i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: 's-Hertogenbosch
Tags:

Consequentie van een nieuwe relatie?

vertelde op 2 november 2017 om 16:31 uur

Het is algemeen bekend dat vrij kort na de vrede van Munster de invloed van de Staten Generaal op het voorheen Spaansgezinde publiek in de Meierij van ’s-Hertogenbosch steeds sterker voelbaar werd. Een cruciale beslissing was om alle belangrijke posten te laten bedienen door personen die lidmaat waren van de 'ware christelijke gereformeerde religie'. Schepen, notaris, secretaris, deurwaarder, schoolmeester, arm- en kerkmeester, vorster, schutter en dergelijke: al die functies waren voor gereformeerden; aanhangers van ‘het pausdom’ of de ‘roomse religie’ werden zo langzaam maar zeker teruggedrongen tot ze dit soort functies niet meer mochten uitoefenen.

Markant in dit verband is het op 1 april 1660 verschenen reglement op de politieke reformatie. De interpretatie van dat stuk riep soms vragen op, zoals bij een gebeurtenis binnen de stad ’s-Hertogenbosch. Ze hadden daar al sinds 1749 een organist en klokkenist in dienst genaamd Otto Wichers die inderdaad deel uitmaakte van de gereformeerde gemeente binnen de stad. Maar in 1774 ging Otto een nieuwe relatie aan met niemand minder dan de roomsgezinde Elisabeth Derks. Zij was de weduwe van een zekere Petrus van Heeswijk.

Hoe kom ik hier mee weg!?

Nu waren er op respectievelijk 11 mei 1739 en 19 september 1768 twee resoluties verschenen waarin was vastgelegd - en dat gold in alle districten binnen de generaliteit - dat een hervormde functionaris uit zijn ambt gezet kon worden als hij zou trouwen met een roomsgezinde stadgenoot. Dat zou immers sowieso al indruisen tegen het reglement op de politieke reformatie. Otto deed of zijn neus bloedde en liet weten dat het totaal niet in zijn gedachte was opgekomen dat dit nieuwe huwelijk consequenties zou hebben voor zijn baan als organist en klokkenist. Inmiddels vierde hij immers al zijn zilveren ambtsjubileum [1749-1774]. Toen hem ter ore kwam dat het aangegane huwelijk een serieus risico inhield moet hij gedacht hebben….hoe kom ik hier mee weg!?

De visie van de Otto was duidelijk: voor hem stond vast dat zijn functie, namelijk orgel- en klokkenspel, viel onder de zang- en speelkunst, één der vrije kunsten medio 18e eeuw. In zijn verzoekschrift aan de Hoog Mogenden benadrukte hij nog eens uitdrukkelijk dat hier in geen enkel opzicht sprake zou kunnen zijn van een uitgesproken politieke functie. Op 10 november werd hij uitgenodigd te verschijnen in de vergadering van de kerkmeesters die hem voorhielden dat hij door dit huwelijk ipso facto uit zijn ambt of bediening ontslagen zou kunnen worden en deze post als vacant beschouwd kon worden, met als gevolg dat een nieuwe advertentie zou verschijnen. Otto gaf zich uiteraard niet gewonnen.

Bijzondere gratie

Eenmaal thuis schreef hij een rekest of verzoekschrift aan de Staten Generaal en drong er op aan dat men van hogerhand zijn geventileerde visie op dit probleem ter harte zou willen nemen en aan de magistraat van de stad een juiste interpretatie zou willen toesturen ten aanzien van de beide genoemde resoluties. Daarnaast stelde hij voor om in dit ‘singuliere geval’ op basis van een bijzondere gratie hem van de boete zoals vastgesteld in die resoluties hem gelieven te dispenseren en dus gewoon in zijn functie te handhaven. Besloten werd om een kopie van zijn rekest toe te sturen aan de Haagse heren die belast waren uitspraken te doen over de inhoud en concrete uitvoering van de verschenen plakkaten en reglementen.

De cruciale vraag is nu: is Otto uit zijn functie ontheven? Nee dus! Kennelijk heeft hij het pleit gewonnen want na 1774 is hij nog steeds in functie! Uit informatie zoals teruggevonden in het archief van de Sint Jan, waarin hij tweemaal staat vermeld, wordt duidelijk dat hij in 1753 defecten constateert aan het orgel in de Sint Annakapel en op 5 februari 1776 publiceert hij een rapport over de door Anastatius Meijnhards verrichte reparaties aan het orgel van de Sint Jan. Hij was blijkbaar gehuwd geweest met een zekere Josina de Milleville en uit dat huwelijk worden in de jaren vijftig van de 18e eeuw diverse kinderen geboren. Josina overleed op 15 april 1757.

Alles overziende betekent dit concreet dat hij, ondanks de dreigende taal van de kerkmeesters, ook na zijn voorgenomen huwelijk met Elisabeth Derks organist en klokkenist is gebleven. Hij wordt zelf  op 21 september 1785 begraven. Interessant in dit kader is wel dat bij het overlijden van Elisabeth  dd. 4 maart 1784 staat aangetekend Elisabeth Derks-Wicherts. Een bepaalde relatie tussen hem en Elisabeth is er dus wel degelijk geweest!

bronvermelding:

BHIC 178 Collectie Rijksarchief inv.nr.112 Resoluties van de Staten Generaal dienstjaar 1774 folio 675 dd. donderdag 17 november 1774

Archief van de Sint Jan te ’s-Hertogenbosch 1629-1811 inv.nrs.133 en 140

Wichers:

Erfgoed ’s-Hertogenbosch toegang 19 DTB inv.nr.190 [begravingen Sint Jan] post 133 en 140

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Annemarie van Geloven
Annemarie van Geloven bhic zei op 3 november 2017 om 13:09 uur

Mooi verhaal, Henk, uit deze prachtige bron bij BHIC!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 16 november 2009 om 16:17 uur

De orgelbouwers van Smits

vertelde op 29 januari 2015 om 07:45 uur

Kathedrale Basiliek van Sint-Jan Evangelist in 's-Hertogenbosch