i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Boekel
Periode: 1921 - 1981
Tags:

Toen het nog normaal was om ‘Duivenmelker’ te zijn.

vertelde op 16 augustus 2017 om 09:03 uur

Mijn vader, Willy de Bie (1913-1981) was al duivenmelker vanaf zijn achtste jaar (1921). Hij is het dus zo’n 60 jaar geweest. Op latere leeftijd was hij dan ook degene die het langst duiven hield in Boekel.

Ook zijn broer, mijn ome Renier, was een fervent duivenmelker net als zijn andere broer ’ome Toon’. De een na jongste broer van mijn moeder, Ome Ad (van de Ven), kreeg van zijn zussen duivenfoto’s en -berichten opgestuurd toen hij diende in Nederlands-Indië (1949).

M’n vader vertelde dat hij als jongen met zijn broers op zolder sliep. Een zolder onder een dak van alleen maar balken, panlatten en pannen. Hij sliep op de beste plek: het eerste wat hij ‘s morgens deed als ie wakker werd was een stokje rechtop onder een van de pannen zetten zodat hij naar zijn duiven kon kijken.

Mijn moeder zei altijd “z’n duiven zijn z’n alles”. Hij keek altijd naar de ogen, zowel bij duiven als mensen want daaraan kon je volgens hem zien of ‘t unne goeie waar.

Voor de duiven moest alles, zelfs letterlijk, wijken. In die tijd als kinderen ‘gingen we zwemmen’ bij andere kinderen in de buurt, in een van cement gemaakt poeliebadje. Mijn moeder dacht op een woensdagmiddag, impulsief, alvast een begin te maken voor een groter zwembad. Dus groeven we een kuil. Mijn vader was op route met brood en boodschappen. Toen hij thuiskwam moest de kuil meteen weer dicht, want het was veel te dicht bij zijn duivenkooi! Uiteindelijk kwam het zwembad er toch, maar dan 20 meter verderop.

De verzorging en voeding van duiven een dag overslaan, dat gaat er bij duivenmelkers niet in. Daarom zijn het mensen die graag thuis blijven. Toen wij jong waren, in de jaren ‘50 en ‘60, hadden mijn ouders nooit vakantie. Als we al weggingen, was dat op zondag van pakweg elf uur tot een uur of zeven, naar de bossen of speeltuin.

Maar altijd moesten daarna de duiven weer gevoerd worden. En als er een belangrijke vlucht was, dan gingen we niet. Dan konden wij zonder mijn vader hooguit met de fiets naar een buurgemeente, maar meestal gebeurde zelfs dat niet.

Als er zo’n belangrijke vlucht was op zondag ging mijn vader allereerst naar ‘de halfnegense’ (mis) om vervolgens meteen thuis de radio aan te zetten voor de duivenberichten. Want als hij wist wanneer de duiven van zijn lichting gelost waren, kon hij inschatten wanneer hij buiten bij zijn duivenhok met de duivenklok in de aanslag, moest gaan zitten wachten.

Dan was het als kind maar beter om de tuin te mijden, want anders kwamen de duiven niet snel genoeg op de klep gevallen. Die moesten dan nog het hok in om daar gevangen, ontringd en geklokt te worden (=ring in desbetreffend gaatje en doordraaien).

En dan rond het middaguur! Mijn moeder ging regelmatig mijn vader roepen om te eten. Maar Willy kwam niet. Uiteindelijk bracht ze de soep zelf maar.

Daar zat mijn vader dan op een oude schoolbank zonder lessenaar zijn soep snel naar binnen te werken met naast zich de duivenklok en soms een van zijn kinderen, mits die zich maar stil hield.

In het vroege voorjaar waren er meestal nog geen vluchten en dan bracht hij dikwijls zelf jonge duiven die het nog moesten leren weg om te lossen naar bijvoorbeeld de oude toren in Beek en Donk of het toen nog lege industrieterrein in Veghel.

Dat was voor ons kinderen een mogelijkheid voor een klein uitje. Dus gingen we mee!

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (12)

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 18 augustus 2017 om 13:42 uur

Wat ook opvallend was, en dat kwam misschien wel omdat ze veel thuis waren, dat in die tijd (1930-1960) nog al wat bakkers tevens duivenmelker waren.
Zo was in Boekel, behalve mijn vader, in Boekel ook Bakker Jan Aldenhuijzen duivenmelker. En in Erp; bakker van Eenbergen. En in Uden; Bakker Bonaerts, die toen tegen over de Kruisherenkapel een zaak had.

Maarten van Lankvelt zei op 19 augustus 2017 om 14:02 uur

Duiven mochten tijdens de bezetting inderdaad niet vrij rondvliegen (zie foto met Piet van Haandel). Wie weet wat voor geheime berichten ze konden vervoeren!
Kun je hier iets meer over vertellen, Gerard? Ik weet namelijk dat je vader ze op het kerkhof had verstopt. In de calvarieberg!

Reactie op Reacties (1):
Bakkers waren niet alleen vaak duivenmelker omdat ze veel thuis waren. Zij hadden ook de mogelijkheid om 's middags met d'r hobby bezig te zijn. Zij begonnen voor dag en dauw in de bakkerij, en hadden rond de middag de grootste drukte achter de rug. Prettig bij donker weer in de winter.

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 19 augustus 2017 om 15:47 uur

Ja, dat klopt Maarten ; onder de calvarieberg maar ook onder de grond in hun tuin onder een z.g.n. Musterd ( opgetaste takkenbossen om bijv. hun bakkersoven met te verhitten ). Achter ons in het voormalige boterfabriekje woonde tijdens de oorlog ook nog eens een politie-agent. M'n vader heeft eens verteld dat ie op een dag over de tussenliggende heg een gesprek had met deze politieman en dat deze tegen hem zei "ik weet in Boekel nog wel plekken waar duiven zitten". "Ik ook !" zei m'n vader toen. En verder ging het gesprek daarover niet meer. Nota bene een dertig meter vanaf de plek waar zijn duiven onder de grond zaten.

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 19 september 2017 om 22:01 uur

Op de laatste zwartwit-foto Zie je de Boekelse Duivenmelkers-vereniging De Snelvliegers in 1971. Hun ledental was zo te zien : 20 leden.
De namen van deze personen vanaf de voorste rij v.l.n.r. zijn :
1ste rij : -1- Willy de Bie, -2- Piet van Haandel, -3- Cor van de Heuvel, -4- Piet Steegs, -5- Tinie van Melis, -6- Wim Verstraaten.
2de rij : -1- Ad Janssen, -2- Mari Janssen, -3- Jan Wijnen, -4- Broer Reijbroek, -5- Piet van Creij, -6- Jan Ulijn, -7- Toon van Kilsdonk, -8- Peter Penninx, -9- Toon van Alphen.
3de rij : -1- Piet van Reijbroek, -2- Piet Rooijakkers, -3- Harrie van Kilsdonk, -4- Wim Smits, -5- Henk Manders.

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 4 december 2017 om 18:15 uur

Ja, je schrijft een artikel maar dikwijls vind ik nog dikwijls foto's, tekeningen of tekst die ik toen niet meer wist dat ik ze had of niet wist waar ik ze moest zoeken op dat moment.
Zo met deze : In een krant uit Venlo en omstreken van 16 Oktober 1999 schrijft Bert Albers over duivenmelker Jan Janssen. Deze vertelt weer op zijn beurt in het artikel het volgende over o.a. mijn vader :
" Na 1940 werd alles snel anders. Duiven houden werd verboden door de Duitsers, omdat de dieren natuurlijk ook berichten kunnen overbrengen. Het zijn niet voor niets postduiven. We kregen bericht van de Orts-komrnandant; Alle duiven moesten worden geslacht en de pootjes met de ringen eraan moesten we inleveren. Vader ( P.) Janssen kon van zijn beste duiven geen afstand doen en liet de dieren letterlijk onderduiken in ...... een grafkelder op het kerkhof van
Boekel. „Een chauffeur die bij onze buren inwoonde kwam daar vandaan, zodoende kwamen we aan het adres", licht Jan toe. De plaatselijke bakker kende de pastoor goed en had zijn dieren daar ook verborgen. „Willy de Bie, zo heette hij. Hij ging de duïven door de week voeren en ik fietste iedere zondag naar Boekel. Op een fiets met harde banden."

p.s. Ik heb thuis altijd vernomen dat de duiven onder de calvarieberg verstopt waren en dus niet in een grafkelder zoals Jan hier in dit artikel vertelt.

