skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marte Stoffers
Marte Stoffers Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marte Stoffers
Marte Stoffers Bhic

Macherse bouwvakker verdronken in Zuid-Holland

In de 19e eeuw werkten duizenden jonge Brabanders als seizoens- of gastarbeider in Noord- en Zuid-Holland. Bij Francis van Lent, in 1829 geboren in Oss, valt de appel niet ver van de boom. Vader Willem is strodekker en wanneer Francis in 1852 trouwt, verdient hij daar eveneens de kost mee.

Zijn bruid, Petronella van Soerland uit Macharen, is van huis uit vertrouwd met een verwant ambacht: haar vader Gerardus is rietdekker. Het jonge paar gaat in Macharen wonen. Ze krijgen drie kinderen. Opvallend is dat Francis de eerste twee zelf komt aangeven in Megen en nummer drie, Hendricus, niet. Schoonvader neemt op 19 mei 1858 de honneurs waar. Is Francis dan niet thuis, omdat hij op dat moment te boek staat als metselaar?

Want in de regio wordt op dat moment, met uitzondering van de nieuwe Grote Kerk in Oss, weinig gebouwd. In Holland daarentegen kunnen Brabantse bouwvakkers prima aan de slag, omdat zij genoegen nemen met lagere lonen. Hetzelfde geldt voor werkloze boerenzonen van hier: ’s zomers gaan zij hooien in Holland of werken zij mee aan de droogmaking van de Haarlemmermeer. Gastarbeiders dus zoals de Oost-Europeanen nu!

Metselaar Francis van Lent komt terecht in Zoeterwoude-Rijndijk, vlakbij Leiden, mogelijk samen met de 32-jarige Megenaar Adriaan Mulders. Achter het aan de Rijn gelegen landhuis Meerburg is daar een klooster in aanbouw voor de Zusters van de Goede Herder. De Leidse aannemers Van der Kamp en Verhoog hebben er 112 man aan het werk.

Op 11 augustus 1858 is Francis na het werk toe aan een verkoelend bad in de Rijn. Hij gaat het water in, gadegeslagen door enkele collega’s die denken dat hij kan zwemmen. Maar Francis komt niet meer boven en wordt later levenloos uit de rivier gehaald. Dokter Van der Kragt uit Leiderdorp kan slechts de dood constateren, waarna Francis wordt overgebracht naar de pastorie van Zoeterwoude-Rijndijk.

Daags daarop doen Adriaan Mulders en tuinder Jan Zandvliet als “goede bekenden” van Francis aangifte  van diens overlijden bij de gemeente Zoeterwoude. Bij de uitvaart, op 13 augustus, is het druk; alle collega-bouwvakkers én de aannemers zitten in de kerk. De familie, die nauwelijks op de hoogte kan zijn, ontbreekt. Francis van Lent wordt begraven in het naburige Koudekerk. Een collecte, gehouden onder de collega’s en het bedrijf, voorziet in de kosten. Het overgebleven geld is voor de weduwe, Petronella van Soerland.

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.

Lees ook deze verhalen