i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Heesch
Periode: 1945 - 1960
Tags:

Achterom binnenkomen

vertelde op 2 januari 2018 om 15:42 uur

Bij ons thuis kwam vroeger zowat iedereen gewoon achterom. We hadden zelfs geen voordeurbel. ‘Bij ons thuis’, dat was op de Velft in Heesch, waar ik ben geboren in het huisje op de hoek van de Bergstraat en de tegenwoordige Gildenweg als zoon van mulder Jan Geurts en Anna van de Rakt.

Heesch, Eerste H. Communie, 1959Ze hadden hier de maalderij en waren eigenaar van de Witte Molen, die tegenover ons huiske stond. Het was een beltmolen die echter geen wieken meer had.

Vroeger was het de normaalste zaak dat er lokale venters aan de deur, dat wil zeggen, achterom kwamen. “Anna, wa zal’t zijn, Anna?” Zo kwam bakker en buurman Thé Cortenhof bij ons binnen met brood. Zijn bakkerij en winkel stond op de hoek van de Hoogstraat (nu Pres. Kennedystraat) en onze straat, de Witte Molenweg (nu Gildenstraat). Het was slechts vijftig meter van ons huis en toch kwam hij langs de deur.

In de winkel verkocht zijn vrouw Lena Cortenhof, of dochter Mien, van allerlei etenswaar. Er stonden van die mooie glazen potten en een grote weegschaal op de toonbank. Wij moesten vaak bij Lena in de winkel brood halen. Meestal liepen we dan bij Thé de bakkerij in, want daar viel altijd wel wat te lachen.

Deze foto is van mijn eerste communie in 1959. Op de achtergrond de bakkerij van Thé Cortenhof en de kerk van Heesch. De meest linkse met strik ben ik.

Volgens Thé vielen alle mulders met hun kont in de hel. Het Fordje van onze pa liep volgens hem op “erpelschellen” (aardappelschillen). Op de terugweg naar huis werd er dikwijls een flinke hoek uit dat lekkere verse “mikske van aacht ons” gebeten. En voordat het mikske door ons mam werd aangesneden, sloeg ze eerst met het mes aan de onderkant een kruis “om d’n duvel eruit te jagen”. Als er gaten in het mikske zaten, kreeg Lena de schuld, want die was er dan “met haar dikke kont doorheen gekropen”.

Wie ik me verder herinner: Harrie van Boxtel, de groenteboer met zijn antieke paardenkar; de altijd haastige Marinus Schuurmans met brood van bakker Sommers langs de Rijksweg; Pietje Ollie (Broeksteeg) die stotterend binnenkwam met: “Anna m-moette nog pronne-pronne-p-pronollie” (dat was bronolie voor het stinkende oliestelletje om soep op te trekken); verder de kolenboer Goossens: die man zat helemaal onder het zwarte kolenstof. Hij kwam met een mud eierkolen op zijn rug binnen en leegde die zak in de kolenbak in de bijkeuken; Timmers van de VéGé-winkel uit de Vinkelsestraat kwam zelf langs om boodschappen te brengen.

Jan van Tilburg kwam met zijn auto uit Nistelrode gereden met kleren in de achterbak. Ons moeder kocht dan (meestal op de groei) de kleren voor ons die op tafel uitgespreid lagen. Soms kwamen de schooivrouwkes die stiek, knopen en andere prullaria kwamen verkopen. Die klopten wel op het raam naast de voordeur. Volgens onze pa verkochten die ook knoopsgaten. Ook heb ik wel eens ooit een scharensliep gezien.

Een enkele keer kwam er een man die de maalstenen uit de maalderij kwam scherpen. Die werden uit de maalinstallatie getakeld en met een speciale hamer sloeg hij dan uit de hand van die hele mooie strakke spiralen in de stenen.

Op zondag na de hoogmis kwamen de boeren betalen voor het geleverde meel e.d. Ze kregen dan een borrel en een bolknaksigaar. Heel de keuken stond blauw van de rook dat het pikte in je ogen. Het scheen altijd gezellig te zijn, die boeren praatten steeds harder door elkaar heen. Deze manier van betalen had vele voordelen: onze pa wist zeker dat er betaald werd, de boeren hadden een gratis borrel met een sigaar en hun vrouwen wisten dat ze niet in het café zaten.

Onze pa verstopte het contante geld ergens tussen de meelzakken. Daarmee betaalde hij de woensdagmiddag erop de vertegenwoordiger van de firma Meulemans, dhr. Limpens. Die kon verschrikkelijk snel bankbiljetten tellen. Al het varkensmeel, kippenvoer en koeken en likstenen voor koeien kwam van Meulemans in Ravenstein. Daarnaast werd er ook voor de boeren veel koren gemalen. Alles werd met ons vrachtwagentje bij de boeren afgeleverd.

Heesch, Heeroom JanDan waren er nog enkele ooms uit Nistelrode die langskwamen en steevast een borrel met sigaar gepresenteerd kregen van ons mam: Ome André was een broer van ons mam. Hij had een Volkswagen kever, nog met een brilletjes-achterruit en een aanhangwagentje. Hiermee kwam hij stapels klompen brengen uit de klompenmakerij van opa van de Rakt. Die stapels klompen waren met een touw en een houtje op elkaar gebonden. Deze Nisseroise klompen werden bij ons verkocht. Soms kwamen er mensen klompen kopen met een houtje voor de maat.

Een andere oom, ome Gérard, was getrouwd met tante Ti, een zus van ons mam. Hij kwam met zijn Bambino ieniemienie-autootje met verzekeringen en ander papierwerk. En als hij in Nederland was kwam onze Heeroom, broer Jan van ons mam op de “koffie”. Het werd echter meteen: “An... hedde niks anders”, doelend op een sigaar en een flinke borrel. Heeroom was pater Jacobus, missionaris in de Kongo.

