skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Hilde Jansma
Hilde Jansma Bhic

Hertog Hendrikstraat

In 1232 verleende Hertog Hendrik stadsrechten aan de inwoners van Sint-Oedenrode, die zich voortaan "poorters" mochten noemen. Die benaming gaf aan dat zij bepaalde rechten genoten. Iemand die in een andere plaats woonde en hier wilde komen wonen, moest zich tegen een behoorlijk bedrag inkopen.

In ruil daarvoor kreeg men dan wel dezelfde rechten als de inwoners. Naar deze hertog is de Hertog Hendrikstraat genoemd. In zeer oude stukken noemde men deze straat de Oude Straat, later werd ze ook Nijnselseweg en Sint Annastraat genoemd.

Het nieuwe appartementsgebouw Anna-Burgt heeft zijn naam te danken aan die vroegere Sint Annastraat.

Op het einde van de hoek Hertog Hendrikstraat-Nijnselseweg lag de ‘Bocht’. Daar moest de tram vroeger een scherpe bocht maken. Dat viel voor de bestuurder van de tram echter niet mee. Men heeft toen het café van Taveniers afgebroken, zodat de tram de bocht beter kon nemen.

Ook aan die kant van de straat ziet men het gemeentehuis liggen. In vroeger tijden was het een van de slotjes die Sint-Oedenrode rijk was. Er woonden belangrijke figuren. Henk Beijers  schrijft over een van deze bewoners in zijn boek Jonker Marcus van Gerwen 1565-1645, kasteelheer en de laatste ‘Spaanse’ kwartierschout van Peelland tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

In 1738 hadden twee jagers, Cornelis der Kinderen en Jan van den Hurk, op het terrein van Menno van Coehoorn kapoenen geschoten en in de aarde verborgen. Toen zij wat later de kapoenen wilden ophalen, waren ze weg.

Een paar dagen later hebben die twee op het kasteel een varken geslacht en wat te eten gekregen. De kasteelheer van Coehoorn vroeg hen of alles gesmaakt had en voegde daaraaan toe dat hij de kapoenen zonder zijn snaphaan te gebruiken gevangen had. De twee jagers voelden wel dat ze het haasje waren.

Heel veel later, toen de zuster Augustinessen het slotje, dat inmiddels een Slotklooster was geworden, gingen verkopen, komen we het gehele perceel met klooster tegen in het kadaster onder de naam ‘Haasje’, Sectie G 2404 klooster, erf, tuin, bouwland, water en weg.

Welgestelde mensen lieten kleine arbeidershuizen bouwen om, als ze bejaard waren, door middel van verhuring van deze huizen zichzelf te voorzien van een behoorlijk pensioen.

Op deze hoek stond al vanaf ongeveer 1730 een herberg met de mooie naam ‘de Paradijsboom’. Rond de jaren 1881-1882 kwam hier de ‘Blekke Ploeg’ samen. Een stel Rooise mannen die Rooi onveilig maakten. Een beetje te vergelijken mets de bende van Oss, maar minder gewelddadig. Zij waren vaak in cafés te vinden en maakten in het dorp de boel onveilig. O.a. door diefstal, brandstichting, dreigementen en ruiten inslaan. Het fijne weten we er niet meer van, wel blijkt uit de archieven dat ze op een gegeven ogenblik opgepakt zijn. Een van de verdachten, Reintjes, is naar Amerika vertrokken en woont in 1905 nog in Bay City.

Bronnen:
Bep van Lieshout in Heemschild 31 (1997), afl. 4, p. 85-110
W. Heesters in Heemschild 10 (1976), afl. sept. 1976, p. 49-54.

Foto’s
Collectie Jo van der Kaaij

Reacties (8)

Willie Damen van de Mosselaer zei op 18 december 2014 om 19:16
Er lag zo rond 1925 op de ‘Bocht’ Hertog Hendrikstraat, Nijnselseweg tegenover de sigarenfabriek, een vuilnisterrein.
J. van de Ven huisschilder kreeg opdracht van de gemeente om een aanwijzingsbord te maken en daarop te schilderen ‘Vuilnisbelt’.
cees van de kamp zei op 18 februari 2018 om 16:20
In de zestiger jaren was er opnieuw sprake van een "blekke ploeg" Ik heb nooit geweten dat de benaming zo'n historie kende. Het waren opgeschoten jongens die vooral in het weekend met hun bromfietsen - Royal Nord, Zündapp, Kreidler enz.- een hele boel herrie maakten, zich in café Jagershorst op de Markt vol goten en aangemoedigd door de drank tegen sluitingstijd op de vuist gingen met andere rivaliserende ploegen Ik heb dikwijls "moeder" Müller zondag 's morgens vroeg bezig gezien het caféterras te ontdoen van bloedsporen
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 19 februari 2018 om 12:11
Tjee Cees, dat klinkt behoorlijk heftig. Kwamen die rivaliserende ploegen ook uit Rooi of ging dat dan om omliggende dorpen?
Peter van de Laar zei op 27 februari 2020 om 07:10
Samenkomst van de Blekke Ploeg is volgens mijn informatie alleen bekend in het cafe Kolkzicht aan de Dijk van Adrianus van de Laar (Arie de slappe).
Een andere Adrianus (Sjors) van de Laar, wordt pas na 1900 eigenaar van de Paradijsboom.
Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 29 februari 2020 om 17:36
Ah, dank voor deze aanvulling Peter, dat geeft ons weer meer houvast.
Willie Damen van de Mosselaer zei op 5 maart 2020 om 10:35
Uit de archieven. op heden 25 maart 1884 verscheen voor mij C. J. Schindler Burgemeester van Sint-Oedenrode.
1 Willem Verhaegen oud 31 jaar kleermaker wonende te Sint-Oedenrode, welke mij verklaarde; “Nu bijna 3 jaren geleden, heb ik mij gedurende zes weken, verscheidene malen schuldig gemaakt aan baldadigheden van verschillende aard, daarvoor ben ik gestraft geworden door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch met twee jaar celstraf. Ik heb tot heden toe alle schuld voor mijn rekening genomen omdat ik beloofd had te zwijgen, doch nu ik uit de gevangenis ben, word ik door anderen die meer schuld in die zaken hebben dan ik, uitgelachen en bespot, en het is om die reden, dat ik mij door geld enz. hebben omgekocht en opgehitst. In de eerste plaats de Heer Henri Raaijmakers, Deze heeft mij misschien wel twaalf malen geld gegeven om glazen in te werpen, doch steeds zonder getuigen, alleen eenmaal heeft hij mij een rijksdaalder gegeven in tegenwoordigheid van Bernardus van Eupen en Henri Kemps in de herberg van Adriaan van de Laar, met de woorden: nu moet ge heden nacht de ruiten inwerpen bij Hein van Hombergh ( hij noemde meer namen doch deze ben ik vergeten.) In dien tijd heeft hij mij ook eens gelast de ruiten in te gooien bij den Heer Matthieu Berben, mij tegelijk een revolver overreikende met de woorden: Zie hier een geladen revolver, gij behoeft niet bang te wezen, als ze jou iets willen doen schiet ze dan maar neer. Dien revolver is mij diezelfde nacht toen ik hem in de hand had, door de politie met geweld ontrukt. Ook Pieter van der Hagen heeft mij meermalen geld gegeven om ruien in te gooien enz. onder anderen, ook eens vier gulden op de straat ter hoogte van het huis van van Eupen en wel om dien nacht de ruiten in te gooien bij Piet Kluijtmans en Willem Van Hombergh, waarvan Adrianus van Erp twee gulden heeft ontvangen, terwijl van Erp tevens gezien heeft dat ik geld van Pieter van der Hagen ontving, deze heeft zulks thans bekend in tegenwoordigheid van mijn vader Francis Verhaegen, Willem van Erp en Adrianus van Erp.
Piet Scheeren is bij mijn vader gekomen, zeggende onder meer ‘ik vind het recht schoon dat die ruiten zo ingegooid worden. Ook de Heer van den Brink heeft mij menigmaal opgehitst, ook tegen U Burgemeester doch het is te lang gelegen om alles te kunnen terug vertellen, wat hij mij gezegd heeft, is mij onmogelijk.
