels was er in St. Louis difterie uitgebroken en werden er "grenzen" ingebouwd. Dat waren grote en dikke doorschijnende zijlen en de jongens mét difterie moesten achter de zijlen blijven. Het aantal achter de zijlen werd elke dag groter. Ik had geen flauwe notie wat dat allemaal te betekenen had maar ik vond het wel fijn want de speelkamer was alleen toegankelijk voor niet besmette jongens. Tegen het einde hadden we met een paar jongens de gigantische speelkamer nog voor ons alleen. Alle jongens die besmet waren mochten in ieder geval niet naar huis voordat ze beter waren. Ik denk dat ik vervroegd naar huis werd gestuurd; difterie heb ik in ieder geval nooit gehad.

Met m'n rapport (zie hieronder) kwam ik dus thuis en kon mijn grootmoeder laten zien dat ik was overgegaan naar de 5e klas!



Ik weet niet of mijn moeder later erg onder de indruk is geweest van mijn rapport want het bleek ook gemakkelijk als boodschappenbriefje (zie hieronder), maar misschien was er in 1953 of 1954 wel een papier tekort.



Na de grote vakantie was het difterieprobleem kennelijk opgelost want we kregen bericht dat ik gewoon weer naar school kon gaan. Van wegbrengen was dit keer geen sprake meer want ik was uiteindelijk al 12 jaar. Ik kreeg dus een treinkaartje in de hand gedrukt en moest ná Moerdijk opletten wanneer de conducteur Lage Zwaluwe en Zevenhuizen omriep, dan moest ik de halte erna uitstappen. Ik geloof niet dat ik met enige tegenzin weer terug naar St. Louis ging en ik was alweer snel gewend aan het dagelijkse leven aldaar, met dat verschil dat september Mariamaand was en we niet alleen 's morgens maar ook nog eens 's avonds naar de kerk moesten. Dat vond ik wat veel van het goeie. De avondlessen kwamen, denk ik, daar door te vervallen.

De slaapzalen in St. Louis waren enorm groot. Het eerste gedeelte bestond uit "chambrettes", dat waren drie houten schotten met een gordijn ervoor. Hierdoor ontstond een kamertje waarin een bed en een stoel paste. Aan een kant had je dan een rij van 50 of meer chambrettes, maar aan de andere kant ook. In de breedte kon zo'n bouwwerk nog een of twee keer herhaald worden en daarmee had je al snel 2 tot 300 chambrettes.
De schotten waren sierlijk bewerkt en voorzien van een dikke vernislaag. Tijdens de grote vakantie werden al die schotten opnieuw onderhanden genomen. Ik merkte dat vlak voor ik met vakantie ging door de indringende geur van ammoniak die op mijn ogen en mijn keel sloeg. De kinderen van de chambrettes waren al eerder naar huis.
Direct na de chambrettes kwam er weer een grote zaal. Daar stonden de bedden zonder tussenschotten naast elkaar op een afstand van ongeveer 'n halve meter. Naast ieder bed stond alleen een nachtkastje en in een lengte van ongeveer 50 of 60 bedden. De bedden stonden allemaal met het hoofdeinde tegen een lange muur van ongeveer een meter hoog. Aan de andere kant van de muur hetzelfde verhaal.
Mijn bed stond ongeveer op de derde of vierde plaats van het begin aan de rechter kant, mijn vriendje had het bed naast mij. In het eerste bed, aan de andere kant sliep een soort aankomende broeder (ik weet niet hoe dat heet).
Dat was iemand die een stuk ouder was en broeder wilde worden. Gezien heb ik hem nooit want hij ging pas naar bed wanneer wij al sliepen. Precies om 10 uur ging het licht uit en dan moest iedereen in bed liggen. Je kon dan nog wel iets naar elkaar fluisteren maar meestal vielen we gelijk in slaap.
Ik weet werkelijk niet meer wie begonnen is maar één van ons tweeën wilde ineens zijn piemeltje laten zien. Het licht was al uit gedaan maar er bleef nog genoeg licht over om een piemeltje te zien en op gegeven moment lagen we allebei met onze pyjamabroek naar beneden naar onze piemeltjes te kijken. Van het een kwam het ander en we wilde dan ook eens elkaars piemeltje voelen. Je moest daarvoor wel op je zij op het randje van het bed gaan liggen en dan konden we er net bij komen. Het voelde heel erg spannend want ik geloof dat we allebei wel wisten dat dit eigenlijk niet mocht. Dat deden we 'n paar keer wederzijds totdat we er achter kwamen dat de aankomende broeder over het muurtje stond te kijken. Ik weet niet hoe lang hij daar stond maar wij schrokken ons rot. Hij moet een geluid gemaakt hebben of zoiets en de pyjama’s gingen weer bliksemsnel omhoog en we vielen in slaap. Er werd helemaal niets gezegd, maar we waren betrapt, dat was zeker. Zoals verwacht werd ik de volgende dag uit de klas geroepen en moest ik mij beneden bij twee broeders melden. Ik werd zeer ernstig toegesproken, betuigde meermaals mijn spijt en beloofde natuurlijk te gaan biechten en dat het nooit meer zou gebeuren.
Gemeten aan het aantal Weesgegroetjes en Onzevaders die ik na de biecht kreeg leek het mij niet tot een zware misdaad te behoren. 's Avonds werd ik door een broeder opgewacht die zei dat ik een andere slaapplaats had gekregen. Ik was verhuisd naar een chambrette! Ik voelde me zeer vereerd. Ik was altijd een beetje jaloers geweest op de kinderen die daar mochten slapen. Vermoedelijk waren de chambrettes voor wat oudere kinderen die niet meer op de lagere school zaten. Het was een paar weken voor de kerstvakantie en ik kan mij niet meer herinneren of ik mijn vriendje daarna nog gezien heb of dat wij het incident gewoon doodzwegen.
Die laatste week of weken voor de kerst gingen gewoon als altijd behalve dan dat ik nu in een echte chambrette sliep. Ik was het in ieder geval alweer bijna vergeten.

De kerstvakantie was begonnen en mijn moeder kwam mij zowaar ophalen alleen tijdens de treinreis naar "huis" merkte ik dat er iets aan de hand was. Mijn moeder zei alleen iets wanneer het hoognodig was en vroeg helemaal niets over hoe het was geweest. Mijn grootmoeder zei ook minder dan ik gewend was en er hing een soort raar sfeertje en ik begreep niet waarom. Ik werd ook ineens voorgesteld aan oom Cees, iemand die ik nog nooit gezien had. (Achteraf bleek oom Cees mijn 2e vader te worden en moest ik oom Cees ineens papa noemen).

Ik moest met oom Cees naar de voorkamer om eens te praten en toen kwam de aap uit de mouw: St. Louis wilde me niet meer hebben! Wat hij in ieder geval zeer dringend wilde weten was niet zo zeer wat ik met mijn vriendje had gedaan maar óf en zo ja welke broeder daarbij betrokken was geweest. Ook werd ik doorgezaagd over de vorige kostschool (St. Laurentius) waar ik op had gezeten, maar ik kon met de beste wil geen enkele broeder noemen die iets met dit akkefietje te maken hadden of hadden gehad. Ik begreep helemaal niet wat die broeders ermee te maken moesten hebben. Oom Cees was overigens een pure atheïst! Ik heb ik de weken daarna nog eens gevraagd of ik een brief mocht schrijven want ze hadden 2 (voor mij kostbare boeken) niet teruggeven, maar daar kon geen sprake van zijn. Verder is er nooit meer over gesproken met mij maar later ving ik toch op dat het "aangeboren" was.
Ik weet niet of het van de broeders of andere wetenschappers kwam maar ik was dus op mijn 12de al een aangeboren homofiel. Ik ben inmiddels 50 jaar getrouwd en we hebben twee kinderen en ik heb in mijn hele leven nooit behoefte gehad of er maar aan gedacht een liefdesrelatie met een man te beginnen.

Dit verhaal is iets gedetailleerder dan ik in het boek "Paps vertel 'ns" heb gezet, stomweg omdat dat boek dan uit zijn voegen was gescheurd. Ik heb dit geschreven omdat ik toch wel benieuwd ben of er nog klassenfoto’s bestaan waar ik op sta. De tijd dat ik in St. Louis doorbracht en met welke broeder moge blijken uit de bijlagen. Ook is het voor mij altijd een vraag gebleven wie die 1000 gulden schoolgeld heeft betaald en of die over het 2e jaar wel deels zijn terugbetaald.

Ruud J.P.J. Hanssen
Mark Goossens zei op 23 juni 2020 om 17:34
Meneer Hanssen, wat een geweldige reactie! Dank!
Marcel Wijnands zei op 4 juli 2020 om 13:21
Beste Thijs,
Heel leuk om de verhalen over de kostschooljaren op Saint Louis te lezen. Veelal over de 50-er en begin 60-er jaren. Ikzelf heb 6 jaar op Saint Louis gezeten, van 1967 tot 1973. Het was een periode dat het aantal leerlingen afnam en de broeders meer deelnamen aan het burgerleven en soms uittraden.
Mijn ouders zaten in Afrika en wilden mijn broer en ik een goede opleiding geven om ons voor te bereiden op onze gezamenlijke terugkomst naar Nederland. Mijn vader’s broer, broeder Franciscus, werkte in de ziekenzaal en zou een oogje in het zeil houden.
Ik begon als 11-jarige in de 5e klas van broeder Gonzago die het jaar erop overigens broeder Van Oosterhout heette. Wij zaten op de middencour en sliepen op de bovenste etages van het hoofdgebouw. Drie grote slaapzalen met de bedden naast elkaar, gescheiden door een schotje van circa 1 meter hoog. Ik zat in de groep van broeder Ansgar. De twee andere groepen werden door leken geleid: juffrouw Karin en juffrouw Ellen.
Toen ik naar de 6e klas ging, verhuisden we naar over het spoor, naar het juvenaat. In de klas bij broeder Van Mook, voorheen broeder Savio, en op het juvenaat zelf bij broeder Edward.
Toen naar de brugklas van het Thomas More College en op Saint Louis weer terug naar de middencour bij broeder Hubertus. Hij was van de bonte avonden en kon zelf erg leuk toneelspelen.
De tweede klas bij broeder Revocatus in de Aula. Dat waren de gezelligste jaren. Andere groepleiders waren broeder Marinus, broeder Gerardo en wederom broeder Ansgar.
Tenslotte de derde en vierde klas bij broeder Vitus op de kleine cour. Een hele strenge man die niet helemaal met zijn tijd was meegegaan.
Dat waren mijn kostschooljaren in vogelvlucht. Ik hoor graag of er andere leerlingen van mijn kostschooljaren nog herinneringen hebben.
Wim Avontuur zei op 4 juli 2020 om 16:55
Beste Wijnand,
De enige voor mij bekende broeder die jij noemt is broeder Vitus. Inderdaad een strenge man, maar op zijn tijd kon hij ook nog weleens aardig zijn. In heb in de jaren 1959/1966 op St. Louis gezeten. Ik heb in de 5e en 6e klas gezeten en vervolgens intern de HBS op het TMC in 5 jaar gedaan. In de jaren 60 begonnen de diverse broeders al uit te treden of hun eigen naam te gebruiken. Jij kwam dus net een jaar na mijn vertrek binnen. Ik neem aan dat je op de HBS broeder Sigebertus en broeder Otger nog meegemaakt hebt en Achterberg als leraar Engels of als directeur.
Helaas heeft er in mijn tijd nog veel misbruik plaatsgevonden en ik hoop dat jij dat niet persoonlijk ondervonden hebt.
Paul Hosman zei op 4 juli 2020 om 16:59
Beste oud-kostschoolgangers,
Reeds eerder heb ik een bijdrage over mijn jaren op Saint Louis .
gegeven zie mijn bijdrage d.d. 17 nov. 2019. Deze jaren houden mij nog regelmatig bezig. Nu heb ik een vraag : wie weet of er nog klassenfoto,s bestaan over de jaren 1952 tot en met 1957 . Ik ben daar dan zeer in geinteresseerd .
Met vriendelijke groet, Paul Hosman Soest
Marcel Wijnands zei op 4 juli 2020 om 18:13
Beste Wim,
Idd meneer Achterberg op het TMC en broeder Sigebertus op de Grote Kant, zoals wij dat toen noemde. Nog twee broeders die me te binnen schieten van het TMC: wiskundeleraar broeder Korver en de natuurkundeleraar die ik alleen nog maar van zijn bijnaam herinner: de Nol. En dan nog de leraar Duits, meneer Erkamp, eigenlijk een pater.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 14 juli 2020 om 13:21
@Marcel, Wim, Paul: nog bedankt voor jullie reacties!

@Paul: ik heb je vraag voor de zekerheid ook op ons Forum voor internaat Saint Louis gezet, zie: https://www.bhic.nl/ontdekken/praat-mee/terms=1054

@Marcel: mooie beschrijving van hoe het er in die dagen, toen veel internaten het zwaar kregen en ook zijn verdwenen, aan toe ging. Zo'n broeder die zijn eigen naam gaat gebruiken, een veelzeggend detail denk ik dan.
Wel opmerkelijk dat jullie in die periode, waarin ook veel internaten (tevergeefs dus) nog probeerden te moderniseren, jullie gewoon nog op een slaapzaal lagen met schotjes tussen de bedden. Was misschien niet anders door het grote aantal leerlingen? (Niet voor dat internaat misschien, maar wel vergeleken met andere internaten, het was toch een van de grootste.)

Je weet nog een hoop namen en die doen het altijd goed om meer reacties van andere oud-leerlingen te krijgen. Nogmaals dank en hartelijke groeten,
Hapipiko zei op 6 augustus 2020 om 10:30
Bijzonder om hier de ervaringen te lezen van leerlingen van Saint Louis.
Zelf heb ik er een goede tijd gehad, maar er zit wel een donker randje aan.
Ben zelf geconfronteerd geweest met uitzonderlijk geweld door een broeder. en jaargenoten zijn ook misbruikt en mishandeld.
hier is meer te lezen voor de serieuze belangstellende: https://seksueelmisbruik.info/stlouis-oudenbosch/
Helaas zijn de broeders die verantwoordelijk waren al erg oud of overleden.
Toch is er enige tijd geleden nog een rechtzaak geweest, waar het slachtoffer zijn verhaal kon doen en de broeder reageerde met : 'daar kan ik mij niets van herinneren.' Toch kon aan de hand van getuigenis worden vastgesteld, wat deze broeder had gedaan.
Natuurlijk is het allemaal verjaard en ontlopen de schuldigen hun verdiende straf. Schrale troost is dat slachtoffers hun verhaal kunnen doen en erkenning krijgen voor het hun aangedane leed.
Jan zei op 6 augustus 2020 om 16:11
Even aanhakend op het voor mij meeslepende verhaal van Ruud Hanssen.
Leuk om te lezen , ik zat ook in die zelfde periode daar op school in de ULO met name.
Trouwens die gym broeder was Broeder Gabriel ik heb er nog foto'tjes van en klopt volgens Uw omschrijving.
Niet de meest frisse figuur overigens en niet alleen omdat hij er als een griezel uitzag maar hij heeft aan mijn billen en in mijn broekje gezeten en schaamde zich er niet voor dat te doen waar de rest van de klas bij stond toe te kijken.
Ik deed een oefening fout en moest bij hem komen en ik zou bij de volgende fout de gang van de gymzaal op moeten gaan en dan zou hij mijn broekje uit doen en me klappen op de billen geven.
Ik deed direct daarna expres de oefening fout en ging niet.
Hij had me waarschijnlijk door en liet het zo.
Dat was voor mij overigens het enige incident , maar van vriendjes hoorde ik wel meer wat daar zo allemaal gebeurde.
Het leven op die school was best goed , vooral het eten maar als men nu terug denkt als modern mens dan was het een onbegrijpelijke (schijn) heiligheid , vooral omdat ik van U de reden van verwijdering van school lees.
Onbegrijpelijk dat zulke broeders die zelf niet deugen dit soort beslissing konden nemen.
De broeders die dat gedaan hebben zullen misschien schoon zijn maar ik kan me met de beste wil van de wereld niet voorstellen dat ze niet van de escapades van sommige broeders zouden hebben geweten.
Br Apollonius was ook zo.
W Degens zei op 25 september 2020 om 12:31
Ik heb ondanks de verkrachtingen van mij van br Gabriel ook heel goeie broeders in mijn 4 jaar S. L. Oudenbosch meegemaakt. Met name: Broeder Policarpus en br. Willibrord van de grote cour. Die laatste kwam mij regelmatig even speciaal opzoeken en vragen hoe het nu met mij ging. Er kwam op een vrije middag een mij helaas onbekende broeder, omringd door enkele grote jongens, met een doos waarin een hagedis. Die was voor mij bedoeld. Ik had nog nooit een hagedis gezien, maar pakte hem voorzichtig uit die doos en was gelijk vertederd vanwege de toegevoegde reptielen info van die broeder. Hij beloofde mij zo gauw mogelijk een terrarium te maken waarin ik meerdere reptielen kon en mocht houden. Dat gebeurde ook. In korte tijd had ik daarin 4 prachtige hagedissen en 2 salamanders voor wie ik van weer een andere broeder een grote bijna platte schelp kreeg voor het water. Hoe empathisch was dat niet van die broeder om pedagogisch te enticiperen op mijn sociaal groeps probleem. Ik wilde met niemand vriendjes worden en gedroeg mij op de cour destructief. Sinds ik mijn terrarium had om voor te zorgen had br. Sjors geen problemen meer met mij. Die broeder werkte op de grote cour met br. Willibrord samen. Als je bij br Policarpus jarig was (3de klas l. s.) dan kwam je ''s morgens de klas in en was je stoel uitbundig versierd en bovenal, het driedelige schoolbord was ongewoon dichtgeklapt. Tot br Policarpus het bord enigszins plechtig opendraaide. Dan bleek hij een geweldige kleurentekening voor de jarige gemaakt te hebben. Zulke goeie kerels in mijn herinnering hebben mijn slechte herinneringen aan die 4 jaar aanzienlijk verzacht.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!