i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Deurne
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Bekende Brabanders op hun plek

Ernst Jansz komt als hippie naar Neerkant om daar niet meer weg te gaan

vertelde op 11 april 2018 om 15:49 uur

Nu biedt de mooie boerderij in Neerkant plaats aan muzikant en schrijver Ernst Jansz en zijn vrouw Jaloe Maat. Onder toeziend oog van hondje Bobby komen zoon en dochter af en toe binnenwaaien. Maar toen Jansz in 1969 als 21-jarige langharige hippie neerstreek in Neerkant kwam hij samen met een hele band; CCC incorporated. De zes muzikanten namen hun vriendinnen mee en zo werd tot schrik van het dorp daar een ware commune gesticht.

foto Suus Heersema

Jansz was begin jaren tachtig van de vorige eeuw ongekend populair als één van de twee zangers van de Nederlandstalige popgroep Doe Maar. Maar eind jaren zestig kwam hij als onbekende jongeling naar Brabant. “We waren op zoek naar een plek waar we dag en nacht muziek konden maken. Na een optreden in Deurne kwamen we hier voorbij en waren we op slag verliefd.”

Een boerderij, te midden van de bossen, mét een grote moestuin. Een idylle. De grondlegger van CCC inc., Joost Belinfante, had net een erfenis gehad en samen met de andere muzikanten toog hij naar het dorpscafé waar de openbare verkoop van de boerderij plaatsvond. “Joost stak z’n hand op en bám, daar tikte de hamer”, vertelt Jansz met een brede glimlach op zijn gezicht. “Het dorp keek vol afgrijzen naar dat ‘langharige, werkschuwe volk’ dat hun dorp zou bevolken.”

“Het huis in Neerkant, een niet zo oude boerderij, na een brand opnieuw opgebouwd in de dertiger jaren van de twintigste eeuw, was met zijn koeienstal van 8 x 8 meter, een even grote hooizolder, een woongedeelte met twee kamers en een opkamer, en verder nog drie bijgebouwen, groot genoeg om ons, muziekgezelschap met de prachtig naam CCC Incorporated, plus aanhang, te herbergen”, zo beschrijft Ernst Jansz de boerderij aan de Reigerbekweg in zijn boek De Neerkant.

Bandbus vast op het zandpad

Tussen het dorp en de muziekband kwam het al snel goed. “Toen we eenmaal hier woonden, gaven we een ‘free concert’. Gingen we eerst met onze Lelijke Eendjes door het dorp rijden en rondtoeteren dat er een concert kwam. Op die avond kwamen ze, armen over elkaar, afwachtend wat ze nu weer te zien zouden krijgen. Dat viel kennelijk wel mee. Toen we kort daarna nóg een concert gaven, waarbij de opbrengst naar de plaatselijke harmonie ging, was de liefde definitief wederzijds beklonken.” Zeker aan buurman Nolleke Beijers bewaart Jansz warme herinneringen.

foto Suus Heersema

foto's: Suus Heersema

“Die heeft menigmaal onze bandbus los getrokken van het zandpad. Na Deurne veranderde het asfalt in klinkers, en hier had je alleen maar zand. Dan is hulp met een tractor wel welkom.”Na aankoop werd de oude boerderij door de bandleden flink onder handen genomen.

Klimop naar binnen

“We deden alles zelf, sloopten oude muurtjes waar de koeien hadden gestaan, verbouwden de bijgebouwen tot echte vertrekken. Zelf kreeg ik mijn eigen kamertje – nu is daar de badkamer – en ik liet de klimop zo naar binnen groeien. Dat vond ik prachtig, om de natuur letterlijk binnen te laten komen. Ik genoot hier eigenlijk van alles. Zoals werken aan het dak, echt boven alles te staan, die natuur om je heen: dan voelde ik de vrijheid door mijn hele lichaam tintelen.”