Adrianus van Erp 24 jaar klompenmaker wonende te Sint-Oedenrode die verklaarde: “nu bijna drie jaren geleden, heb ik mij gedurende zes weken verscheiden malen schuldig gemaakt aan baldadigheden van verschillende aard. Daarvoor ben ik gestraft geworden, door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch met 21 maanden celstraf. Ik heb tot heden toe alle schuld voor mijn rekening genomen omdat ik beloofd had te zwijgen, doch nu ik uit de gevangenis ben wordt ik door anderen die meer schuld in die zaken hebben dan ik uitgelachen en bespoten het is om die reden dat bij U kom om hen nu aan te klagen die mij door geld enz. Hebben omgekocht en opgehitst. In de eerste plaats heeft de Heer Henri Raaijmakers, die om baldadigheden te doe plegen welke voor omstreeks 3 jaren geleden te Sint-Oedenrode plaats hadden, wel 15 malen geld aan mij gegeven, dikwerf onder vier ogen, doch ook dikwijls dat het W. Verhaegen gezien heeft, onder anderen eens een rijksdaalder bij de herberg van van Boxmeer met de woorden’ ge moet maken dat heden nacht de ruiten worden ingegooid bij de weduwe Jan Rijcken (logement) en bij Hein van Hombergh, die dan ook diezelfden nacht zijn ingegooid geworden, ook eens een rijksdaalder met de woorden: “nu moet ge den Doel bij Arnoldus Habraken afstoken welke ’s nachts daarna afbrandde’.
Van Pieter van der Hagen heb ik nagenoeg tien maal geld ontvangen om baldadigheden te plegen, eens op de plaats achter de herberg van van Boxmeer om de ruiten in te gooien bij Piet Kluijtmans, welke dien nacht zijn ingegooid geworden, en de overige keren met de woorden, “nu moet gij heden nacht het maar eens mooi maken, dan krijgt gij nog meer! W. Verhaegen heeft dikwijls gezien dat hij mij geld gaf. Zo ik meen ontving Pieter van der Hagen van andere Heren geld om het aan ons voor het plegen van baldadigheden uit te reiken.
Francis Verhaegen, oud 64 jaren kleermaker wonende te Sint-Oedenrode verklaart dat in zijn tegenwoordigheid P. van der Hagen, bekend heeft, dat hij aan W. Verhagen voor omstreeks 3 jaren geleden, vier gulden gegeven heeft om de ruiten in te gooien bij Piet Kluijtmans en Willem van Hombergh, voorts verklaart hij dat Bernardus van Eupen hem voor omtrent drie maanden gezegd heeft gezien te hebben dat de Heer Henri Raaijmakers aan zijn zoon W. Verhaegen, voor bijna 3 jaren geleden den herberg van Adriaan van de Laar in tegenwoordigheid van hem en Henri Kemps, een rijksdaalder gegeven heeft, onder voorwaarde dat W. Verhaegen de ruiten bij enige ingezetene zoude ingooien.
Willem van Erp oud 63 jaren klompmaker wonende te Sint-Oedenrode verklaart dat in zijn tegenwoordigheid P. van der Hagen bekend heeft, dat hij aan W. Verhaegen voor omstreeks 3 jaren geleden, vier gulden gegeven heeft om de ruiten in te gooien bij P. Kluijtmans en W. van Hombergh.
Johannes Hendrikus Kemps 37 jaar koopman wonende te Sint-Oedenrode verklaart zich niet meer van die zaak voor het tegenwoordige te herinneren, mocht hem soms later hiervan iets invallen dan zal dit door hem worden kenbaar gemaakt.
Bernardus van Eupen is op reis en bevindt zich thans waarschijnlijk te Waalwijk.
Van al hetwelk door mij Burgemeester in het hoofd dezes genoemd, dit relaas is opgemaakt op heden 25 maart 1884. Getekend Schindler.
Hans Hendriks zei op 5 maart 2020 om 19:51
De huidige Hertog Hendrikstraat heeft vele namen gekend: voor de straatnamen was het Heuvel A em huisnr.; Zonsche Dijk; Nijnselse Weg; en de Annalaan belsaat ook een stukje van de huidige Nijnselseweg daar in het telefoonboek van 1950 P.A. Janssen directeur sigarenfabriek Annalaan 160 vermeldt.
Peter van de Laar zei op 6 maart 2020 om 02:42
En daarvoor ook nog Aude Straet...

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!