i

Neergestorte vliegtuigen op en rond vliegveld Eindhoven, 1944

vertelde op 5 oktober 2018 om 10:15 uur

Op en rond het vliegveld Fliegerhorst Eindhoven zijn in de loop van de oorlogsjaren veel militaire vliegtuigen (en mensenlevens) verloren gegaan. Luchtafweerschut, aanvallen door de geallieerden, vliegtuigen die beschadigd waren en nog net de landingsbaan probeerden te halen, motorstoringen bij het opstijgen of landen. En soms kwamen vliegtuigen ook met elkaar in botsing...

Op 4 februari 1944 moest om 04.15 uur een Dornier Do 217M-1bommenwerper van 2./KG 2 een buiklanding maken op het vliegveld Eindhoven. Het toestel leed grote schade, maar de bemanning kon het ongedeerd verlaten.

Minder gelukkig was de piloot van de Messerschmitt Bf 109G-6 (werknummer 161770) van 8./JG 2 die op 22 februari 1944 vlak na zijn landing op het vliegveld beschoten werd door een laagvliegende P-47. Ofhr W. von Gernler ligt begraven op het Duitse militaire kerkhof Ysselsteyn in Venray, graf AA-3-66.

Diezelfde dag stortte om 15.15 uur een andere P-47C (serienummer 41-6335) van 78FG/83FS neer ten zuidoosten van Eindhoven. De jager begeleidde (net als de eerste P-47 waarschijnlijk) een aantal bommenwerpers op hun missie. Piloot 2nd Lt J.H. Johnson werd neergeschoten door een Duitse Messerschmitt Bf 109. Volgens het Missing Air Crew Report 2669 zagen zijn collega’s hoe Johnson geraakt werd en in een steile duikvlucht neerging. Blijkbaar heeft hij toch op tijd weten te springen, want Johnson is krijgsgevangen genomen en heeft zijn crash dus overleefd.

Een dag later, op 23 februari 1944 om 12.50 uur crashte in de buurt van Eindhoven een Junkers Ju 188E-1 bommenwerper (werknummer 260315) van 5./KG 2. Drie van de vier bemanningsleden raakten gewond, maar overleefden. Dat waren bommenrichter Maj H. Engel, piloot Lt E. Höhne en boordschutter Uffz H. Wolf. De radiotelegrafist Uffz W. Beck was minder gelukkig: hij ligt begraven op Ysselsteyn, graf AA-3-67.

Op 8 juni 1944 stortte Capt R.R. Nelson van 7PG/14PS met zijn Lockheed P-38-F5A Lightning (serienummer 42-12981) om 11.15 uur neer bij de Blaarthemseweg in Eindhoven. De fotoverkenner werd neergeschoten door een Flakbatterij. Nelson ligt begraven op de Amerikaanse erebegraafplaats Margraten, graf O-3-2.

Op 26 augustus 1944 crashte op zijn thuisbasis een Junkers Ju 88A-4 van 3./KG 54. Het toestel ging geheel verloren, over eventuele slachtoffers hebben we geen gegevens.

Op 18 september 1944 stortte de 21-jarige Duitse Luftwaffe-piloot Gfr Werner Kees ten zuidoosten van Eindhoven neer met zijn Focke Wulf Fw 190A-8 (werknummer 175129) van 2./JG 11. Hij kwam om bij deze crash en ligt begraven op de militaire begraafplaats Ysselsteyn bij de “onbekenden”.

Geallieerd vliegveld B.78

Inmiddels was operatie Market Garden van start gegaan en op diezelfde 18e september trokken de geallieerde troepen Eindhoven binnen. In de maanden daarna zouden op en rond het vliegveld dan ook nagenoeg alleen geallieerde vliegtuigen (en dan bijna alleen jachtvliegtuigen) verongelukken.

Dat begon al op 22 september toen om 18.35 uur ten noorden van Eindhoven een Hawker Typhoon IB van 181 Squadron neerkwam. Piloot F/O Tim Issie Pervin (30) van de RCAF verloor daarbij het leven. Hij ligt begraven op het Canadese militaire kerkhof in Groesbeek, graf 16 B 4.

