i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Eindhoven
Jaar: 1929
Tags:

Niet naar Belgiƫ

vertelde op 3 september 2019 om 08:36 uur

De 31-jarige Marinus van de Loo woonde al enkele jaren in Eindhoven samen met Cornelia Bartels, die van haar man was gescheiden, toen zij in het voorjaar van 1929 werd opgenomen in het ziekenhuis. Na haar herstel ging ze weer bij haar ouders wonen, waar hij haar meermalen opzocht.

Waarschijnlijk werd de verhouding niet meer zo close, want Marinus besloot naar België te gaan en wilde haar dat vertellen - na een afscheidskus. Vreemd is wel dat hij op weg naar haar ouderlijk huis een broodmes meenam, achteraf gezien niet met het voornemen om daar broodjes mee te gaan smeren.

Op 24 juni om acht uur ’s morgens ging hij naar de barakken no. 11, de noodwoningen in de lichtstad. Deze woningen waren tijdens de Eerste Wereldoorlog gebouwd voor Belgische vluchtelingen. Nadien woonden daar de minder bedeelden, zoals Cornelis Bartels die als sigarenmaker de kost verdiende.

Foto: "Belze barakken", noodwoningen langs het spoor in Woensel. Met dank aan Jan Weijers.

Toen moeder Bartels Marinus zonder argwaan binnenliet en hem naar de slaapkamer van haar dochter liet gaan, kon zij zijn snode plan niet vermoeden. Hij had geruime tijd een gesprek met Cornelia, vrijde zelfs nog een keer met haar en kwam samen met haar omstreeks half tien naar de keuken, waar moeder af en toe bij het stel langs kwam.

Cornelia gaf hem een foto van haarzelf en vertelde dat hij haar zo nu en dan best mocht komen opzoeken. Kennelijk leidde dat bij hem tot een tomeloze woedeuitbarsting, want hij haalde het broodmes uit zijn zak en stak daarmee als een krankzinnige op haar in. Na deze hysterische aanval vluchtte hij via de keuken de straat op, pakte zijn fiets en reed daarmee naar het politiebureau met het moordwapen nog in zijn linkerhand. Daar trof hij politieagent Hendrik Bruin bij wie hij het mes op tafel smeet terwijl hij vertelde wat hij had aangericht. De diender kon niet anders vaststellen dan dat de ontzielde Cornelia in de woning van haar ouders op een bed lag.

Hij bracht het bebloede stoffelijk overschot naar het lijkenhuis en waarschuwde de artsen Mentrop en Nieuwenhuyse. Deze stelden vast dat maar liefst veertien messteken een einde aan haar leven hadden gemaakt: onder de vijfde rib, dwars door de long, middenrif, de rechterkamer van het hart. Ook de grote slagader aan de linkerbovenarm was doorgesneden stond er bij, waarop de rechtbank met potlood had geschreven of die mededeling wel relevant was voor de rechtbank.

Volgens de medici was de dood binnen tien minuten ingetreden. Het moest naar hun mening met grote kracht zijn gebeurd. Moeder Bartels en een buurvrouw beschreven als getuigen wat zij als horror hadden moeten meemaken.

De rechtbank legde Marinus vier jaar gevangenisstraf op wegens doodslag. Na zijn straf trouwde hij als 35-jarige op 30 maart 1934 met de 24-jarige Grietje Vrielink uit Hoogeveen, waar het echtpaar in 1939 en 1942 doodgeboren kinderen kreeg. Hij vestigde zich als schoenmaker in Eindhoven, waar hij ten slotte op 23 oktober 1966 voor altijd zijn ogen sloot.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 3 september 2019 om 15:18 uur

Gruwelijk, die plotse wending die het verhaal krijgt, Klaas. Wat een nachtmerrie voor haar moeder moet dat zijn geweest. Wat een indrukwekkend relaas, dank voor het delen!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 14 januari 2016 om 12:16 uur

Dorus, Dorus, gij slaat mij dood

vertelde op 17 februari 2017 om 14:00 uur

Met een mes een einde aan het getob

vertelde op 1 augustus 2019 om 14:27 uur

Van vriendschap naar doodslag