skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg

Geffenaar doodt Italiaan in Keulen

Er zijn in de zestiende eeuw blijkbaar geboren en getogen Brabanders die uiteindelijk hun weg en geluk gaan zoeken in het buitenland. Zo ook Joseph Janssen uit Geffen, die de Meierij van Den Bosch tijdelijk achter zich heeft gelaten om een leerschool te krijgen tussen de handelkooplui te Keulen. Zijn motief om weg te trekken is ‘om den handel vande coopmanschappe te moeghen leeren ende alsoo den cost te winnen’. Maar het loopt allemaal anders.

Hij is de stad Keulen in de weer om voor diverse kooplieden zaken te regelen. Zo komt hij in contact met een Italiaan, genaamd Andreas Elephanti, die kremer van beroep is. Hij is destijds met een Italiaanse getrouwd, aanvankelijk naar Engeland getrokken en uiteindelijk gevestigd te Keulen. Joseph ontfermt zich in die beginfase van Andreas’ vestiging min of meer over hem. In zekere zin uit ‘compassie ende medelyden’, omdat hij nog weinig van de stad kent en hij helpt hem over de eerste moeilijkheden heen. De vrouw van Elephanti verdient bij met naaien en kousen breien. Joseph heeft ze onder andere geholpen ‘aen de macquelardije van Italiaensche goederen’ en staat nog al eens borg voor Andreas.

Kwaad daglicht

Toch maakt Andreas het niet in Keulen. Hij raakt in onmin met zijn omgeving en men begint hem langzamerhand te haten. Men vindt het niet prettig dat hij ‘met eenieders sluppen in dasschen was sittende’. Het effect is dat Andreas zich nu ook in zijn houding tegenover Joseph anders gaat opstellen. Joseph krijgt min of meer ‘stank voor dank’. Andreas probeert onze Geffenaar in een kwaad daglicht te zetten. Die bouwt intussen goede contacten op met een andere Italiaan, Bernardin Antogniossi, die hij na aanhoudend bidden en smeken 300 Frankforter guldens geeft. Een bedrag dat Bernardin later overigens keurig restitueert.

Dat komt Andreas ter ore. Die verwijt Joseph dat hij een veel te hoge prijs heeft berekend voor de geldwissel en de koningsdaalder zelfs heeft gezet op 52 stuivers. Een van de vrienden van Joseph tipt hem, dat Andreas bezig is de goede naam en faam van Joseph te ondermijnen. Joseph knoopt een relatie aan met een zekere Schipion Massoni, die hij inschakelt om achter de exacte waarheid te komen. De beschuldigingen van Elephanti heeft hij hoog opgenomen en als ze elkaar zouden tegenkomen, kon het gemakkelijk op een conflict uitdraaien.

'Keert u om'

Op 9 april 1594 is het dan zover. Dan ontmoet hij Andreas op afstand in de Hertestraat in Keulen. Elephanti heeft hem al van verre zien aankomen en staat op de hoek van de Schillergasse, gewapend en wel. Joseph heeft niets anders bij zich dan een korte essenhouten stok of knuppel. Hij komt op Andreas af lopen en zegt op z’n Italiaans tegen hem: “Keert u om, ick sal u nu betaelen”. Zijn woorden zijn nog niet koud of hij geeft Elephanti een ongenadige klap op zijn hoofd, die daardoor begint te zwijmelen. Er volgen nog negen, tien of elf slagen op rug, schouders en benen.

Het hoofd van Andreas is behoorlijk gezwollen en hij raadpleegt een chirurgijn. Die gaat er vanuit dat hij niet operatief hoeft in te grijpen en veronderstelt dat het gezwel op termijn wel zal slinken en hij maakt het verder niet open. Dat blijkt een verkeerde diagnose. Andreas overlijdt op 10 april 1594. Joseph wordt ruim een jaar later, op Goede Vrijdag gratie, misericordia en remissie verleend.

Deze bijdrage van Henk Beijers maakt onderdeel uit van een serie korte verhalen over 16de – en 17de – eeuwse Brabanders, ontleend aan de Remissieboeken uit de Rekenkamer Delen van het Algemeen Rijksarchief Brussel RANB - toegangsnummer 1107 inventarisnummers (652.1.7 – Goede Vrijdag maart 1595).

Reacties (4)

L Bressers zei op 24 september 2020 om 19:36
Mooi verhaal. Maar kan de tekst niet gewoon in zwarte letters gezet worden? Dat zou veel makkelijker lezen
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 26 september 2020 om 08:59
Goed te lezen dat je het verhaal waardeert. Even voor de zekerheid: bedoel je de letters van de inleiding van de tekst, of die onder het kaartje? Of wellicht wel allebei?
Louis Bressers zei op 26 september 2020 om 09:02
Allebei, dus alle tekst op het hele blad.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 26 september 2020 om 11:22
Duidelijk, dat geldt dan vast voor alle verhalen op de site, Louis.

Bedankt voor je berichtje, goed dat je dat hier aangeeft. Ik geef het door aan de collega's die zich buigen over de website.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!