i

Dit verhaal gaat over:

Periode: 1744 - 1813
Tags:

Hendrik Verhees (1744-1813)

vertelde op 1 oktober 2009 om 11:11 uur

Hendrik Verhees was een bijzonder veelzijdig mens: Hij was niet alleen tekenaar, landmeter en cartograaf, maar ook architect en aannemer, politicus en patriot, wegenbouwer, vrederechter en niet in het minst waterbouwkundige.

In die laatste hoedanigheid heeft Verhees een belangrijke bijdrage geleverd aan het Brabantse waterlandschap. Hij adviseerde over het ontwerp van de sluizen bij Empel en van de Gender en Stadsvest in Eindhoven, over de hoogte van de Maasdijken en over de afwatering van Herpen, Huisseling en Neerloon. Hij ontwierp de losplaats in de Dommel in Boxtel en was betrokken bij inundatiewerken bij Heusden en Doeveren.

Kanaal Den Bosch-Luik

In 1785 won Verhees de gouden gedenkpenning voor zijn antwoord op de prijsvraag "of er een scheepvaartkanaal kon worden aangelegd van Den Bosch tot aan Luik". Natuurlijk hielp het dat Verhees de enige was die een antwoord inzond, maar het ontwerp was echt goud waard. Het plan werd aanvankelijk niet uitgevoerd, maar een variant op zijn ontwerp kwam er wel: de Zuid-Willemsvaart.

Baardwijkse Overlaat

Vanaf 1783 tot zeker 1799 was Verhees betrokken bij werkzaamheden aan de Baardwijkse Overlaat. De overlaat werkte sinds 1766 op de grens tussen Brabant en Holland. Hij beschermde Den Bosch en de Meierij tegen hoog water op de Maas, maar veroorzaakte overlast op Hollands grondgebied. De Staten van Holland wilden de overlaat daarom liever sluiten, maar daar is het nooit van gekomen. Mogelijk door de vele aanpassingen van Verhees, misschien ook omdat de overlaat van militair belang was.

Rivier De Aa

Eeuwenlang is er met wisselend succes geprobeerd dit riviertje bevaarbaar te maken om bijvoorbeeld turf en hout naar Veghel en Den Bosch te vervoeren. Pas vanaf 1798 werd er, mede door de inspanningen van Verhees, structureel overheidsgeld uitgetrokken voor het verbeteren van de waterstaatkundige toestand in Brabant.

Eén van de projecten waarvoor geld vrijkwam was het bevaarbaar maken van Aa, Dommel en Run. De waterstaatkundige Cornelis Kraijenhoff kreeg opdracht om de mogelijkheden daartoe te onderzoeken. Hij klopte al snel bij Verhees aan voor hulp en in 1803 werd Verhees aangezocht om het werk van Kraijenhoff voort te zetten. Hij ging zo voortvarend aan de slag dat hij in 1805 zelfs werd benoemd tot directeur over “het werk ter verdieping en bevaarbaar maken van de Aa”.

Voorganger Waterstaat

Jan de Jong werd commissaris, Jan Sabrier werd directeur der sluisgebouwen. Gedrieën vormden zij het "Centrale Waterstaatsbestuur", de voorloper van Provinciale Waterstaat. Tussen 1805 en 1810 zijn er verschillende werkzaamheden uitgevoerd: Op sommige plaatsen, zoals onder Heeswijk, verliep dat voorspoedig. Op andere plaatsen ondervond men problemen door onvoorzien hoge waterstanden of door geldgebrek en tegenwerking van gemeentebesturen. Nadat Lodewijk Napoleon, koning van Nederland, in 1810 was afgezet, stierf het project een stille dood. Het graven van kanalen kreeg vanaf 1815 prioriteit.

Daar zou Verhees, die altijd al veel meer had gezien in het aanleggen van een kanaal, het volledig mee eens zijn geweest. Jammer genoeg mocht hij het niet meer meemaken: hij overleed in 1813.

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: