skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

De Hoefstraatkerk in Tilburg

Kerk en glas, die twee passen bij elkaar! Denk aan de glas-in-loodramen die vrijwel elke kerk sieren. De Hoefstraatkerk in Tilburg heeft dan ook een passende herbestemming gekregen. Tegenwoordig vindt Glasatelier Hagemeier hier onderdak.

Foto: © Job van Nes, 1983. Bron: www.reliwiki.nl

De Hoefstraatkerk (foto: © Job van Nes, 1983, bron: www.reliwiki.nl)

Officieel is de kerk gewijd aan de H. Antonius van Padua, maar in 2001 werd het gebouw aan de eredienst onttrokken.

Met de herbestemming is een belangrijk rijksmonument behoed voor verval. Want er zijn nogal wat argumenten om het te behouden:

  • cultuurhistorisch: het is een typische kerk voor een stadsuitbreiding aan het begin van de twintigste eeuw in een overwegend katholieke stad. De kerk vormde het centrum van de nieuwe wijk.
  • architectuurhistorisch: het is een belangrijk voorbeeld van het werk van architectenbureau Margry.
  • zowel de buitenkant als het interieur van de kerk is goed bewaard gebleven.

Hieronder op de foto zien we pastoor A.W. Smits, samen met zijn kapelaans C.M.J. van Eerden en J.J.J. Verhoeven. Dit pastorale team had midden jaren vijftig zo'n 7000 katholieken onder hun hoede, blijkt uit de Piusalmanak.

Ook zien we nog een andere pastoor van de Hoefstraatse kerk, de heer Van Vugt, die de parochie in 1964 toegewezen kreeg.

Reageer hieronder, deel jouw herinneringen aan de parochie van toen en vul deze pagina aan!

Pastoor Van Vugt
Pastoor Jan van Vugt (helemaal links) tijdens de opening van de Boerenleenbank in Herpen, 1962/63. (Bron: Heemkundekring Land van Ravenstein, id.nr. 01380)
Pastoor Van Vugt

Pastoor Jan van Vugt (bron: coll. Nederlands Bidprentjes Archief)

Reacties (12)

Frans van Gulik zei op 26 september 2018 om 10:38
Kapelaan Verhoeven deed veel voor de jeugd. Wij gingen met het patronaat op vakantie in Duitsland. Pastoor Smits zorgde voor geld, de nonnen , <vliegkappen> maakten de tenten , een boer uit de groeseindstr. deed het vervoer van alle spullen , en wij met een luxe touringcar naar omgeving Monschau . Mooie tijd !
Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 26 september 2018 om 16:07
Wat leuk Frans, dat je deze leuke herinnering hier op schrijft. Hebben jullie veel gezien en gedaan in Monschau en hoe lang bleven jullie weg?
Piet Hoofs zei op 10 oktober 2018 om 13:10
Mijn opa en vader waren beide koster in de hoefstraat. Als kind heb ik veel geholpen, maar ook veel gespeeld in die kerk. Teveel verhalen, zoals leuke en droevige. Ik zou er een boek over kunnen schrijven.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 11 oktober 2018 om 09:16
Dat kan ik me voorstellen, Piet. Kunnen we je toch niet overhalen om in ieder geval één leuk en één droevig verhaal met ons te delen? Dat zouden we écht waarderen!
Piet Hoofs zei op 25 oktober 2018 om 13:38
Het onderstaande komt uit een verhaal dat ik heb geschreven over mijn jeugd. Het is wat ik meemaakte in de Hoefstraatse kerk. " Hier over een paar vriendjes en het met mijn vader meegaan naar de Hoefstraatse kerk, waar hij koster was. Toen ik ouder was en foto’s maakte vanuit de toren, zag ik in de zachte kalk op de muren de namen van mijn oude vrienden staan ingekrast. Jan de Beer, zoon van een schilder tegenover de kerk, Charles Spijkers, zoon van een elektromonteur met ook een winkel tegenover de kerk, Toontje Reijnen, wiens vader kolenboer was, en die nu zelf een grote brandstoffen handel in Tilburg heeft. En Tinus Jansen die in de straat achter ons woonde, en waarvan onze tuinen alleen door een schutting werden gescheiden. Op zaterdag moest de klok opgedraaid worden en dan mocht ik vaak mee de toren in, en meehelpen. Soms kroop ik tot in de tweede galmgaten. Het zat daar helemaal onder de duivenpoep, maar het uitzicht was geweldig. Ook de ruimte waar de grote klokken hingen was erg indrukwekkend. Een van die klokken had geen klepel maar er was op de buitenkant een grote hamer die de uren sloeg. Twee andere werden met een dik touw (waar ik soms aan mocht hangen, tijdens het luiden) op en neer getrokken. Beneden in de kerk was ook het hoofdaltaar, met het tabernakel. Wat veel mensen niet weten is dat er aan de achterkant ook nog een deurtje, waar de priester tijdens de mis als er een overlijden was, de ciborie uit kon halen waar een hostie in zat, voor de stervende. Op een keer was ik in de kerk aan het spelen. We speelde bank, en de andere jongens moesten centen die we tussen de banken hadden gevonden, bij mij inleveren en ik legde ze dan in de zogenaamde kluis, de achterdeur van het tabernakel dus. Toen ik op een keer het deurtje opendeed, keek ik plotseling in het gezicht van de pastoor (Smits) dat erg boos keek. We wisten niet hoe vlug we de kerk uit moesten komen. Naderhand werd het me wel ingepeperd door mijn vader. Tot zover het relaas over de kerk van de hoefstraat.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 25 oktober 2018 om 16:29
Prachtig beschreven, Piet! Het geeft een heel mooi beeld hoe bijzonder het moet zijn geweest om als jongen zo in de kerk te verblijven en te spelen.

Veel dank voor het delen van deze herinneringen! Mogelijk zien je oude jeugdvrienden het ook nog terug, dat zou leuk zijn.
Piet Hoofs zei op 28 november 2018 om 13:04
Zo rond mijn 10e jaar (1958) waren er deze pastoor en kapelaans in de hoefstraat: pastoor Smits, kapelaans: Verhoeven (die tevens aalmoezenier in het leger was, dus soms tijdelijk in de hoefstraat inviel), van den Eerden, van de Werft, van den Heuvel (die van de herenliefde was). Soms kwam er ook nog een pater, op blote voeten, die een donderpreek hield en altijd op het einde een schooipraatje hield.
Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 28 november 2018 om 16:05
Hartelijk dank voor deze aanvulling, Piet! Mooi dat je je al die namen (en de personen erachter) nog zo goed kunt herinneren! Die pater op zijn blote voeten spreekt natuurlijk enorm tot de verbeelding. Weet je misschien nog waar die donderpreken over gingen? We zijn heel benieuwd of anderen zich deze man ook nog kunnen herinneren...
Piet Hoofs zei op 4 september 2019 om 18:41
De donderpreken gingen natuurlijk over hel en verdoemenis, als je slechte dingen deed. Maar echt de juiste woorden kan ik me niet zo meer voor de geest halen. Wel heb het volgende eens genoteerd over die tijd. . Als zoon van de koster kon je er natuurlijk niet onderuit om misdienaar te worden. De pastoor was gelukkig een beetje doof, en ik kende het confiteor, niet echt helemaal van buiten. Dus toen ik dat op moest zeggen tijdens de mis, begon ik altijd heel hard met: Confiteor omni potente beata……..en dan veel zachter een gemurmel op dezelfde toon wat op de rest leek. In het begin trapte ze er nog in maar bij een mis, viel het teveel op en werd ik na de mis even de les gelezen, met als waarschuwing, dat ik op die manier geen misdienaar meer zou mogen wezen. Prima dus. Wel moest ik met kerst als kruipengeltje blijven dienen. Daar hoefde je alleen maar op de treden van het altaar als een soort van decor mooi te zitten wezen. (je zat heel de mis lang op de trappen van het altaar, alleen als de priester of de misdienaar er langs moest mocht je even opzij kruipen, dus kruipengeltje)

(Rechts: pastoor A.W. Smits van de Hoefstraatse kerk)

Bij ons in de hoefstraat, hadden we een hele grote kerststal. De beelden waren levensgroot, …..dacht ik als kind. Toen ik ze later eens terug zag, bleken het helemaal niet zo een grote beelden te zijn, maar als kleuter had ik die indruk. Er was ook een knikengeltje bij dat voor de kerststal stond. Het stond juist op een verwarmingsrooster van ijzer. Met daaronder een schuin oplopende wand. Beneden in de ruimte van de cokesoven, kon je door een klein deurtje in die ruimte komen en het engeltje zien staan op het rooster. Als kind van ongeveer zes jaar, klommen wij daar in, samen met vriendjes en zodra er iemand op het rooster stond en een muntje in het knikengeltje wou duwen, maakte we een geluid waar ze van schrokken. Ze lieten dan vaak het muntje vallen dat, dan in het rooster viel. Van dat geld gingen we bij een snoepwinkeltje iets lekkers halen. Ook was er nog het geld dat we tussen de banken vonden. Vaak stuivers (in de houten vloer zaten ook veel noesten, die op een stuiver leken, waardoor je goed moest zoeken) maar ook veel centen. Zo had het ook zijn voordelen als je vader koster was. Tot zover weer mijn "memoires".
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 9 september 2019 om 09:43
Prachtige herinneringen, Piet, en wat levendig verwoord! Als lezer zie je het zo voor je ;)

Wat voor snoepgoed leverde de actie met de knikengel op? Weet je nog wat jullie het liefste, of het meeste kochten?
Piet Hoofs zei op 9 september 2019 om 11:34
Er was in een van de straten rondom het Paduaplein, een particulier die via zijn erkerraam snoep verkocht. Aan de voorzijde was de etalage, waar je veel tijd voor stond te dubben, wat zal ik nemen. Dan was er een druk bel, en na even deed een oude mevrouw het zijraam open. Deze mevrouw had een tic waardoor ze steeds met haar hoofd een felle beweging maakte. Je moest opletten want anders ging je haar onbewust imiteren. Je moest eerst je centjes neer leggen, en dan mocht je aanwijzen wat je wou hebben, er waren er natuurlijk geweest die eerst hun dingen bestelde en dan hard weg liepen. Achter je aan komen kon die mevrouw niet omdat ze slecht ter been was, maar ook eerst achter die raam uit, via de voordeur naar buiten moest. Zo lag daar verleidelijk te wezen: zoethout, Belga kauwgom met plaatjes, duimdrop, trekdrop, jodenvet, snoeppapier, toverballen, stroopsoldaatjes, bakkesvol, spekjes, centendrop, rietjes met salmanak, rollen met pepermunt, fruitella, en drop. En zo lag er nog veel meer, maar dat waren meestal dingen die duurder dan een cent of stuiver kostte. Als dan je zakken waren gevuld met al die heerlijkheden, gingen we naar het veldje naast de kerk en peuzelde dan lekker alles op in een van de kuilen die we daar altijd graafden. Soms waren deze dan ook afgedekt met oude matten of oude dekens. Heerlijk veilig zitten en genieten.
Thijs de Leeuw
Thijs de Leeuw bhic zei op 9 september 2019 om 13:02
@Piet: de foto van pastoor Smits is aan je bijdrage van 4 september toegevoegd, nog bedankt voor het doorsturen!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!