Maar het allerliefst zagen wij toch ome Dof langskomen. De broer van onze pa, met Sprookjesijs in zijn blauwe bestelbus. Dat was het befaamde Nisseroise ijsje, waar iedereen zo lekker van kon genieten. ‘t Kwaam b’ons allemaol aachterum….

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (10)

Marie José zei op 10 januari 2018 om 11:49 uur

Mooi verhaal Henk, heel herkenbaar! Mooi initiatief ook om zo verhalen te bundelen.

Henk Geurts
Henk Geurts zei op 10 januari 2018 om 12:30 uur

Klein foutje van mij: de meest rechtse ben ik, links staat mijn oudere broer Rien, daartussen zus Jeanne en broertje Jack.
Nog een aanvulling van neef Rien van ome André:
"Bij het lezen heb ik me er ook aan herinnerd dat ik soms ´s zaterdags met onze pa bij de klompenleveringen meegereden ben.
Meestal moest ik tijdens de gesprekken van onze pa met zijn klanten in de auto blijven zitten, maar bij tante An mocht ik natuurlijk mee naar binnen.
Ik vond het daar altijd gezellig.
Het was een specialiteit van onze pa in de omgang met neven en nichten in zijn broekzak munten te laten rinkelen, en als er genoeg spanning opgebouwd was, gaf hij een dubbeltje of een kwartje voor de spaarpotten.
Dat werkte ook bij jullie altijd goed en zo kon hij bij zijn vertrek tevreden kinderen achterlaten."

martin geurts ( tien van jan de mulder auwt His zei op 12 januari 2018 om 12:31 uur

Nog 'n foutje meer... Cortenhof moet zijn v.d. Kortenhof en Mien was niet de hulp in de winkel van The. Mien was onze 7 dagen per week hulp onss, In de winkel van The hielp meestal de oudste dochter Riek ( daarnaast hadden ze nog een zoon Harrie en een dochter Ria. De kolenboer was vd Akker ( van langs de Rijksweg) Goossens was ook een bakker uit Heesch maar die kwam niet bij ons aan de deur.. Oja ik de oudste (martin) sta niet op de foto deze is door mij genomen.... daarom.

Henk Geurts
Henk Geurts zei op 12 januari 2018 om 12:55 uur

Inderdaad moet het zijn: dochter Thé en Riek van de Kortenhof en Mien vd Akker was onze hulp in huis.
De kolenboer was Driek vd Akker langs de Rijksweg, achter de winkel van Jan van Dijk. (Tel 204 en wij hadden 203). Echter Johan Goossens was zijn knecht en die kwam bij ons langs.

Tony van omen Andre zei op 14 januari 2018 om 19:42 uur

Mooi verhaal Henk! Vroegere tijden herleven!

Bert Wijnen zei op 31 oktober 2018 om 19:57 uur

De bakker die aan de deur kwam met brood, was een andere Goossens. Hij heette Driekske. Zijn naam was Driekske 't Boerke. Overigens zijn alle Goossens uit Heesch familie van elkaar denk ik. Ze voeren allen de bijnaam 't Boerke.

Over achterom gesproeken: Wanneer een kruidenier zijn winkel had gesloten, mocht je altijd in tijd van nood even achterom komen. Ik moest vaak meteen na de eerste mis van zeven uur even achterom bij Nol den Bekker, die een kroonkruidenierswinkel had. Vaak was dat voor een pakje margarine of ene "buil" suiker

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 1 november 2018 om 13:19 uur

Bedankt voor de interessante aanvulling, Bert! Leuk om te lezen hoe jullie hier samen herinneringen met elkaar uitwisselen.

Henk Geurts
Henk Geurts zei op 1 november 2018 om 13:56 uur

Bert bedankt voor de aanvulling.
Voor zover ik me herinner kwam Driekske 't Boerke bij ons geen mik brengen. Misschien dat onze Martien dat nog weet. Mooie bijkomstigheid is echter dat de zoon van Driekskes, Tiny Goossens, komende woensdag om 20.00u samen met Harrie van Grinsven op de Heemkundekring Nistelvorst in Nistelrode een lezing geeft. Dit gaat over communicatie, vervoer en contact, waarbij Tiny verhalen opdiept uit zijn veertigjarig dienstverband als PTT postbode, o.a. in Nistelrode.
(Zie de MooiBernhezerKrant van deze week.)
Bij ons thuis gebeurde het trouwens ook weleens dat er 'n boer op een ongeregelde tijd geen voeder meer had. Die mensen werden dan gewoon geholpen.

martin geurts zei op 1 november 2018 om 15:38 uur

't Boerke (bakker Goossens) kwam idd niet bij ons met z'nne mik.... eigenlijk simpel onder de middenstanders....koop je bij mij dan koop ik bij jou.

Oja… 'sZaterdags smiddags kwamen er altijd dezelfde die nog efkes wa moesten hebben...Dit werd opgelost door 's Zaterdagssmiddags niet meer thuis te zijn... na een tijdje was men er aan gewend en hoefde 't niet meer....

Bert Wijnen zei op 1 november 2018 om 16:19 uur

Bij ons waren twaalf kinderen. Daarom kwamen naast Driekske wekelijks Jan Brands en Harrie "Mik" ook nog "mik" brengen. En dat waren niet van die kleine mikskes zoals ze tegenwoordig verkopen.... Soms was er ook ruimte voor een broodje (breujke. Dit was in tegenstelling tot "mik" een roggebrood.)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: