skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Christian van der Ven
Christian van der Ven Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Christian van der Ven
Christian van der Ven Bhic

De onbetrouwbare veldwachter

In 1908 verhuist veldwachter Cornelis Hermanus Stroop met vrouw en twee kinderen van Rucphen naar Oss. Maar Kees kan met zijn karig loon nauwelijks zijn gezin onderhouden in deze criminele stad. Daarbij komt dat hij verslaafd is aan drank.

Als plaatsgenoot Jan Govers hem in het najaar 1916 vraagt een bedrag van 72,80 gulden aan burgemeester H.F. van den Elzen te overhandigen, is dat de kat op het spek binden. Kees drukt het geld achterover en zal dat wel in bier en jenever hebben omgezet. Voordat er een strafzaak tegen hem wordt ingesteld, krijgt hij op 1 januari zijn ontslag en dat maakt het financieel nog ellendiger dan het al was.

Marinus van Heesch uit Oss is een 41-jarige veekoopman. Samen met zijn broer Piet handelt hij op woensdagen in vee op de veemarkt in Den Bosch. In de vroege ochtend na Tweede Kerstdag 1916 maken beiden zich op om per fiets op pad te gaan.

Bossche veemarkt

Om kwart over vier zouden de broers elkaar zoals gewoonlijk treffen, maar Piet ziet Marinus niet en gaat bij het flauwe licht van de lantaarn naar hem op zoek.

Langs de Heihoekstraat vindt hij Marinus, achterover liggend en rochelend, zijn fiets naast hem. Hij heeft een wond aan zijn voorhoofd en zijn vest en jas hangen open. Naast hem ziet Piet een plasje bloed. Piet weet dat zijn broer in de binnenzak van zijn vest een bruin leren tasje met een portefeuille met geld bij zich moet hebben.

Daags ervoor heeft hij Marinus nog een bankbiljet van honderd gulden gegeven die in dat tasje werd gestopt. Het zat met een koperen ketting om zijn nek, maar beide ontbreken. Met Maria van Grinsven, de huishoudster van Marinus, brengt Piet zijn overleden broer in een kruiwagen naar diens woning in de Verlengde Bosschestraat waar hij hem in een alkoof neerlegt, in afwachting van de gewaarschuwde dokter Verbeek.

Later blijkt dat verschillende Ossenaren de mogelijke dader zijn tegengekomen. Ene Reijnders komt rond drie uur in de buurt van de Kruisstraat een lange, zware man tegen met een lange jas en een platte pet op die op zijn groet “goede morgen” zonder weerwoord nurks doorloopt. De lengte en het postuur zijn in overeenstemming met die van Kees Stroop.

De zaterdag daarop arresteert agent Verhamme  de ontslagen veldwachter Kees Stroop, die de revolver met patronen en lege hulzen nog bij zich heeft. Onder de dakpannen van zijn schuurtje vinden ze bankbiljetten tot een bedrag van zeshonderd gulden.

Op 17 april 1917  valt het vonnis: de maximale straf, levenslang. Uiteraard gaat hij in hoger beroep en drie maanden later vermindert het gerechtshof de straf tot twintig jaar.  Hij zit zijn straf uit in Leeuwarden, waar hij op 8 september 1933, drie jaar vervroegd, vrij komt. Hij voegt zich bij zijn vrouw en kinderen in Amsterdam, waar die al in 1925 naartoe zijn getrokken, in de Molukkerstraat 134, één hoog. Stroop overlijdt op 23 november 1940, 61 jaar oud. Zijn vrouw overleeft hem 25 jaar.

Reacties (3)

Peter Ansems zei op 21 december 2019 om 11:06
Toevallig lees ik dit verhaal wat ik al sinds mijn kinderjaren ken. Mijn naam is Peter Ansems en woon in Wenum Wiesel bij Apeldoorn. Geboren en getogen in Oss, mijn oma was Anna Ansems-Coolen. Zij was een dochter van Marinus Coolen en Arnolda ( Nolda) van Heesch. Nolda, mijn overgrootmoeder dus was een zus van de vermoorde Marinus. Mijn oma, die in 1991 overleed heeft hem ook gekend en vertelde tijdens haar leven vaak over de impact van deze moord. Mijn overgrootmoeder was van 26 jan. 1873 en de vermoorde Marinus was van 09 mei 1874. Zij scheelden iets meer dan een jaar en schijnen in hun leven een hele nauwe broer/zus band te hebben gehad. Mijn overgrootmoeder schijnt dan ook deze moord nooit te hebben kunnen verwerken volgens het verhaal van mijn eigen oma dan. Over de moord op Marinus van Heesch is ook een zgn. "moordlied" geschreven wat mijn eigen oma vaak zong en wat op mij, zeker als kind toch wel indruk maakte. Het begint als volgt: Ach mensen hebt je het al gehoord, van die gruwelijke moord. Het zijn toch wel bandieten, een mens zo dood te schieten. Ik moet de rest van het lied nog wel ergens hebben liggen maar de beginregels ben ik nooit vergeten.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 23 december 2019 om 10:07
Hallo Peter, bedankt voor je reactie. Ik kan me voorstellen dat je zo'n verhaal als dit heel anders leest als je familie zo direct betrokken is. Zeker in de wetenschap dat het zo het leven van je grootmoeder heeft bepaald.

Mocht je het lied nog tegenkomen, dan houden we ons zeker aanbevolen! Een snelle zoektocht online leverde mij in ieder geval geen passend resultaat op.

Nogmaals dank!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!