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 5 december 2017 om 14:15 uur

Bedankt voor de aanvullingen op je verhaal, Gerard! Wat bijzonder dat deze duiven dankzij jouw vader ondergedoken zaten. Weet je misschien ook of de dieren de oorlog overleefd hebben of niet?

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 5 december 2017 om 15:40 uur

Waarschijnlijk wel Lisette,
Wellicht heb ik ze nog wel zien vliegen (*duiven kunnen in veilige omgeving wel 35 jaar worden ) .
Of misschien zelfs geslacht zien worden. Want dat deed m'n vader weliswaar met tegenzin ook.
Omdat hij moeilijk duiven weg kon doen, groeide het aantal natuurlijk zo nu en dan tot schrikbarende hoogte ( ondanks ruil en weggeven). En dan kwam er op een gegeven moment een slachtdag in zicht waarbij wel eens een twintigtal duiven werden geslacht.
M'n vader deed de ruwe eerste helft, m'n moeder ; schoonwassen, invriezen en uiteindelijk bakken,de tweede helft. Het was een lekkernij die de meeste andere kinderen niet kenden.
De laatste jaren (eind jaren '70) bracht ie ze weg naar een opkoper.

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 6 december 2017 om 09:28 uur

Fijn om te weten dat de duiven de oorlog waarschijnlijk overleefd hebben! Ik kan me goed voorstellen dat het voor hem moeilijk moet zijn geweest om de dieren te slachten of weg te doen. Uit je verhaal kan ik opmaken dat hij een grote dierenliefhebber moet zijn geweest.

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 6 december 2017 om 13:03 uur

Nee lisette,
Je verwart nu twee dingen. Hij was duivenliefhebber samen met nog een broer. Verder had hij nog twee broers die kanarie's hielden waar van er een weer honden had en dat ging weer niet samen. Maar mijn vader gaf niet veel om andere dieren. En vroeger in hun tijd ging het ook allemaal veel anders. Hij vertelde ooit dat ie met o.a. klasgenootje Harrie Coppens ( later kleermaker) of Toon Verhofstad ( later kapper) in de Erpse bossen vogeltjes en vogeleitjes uit ging halen. Was een soort tijdverdrijf blijkbaar.

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 6 december 2017 om 15:06 uur

Laten we het dan maar op een groot duivenliefhebber houden, Gerard! :)

Gerard H.A.A. de Bie
Gerard H.A.A. de Bie zei op 9 januari 2018 om 21:27 uur

Op dinsdag 2 januari j.l. stond onder de dubbelzinnige titel "Grijze duiven" een klein artikeltje in het Brabants Dagblad. Hierin werd vermeld dat de duivensport; een traditie die al van generatie op generatie werd doorgegeven, officieel tot immaterieel erfgoed was benoemd. Maar door vergrijzing van de duivenmelkers is de duivensport slinkende. Volgens het artikeltje telde de Nederlandse Postduiven-Organisatie nog maar 17000 liefhebbers en 700 verenigingen. De oudste en bekendste Postduiven-vereniging van Nederland zou "P.V. De Reisduif" te Roosendaal zijn . Deze bestaat op zondag 21 januari 2018 precies een eeuw. Een extra reden om het ook HIER te vermelden vind ik.

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 10 januari 2018 om 09:35 uur

Dat is zeker een extra reden om te vermelden Gerard. Bedankt!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 27 januari 2014 om 11:09 uur

Het Roosduifje: Geneeskracht en weerprofeet

vertelde op 3 oktober 2015 om 11:57 uur

Autoritten naar de St. Michael-kerktoren

vertelde op 17 januari 2016 om 09:13 uur

Duiven in Sint-Oedenrode