De volgende dag, 23 september, was opnieuw getuige van het neerstorten van twee Typhoons. De eerste werd gevlogen door W/O T.J. Pike van 137 Squadron. Hij knalde bij de landing op de tweede Typhoon, maar overleefde het ongeluk. Die tweede Typhoon werd volledig vernield, maar ook de piloot daarvan, F/Sgt. A. Bales van 182 Squadron, kwam met de schrik vrij.

Op 25 september raakte de Spitfire IX van F/O D.H. Kimball van 441 Squadron ernstig beschadigd in een luchtgevecht. Hij zag zich om 15.25  uur genoodzaakt een (geslaagde) noodlanding te maken op vliegveld Eindhoven. Datzelfde gebeurde op 26 september met de Canadese piloot F/O J.A. McIntosh die zijn in moeilijkheden verkerende Spitfire IX van 441 Squadron om 16.55 uur in Eindhoven aan de grond zette, zonder persoonlijke ongelukken.

En op de volgende dag, 27 september, moest opnieuw een geallieerd toestel een noodlanding maken op Eindhoven. Nu was het de Douglas Boston IIIa (registratienummer BZ338, call sign OA-P) van 342 (FFAF) Squadron. Piloot Sgt. G. Martin was die ochtend opgestegen van vliegveld Hartford Bridge voor een missie op Kleef. Geraakt door Flak bij Marienbaum moest het toestel noodgedwongen om 09.00 in Eindhoven aan de grond gezet worden. Piloot en overige bemanningsleden, navigator Lt. R. Ballaire, radiotelegrafist/boordschutter Sgt. P. Juhant en boordschutter Sgt. R. Bresson konden allemaal het toestel ongedeerd verlaten.

Op 30 september stortte zo’n zeven kilometer ten zuidwesten van Eindhoven F/Sgt. W.E. Recile van 64 Squadron neer met zijn Spitfire IX (MH846), die motorproblemen had gekregen. De piloot raakte gewond bij de crash.

Vliegveld Eindhoven (B.78) huisvestte in oktober het Canadese 430 Squadron. Die maand crashten drie Mustangs I van dit squadron: op 7 oktober was het F/Lt. W.M. Middleton die, geraakt door Flak, met zijn toestel (AM210) neerkwam. Hij bleef zelf ongedeerd. Dat geluk had op 11 oktober F/Lt. Ian Mackenzie Duff (29) niet: hij verongelukte om 16.55 uur als gevolg van motorproblemen bij het opstijgen. Duff ligt begraven in Groesbeek, graf XV.F.12. Op 28 oktober ten slotte crashte F/O J.L. McMahon om 16.50 uur vlakbij het vliegveld, nadat hij was aangeschoten door een Spitfire. McMahon bleef ongedeerd.

Maar ook andere vliegtuigen in nood wisten het vliegveld te vinden. Op 29 oktober maakte om 12.40 uur W/O K.H. Brown een geforceerde landing na een missie vanuit Eindhoven op Dortmund met zijn Typhoon IB (JR202) van 247 Squadron. Later die middag, om 16.10 uur, crashte een North American B-25 Mitchell II (FV967) van 180 Squadron in de buurt van Eindhoven. De bemanning, bestaande uit piloot Lt. J.R.C. Armstrong, navigator F/Lt. F.W. Silvester, radiotelegrafist en boordschutter F/O W.H. Deane en boordschutter S/L W.S. Fielding Johnson, kon ongedeerd terugkeren naar haar basis, het vliegveld B.58 bij Melsbroek (B).

Op 3 november verongelukte F/O Ralph Nelson MacDonald (21) met zijn Typhoon IB (JR500) van 439 RCAF Squadron, gestationeerd op Eindhoven. Hij crashte bij de Stuiverstraat in Eindhoven en ligt nu begraven in Groesbeek, graf XV.D.15. Drie dagen later, op 6 november, liep het beter af voor de eveneens Canadese F/O R.G. Crosby die om 17.15 uur met zijn Typhoon IB (PD475) van 438 Squadron, eveneens gestationeerd op Eindhoven, zo’n twee kilometer ten noordoosten van het vliegveld crashte. Hij raakte wel gewond, maar overleefde in ieder geval.