De commune leefde van de muziek die werd gemaakt. Alle opbrengsten gingen in één pot en daarvan werd alles betaald. Neerkant werd het thuisfront van deze groep. Voor vier jaar lang, toen vertrok het merendeel van CCC inc. weer naar de Randstad. Jansz bleef alleen achter, samen met z’n toenmalige geliefde en haar dochter. “Ik was helemaal gek op deze omgeving dus ik dácht er niet aan hier weg te gaan. Het werd verschrikkelijk stil toen de anderen vertrokken. Ik beschouwde hen als familie, het bepaalde mijn sociale leven. Heel veilig allemaal.”

Maar om dan ook maar te vertrekken uit Neerkant; die gedachte kwam niet in hem op. “De bomen, het bos, de vogels, ik kon het allemaal niet missen. In de jaren zeventig hield ik in een uitgebreide administratie bij wanneer ik welk vogeltje had gezien. Uitgedost met een kladblok, verrekijker, camera en bandrecorder liep ik als een soort opgetuigde kerstboom door dat bos. Totdat ik mezelf een keer bekeek en dacht: dit wordt te gek.” Maar de liefde voor de vogels bleef. “De eerste keer dat de lijster zong! Dan kon er nog sneeuw liggen maar je wist: nu begint de lente! Daar werd ik zo gelukkig van!” Jansz praat in verleden tijd want de vogels zijn drastisch in aantal afgenomen. “Er zijn minder insecten en daardoor ook minder vogels. Dat haalt voor mij een heleboel van de charme van het hier wonen wel weg.”

Reddingsboei

Het wonen in Neerkant bleek een reddingsboei in de hectische jaren tachtig, toen Jansz één van de boegbeelden was van Doe Maar. “Dat leverde hysterische taferelen op, met massa’s gillende meisjes. Na zo’n concert vol gekte reed ik naar huis, stapte uit en keek naar de sterrenhemel, hoorde het ruisen van de bomen en dan haalde ik opgelucht adem.” Neerkant als oog van zijn eigen orkaan.

Soms kwamen er jeugdige fans na een lange reis naar zijn huis in Neerkant toe. Dan gingen ze een beetje rond het huis hangen, in de hoop hun idool te zien. “We hebben toen een slagboom neergezet. Daar kon je eigenlijk zo langs heen lopen maar dat deden ze dan weer niet. Bleven ze heel braaf een beetje achter die slagboom kijken; dan kreeg ik er eigenlijk alweer medelijden mee”, blikt Jansz er na al die jaren op terug.  

Nu hun kroost zo goed als is uitgevlogen, droomt Jansz er wel eens van dat hun boerderij in Neerkant transformeert tot een echt familiehuis, waar ook kinderen en geliefden verblijven. “Maar een andere keer droom ik juist van wonen in een warm land. En zolang ik hier woon, heb ik heimwee naar de zee. Al die plannen lopen door elkaar. Vaak blijft het bij plannen, hoor. Ik ben in heel mijn leven maar één keer verhuisd en dat was hier naar toe. Dat zegt veel over mij maar ook over Neerkant.”  

In het boek De Neerkant, Kronieken 1970-1980 – dat in het najaar van 2017 is verschenen – haalt Jansz herinneringen op aan de roerige jaren zeventig, het hippieleven in de commune en de beginjaren van Doe Maar. Bij het boek zitten twee cd’s met vrijwel allemaal nieuwe muziek. 

Lees meer verhalen van Bekende Brabanders

Lees meer over:

Meer Bekende Brabanders:

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Jacqueline zei op 18 juni 2018 om 20:50 uur

Wat een ontroerend verhaal over mijn grote jeugdidool. Weet zijn adres in Neerkant nog precies, alhoewel ik nooit achter die slagboom heb gestaan ;-)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 18 juni 2018 om 22:24 uur

Vast omdat het zo'n end weg was, Neerkant. Want anders... ;)

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 28 juni 2017 om 12:58 uur

Gerard van Maasakkers weet 'n plaatske in 't Nuenens Broek

vertelde op 23 januari 2018 om 10:38 uur

Wim Daniëls zoekt weg tussen korenbloemen en bijnamen naar oud voetbalveldje