i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Heesch
Tags:

Aan de rijksweg Den Bosch-Grave 1818-1836

vertelde op 11 december 2009 om 09:34 uur

Wie in de achttiende eeuw vanuit ’s-Hertogenbosch richting Grave en Nijmegen wilde, reisde tot Hintham over een weg met bestrating. Daarna moest de reiziger echter genoegen nemen met een zandbaan, waarin diepe karrensporen uitgesleten waren.

Onder Rosmalen noemde men dit ‘de gewone winter-graafsche baan’. De weg volgde niet altijd een rechte lijn zoals later het geval zou zijn, en bovendien maakte het verkeer vaak gebruik van parallelroutes voor de regionale oost-westverbinding. Zo maakten ook de Zomerweg en de Ruitersweg, nu ten zuiden van de A59 ter hoogte van Vinkel en Heesch, deel uit van deze belangrijke verkeersas.

De Zomerweg is in 1814 als aarden baan aangelegd "tot betere passage in den zomer tusschen ’s Bosch en Grave, waardoor een groot gedeelte zware zandige weg over Heesch wierd vermeden". Deze weg van bijna zes kilometer liep over het Zoggelsbroek tussen Maliskamp en het Zoggelssteegje. De totale aanlegkosten bedroegen bijna 4.900 gulden.

Ruitersweg

De naam Ruitersweg kan afgeleid zijn van veelvuldige verplaatsingen van legers. Inderdaad trokken soms duizenden soldaten door de regio van of naar de Nistelrodese heide, waar bijvoorbeeld in de winter van 1747-1748 een legerkamp was opgeslagen voor enkele tienduizenden manschap-  pen.

Via Zomer- en Ruitersweg konden de militairen bijna rechtstreeks die heide bereiken zonder dat Nuland, Geffen en Heesch overlast van hen behoefden te ondervinden. Onder Heesch bestaat deze straatnaam nog steeds, en ook in Maasdonk is er een Ruitersdam, maar dat is eigenlijk het laatste stuk van de Zomerweg van 1814 vóór de aansluiting op de Ruitersweg.

Een rustpunt

In de kom van Heesch zorgde herberg De Lindeboom voor een rustpunt halverwege ’s-Hertogenbosch en Grave. De ‘Tourkar op de Graaff’ (zeg maar de Interliner naar Grave), die een dagelijkse dienst onderhield tussen ’s-Hertogenbosch en Grave, wisselde daar van paarden en de passagiers konden er de benen strekken en wat eten en drinken.

Ontwerp voor de Rijksweg langs Heesch, 1817Aarden baan

De afstand vanaf de Bossche Markt tot aan het veer over de Maas bij Grave bedroeg exact 32.755 meter en 37 centimeter, ofwel ‘5 uur 54 minuten gaans’. Dat betekent een gemiddelde wandelsnelheid van 5,5 km per uur, dus dat was flink doorstappen.

Van Den Bosch tot even voorbij het tolhuis van Hintham was al bestraat. De rest moest dus nog gebeuren. Begonnen werd met de aanleg van een aarden baan. De benodigde procedures voor grondaankopen, onteigeningen en schadeloosstellingen namen veel tijd in beslag. In 1818 was de aarden baan gereed tot de toenmalige Nulandse herberg Puttershoek. In 1819 bereikte de aarden baan, voorzien van drie houten duikers, de Papendijk onder Geffen, en tegelijkertijd werden soortgelijke werkzaamheden verricht tussen Heesch (Hansjoppenberg, bij Zevenbergen) en de herberg Den Elft bij Grave.

Pas in 1826 was ook tussen de Papendijk en de Hansjoppenberg het karwei af. In 1822 begon men met het aanbrengen van de bestrating vanaf Hintham en vanaf Grave. Daarvoor werden kasseien (kinderkopjes) van Belgische hardsteen gebruikt.

Rijkswegplan, 1817Het laatste stuk, maar… een grondstoffenprobleem

In 1826 kon Rijkswaterstaat zich bezig gaan houden met het gebied ten westen van Heesch. De twee kilometer van het Heispoor naar de Zoggelseweg tot even ten oosten van Hei en Wei werden verhard met de bekende Belgische kasseien. Ook op dit stuk werd de straatweg vijf meter breed. In 1828 volgden de 2.650 meter van Hei en Wei naar de Papendijk en het jaar daarop begonnen de keileggers aan de vier kilometer die nog resteerden naar Heesch.

In datzelfde jaar 1829 kwamen 1.156 meter oostelijk van de Papendijk gereed en in 1830 werden nog eens 1.545 meter aanbesteed. Maar toen kwam er een kink in de kabel…

In augustus 1830 brak in Brussel een opstand uit tegen het bewind van koning Willem I. Binnen enkele weken sloot vrijwel heel het zuidelijk gedeelte van het Verenigde Koninkrijk zich erbij aan. Op 4 oktober riepen de Belgen de onafhankelijkheid uit, maar het zou nog tot 1839 duren, voordat Nederland zich daarbij neerlegde. Vooral de eerste jaren leefden Noord en Zuid met elkaar op gespannen voet, zodat de grenzen dicht gingen. Ook de aanvoer van kasseien vanuit België kwam dus stil te liggen.

In het verslag van het Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant over 1831 valt te lezen dat, gerekend vanaf de Papendijk "uit hoofde van gebrek aan keijen slechts tot op een totale lengte van 2.574 ellen " aan straatweg is aangelegd. En in 1832 hebben "geen noemenswaartige veranderingen of verbeteringen plaats gehad, daar de voortdurende schorsing der gemeenschap met de voormalige Zuidelijke Provinciën des Rijks de aanvoer der tot voortzetting en voltooijing dier wegen benoodigde materialen steeds heeft verhinderd".

Ondertussen werden wel alternatieven overwogen: begrinding of bestrating met ‘gebakken klinkerstenen’. Zelfs werd geopperd om een deel van de kasseien in de weg van Breda naar Gorinchem op te breken en te gebruiken voor de straatweg bij Heesch. Zover kwam het echter niet, al lagen de werkzaamheden ook in 1833 en 1834 nog geheel stil.

In 1835-1836 kwam er weer schot in de zaak. Een wegvak van 4.545 meter van bewesten Heesch tot de Hansjoppenberg werd voorzien van kinderkopjes. Vanaf dat punt tot herberg Schaijkschenhoek kreeg de baan een kiezeldek en werd dus een grindweg. Mogelijk speelden de invoerbeperkingen vanuit België nog steeds een rol. Al met al was het vanaf 1836 mogelijk in alle jaargetijden zonder al teveel hindernissen te reizen tussen Grave en ’s-Hertogenbosch.

Rechts de situatie volgens de topografische kaart van 1837.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (13)

Peter Verhagen uit Haaren zei op 1 april 2008 om 21:08 uur

Kan iemand mij wat vertellen of mij verwijzen naar de situatie van de weg 's-Hertogenbosch -Grave/Nijmegen voor de 18e eeuw. Dus de tijd van de z.g. banen die er vanaf de 15e eeuw liggen zoals tussen '-Hertogenbosch en Breda en Eindhoven?

Henk Buijks (namens BHIC) zei op 2 april 2008 om 08:39 uur

Daar weet ik wel iets van, Peter. Vóór 1800 liep de route Den Bosch-Grave maar ten dele over het huidige tracé. Vanaf Hintham nam men wat nu de Oude Baan heet, noordelijk van de A59. Zo ging het ten zuiden van Rosmalen, Nuland en Geffen langs. Heesch werd wel aangedaan; daar stond ook een herberg annex pleisterplaats. Zuidelijk om Heesch heen liep de Zomerbaan of Ruitersweg, waarover je al las in het verhaal in onze site.
Na Heesch slingerde de route een beetje om de huidige Rijksweg heen. Alleen de bocht ter hoogte van Pannenkoekenrestaurant De Tol bij Velp was ruimer. Het oude tracé loopt daar een stuk zuidelijker, maar komt vóór Grave weer samen met de huidige weg. Via de Hampoort kwam men dan de stad binnen om via de Ham- en de Maasstraat naar het Maasveer te gaan, richting Nijmegen.

Wil je meer weten, kom dan naar het BHIC oude kaarten kijken!

Henk van den Brink zei op 6 januari 2013 om 11:39 uur

Is het bekend in welk jaar de totale afstand van Den Bosch naar Nijmegen was bestraat? Met name ben ik benieuwd in welk jaar de rijksweg onder Nuland was bestraat, omdat Josephus Witlox (1807-1882) aldaar tolpachter is geweest.

Henk Buijks bhic zei op 7 januari 2013 om 08:58 uur

@Henk, voorzover mij bekend was de rijksweg 's-Hertogenbosch-Grave onder Nuland in 1823 bestraat. Hetzelfde gold voor het weggedeelte Grave-Reek. Tussen 1825 en 1830 is verder gewerkt aan het traject Geffen-Heesch. Toen gooide de Belgische Opstand roet in het eten: de aanvoer van Ardeense kinderkoppen werd stilgelegd. Vandaar dat het wegvak tussen Heesch en Reek tot de 20e eeuw met grind is verhard. Omstreeks 1930 kreeg vrijwel de hele rijksweg een betondek.

Bas den Brok zei op 29 april 2015 om 13:28 uur

Weet iemand waar de (oorspronkelijke) Papendijk bij het gelijknamige gehuchtje bij Geffen precies lag? Waar begon hij? Waar eindigde hij? Was hij onderdeel van de Graafse Baan als een verhoogde weg? Oorspronkelijk aangelegd als weg? Of als waterkering? Wanneer? Welk water werd gekeerd? En waar komt de naam vandaan?

Groeten, Bas den Brok

Marcel Hermes zei op 30 april 2015 om 10:24 uur

Welk leger had in de winter van 1747/1748 haar kamp op de Nistelrodese heide en is het bekend waar dit dan ongeveer geweest moet zijn? "enkele tienduizenden manschappen" dat zou een compleet dorp moeten zijn geweest!?

Maarten van Boven zei op 17 maart 2017 om 13:28 uur

Caspar van Breugel vermeldt in zijn memoires dat hij in 1794 komende van Nijmegen een ontmoeting had met de Franse generaal Lacombe in de herberg de Papendijk tussen Heesch en Den Bosch. (C. van Breugel, Memoires sur ce qui s'est passé de remarquable après la capitulation de Bois-le-Duc, Amsterdam, 1821.

Annemarie van Geloven
Annemarie van Geloven bhic zei op 17 maart 2017 om 16:37 uur

Interessant dat u dat u die herberg bent tegengekomen in deze memoires van Caspar van Breugel. Dit was een interessant persoon voor de Meierij van 's-Hertogenbosch. Om het geheugen van de lezer op te frissen, hier wat Wikipedia over hem vertelt https://nl.wikipedia.org/wiki/Caspar_van_Breugel

Als u nog een beschrijving van de herberg hebt aangetroffen in de memoires, horen we dat graag!

Henk Geurts
Henk Geurts zei op 2 januari 2018 om 16:08 uur

Marcel,
het leger wat toen op de Nistelrodese heide haar kamp had is beschreven in de laatste uitgave van drs. L.P. van den Heuvel: "De betekenis van de Oostenrijkse Successieoorlog voor Oostelijk Staats Brabant". (ISBN/EAN: 978-90-813307-0-1) Hierin wordt beschreven dat de Hertog van Cumberland op 20 mei 1748 zijn hoofdkwartier vestigde in de voormalige Roomse kerk aan Kleinwijk in Nistelrode. Volgend de schrijver waren er zeven bataljons Britse troepen gelegerd. Elk bataljon bestond uit ca. tweeduizend manschappen

Marcel zei op 2 januari 2018 om 16:13 uur

Hallo Henk,

Bedankt voor deze informatie!

Ad van Liempt zei op 14 februari 2018 om 16:31 uur

Dag Henk,
we troffen elkaar al eens in het BHIC bij het dossier van deze weg, waar ik zocht omdat ik de ruimtelijke historie van Hintham onderzoek. Ik kan in de inventaris geen verdere gegevens vinden dan over de aanleg ervan. Maar ik weet dat er meer moet zijn, zoals een tekening van een omleiding om Hintham heen. Ook ben ik benieuwd naar de detailoplossing toen de linie van Hintham er overheen werd gemaakt, waar de tol (barrière) nr. 9 precies lag en meer van die zaken. Kun je me helpen wat gerichter te zoeken? In inv. 803 kom ik niet verder.

Henk Geurts
Henk Geurts zei op 14 februari 2018 om 17:20 uur

Dag Ad,
Helaas kan ik je niet helpen met deze materie. Wellicht dat men bij HKK De Elf Rotten in Heesch, Vladerack in Geffen of Nuweland in Nuland wat hebben liggen.

Henk Buijks zei op 15 februari 2018 om 16:04 uur

Beste Ad,
Concludeerde uit jouw reactie dat je mij bedoelde, want ik herinner me ons gesprek in de studiezaal van het BHIC. Inderdaad bevat nr 803 niets over de door jou bedoelde projecten. En m.i. is dat logisch, omdat het wegproject van Rijkswaterstaat in Hintham pas na de Franse Tijd startte. Toen was het traject Den Bosch - Hintham allang bestraat, zeker al sinds de 18e eeuw. Mogelijk kun je daarover nadere informatie vinden in het dorpsarchief van Rosmalen, dat berust in het Bossche Stadsarchief, maar er moet ook over geschreven zijn in de recente boeken over de stadsgeschiedenis van Den Bosch. Kijk ook eens in de Bossche Encyclopedie op internet. Helaas kan ik je nu niet verder helpen, want ik verblijf momenteel elders.
Hartelijke groet,
Henk buijks

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 5 december 2012 om 14:56 uur

Trammetje komt zo…

vertelde op 21 maart 2009 om 15:09 uur

Zomerweg of Ruitersdam: een weg met geschiedenis

vertelde op 23 november 2011 om 09:59 uur

Nieuw Schaijk