De volgende dag, 7 november, verongelukte bij de landing op het vliegveld een maritiem verkenningsvliegtuig, een Lockheed Hudson VI (FK482) van de Marine Craft Section (MCS) van de RAF. Persoonlijke ongelukken deden zich daarbij niet voor.

Op 8 november was het weer een toestel met als thuisbasis Eindhoven B.78, dat verongelukte. Het ging om de Hawker Typhoon IB van 247 Squadron, gevlogen door F/O D.C. Orriss die om 10.30 uur op een spoorlijn vlakbij Eindhoven crashte. Orriss kwam met de schrik vrij. Op 9 november crashlandde om 10.45 uur een Spitfire LF.IX van 66 Squadron, afkomstig van vliegveld B.60 Grimbergen en gevlogen door F/Lt. A. DeVere. De piloot raakte gewond.

Op 29 november raakte opnieuw een Boston IIIA (registratienummer BZ271) van het Vrije Franse 342 Squadron in de problemen als gevolg van Duits luchtafweergeschut, zodat een noodlanding moest worden gemaakt op het vliegveld. De bemanning, bestaande uit piloot Sgt-chef M. Chaussard; navigator Sgt-chef W. Lewino; radiotelegrafist/boordschutter Sgt. E. Lamotte en boordschutter Sgt-chef A. Roure, overleefde het gelukkig.

Diezelfde dag, om 16.45 uur, crashte de op Eindhoven gestationeerde Canadese jachtvlieger F/Lt. Wylie Murray Weeks (30) met zijn Typhoon IB van 182 Squadron op 8 kilometer ten noorden van de stad. Weeks overleefde het niet en ligt nu begraven op de Algemene Begraafplaats Woensel, graf KK 234.

Op 3 december, 14.30 uur, stortte een Typhoon IB van 440 Squadron, gestationeerd op Eindhoven, neer in het Beatrixkanaal. De piloot, P/O Alfred William Edward Sugden (25) uit Canada, kwam daarbij om. Hij ligt begraven in Groesbeek,  graf XV.D.14.

Op 8 december verongelukte een Avro Anson I (NL204) van het 2nd Tactical Air Force Communication Squadron van de RAF bij de landing op het vliegveld. Hoe het met de inzittenden is afgelopen weten we niet.

Op 26 december, om 16.30 uur, ging het opnieuw mis bij een landing, ditmaal van een Typhoon IB (PD459) van 439 Squadron, dat Eindhoven op dat moment als thuisbasis had. De Canadese piloot, F/O J.D. Sweeney, overleefde de crash. Dat gold ook voor F/O G.M. Hill, die op 29 december bij het opstijgen vanaf Eindhoven motorproblemen kreeg met zijn Typhoon IB (MN253) van 247 Squadron en op het vliegveld crashte.

En op 31 december, om 12.10 uur, moest F/O James Norman McLeod van 430 Squadron RCAF zijn Supermarine Spitfire F.XIV, waarmee hij net van Eindhoven was opgestegen, verlaten. Zijn vliegtuig crashte ten noorden van Eindhoven, zelf overleefde hij het ook niet. Hij ligt nu begraven in Groesbeek, graf XV.B.11.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Joop Hendrix zei op 9 augustus 2019 om 21:50 uur

P-47C 941-6335) met Lt Johnston is niet op vliegveld Eindhoven neergestort zoals vermeld bij jullie. In Het Misiing Aircrew Report wordt duidelijk aangegeven dat hij zuid van Eindhoven is gecrashed. Juiste crashplek nog niet bewezen maar waarschijnlijk in Aalst gebaseerd op vondsten.

Rien Wols
Rien Wols bhic zei op 13 augustus 2019 om 14:41 uur

Hartelijk dank voor je reactie Joop. Je hebt natuurlijk gelijk: het toestel kwam niet neer op het vliegveld, zoals hier stond, maar ten zuidoosten van Eindhoven. Ik heb het veranderd en een van de verklaringen van de andere piloten toegevoegd.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: